Thursday 02 September 2010


weblogs-tegen-racisme.be.gifRapporteer Cyberhate!

STANDPUNTEN
Actueel
Programma
Dossiers
Economisch congres
Column
Anekdotes
Quiz
101 Redenen
DE PARTIJ
Waarom Vlaams Belang?
De voorzitter
Organisatie
Geschiedenis
Verkiezingen
Dissidenten
Bevriende groepen
Internationaal
VERKOZENEN
In de parlementen
Stemmingen
Voorstellen
In de gemeenten
IN DE MEDIA
Dagelijks persoverzicht
Kranten en tijdschriften
Wetenschappelijke teksten
Radio en televisie
Boeken en brochures
Boekbesprekingen
Persberichten
Debat
CONTACT
E-magazine
Meewerken
Steunen
Thesisservice
Waarom deze website?
Andere websites
Colofon
PROPAGANDA
Activiteiten
Foto's | E-Cards
Cartoons | E-Cards
Blokwatch TV
Webwinkel

blokwatch gratis stickers


Frank Vanhecke, de nieuwe Karel Dillen PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Marc Spruyt   

Exact 27 jaar na de oprichting van het Vlaams Blok hield het Vlaams Belang zijn eerste voorzittersverkiezing. Maar in tegenstelling tot bij andere partijen waren het niet de circa 20.000 leden die mochten stemmen, maar een select kransje van nog geen 500 kaderleden. Tijdens een geheime stemming op het congres op 12 december 2004 werd Frank Vanhecke, de enige door de partijraad naar voren geschoven kandidaat, door 442 van de 469 kaderleden (94,24%) verkozen.

Vanhecke leidt het VB al sinds 1996. Stichter-voorzitter Karel Dillen duidde hem toen als zijn opvolger aan. Alleen was het tijdstip van de machtsoverdracht nogal ongelukkig gekozen: tijdens een congres met als titel ‘Het volk beslist. Meer democratie in een vrij Vlaande­ren'. Wat niet bij iedereen in goede aarde viel.

"Dat een voorzitter-voor-het-leven zijn opvolger aanduidt op een congres over democratie, is op zijn zachtst gezegd onge­lukkig gepland. Men verwijt het Vlaams Blok dat het niet democratisch is, wel, een beter argument kunnen we onze tegen­standers niet cadeau doen," scheef het Brasschaatse VB-gemeenteraadslid (en latere parlementslid) Luc Sevenhans op 19 juni 1996 in een kwade lezersbrief aan ‘t Pallieterke. "Frank Vanhecke is zeker een goede keuze, maar wiens keuze? Verleden jaar ben ik bijna 100 avonden voor het Vlaams Blok bezig geweest. Kan iemand van de partijtop aan mijn gezin komen uitleggen dat ik geen recht heb om de voor­zitter te kiezen?"

Een kopietje van de partijstatuten volstond als antwoord. Of zoals Vanhecke critici altijd de mond wist te snoeren: "Democratie is een staatsvorm, geen partij- of verenigingsvorm."[1]

Ex-voorzitter-voor-het-leven

Op het democratiecongres van 1996 speelt voorzitter-voor-het-leven Karel Dillen (zie foto hiernaast) voor het laatst een prominente rol: hij tovert zichzelf weg. De dan bijna 71-jarige stichter-voorzitter (°1925) leidt de partij onafgebroken sinds haar oprichting op 2 oktober 1977 (toen nog als de Vlaams Nationale Partij, sedert 28 mei 1979 officieel onder de benaming Vlaams Blok) en bereidt al enige tijd in alle stilte zijn troonsafstand voor.

Op 11 januari 1996 bracht Gerolf Annemans in een interview met Gazet van Antwerpen de kwestie al eens voorzichtig ter sprake. "Ik sluit dat inderdaad niet uit," antwoordde Annemans op de vraag of hij "gebeurlijk" kandidaat zou zijn om Dillen op te volgen. Annemans was door Dillen in 1987 al eens aangezocht om zijn Kamerzetel over te nemen, wat toen ook al de nodige speculaties voedde over de toekomst van het voorzitterschap.

Filip Dewinter, die te pas en te onpas als Annemans' concurrent wordt afgeschilderd, komt pas vier maanden later met een reactie naar buiten. Alweer in een interview met Gazet van Antwerpen laat Dewinter op 11 mei 1996 weten niet geïnteresseerd te zijn in de job van Blok-voorzitter. Dewinter wil zich volledig op Antwerpen concentreren. "Annemans kan zich zoals iedereen kandidaat stellen, maar ik blijf erbij dat we die discussie niet op het marktplein moeten voeren," zegt Dewinter nog.

Ongetwijfeld wist Dewinter op dat moment al dat de kogel reeds door de kerk was. Al in zijn editie van 15 mei 1996 meldt het rechtse weekblad ‘t Pallieterke wie Dillen zal opvolgen. Veel discussie wordt daar niet over gevoerd. Volgens de partijstatuten komt Dillen immers het alleenrecht toe zelf zijn opvolger aan te duiden.

Tot velers verrassing valt zijn keuze op het 37-jarige Europese parlementslid Frank Vanhecke (°1959), een trouwe medewerker uit zijn persoonlijke entourage die nog maar twee jaar een politiek mandaat bekleedt.

Liever pitbull dan schoothond

Een paar dagen voor het democratiecongres van 8 juni 1996 wordt dat nieuws naar de pers gelekt. Nogal wat journalisten zien in de benoeming van Vanhecke de voorbode van een koerswijziging. Of beter gezegd: ze hopen dat. Echte harde aanwijzingen daarvoor hebben er nochtans nooit bestaan.

Zo schrijft de editorialist van De Standaard op 10 juni 1996: "De voorbije weken groeide even de hoop dat het Vlaams Blok, bij de verandering van voorzitter, de kans zou openlaten dat het zou evolueren naar een normale conservatieve partij. Een partij die op een rustige wijze gestalte geeft aan de eerbare behoudsgezinde opvattingen die leven bij een deel van de kiezers. Of dat het Blok weer zou evolueren naar een radicale Vlaams-nationale partij, zonder racistische uitwassen" - terwijl het Blok dat ook onder Dillen nooit geweest is.

De hoofdredacteur van De Morgen zit op 11 juni 1996 op dezelfde golflengte: "Het was even afwachten geblazen welke richting het Blok zou uitgaan met de nieuwe voorzitter en of de fractie van de partij die aanstuurt op een salonfähige coalitie tussen beschaafd en wat extremer rechts, in hem een medestander zou hebben gevonden."

De nieuwbakken voorzitter laat weinig heel van die illusies. Het Vlaams Blok zal het Vlaams Blok blijven, benadrukt Vanhecke: "Journalisten en politieke concurrenten hadden zeker wat graag gezien dat het Vlaams Blok een ‘gematigde koers' zou gaan varen, wat dat dan ook zou mogen betekenen. Wij zijn er echter niet om onze politieke tegenstanders plezier te doen, maar wel om ons programma en onze kiezers naar best vermogen te verdedigen en te vertegenwoordigen. [...] Onze politieke tegenstanders weten onderhand dat wij geen duimbreed van onze standpunten zullen afwijken," luidt het in het partijblad van juli 1996.

Vanhecke is er als de kippen bij om vriend en vijand duide­lijk te maken dat met hem het Vlaams Blok niet het geweer van schouder zal veranderen. "De zweeppar­tij-strategie die het Vlaams Blok sinds de stich­ting van de partij voert, is zonder­meer politiek lonend geble­ken. [...] Er is dus geen reden om deze strategie te verla­ten," stelt hij in zijn eerste stand­punt als Blok-voorzitter. "We moeten niet verhelen dat ons tot de verkie­zingsmara­thon van juni 1999 nog drie moei­lijke jaren te wachten staan. Als strijdpartij missen wij immers de uitda­ging van verkiezings­campagnes. Het zal er dus op aankomen nù de voor­waarden te scheppen om dan een nieuwe verkiezings­over­winning mogelijk te maken. Dat betekent naast een dynami­sering van het werk in de parle­menten (waar nodig althans), een verhoogde strijdbaarheid en een verhoogde aanwezigheid in het straatbeeld."

In de coulissen kijkt Karel Dillen goedkeurend toe. "Dwingt het lot u ooit tot de keuze tussen schoothondje of pitbull, wees dan pitbull," richtte Dillen zich in zijn afscheidsspeech tot Vanhecke. "Neem de vriendelijke schouderklopjes met een glimlach in ontvangst, maar laat u er niet door doen. [...] Als voorzitter van het Vlaams Blok heeft u een dubbele rol. U is de goede herder die de kudde verder moet leiden. Maar de goede herder kan de waakzame en wanneer nodig bijtensklare herdershond worden, bijtend naar wie de kudde belaagt, van buiten af of van binnen."[2]

De rangen worden weer gesloten

De oude en de nieuwe voorzitter blijven ondertussen een eerste lijnscontact met mekaar behouden. "Ik verlaat het Vlaams Blok niet," zegt Dillen, "en ik hoop dat het Vlaams Blok mij nooit zal verlaten."[3] Net zoals Vanhecke blijft Dillen in het Europees parlement zetelen - beiden worden in 1999 herkozen, in 2004 gaat hij met pensioen - en houdt hij als erevoorzitter een stem in de partijraad.

Andere oude getrouwen blijven eveneens op post. De dan 61-jarige Roeland Raes (°1934) bijvoorbeeld blijft de onopvallende ondervoorzitter-voor-het-leven (tot hij in 2001 moet opstappen), die Vanhecke tijdens diens afwezigheid vervangt en de vergaderingen van de partijraad leidt.

De voorzitterswissel wordt binnen het Vlaams Blok goed verteerd. Dillens keuze als opvolger wordt door niemand gecontesteerd, want dat zou als een kritiek op Dillen zelf worden aangevoeld. "We kunnen Karel Dillen geen grote­re dank toezeggen voor wat hij voor ons, voor het Vlaams Blok, voor het Vlaams-nationa­lisme bete­kend heeft dan met als één man achter Frank Vanhecke te staan, en verder met hem, schou­der aan schouder, rij aan rij, arm in arm de strijd verder te zetten," beklemtoont hoofdre­dacteur Joris van Hauthem, die eveneens als opvolger werd getipt, in zijn dankwoord aan Dillen in het partij­blad van juni 1996.

Van VU naar VNP / Vlaams Blok

Hoewel hij in het verleden veel minder op het voorplan trad, speelde Frank Vanhecke al langer een rol van betekenis in het Vlaams Blok dan bijvoorbeeld Filip Dewinter of Gerolf Annemans.

Als tiener militeert Vanhecke, die op 30 mei 1959 in Brugge geboren wordt, in het Taal-Actie-Komitee (TAK) en in de Volksuniejongeren. Hij maakt er een erezaak van telkens present te zijn op de beruchte TAK-wandelingen (zie foto hiernaast). Nadat de Volksunie in mei 1977 het Egmontpact ondertekende en in een Belgische regering stapte, verscheurt de 18-jarige Vanhecke woedend zijn VU-lidkaart. "Niet zozeer omwille van het Egmontpact zélf, maar omdat het ondraaglijk was dat de VU in een regering stapte zonder amnestie te eisen," verklaart hij zijn besluit in een interview.[4]

Ter vervanging schaft hij zich onmiddellijk een lidkaart aan van Karel Dillens Vlaams Nationale Partij (VNP) en meldt hij zich als contactpersoon voor Brugge. In september 1977 schrijft Frank Vanhecke zich in aan de Vrije Universiteit van Brussel (VUB). Hij studeert er communicatie­wetenschappen. In 1981 studeert hij af met een eindverhande­ling over de Franse Nouvelle Droite, een ideologische stroming die extreem-rechts van nieuwe munitie wil voorzien. Vanheckes 112 bladzijden tellende thesis is getiteld Metapoli­tieke strategie, organisatie en ideeën van cultureel Nieuw Rechts in Frankrijk: Groupement de Recherche et d"Etudes pour la Civilisation Européenne (GRECE), 1967-1981. Professor Herman Balthazar is zijn promotor. In de inleiding van zijn thesis noemt Vanhecke Nieuw Rechts "een interessant verschijnsel, zowel op het vlak van de ideeën als op het algemeen-organisatorische vlak (dus op het vlak van de aangewende strategie om die ideeën ingang te doen vinden)."

Al tijdens zijn studentenjaren wordt Vanhecke medewerker van het partijblad. In maart 1979 verschijnt zijn allereerste artikel, dat handelt over het Egmontpact en het verraad van de Volksunie. Vanhecke pleit er ook voor dat het Blok initiatieven neemt om de verdeelde Vlaams-nationale jongerenorganisaties tot eenheid te bewegen. "We kunnen immers niet blijven toezien hoe links en uiterst-links de traditionele jeugdbewegingen ondergraaft, zonder dat wij daar een geldig alternatief kunnen tegenover stellen," schrijft hij in juni 1979. "Een eengemaakte Vlaams-nationale jeugdbeweging moet het alternatief worden op het vlak van de jongerenwer­king. Want de traditionele jeugdbewegingen zijn inderdaad grotendeels verloederd. [...] Misschien is daar wel een taak weggelegd voor de leiding en de militanten van het Vlaams Blok: alles in het werk stellen opdat die eenheid er zou komen, een eenheid boven en buiten alle partijpolitiek. Een eenheid ook zonder zotte buitenlandse ideologieën of symbo­len, maar op basis van een gezond en compromisloos Vlaams, Neder­lands nationalisme."

Het West-Vlaamse ras

Zonder Vanhecke geen Dewinter: aan zijn drie jaar jongere stadsgenoot (°1962) verkoopt hij diens eerste lidkaart. Dewin­ter was aanvankelijk lid geworden van de Vlaamse Volkspartij (VVP) van Lode Claes, een tweede anti-Egmontpartijtje naast de VNP van Dillen.[5] Beide Bruggelingen bouwen een stevige vriendschap op. Samen militeren ze in de Vlaamse Scholieren Actie­groe­pen (VSAG), de voorloper van het Nationa­listisch Jongstu­denten Verbond (NJSV). Dat is de scholierenafdeling van de Nationa­listische Studen­tenvereniging (NSV), waarin het Brugse duo eveneens zijn sporen verdient.

In tegenstelling tot Dewinter keert Vanhecke na zijn studententijd terug naar Brugge. Vanhecke vergeet zijn West-Vlaamse wortels niet. "Sinds de Franse invasie in 1830, waaraan slechts een paar verfranste adellijke families uit onze contreien hebben meegewerkt, is West-Vlaanderen een van de grootste slachtoffers geweest van het tot stand komen van de onheilsstaat België. Alleen de taaiheid van het West­-Vlaamse ras en de noeste arbeid van de West-Vlaamse bevolking heeft ervoor gezorgd dat er nu ook in West-Vlaanderen een grote mate van welvaart is gekomen. [...] In de heropstanding van de Vlamingen en in onze nationale strijd hebben de West-Vlamingen een zeer grote rol gespeeld en namen zijn er teveel om genoemd te worden," schrijft hij in het partijblad van november 1979.

Na zijn studies wordt Vanhecke al gauw toegelaten tot de hoogste partijorganen van het Vlaams Blok. De jonge licentiaat in de communicatiewetenschappen komt in het partijbestuur terecht als persverantwoordelijke (en blijft dat tot hij in 1996 voorzitter wordt). Het Blok is dan nog een amateuristisch georganiseerd partijtje met weinig armslag en dito ambitie. De partij beheerst de fijne kneepjes van de massacommunicatie nog niet zo goed als nu.

Vanhecke die, zoals zijn thesisonderwerp getuigt, weet dat de politieke strijd niet kan gewonnen worden zonder een culturele strijd, wees zijn partijgenoten eerder al op het belang van de meta-politieke kanalen. On­der de titel ‘Voor een nationalis­tische mediapolitiek' schrijft hij in april 1981: "Heel wat nationa­listen zien nog niet waarom wij als Vlaams-nationale partij op al die vlakken standpunten dienen in te nemen. Het gaat noch­tans uiteindelijk om het voortbe­staan van het nationalistisch en rechts ideeëngoed zelf, zoals dat vandaag wordt aangetast door bijvoor­beeld de publicitaire wildgroei of de oververte­genwoor­diging van prulliteratuur en ronduit idiote strips op de lectuurmarkt voor jongeren."

Thema's die later ook aan bod zullen komen bij de Vlaams Blok-Jongeren, die Vanhecke in 1987 opricht samen met o.a. Filip Dewinter. Dewinter wordt voorzit­ter, Vanhecke persverantwoor­de­lijke. Samen reizen ze hun geestesgenoten in het buitenland af om een Europese extreem-rechtse jongerenbeweging op te richten. Met het Front National de la Jeunesse (FNJ), de jonge­renaf­de­ling van het FN van Jean-Marie Le Pen, verlopen de contacten het innigst.

Vanhecke specialiseert zich meer en meer in buitenlandse politiek. Vanaf 1986 krijgt hij een vaste buitenlandrubriek in het partijblad waarin hij zich ten volle kan uitleven (zie kaderstuk hieronder). Gelijkaardige onderwerpen behandelt hij in drie referaten op de VBJ-congressen van 1987, 1989 en 1990. Andere congresteksten schrijft Vanhecke niet, ook niet als voorzitter - Karel Dillen deed dat trouwens ook nooit.

In april 1988 wordt Frank Vanhecke geïnterviewd door de Deutsche Natio­nal Zei­tung, het extreem-rechtse week­blad van Gerhard Frey dat op 150.000 exemplaren verschijnt. Het kost Vanhecke weinig moeite zich bij de lezers van dit blad bijzonder geliefd te maken. Zo noemt hij "de bevrijding van Mussolini" de meest bewon­derens­waardige militaire prestatie uit de geschie­denis. De Spaanse burgeroorlog in 1936 had hij ook graag van dichtbij meege­maakt, beaamt Vanhecke. Zeker toen de fascistische troe­pen van generaal Franco de overwinning op het linkse volksle­ger be­haalden. Vanhecke kent de extreem-rechtse klassiekers, zoveel is zeker. Hij noemt onder meer Jean Raspail en Robert Brasillach zijn lievelingsauteurs. Vandaar ook dat hem politiek iets zwaar op de maag ligt. "De geschiedenisvervalsing over de tweede wereldoorlog," antwoordt hij rechtuit wanneer hem gevraagd wordt wat hem het meest met afschuw vervult.[6]

De lijfwacht van Dillen

Wanneer Dillen hem in juni 1989 vraagt zijn secre­taris in het Europees parlement te worden, geeft Vanhecke zijn job in de privé-sector graag op. Vanheckes droom wordt eindelijk werkelijkheid: een leven ten dienste van zijn politieke idealen. Vanhec­ke neemt zijn nieuwe job ter harte: hij vergezelt Dillen overal waar die maar gaat, als was hij zijn persoonlij­ke lijfwacht. Zelfs wanneer Dillen tijdens verkiezingen in zijn woonplaats Deurne moet gaan stemmen, komt Vanhecke helemaal vanuit Brugge naar Antwerpen afgezakt. Vanhecke leidt in 1989 ook de besprekingen met het Franse Front National en de Duitse Republikaner, met wie het Vlaams Blok een Eurorechtse fractie zal vormen.

Op 12 juni 1994 sleept Vanhec­ke voor het eerst zelf een verko­zen mandaat in de wacht. Met 23.371 voorkeurstemmen wordt hij dan, naast Karel Dillen, het tweede Europese parle­ments­lid van het Vlaams Blok.

Vijf jaar later, in 1999, zijn de rollen omgekeerd. Als Europese lijsttrekker krijgt Vanhecke 160.117 voorkeurstemmen (op een lijsttotaal van 584.392). Dillen, die op twee staat, tikt af op 37.514 voorkeurstemmen. Dat zijn er een pak minder dan de 45.869 voorkeurstemmen waarmee lijstduwer Gerolf Annemans gaat lopen. In 1994 kreeg Dillen als Europese lijsttrekker nog 87.009 voorkeurstemmen achter zijn naam (op een lijsttotaal van 463.919). Daarmee doorstaat Frank Vanhecke zijn eerste electorale test sedert hij in 1996 voorzitter werd.

Op 18 mei 2003 wordt hij verkozen als senator. Sinds 13 juni 2004 zetelt hij opnieuw in het Europees parlement.

The very best of Frank Vanhecke
Voor Frank Vanhecke in 1996 VB-voorzitter werd maakte hij in het partijblad naam en faam met een vaste buitenlandrubriek. Twaalf jaar lang bepaalde hij in belangrijke mate de internationale visie van het Vlaams Blok, een visie die beheerst werd door een rabiaat anti-communisme, een primair anti-islamisme, wereldwijde blanke solidariteit en een doorgedreven etnisch-nationalisme.

Dat alles ging tot in het midden van de jaren negentig gepaard met de voor Vanhecke zo typische grofgebekte stoerdoenerij en spierballenvertoon. Vanhecke schreef ook veel over extreem-rechtse formaties in het buitenland, van wie hij het doen en laten op de voet volgde. Veel van de buitenlandse contacten die het Vlaams Blok later zou leggen, werden mee door Vanhecke geïntroduceerd.

Burgemeester-broekschijter

De solidariteit met de stamgenoten is voor extreem-rechts het leitmotief. Blanken die het Zuid-Afrikaanse ANC (Afrikaans Nationaal Congres) steunen bijvoorbeeld, krijgen een emmer drek over zich heen. Zoals in 1990 de Amsterdamse burgemeester Ed van Thijn overkwam. Die had, ter ere van de vrijlating van Nelson Mandela een plein naar de zwarte verzetsstrijder (en latere president) genoemd.

Dat deed Frank Vanhecke toen helemaal uit de bol gaan. "Een renegaat tegenover zijn eigen volk en stam," noemde hij Van Thijn in een vlammend betoog in maart 1990. "Vandaag moeten we aan het burgemeester-boerenkinkel toevoegen: burgemeester-nestbevuiler, burgemeester-hypocriet, burgemeester-broekschijter. Na de gebeurtenissen van halfweg februari vind ik inderdaad geen minder scherpe woorden (scherpere wél, wees daarvan overtuigd!) om Van Thijn te typeren. Stel u voor dat de Amsterdamse burgemeester die tot op heden en elke dag opnieuw zijn onbenullige onbekwaamheid wellustig tentoonspreidt via de drugs-, criminaliteits-, huisvestings- en immigratieproblemen die aan zijn stad eigen zijn, het nuttig gevonden heeft om het toch prestigieuze Leidseplein om te dopen tot het ‘Nelson-Mandela-plein'. Eén en ander gaf bovendien aanleiding tot hysterische straatmanifestaties die allicht niet zouden misstaan in een sloppenwijk van Kinshasa of een achterbuurt van Caracas, maar die in West-Europa ongekend zouden moeten zijn. In een toespraak tot de verzamelde fauna en flora heeft het monument van onbekwaamheid Van Thijn het dan nog nodig geacht om de Zuidafrikanen de les te spellen."

Generaal Pinochet

Sympathiebetuigingen aan buitenlandse politici formuleert Vanhecke in overvloed, en is hij is daarbij niet bepaald kieskeurig. Jarenlang rolt hij de rode loper uit voor de rabauwen van extreem-rechts. Een primair anti-communisme blijkt zijn eerste drijfveer te zijn. Terwijl linkse regimes als des duivels worden verketterd, ontvangen de Latijns-Amerikaanse regimes van uiterst-rechtse snit het ene huldeblijk na het andere.

Over de verwoestende orkaan die het Midden-Amerikaanse land Nicaragua in 1988 treft, schrijft Vanhecke in december 1988: "De schade, materieel én moreel, aangericht in Nicaragua door de orkaan verzinkt in het niets vergeleken met de schade, opnieuw materieel én moreel, aangericht door zoveel jaren Sandinistisch schrikbewind door dictator "Fidel" Ortega" - hoewel Daniel Ortega dan al vier jaar een verkozen president is.

Augusto Pinochet daarentegen betitelt Vanhecke nooit als een dictator - hij houdt het bij het officiële generaal - hoewel Pinochet in 1973 via een bloedige staatsgreep tegen de democratisch verkozen president Salvador Allende aan de macht kwam en Chili jarenlang in een ijzeren greep hield. "Gorbatsjov, Honecker, Jaru­zelski, Ceaucescu, het zijn stuk voor stuk communistische dictators wier macht steunt op psy­chiatrische instellingen, Goelags en doodvonissen. Met hen vergeleken is Generaal Pino­chet een koorknaap," vergoelijkt Vanhecke in februari 1988.

In februari 1990 stelt hij voor de dan al 75-jarige Pinochet (°1915) tot man van het jaar uit te roepen, omdat die zowaar na zeventien jaar dictatuur eindelijk plaats ruimt voor een democratisch verkozen president. "Van hem kan en mag gezegd worden dat hij zijn land economisch tot het welvarendste van de streek heeft gemaakt, en dat hij volstrekt vrije verkiezingen heeft georganiseerd en het resultaat van die verkiezingen heeft gerespecteerd," zet Vanhecke de wereld op zijn kop.

Franco

Vanhecke heeft het wel voor rechtse legerleiders. Wanneer in 1988 in El Salvador de uiterst-rechtse Arena-partij (Republikeinse Nationalistische Alliantie) van de omstreden majoor d'Aubuisson de parlementsverkiezingen wint, begroet Vanhecke dat in mei 1988 als "de échte stem van het volk, tégen Amnesty International of Broederlijk Delen."

Ook later blijft Vanhecke "de rechtse volkspartij" Arena roemen omwille van haar harde aanpak van de linkse guerrilla FMLN, zoals in februari 1992. Dat d'Aubuisson genoemd wordt als leider van de doodseskaders en verantwoordelijk wordt geacht voor de moord op de bisschop der armen monseigneur Romero, wimpelt Vanhecke in mei 1989 af als "de visioenen van een stuk of wat progressieve zieleherders uit Bommerskonten".

Vanhecke bepleit in maart 1990 ook de vrijlating van de Spaanse kolonel Tejero, die uit heimwee naar Franco en uit afkeer voor de parlementaire democratie ooit een mislukte coup pleegde.

De ter dood veroordeelde Griekse kolonel Papadopoulos, de leider van de miltiaire staatsgreep in 1967 die het kolonelsregime installeerde, mag ook op Vanheckes mededogen rekenen: "Wie de vrijheid opeist voor Mandela, maar die weigert voor Papadopoulos, is een hypocriet of een leugenaar, of allebei," schrijft hij in mei 1990.

KKK

Een andere keer neemt Vanhecke het op voor David Duke, een gewezen kopstuk van de Ku-Klux-Klan (KKK), die gouverneur van de Amerikaanse staat Louisiana wil worden. "Politici mogen gerust ex-communisten zijn, wie echter in zijn jeugd een - allicht domme - misstap ter rechterzijde beging, blijft voor eeuwig en altijd verdoemd."

Meteen voelt Vanhecke zich geroepen om, zo schrijft hij vol overtuiging in het partijblad, "eindelijk ook hier eens de lof te zingen van het in 1975 verschenen boek Le blanc soleil des vaincus van Dominique Venner (Uitg. La Table Ronde, Parijs). Wie meer wil weten over de Amerikaanse burgeroorlog, en bijvoorbeeld over de échte Ku-Klux-Klan zonder in de misselijkmakende cliché"s te vervallen, kan niet om dit boek heen. [...] Warm aanbevolen antigif voor de dagelijkse desinformatie van de grote media!," aldus de latere VB-voorzitter in januari 1992.

Zijn laatste artikel in de rubriek buitenland verschijnt in juni 1996. Het is een giftig stukje over het Europees verslag Betreffende racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme onder de titel ‘De Europraatbarak slaat weer toe'. Vanhecke bedenkt de Vlaamse Europarlementsleden die het verslag goedkeurden met het koosnaampje "islamcollaborateurs".


[1] "t Pallieterke, 03.07.1996. Stefan Sintobin, een VB-kaderlid uit Izegem, haalt Vanheckes woorden instemmend aan. Het betreft een reactie op de hier geciteerde brief van Luc Sevenhans in 't Pallieterke. Vanhecke herhaalt deze woorden in een interview met het KVHV-tijdschrift Ons Leven, mei 1997.
[2] Vlaams Blok, juni 1996.
[3] Vlaams Blok, juli-augustus 1996.
[4] Gazet van Antwerpen, 12.06.1996.
[5] Verstraete P.J., Karel Dillen, portret van een rebel, 1992, p. 143.
[6] Deutsche National Zeitung, 22.04.1988 (in: AFF-Info Verzet, maart 1989).

 

 
Voeg toe aan favorieten
© 2010 Blokwatch - Nationale webstek over het Vlaams Belang
Page generated in 0.129115 seconds
1 jaar Blokwatch Reeds 7 miljoen keer bezocht!