Thursday 02 September 2010


weblogs-tegen-racisme.be.gifRapporteer Cyberhate!

STANDPUNTEN
Actueel
Programma
Dossiers
Economisch congres
Column
Anekdotes
Quiz
101 Redenen
DE PARTIJ
Waarom Vlaams Belang?
De voorzitter
Organisatie
Geschiedenis
Verkiezingen
Dissidenten
Bevriende groepen
Internationaal
VERKOZENEN
In de parlementen
Stemmingen
Voorstellen
In de gemeenten
IN DE MEDIA
Dagelijks persoverzicht
Kranten en tijdschriften
Wetenschappelijke teksten
Radio en televisie
Boeken en brochures
Boekbesprekingen
Persberichten
Debat
CONTACT
E-magazine
Meewerken
Steunen
Thesisservice
Waarom deze website?
Andere websites
Colofon
PROPAGANDA
Activiteiten
Foto's | E-Cards
Cartoons | E-Cards
Blokwatch TV
Webwinkel

blokwatch gratis stickers


[racisme] Analyse van het 70-puntenplan PDF Afdrukken E-mail
Dossiers
Geschreven door Marc Spruyt   

Het 70-puntenplan is ongetwijfeld de beruchtste programmatekst van het VB. De eerste versie van dat plan werd op 6 juni 1992 door Filip Dewinter gepresenteerd tijdens het colloquium Immigratie: het Westen voor de keuze. Het plan draagt als volledige titel Immigratie: de oplossingen. 70 voorstellen ter oplossing van het vreemdelingenprobleem. Het was een reactie op de uitspraak van Paula D'hondt, toenmalig koninklijk commissaris voor het migrantenbeleid, dat een "terugkeerbeleid" onrealistisch is. Het 70-puntenplan wilde aantonen dat zo'n terugkeerbeleid wel kon gerealiseerd worden.

In oktober 1996 pakte het Vlaams Blok uit met een nieuwe versie van het 70-puntenplan. Twee jaar lang had een werkgroep genaamd "Immigra­tie: de oplossingen" eraan gesleuteld. Die werkgroep was samengesteld uit tien parlementsleden: Filip Dewin­ter, Gerolf Anne­mans, Jurgen Ceder, Karim van Over­meire, Jan Penris, Filip de Man, Francis van den Eynde, Jean Gee­raerts, Jaak van den Broeck en Frans Wy­meersch. De eerste vier waren ook lid van het partijbestuur. Het toont ook aan dat het 70-puntenplan meer geestelijke vaders kent dan enkel en alleen Filip Dewinter.

Een bestseller

Het tweede 70-puntenplan verschijnt in een 241 blz. tellend pocketboek onder de titel Immigratie: de tijdbom tikt! Dewinters tronie prijkt in vierkleurendruk en met de obligate tand­pastabrede glimlach op de achterflap. Het boek wordt op een oplage van liefst 10.000 exemplaren gedrukt en tegen de spotprijs van 150 frank (ca. 3,75 €) te koop aange­bo­den, niet alleen via de eigen partijka­nalen, maar ook via boeken- en kranten­winkels. Op de voorstellingsavonden voor partijafdelingen, waar het boek als zoete broodjes verkoopt, signeert Dewinter zich alvast een kramp.

Na 1996 publiceert het Vlaams Blok lange tijd geen nieuwe teksten over migranten meer. Het lijkt wel alsof met dit tweede 70-puntenplan nu alles gezegd en geschreven is. Hoewel het partijbestuur het unaniem goedkeurt, laat het Blok ook nu weer weten dat het plan niet integraal te nemen of te laten is. "Indien de terugkeerpolitiek kan worden uitgevoerd zonder het opzetten van een islamitisch scholennet, dan is dat geen probleem, het doel telt," verklaart voorzitter Frank Vanhecke op 17 oktober 1996 in een interview met Gazet van Antwerpen.

Met het oog op de verkiezingen van 1999 brengt het Blok in zijn vijfdelige reeks themabrochures wel nog een deeltje Stop immigratie! - eigenlijk een geactualiseerde samenvatting van het pocketboek Immigratie: de tijdbom tikt! In zijn inleiding noemt voorzitter Vanhecke het 70-puntenplan nog steeds "het antwoord van het Vlaams Blok op het vreemdelingenprobleem".

Vier jaar na het tweede 70-puntenplan, in april 2000, brengt Filip Dewinter een nieuw boekje uit, getiteld Baas in eigen land. Over identiteit, culturele eigenheid en nationaliteit. Het pocketboek van 219 bladzijden bevat geen actualisering meer van het 70-puntenplan, maar wel een samenvatting - het staat er nu niet meer genummerd in punten van 1 tot 70. Bepaalde concrete punten worden weliswaar niet hernomen, maar niets belet het Blok er ten gepaste tijde naar terug te grijpen. Fundamentele verschillen met het 70-puntenplan van 1996 zijn er niet. De doelstelling is nog steeds dezelfde. Van een afzweren van de terugkeerpolitiek is geen sprake. Het hele boekje is in feite een absoluut non-event dat in vergelijking met 1996 weinig nieuws bevat.

Acht nieuwe punten

Het eerste 70-puntenplan dateerde van 1992 en bij de heruitga­ve ervan in 1996 zag het VB zich genood­zaakt acht nieuwe punten te verzin­nen ter vervan­ging van diegene die inmiddels door de rege­ring in praktijk zijn gebracht.

"De buikspreker van het Vlaams Blok", noemde het partijblad van februari 1996 toenmalig socialistisch minister Louis Tobback nadat die asiel­zoekers vergeleken had met "meeu­wen op een stort". En het voegde daar meteen aan toe: "Dit bewijst dat het Vlaams Blok al die tijd gelijk heeft gehad, zeker wat het asielbeleid betreft. Het bewijst eveneens dat het Vlaams Blok door zijn electorale opgang wel degelijk weegt op het beleid en het beleid kan sturen. Neemt Tobback het Vlaams Blok daarmee de wind uit de zeilen? Helemaal niet, wel integendeel. Het toont aan dat wat wij voorstellen hele­maal niet zo dwaas is. Het toont aan dat onze voorstellen wel degelijk realistisch en uitvoerbaar zijn. Het komt er op aan onze politieke tegenstanders te dwingen in onze richting te denken, al was het maar uit politiek lijfsbe­houd.""

De volgende - nogal sterk op mekaar lijkende - punten uit het oude 70-puntenplan waren anno 1996 volgens het Blok geheel of gedeelte­lijk gereali­seerd door de minis­ters van Binnenland­se Zaken Louis Tobback en Johan vande Lanotte (SP):

  • Punt 31: het verstrakken van de wetgeving die schijnhuwelij­ken onmoge­lijk moet maken.
  • Punt 36: het recht op arbeid voor kandi­daat-poli­tieke vluch­te­lingen werd afgeschaft.
  • Punt 37: de erken­ningsproce­dure voor kandidaat-politieke vluchtelingen werd ingekort; binnen de 3 maanden dient er een uitspraak te zijn over de ontvankelijkheid van het asielver­zoek.
  • Punt 38: er werden reeds gesloten opvangcentra voor uitge­pro­cedeerde asiel­zoekers opgericht (nl. te Steenokkerzeel, Brugge en Merksplas).
  • Punt 41: een daadwerkelijke uitwijzing en repatriëring van illegalen komt langzaam op gang (947 repatriëringen in 1992, 2699 in 1995).
  • Punt 43: de uitwijzingspro­cedure voor geweigerde kandidaat-poli­tieke vluch­telingen wordt strikter toegepast.
  • Punt 45: het repatriërings­budget steeg van 40 miljoen fr. in 1991 naar 158 miljoen fr. in 1995.
  • Punt 46: er werden reeds gesloten op­vangcentra voor illega­len opgericht.

Einde van de lijst, of welgeteld acht van de zeventig punten. Er bleven er dus nog 62 over. Dat de regering het 70-puntenplan "punt na punt uitvoert", zoals het Blok het graag voorstelde, was alleen al kwantita­tief beschouwd dan ook niet meer dan propagan­disti­sche misleiding, bedoeld om de Blok-kiezers de boodschap te doen slikken dat zij geen compleet nutteloze stem hebben uitge­bracht. "Eigenlijk zou het Vlaams Blok minister Vande Lanotte om auteursrechten moeten vragen," orakelde Filip de Man op 4 april 1996 in de Kamer. "Wij danken u, maar vergeet niet dat er nog zo"n zestigtal punten gerealiseerd moeten worden."

Elk van deze acht "gerealiseerde" punten had bovendien stuk voor stuk betrek­king op het uitwijzingsbeleid ten aanzien van asielzoekers. Het beleid dat in dit land gevoerd wordt ten aanzien van de reeds aanwezige migranten (de oor­spronke­lijke gastar­beiders en hun nakome­lingen), is nog steeds een inte­gratiebe­leid. Van een migranten-buiten-beleid is nergens sprake. Die vaststelling is het Blok niet vreemd. "Hoe­wel sommige voorstellen uit het 70-puntenpro­gramma door de rege­ring ge­deeltelijk of volledig werden uitge­voerd, weigeren de traditi­onele partijen een terugkeerpo­litiek te voeren," schreef het beteuterd in Immigratie: de tijdbom tikt!

Op dit vlak, maar ook op dat van het asielbeleid, bleef het Vlaams Blok nog steeds het verschil uitmaken. Want naarmate andere partijen meer en meer de hete adem van het Blok in hun nek voelden, werd extreem-rechts er zelf niet gematigder op. Zo eiste het Blok nu in een nieuw punt 47 "dat het helpen onder­duiken van illegalen en uitgepro­ce­deerden streng bestraft wordt."

De acht "gerealiseerde" punten werden in het nieuwe 70-puntenplan vervangen door de volgende acht nieuwe punten:

  • Punt 2: ontmaskeren en ontmantelen van de vreemdelingenlob­by.
  • Punt 7: organiseren van een volksraadpleging over het immi­gra­tie­probleem.
  • Punt 11: nationaliteit als voorwaarde voor benoeming in door de overheid samengestelde adviesraden of publiekrechtelijke beheersorganen.
  • Punt 21: opzeggen van het non-discriminatiepact en afwijzen van de non-discriminatiecode.
  • Punt 28: invoeren van een burgerschapsproef voor het verwer­ven van de nationaliteit.
  • Punt 37: invoeren van een lijst van politiek onveilige landen.
  • Punt 47: bestraffen van het helpen onderduiken van illegalen en uitgeprocedeerden.
  • Punt 65: stedelijke en gemeentelijke samenwerking (bv. tussen Vlaamse en Marokkaanse steden).
Getoetst aan het EVRM

Het nieuwe 70-puntenplan was uitgekiender dan het oude. "Wij hebben tevens van de gelegen­heid gebruik ge­maakt om het 70-punten­plan, nog meer dan vroe­ger reeds het geval was, te onderbouwen en te omkaderen," schreef het VB. De partij was daarbij niet over één nacht ijs gegaan.

De juridische medewerkers van de studiedienst werden aan het werk gezet om de kritiek op het vorige 70-puntenplan te ont­krach­ten, als zou dat in strijd zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en andere internationale verdragen.[2] "Ieder punt van het 70-puntenplan werd gewikt, gewogen en getoetst aan het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens," heette het nu. Dat laatste kan verbazen, gezien het Vlaams Blok hele­maal geen universele mensenrechten erkent en, wel­licht ten bewijze daarvan, er in zijn nieuwe 70-puntenplan ook ner­gens naar verwijst.

Verwijzingen naar het EVRM zijn er wel, doch enkel bij zes punten. Het is daarbij opval­lend dat het Vlaams Blok het Europees mensen­rech­ten­ver­drag steeds inroept om de mensen­rech­ten van migran­ten in Vlaanderen te beknotten - wat gezien het karak­ter van het 70-puntenplan niet geheel verbaast. Het Blok was dan ook niet te beroerd om te schrijven: "Het EVRM biedt juridi­sche argumenten ter onder­steuning van het 70-puntenplan. Het 70-puntenplan neemt deze argumenten over en werkt ze verder uit in de prak­tijk." (Het EVRM laat onder bepaalde voorwaarden inderdaad toe vreemde­lingen beperkingen op te leggen aan fundamentele mensenrech­ten, zoals de vrijheid van vereni­ging.)

Het Blok was er ogenschijnlijk in geslaagd om de kritiek dat het 70-puntenplan het EVRM met de voeten treedt, om te buigen tot een wapen in haar voordeel. Niettemin was het opvallend dat het Blok het EVRM enkel inriep wanneer het haar goed uitkwam. Artikelen die niet in haar kraam pasten werden simpelweg genegeerd en sommige interpretaties zijn hoogst betwistbaar.[3] (Zie ook het kaderstuk onderaan dit artikel.)

  • Zo vormden punt 14 (intrekking van de erkenning van de islamitische eredienst) en punt 15 (mos­keeën mogen enkel worden ingericht buiten de stadskernen) nog steeds een inbreuk op artikel 9 van het EVRM dat de vrijheid van godsdienst re­gelt.
  • Punt 32 (het systeem van familiehereniging afschaffen) strookte dan weer niet met artikel 8 van het EVRM dat het recht op eerbiediging van het gezinsleven garandeert.
  • Andere punten vormden overtredingen van het recht op genot van eigendom en van het verbod van collectieve uitzetting van vreemdelingen. (Daarnaast bevatte het ook heel wat schendingen van onder meer de sociale en economische wetgeving.)

Dat het Vlaams Blok in zijn tweede 70-puntenplan nadrukkelijk lippendienst bewes aan het EVRM, gebeurde niet toevallig nadat de overheid in 1995 de toeken­ning van partijsubsi­dies aan de voor­waarde koppelde dat die partijen het EVRM moeten res­pec­teren. Het Blok paste toen prompt zijn partijstatuten in die zin aan.

Ras of cultuur?

In het nieuwe 70-puntenplan werd grote kuis gehouden in het taalgebruik. De woordenschat werd afgeborsteld, bepaalde terminologieën werden als ware abcessen weggesneden. In het hoofdstuk "De eigenheid van ons volk beschermen" werd de knipschaar het duchtigst gehanteerd.

In de versie van 1992 werd dat hoofdstuk nog als volgt ingeleid:

"De massale immigratie vanuit de der­de-wereldlanden naar West-Europa in het algemeen en naar Vlaanderen in het bijzonder houdt een reëel gevaar in voor de identiteit en de eigenheid van ons volk. De integratie- en assimila­tiepolitiek gevoerd door de overheid leidt onver­mijdelijk naar een multi-raciale en pluri-culturele maatschappij. Indien wij onze volkse eigen­heid en onze culturele iden­titeit willen behou­den, moe­ten er dringend een aantal concrete maat­regelen genomen worden." (Mijn cursivering, ms)

In 1996 zag diezelfde paragraaf er plots zo uit:

"De massale immigratie vanuit de der­de-wereldlanden naar West-Europa in het algemeen en naar Vlaanderen in het bijzonder betekent een reële bedreiging voor de eigenheid van ons volk. De integratiepolitiek zoals die wordt gevoerd door de over­heid, leidt onver­mijde­lijk naar een multi-culturele maat­schap­pij. Indien wij onze volkse eigen­heid en onze culturele iden­titeit willen behou­den, moe­ten dringend een aantal con­crete maatrege­len genomen worden." (Mijn cursivering, ms)

De woorden "assimilatiepolitiek" en "multiraciale maatschappij" zijn nu verdwenen. Enkel de multi-culturele samenleving is nog de bij naam genoemde vijand.

Het Blok veranderde zijn taalgebruik, maar daarom niet zijn ideeën. Ook al zweeg het er nu over, dat betekende niet dat het in de kleurrijke multi-raciale maatschappij voortaan geen bedreiging meer zag. "De toekomst ziet er niet rooskleurig uit," luidde het dubbelzinnige commentaar onder een foto met migrantenkinderen in het partijblad van juni 1998. En parlementslid Emiel Verrijken bleef migranten denigrerend betitelen als "kleurlingen".[4] Een andere keer had hij het over "de invasie van de vreemde volksstammen" en over "totaal onaanpasbare niet-Europese, niet tot het Avondland behorende gastarbeiders uit een van de achterlijkste landen van de wereld."[5]

Het Blok bleef de partij van het blanke, mono-etnische Vlaanderen. Al deed het uitstekend haar best om dat te verbergen. "Het 70-puntenplan van het Vlaams Blok gaat helemaal niet uit van één of andere hiërarchische rassenrangschikking. Het Vlaams Blok heeft het trouwens nooit over rassen, maar over culturen," schreef het - net zoals in vorige anti-migrantenprogramma"s - ook nu weer.

Schijn bedriegt. Van een koerswending was geen sprake. Wel van een soepeler taalgebruik, al bleef dat even strakke ideeën in zich dragen. Extreem-rechts maakt zich veel acceptabeler door het raciale taalgebruik achterwege te laten.

  • Terwijl ras een aangebrand en met zonden beladen term is, klinkt cultuur als een beschaafd en beloftevol woord.
  • Terzelfdertijd is cultuur echter een specifieker, dus exclusiever begrip: er zijn meer culturen dan zogenaamde rassen. Niet iedereen met een andere cultuur behoort tot een ander ras (een Waal is ook een blanke, bijvoorbeeld).

Door over cultuur te spreken vangt extreem-rechts met andere woorden twee vliegen in één klap: het sluit de blanken met een andere cultuur uit (bijvoorbeeld de Walen), én het sluit de niet-blanken met een andere cultuur uit (zoals de migranten van Noord-Afrikaanse herkomst).

Met het afwijzen van de multi-culturele samenleving bereikte het Blok dus ook een raciale doelstelling. Die combinatie van mono-culturele en mono-raciale eigenschappen resulteert in de mono-etnische typering van Vlaanderen. Het zijn de bestanddelen van wat het Blok noemt: "onze volkse eigenheid".

Ziehier waarrond het anti-migrantenprogramma van het Vlaams Blok in feite draait. Zoals Filip Dewinter in het partijblad van september 1993 nog stelde: "Het 70-punten­plan heeft een duidelijk politiek en ideo­logisch doel voor ogen: het streven naar mono-etnische staten waarbij de identi­teit en de culture­le eigen­heid van ieder volk cen­traal staat. Enkel het overgro­te deel van de niet-Europese vreemde­lingen laten terug­keren naar hun landen van her­komst, kan aan dit volksnationaal streven tege­moet komen.""

Een uitzondering

Het nieuwe 70-puntenplan bleef oude wijn in nieuwe zakken. "Uiteraard was het niet de bedoeling het be­staande plan af te zwakken of te veranderen," benadrukte het partijblad van oktober 1996 bij de voorstelling ervan. Van een opening naar de niet-blanke niet-Europese migranten is nog steeds geen sprake, ook al zegt het Blok nu dat bepaalde migranten wél kunnen blijven. "Uiteraard is eenieder er zich van bewust dat een deel van de tweede en de derde generatie vreemdelingen hun lot en hun toekomst zullen verbinden met dat van onze volksgemeenschap," luidde het in het nieuwe punt 70.

Maar dat sloeg enkel op een superkleine minderheid, niet meer dan een handvol individuen, beklemtoonde Immigratie: de tijdbom tikt! (1996). "Vreemdelingen kunnen als individu in onze volksgemeenschap opgenomen worden zonder dat dit een wezenlijke aantasting van onze volkse eigenheid inhoudt. Wat met individuen kan, kan evenwel niet met groepen van vreemdelingen die wat het aantal betreft, in staat zijn een groep in de groep, een gemeenschap in de gemeenschap, een cultuur in de cultuur te vormen." En het Blok noemt als voorbeelden onder meer het Filippijnse adoptiekind en de Chinese restaurantuitbater. Voor de rest blijft alles bij het oude: de geheide terugkeer.

Merkwaardig genoeg kwam het Blok hiermee tegemoet aan de kritiek die al jaren vanuit bevriende extreem-rechtse hoek viel op te tekenen. De niet bepaald gematigde Were Di-voorzitter Bert van Boghout stond als één man achter de zogenaamde terugkeerpolitiek, maar verweet het Blok terzelfdertijd te weinig oog te hebben voor uitzonderingen op de regel. Na de bekendmaking van het eerste 70-puntenplan in 1992 schreef Van Boghout in Dietsland-Europa van augustus 1996:

"Vroeger reeds pleitten we voor wat we noemden "de menselijke uitzondering". Geen maatregel - hoe rechtvaardig en gemotiveerd ook - kan of mag weigeren daarmee rekening te houden. Precies het inlassen van een dergelijke duidelijk omlijnde paragraaf zou kwaadwillige, boosaardige criticasters de mond kunnen stoppen. Bovendien zou die houding beantwoorden aan bepaalde maatschappelijke werkelijkheden, hoe uitzonderlijk deze ook mogen wezen. [...] De hier voorgestelde "menselijke uitzondering" kan alleen de voorgestelde terugvoerpolitiek aan geloofwaardigheid doen winnen. [...] Een uitzondering is een uitzondering en mag niet uitdeinen tot algemene regel.

De Nationalistische Grondslagen (1985) van Were Di bevatten eveneens een duidelijke paragraaf in die zin:

"Voor het probleem van de niet-Europese inwijking moeten gezamenlijke Europese oplossingen uitgewerkt worden, waarbij vertrokken wordt van de niet-integreerbaarheid van deze niet-Europeanen. [...] Het gastarbeidersprobleem is een menselijk probleem dat niet met absolute slogans opgelost kan worden. Steeds blijft er de individuele uitzondering die de regel kan doorbreken. De vreemdelingen die dan - in uiteraard beperkt aantal - hier blijven, moeten dan ook volkomen geassimileerd worden."

Assimileren...

Daarmee introduceerde het Blok in 1996 voor het eerst een nieuw concept in haar anti-migrantenprogramma: de assimilatie. "Het Vlaams Blok kiest voor een Vlaams Vlaan­deren, waarin ongetwij­feld nog altijd een aantal vreemdelingen zullen wonen, werken en le­ven, maar waarbij degenen die zich op dezelfde rechten willen beroepen als de Vlamingen, zich moeten assimileren, zich aan ons moeten aanpassen. De vreemdelingen die illegaal in ons land verblijven, zich aan criminele feiten schuldig hebben gemaakt, of zich niet kunnen, willen of mogen assimileren, moeten terugkeren naar hun eigen land," schrijft het in Immigratie: de tijdbom tikt!

De naturalisaties herzien

Assimilatie is evenwel geen doelstelling van de Blok-politiek. Een Belgisch paspoort vormde zeker en vast geen garantie voor een verblijf van onbepaalde duur. "Ook al hebben ze een vodje papier met een B van Belg erop, het zijn en blijven vreemdelingen," benadrukte Filip Dewinter op 18 november 1997 in het parlement. "Het is niet omdat men iemand vijf nationaliteiten geeft, dat hij iemand anders wordt qua ethniciteit, cultuurbeleving, waarden en normen, taal, godsdienst, uitzicht, naam en afkomst," voegde hij daar op 26 mei 1998 aan toe. Nationaliteit is voor het VB geen synoniem met staatsburgerschap, wel met lidmaatschap van de volksgemeenschap: Belg kan je worden, Vlaming word je echter geboren.

Het Blok wilde alle sinds 1974 toegekende naturalisaties herzien. Die eis stond in punt 30 van het 70-puntenplan en was vergezeld van een subtiel racistisch commentaar: "Het Vlaams Blok stelt vast dat de versoe­pelde natura­lisatiewetge­ving vooral een poging [...] was om de aanwezig­heid van niet-Euro­pese vreemdelingen in dit land definitief en onomkeerbaar te maken. Aangezien de naturalisa­tiewetgeving [...] herleid werd tot een puur administra­tieve handeling, kan onze gemeen­schap niet gebonden zijn door de sinds 1974 ver­leende natura­lisa­ties."

De partij maakte zich zorgen over de biologische samenstelling van de Vlamingen - een essentieel onderdeel van "onze volkse eigenheid". Ze wilde daarom "de natio­naliteit door afstamming herinvoeren" (het ius sanguinis) - in de vorige versie stond er nog "door bloedaf­stamming" (punt 25). De genetische familieband is de graad­meter van die bloed­afstamming: Vlaming is wie uit Vlaamse ouders geboren wordt. Van nationaliteit veranderen is dan ook zo goed als uitgesloten. (Het Blok zetelt sinds de parlementsverkiezingen van juni 1995 in de Kamercommissie voor de Naturalisaties. De partij stemt er altijd tegen.)

Een burgerschapsproef

Dat principe wilde het Blok met terugwerkende kracht tot in 1974 toepassen. De meer dan 300.000 mensen die sindsdien genaturaliseerd werden, zullen worden onderworpen aan "een bindende taal- en burgerschapsproef" (punt 30). Deze test, één van de nieuwigheden in het tweede 70-puntenplan, maakte deel uit van de criteria die het Blok koppelt aan "de invoering van strenge naturalisatievoorwaarden" (punt 27).

Die voorwaarden waren: "Ofwel: ten volle 25 jaar oud zijn, sedert ten minste 10 jaar zijn hoofdverblijfplaats in dit land hebben, de taal van de hoofd­verblijfplaats beheersen, van goed gedrag en zeden zijn, succesvol een burgerschapsproef afleggen. Ofwel: bijzondere diensten hebben bewezen aan dit land of ze door zijn bekwaamheden of zijn talenten kunnen bewijzen."

Het Blok eiste van die migranten meer dan dat ze de Belgische wetten respecteren. Ze moeten in de geest van de mono-cultuur ook volledig hun eigen cultuur liquideren. Een moslim kan zich per definitie niet assimileren - en volgens Blok-tellingen wonen er in België 300.000 moslims... Diegenen die in Vlaanderen willen blijven, schreef het Blok, "moeten weten dat dit alleen kan door zich volledig te assimileren en aan te passen aan onze manier van leven, aan onze waarden en normen, aan onze taal en cultuur" (punt 70).

De test is overduidelijk gericht op een marginale slaagkans. Jongeren en nieuwkomers kunnen er hoe dan ook niet aan deelnemen. En wie in zijn jeugd wat kattenkwaad heeft uitgehaald, mag het ook vergeten. Kandidaten moeten bovendien voldoende solvabiliteit kunnen aantonen, zodat werklozen en bestaansminimumtrekkers zijn uitgesloten - Dewinter noemt hen ook wel "de uitkeringsverslaafden".

Voldoende kennis van de streektaal is een vereiste voor naturalisatie, maar het Blok wil daar geen werk van maken. De partij kant zich als enige tegen lessen Nederlands voor anderstaligen. "De vreemdelingen moeten zelf de spontane bereidheid daartoe vertonen. Dat is het minste wat we van hen kunnen verwachten," verklaarde Dewinter op 28 februari 1996 in het parlement.

Wie niet slaagt in de test is Belg af en ontvangt een uitwijzingsbevel als ongewenste vreemdeling. Van een herkansing is geen sprake. De enkelingen die de test wel met succes afleggen, moeten vervolgens een proefperiode van vijf jaar doorstaan. Lopen ze in die periode een effectieve veroordeling van meer dan drie maanden op, dan spelen ze de verworven nationaliteit voor altijd weer kwijt (punt 29).

...Of terugkeren

De zogenaamde "keuze tussen terugkeer of assimilatie" bestond vroeger ook reeds, maar enkel voor vreemdelingen uit de Europese Unie. Vanaf 1996 stelde het VB het voor alsof het de slogan Pas u aan of verhuis opentrekt naar alle vreemdelingen.

Dat was natuurlijk niet zo. Nergens schreef de partij dat het een groot deel van de migranten in Vlaanderen zal laten blijven. Laat staan dat het daar de beleidsmatige consequenties aan wilde vastknopen: het zogenaamde tweesporenbeleid van het Blok - "ofwel assimilatie ofwel terugkeer" - wilde enkel geld vrijmaken voor die laatste optie.

Het Blok was er zelfs tegen gekant dat migranten op 11 juli het feest van de Vlaamse Gemeenschap meevieren, zoals de Vlaamse overheid via kleine subsidies wil stimuleren onder het motto Thuis in Vlaanderen. Dat steekt het etnisch-nationalistische Blok, dat bij monde van Wilfried Aers op 19 februari 1996 in het Vlaams parlement de vraag stelde: "Is de minister niet van mening dat migranten beter hun eigen nationale feesten kunnen vieren en zo de band met hun landen van herkomst verstevigen, in plaats van met Vlaams geld 11 juli-vieringen te organiseren?"

Dat was dan ook aan het tweede 70-puntenplan te merken, waarvan geen enkel punt gericht was op de assimilatie van migranten. Die term kwam overigens niet toevallig pas in het zeventigste en laatste punt ter sprake. Want de hele opzet bleef ongewijzigd: Vlaanderen laten kennen als een migrant-onvriendelijke samenleving. "Via allerlei maatregelen dienen de terugkeer bespoedigd en het hier blijven ontmoedigd te worden. Dit alles zal de begeleide terugkeer van een belangrijk deel van de niet-Europese vreemdelingen naar hun landen van herkomst tot gevolg hebben," schreef het Blok opnieuw. Daarmee hield de partij vast aan haar onuitgesproken programma van etnische zuivering.

Berekeningen over het aantal migranten dat verwijderd zal worden, had het Blok in alle stilte al gemaakt. Het pocketboek Immigratie: de tijdbom tikt! bestond voor de helft uit bladzijden met cijfers, tabellen en grafieken. Met die cijfers schepte het VB vooral verwarring.
  • België telde anno 1996 909.769 vreemdelingen (9,0%), meldt het Blok, maar die vormen uiteraard niet allemaal het onderwerp van het terugkeerplan.
  • Dat gaat enkel over de 355.252 niet-EU-vreemdelingen (3,5%), en dan nog vooral de 140.303 Marokkanen (1,4%) en 81.744 Turken (0,8%).
  • Van die niet-EU-vreemdelingen wonen er 130.338 in Vlaanderen (2,2%), onder wie 45.828 Marokkanen (0,8%) en 40.956 Turken (0,7%).
  • In Brussel wonen 146.973 niet-EU-vreemdelingen (15,5%), onder wie 74.070 uit Marokko (7,8%) en 21.201 uit Turkije (2,2%). "Een levensgroot probleem" noemt het Blok dat.
  • Alles samen richtte het terugkeerplan zich dus in eerste instantie op 182.055 mensen - zijnde alle Marokkanen en Turken in Vlaanderen en Brussel - of 2,7% op een totale bevolking van 6,8 miljoen inwoners. (Of 222.047 voor heel België, daarbij moeten ook nog enkele duizenden Algerijnen en Tunesiërs geteld worden.) Zo groot was wat het Blok noemde "de massale immigratie naar onze gewesten".
  • Die cijfers dikte het Blok nog aan met de 266.203 vreemdelingen (cijfers voor heel België) die tussen 1985 en 1995 tot Belg werden genaturaliseerd. De partij gooide hierbij alle vreemdelingen echter op één hoop, want slechts een kleine minderheid hiervan bezat voordien de Turkse of de Marokkaanse nationaliteit.[6] Het Blok kende die aantallen wel (kamerlid Bart Laeremans stelde er in 1996 nog een parlementaire vraag over), maar het moffelt die ergens middenin haar tekst weg. Die cijfers leren dat alles tezamen 57.388 of 18% van de naturalisaties tussen 1985 en 1995 betrekking had op Marokkanen (32.364), Turken (16.111), Algerijnen (4587) en Tunesiërs (4326).
  • Bij de groep vreemdelingen telde het Blok tenslotte ook nog eens de naar schatting 150.000 illegalen bij (cijfers voor België), maar ook deze cijfers zijn nattevingerwerk.
Illegalen en criminelen

Met die "illegalenplaag" wilde het Blok allereerst korte metten maken. Een bijzondere politiedienst zal worden opgericht om onder meer via razzia"s een massale speurtocht naar illegalen te houden (punt 41). Desnoods door hele steden van deur tot deur uit te kammen, suggereerde Filip de Man op 6 juni 1996 in de Kamer.

Het Blok wil opgepakte illegalen concentreren in gesloten centra. Daarvan moeten er zoveel als nodig bijgebouwd worden in afgelegen gebieden, "waar ze geen overlast voor de bevolking veroorzaken" (punt 43). De opgepakte vreemdelingen worden vervolgens en bloc met een C-130 vrachtvliegtuig van de luchtmacht teruggevlogen (punt 45) - Filip de Man op 24 januari 1996 in de Kamer: "Het verbaast mij dat iedereen steigert wanneer het woord "charter" valt." Landen die de repatriëring van hun onderdanen weigeren wil het Blok bestraffen, onder meer door hen geen ontwikkelingshulp meer toe te kennen (punt 40).

Met criminele vreemdelingen - "deze markante vorm van "etnisch ondernemerschap" heet het in Stop immigratie! - had het Blok even weinig geduld. "Als wij de bruine pest zijn, wat zijn zij dan?" vroeg toenmalig Blok-kamerlid Xavier Buisseret retorisch in het partijblad van september 1997. Elke vreemdeling die tot minstens 6 maanden cel werd veroordeeld, zal onmiddellijk worden uitgewezen. Vreemdelingen met een strafblad komen het land ook niet meer in (punt 48). Met die maatregel hoopte het Blok in één gebaar jaarlijks een paar duizend Turken en Noord-Afrikanen automatisch het land uit te krijgen - en wellicht nog meer als hun familieleden zullen volgen.

Dat alles was echter niets meer dan een generale repetitie voor wat nadien komt. Met de automatische uitwijzing van criminelen en illegalen raakte het Blok nog steeds niet de overgrote meerderheid der niet-Europese vreemdelingen kwijt. Dat moest de partij in het 70-puntenplan ook zelf toegeven: "Vanzelfspre­kend verblij­ven er op ons grondge­bied een groot aantal legale vreemdelin­gen die zich niet aan criminele feiten bezondigen. Deze groep kan niet zonder meer het land uitgezet worden. Dat neemt niet weg dat er wel een beleid kan gevoerd worden dat deze mensen ertoe aanzet om naar hun land terug te keren."

De georganiseerde marginalisering van de migrantenbevolking

Het 70-puntenplan was vooral gericht op de georganiseerde verarming van de migrantenbevolking. Diegenen die geen werk hebben, een groot gezin moeten onderhouden of in een sociale woning huizen, worden het eerst getroffen.

Werklozen en hun familie:

Migranten die niet langer als arbeidskracht van pas komen, mochten nog steeds onmiddellijk opkrassen. Het Blok berekende hun aantal op 27.938 werkloze Turken en Noord-Afrikanen (op een totaal van 499.954 werklozen - cijfers voor België anno 1995). Die werklozen vallen vanaf de eerst dag terug op niet meer dan een minimumdop (punt 57). Werk zoeken in andere sectoren wordt onmogelijk (punt 58). Na vijf maanden worden zij automatisch uitgewezen (punt 56), samen met hun familieleden (punt 68). Dat deze migranten het slachtoffer zijn van discriminatie deed het Blok af als een "culpabiliserende opinie".

Werknemers:

De 13.579 Turken en 22.058 Marokkanen die hier hun boterham verdienen, vormden een kleine minderheid op een totale werkende bevolking van 3,6 miljoen (cijfers voor België anno 1991). Toch vonden ook zij geen genade in de ogen van het Blok, dat hun kansen op de arbeidsmarkt tot nul wilde herleiden. Het ontslag van deze 35.637 werknemers "zal ongetwijfeld positieve gevolgen hebben voor de tewerkstelling in ons land," meende het Blok, dat alle "werk voor eigen volk eerst" opeiste (punt 23). "Zolang dit land een half miljoen werklozen telt, is het niet meer dan normaal dat bij tewerkstelling voorrang gegeven wordt aan mensen van ons eigen volk."

Werkgevers zullen tot dergelijke ontslagen worden aangespoord via "een belasting op de tewerkstelling van niet-Europese vreemdelingen" (punt 52; niet meer opgenomen in Dewinters Baas in eigen land van 2000). "Ook Vlaamse en Waalse arbeiders zijn bereid om het zogenaamde vuile werk te doen, mits een aangepast loon," voorspelde het Blok.

Huisvesting:

Niet alleen werken, ook wonen werd een stuk moeilijker voor migranten. Het Blok eiste "sociale huisvesting voor eigen volk eerst" (punt 24) en zou daarmee alleen al in Vlaanderen bijna negenduizend migrantengezinnen zonder een dak boven hun hoofd op straat zetten. "De Vlamingen dienen op de eerste plaats de vruchten te plukken van de Vlaamse welvaart. De huisvesting van buitenlanders daarentegen moet kaderen in een terugkeerbeleid van de overgrote meerderheid van vreemdelingen naar hun landen van herkomst", noteerde het Blok in Immigratie: de tijdbom tikt! Bovendien mochten niet-Europese vreemdelingen pas na vijf jaar een huis of stuk grond kopen. Wilden ze dit voortverkopen, dan mocht dat enkel aan Belgen (punt 59).

Kindergeld:

Voor circa veertigduizend migrantengezinnen werd het leven nog wat duurder gemaakt, want het Blok wilde een deel van hun kindergeld afschaffen. Enkel voor de eerste drie kinderen kwam er nog wat (punt 54). Een kroostrijk gezin met vijf kinderen zou dan nog slechts de helft krijgen van waar het voordien recht op had. Voor kinderen die in het buitenland verblijven, werd de kinderbijslag - die reeds beperkt is - compleet afgeschaft (punt 55).

Naast de sociale en economische rechten wilde het Blok ook komaf maken met de politieke, culturele en religieuze rechten en vrijheden van migranten. De enige vrijheid die het Blok migranten gunde, was de vrijheid het land te verlaten en nooit meer terug te keren.

Gosdienstvrijheid:

De erkenning van de islamitische eredienst zou worden ingetrokken (punt 14). Moskeeën zouden overal worden gesloten; enkel op afgelegen plaatsen buiten de woonkernen duldde het Blok nog een klein aantal islamitische gebedshuizen (punt 15). Zelfs de doden mochten niet blijven: het Blok wil geen islamitische begraafplaatsen in Vlaanderen.

Vrijheid van meningsuiting en van organisatie:

Migranten mogen enkel nog politieke organisaties oprichten mits nadrukkelijke toelating van de overheid (punt 12). Organisaties van moslimstrekking (punt 17) of met politieke wortels in het buitenland (punt 13), maar ook organisaties die ijveren voor de integratie van migranten (punt 2) zullen niet worden toegelaten.

Politieke rechten:

Uiteraard was het Blok rabiaat gekant tegen elke vorm van stemrecht voor vreemdelingen (punt 9). Een massale campagne in het voorjaar van 1997, waarbij 2,4 miljoen pamfletten Stemrecht voor vreemdelingen: Nooit! werden verspreid, moest dat nogmaals in de verf zetten. Het Blok riep daarbij op de hoofdkwartieren van de traditionele partijen - hun adressen en telefoonnummers werden afgedrukt - te bestoken. "Stuur hen protestbrieven of telefoneer hen om uw ongenoegen te laten blijken. Oefen vooral druk uit op de CVP."

In Antwerpen breide het Blok een extra luik aan die campagne. De partij wilde er middels een petitie een gemeentelijk referendum afdwingen.

In oktober 2000 werden de districtsraden van de negen gemeenten die samen de Antwerpse fusiestad vormen voor het eerst rechtstreeks verkozen. Het Blok was er als de dood voor dat migranten dan mee zouden kunnen stemmen. "Het is niet uit te sluiten," aldus het partijblad van januari 1997, "dat wanneer de vreemdelingen bij de districtsraadsverkiezingen uit de stemhokjes geweerd worden, het Vlaams Blok in bepaalde districten (Borgerhout, Antwerpen, ...) wel eens de meerderheid zou kunnen behalen. In Borgerhout behaalt het Vlaams Blok nu reeds 41% van de stemmen. Anderzijds telt Borgerhout 28% vreemdelingen. Het stemrecht voor vreemdelingen zou uiteraard het Vlaams Blok-stemmenaantal afremmen."

De partij hoopte hier een stokje voor te steken door een gemeentelijk referendum over vreemdelingenstemrecht te forceren. "Een democratische atoombom," noemde Dewinter het bij de lancering in december 1996. Het Blok moest daarvoor 32.500 handtekeningen verzamelen, 10% van de stemgerechtigde Antwerpenaren. Hoewel het Blok in de stad Antwerpen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 28% van de stemmen behaalde (76.877 kiezers), duurde het bijna een jaar voor het de benodigde handtekeningen "op markten, pleinen en van huis tot huis" wist samen te brengen. "Het verzamelen van 32.500 handtekeningen was geen sinecure," meldde het partijblad in november 1997.

Van de overhandiging van de petitieformulieren maakte het Blok een hele klucht. Op 4 november 1997 belden gemeenteraadslid Filip Dewinter en zijn gevolg er mee aan bij SP-burgemeester Leona Detiège, maar die gaf niet thuis. Voor de gelegenheid lieten ze zich vergezellen van twee kamelen. Op één ervan was een als Maghrebijn verklede Blok-militant gekropen. "Uw burgemeester voor het jaar 2000", blokletterde een meegedragen bord.

Dat zei natuurlijk meer over hoe het Vlaams Blok over migranten denkt, dan over hoe migranten zijn (niemand gebruikt een kameel als vervoermiddel, behalve het Vlaams Blok). Migranten vormen omwille van hun moslimcultuur een bedreiging voor de democratie, luidde het in juni 1996 op het ideologisch congres Het volk beslist. Meer democratie in een vrij Vlaanderen. Dat schilderde migranten af als politiek achterlijk. "Het is een illusie te hopen dat de moslims de democratische spelregels in ons land zullen naleven. De democratie in het westen is het eindproduct van eeuwenlange culturele, ethische en maatschappelijke processen. Die kunnen niet in enkele jaren of zelfs in enkele generaties overgeplant worden op immigranten die afkomstig zijn uit een totaal andere beschaving, die niet dezelfde historische ontwikkeling heeft doorgemaakt," stelde Karim van Overmeire in zijn congrestekst Multiculturalisme versus democratie.

 
De georganiseerde terugkeer

Het Vlaams Blok wilde de terugkeer gezinsvriendelijk organiseren. De migranten van de tweede en de derde generatie (de kinderen en de kleinkinderen van de oorspronkelijke immigranten) mochten, ook al zijn ze in België geboren en getogen, hun vaders en moeders vergezellen naar het land dat deze dertig à veertig jaar geleden als gastarbeider verlieten (punt 70). Een opstijgend vliegtuig illustreerde de 10.000 affiches en 75.000 stickers die de Vlaams Blok Jongeren in 1997 lieten drukken met daarbij de slogan Hand in hand, terug naar eigen land.

Een toekomstgericht onderwijs:

Als voorbereiding op hun zogenaamde terugkeer beloofde het Blok de 40.759 Turkse en Noord-Afrikaanse leerlingen (cijfers voor Vlaanderen, schooljaar 1994-1995; 3,5% van het totaal aantal scholieren) een volkseigen onderwijs (punten 63 en 19). "Een eigen scholennet voor vreemdelingen is dan geen taboe meer, onderwijs in hun eigen taal al evenmin. De Engelse, Duitse en Franse scholen voor rijke eurocraten storen de overheid hoegenaamd niet, maar Turkse of Marokkaanse scholen zouden niet kunnen. Natuurlijk, zulk eigen net bevordert de integratie niet, maar die wijzen wij dan ook af. Een eigen net is alleen verantwoord als het kadert in een reïntegratiepolitiek," stelde het Blok in Stop immigratie! Overigens zou enkel nog in dié scholen de islamitische godsdienst mogen onderwezen worden.

Als stok achter de deur dreigde het Blok ermee het kindergeld in te houden van schoolspijbelaars. Niet enkel voor de dagen in kwestie (zoals nu reeds kan), maar voor een aanzienlijk langere periode: een hele maand voor wie een tweede maal onwettig afwezig is, met telkens een maand daar bovenop voor elke volgende periode van afwezigheid. "Het is noodzakelijk om de jongeren van de straat te houden en ze via het onderwijs een zeker toekomstperspectief te bieden," schreef Filip de Man op 6 mei 1997 in een wetsvoorstel ter zake.

"Wie vreemdelingenonderwijs volgt, tekent zo een contract voor de terugkeer," verduidelijkte Dewinter op 11 oktober 1996 in een interview met Gazet van Antwerpen.

Een terugkeerpremie (zelf aan te vragen):

De migranten die naar hun land van etnische herkomst terugkeren ontvangen een premie (punt 51), maar dat is geen cadeau, zo maakten de wetsvoorstellen duidelijk die het Blok hierover in 1998 en 1999 in Kamer en Senaat indiende. Ze kregen die premie om te beginnen niet automatisch, neen: ze moesten haar aanvragen. "Een terugkeerpremie wordt op zijn verzoek toegekend," stond in artikel 2 van het wetsvoorstel te lezen.

Over de grootte van de terugkeerpremie deed het Blok in zijn 70-puntenplan nogal vaag: "Het juiste bedrag van de premie zal afhangen van een aantal criteria: duur van tewerkstelling, aantal kinderen en familieleden die mee terugkeren, de grootte van het gestorte bedrag aan sociale zekerheidsbijdragen in het terugkeerfonds" (punt 51).

In zijn wetsvoorstellen plakte het Blok daar concrete bedragen op: minimum 50.000 frank (ca. 1250 €), maximum 750.000 frank (ca. 18.750 €). Per gezin wel te verstaan, want de terugkeerpremie zou enkel wordenbetaald "op voorwaarde dat de bloed- en aanverwanten die met hem samenleven en te zijnen laste zijn hem vergezellen", stipuleerde het wetsvoorstel.

Voor elk gezinslid had het Blok 50.000 frank of ca. 1250 € veil (vader, moeder en kinderen jonger dan 18 jaar). Een gezin met drie kinderen zou dus 250.000 frank (ca. 6250 €) ontvangen. Per gewerkt jaar kwam daar 10.000 frank (ca. 250 €) bij.

Een terugkeerfonds:

De terugkeerpremie zou worden betaald uit het zogenaamde terugkeerfonds. Dat potje moest door de migranten zelf bijeen worden gespaard: een deel van wat zij (en hun werkgevers) aan sociale zekerheid betalen, komt daarin terecht. (Het Blok beloofde de teruggekeerde migranten wel het behoud van hun in België opgebouwde pensioenrechten.) Vluchtelingen, EU-vreemdelingen en migranten met een strafblad komen niet in aanmerking voor de terugkeerpremie.

De toekenning van de premie heeft automatisch voor gevolg dat de arbeids- en verblijfsvergunningen van alle gezinsleden in kwestie ongeldig worden. Ze spelen ook automatisch de Belgische nationaliteit kwijt. Ten laatste drie maanden later moeten ze België verlaten hebben. Zich bedenken mag niet: wie na drie maanden nog steeds in België verblijft, kan worden opgepakt en opgesloten (en nadien als illegaal uitgewezen, dus zonder premie).

Geen weg terug:

De terugkeer is onomkeerbaar. Wie eruit gaat, mag er zo goed als nooit meer in. Eens buiten is voor altijd buiten. Wie een terugkeerpremie kreeg, mag België enkel nog als toerist bezoeken (dus gedurende maximum drie maanden). Een arbeidsvergunning of de Belgische nationaliteit aanvragen wordt ook onmogelijk. Een voorschot van 30 procent moet volstaan voor een ticket enkele reis. De rest wordt niet automatisch uitbetaald, maar pas nadat de remigranten een bewijs hebben opgestuurd van definitieve vestiging.

Migrantenprotest tegen de Blok-plannen zal overigens niet getolereerd worden. Onder het mom van het "herstellen van orde en recht in de gettowijken" (punt 16) wil het Blok er permanente politie- en rijkswachtcontrole. Zo dienen er "op systematische wijze identiteitscontroles te gebeuren", zoals aan grensposten gebeurt.

Het Blok-programma is op vele punten wel degelijk in strijd met de mensenrechten. Op 21 april 2004 veroordeelde het Gentse Hof van Beroep het VB wegens overtreding van de wet op het racisme. In zijn arrest verwees de rechter veelvuldig naar het 70-puntenplan en concludeerde hij: "Het Vlaams Blok is een partij die kennelijk en systematisch aanzet tot discriminatie. (...) U behandelt vreemdelingen als criminelen, boosdoeners, profiteurs, onintegreerbare fanatiekelingen en een bedreiging van het eigen volk."

Tot die conclusie kwam enkele jaren voordien ook jurist Edwin Truyens, nochtans ooit mede-oprichter van het Vlaams Blok en het eerste hoofd van de studiedienst van de partij. In 1983 verliet Truyens het Blok echter uit onvrede met het gebrek aan ethische rechtlijnigheid. Sindsdien is hij de partij met argusogen blijven volgen.

In het nummer van mei-juni 2000 van Kort Manifest, het tijdschrift van het rechts-katholieke Vormingsinstituut Wies Moens, toetste Truyens het Blok-programma aan het respect voor de mensenrechten. Truyens hekelde diverse concrete voorstellen uit het anti-migrantenprogramma van het Blok als "pure discriminatie op basis van ethnische afkomst" en als "zonder meer in strijd met de mensenrechten".

Vooral het onderscheid dat het Blok in de sociale zekerheid maakt tussen Europeanen en niet-Europeanen kan er bij Truyens niet in. "Aangezien een massa vreemdelingen al decennia in ons land leeft, werkt en bijdragen betaalt aan de sociale zekerheid, is het bijna onmogelijk om wat dan ook te realiseren zonder zich te bezondigen aan manifeste onrechtvaardigheden tegenover hen," schreef Truyens.

Het Blok-voorstel om kinderbijslagen voor migranten te beperken tot drie kinderen kon volgens Truyens "moeilijk anders dan racistisch genoemd worden." Hetzelfde geldt voor de vermindering van de werkloosheidsvergoedingen ("opnieuw een zuivere discriminatie") en andere aspecten van de zogenaamde Eigen volk eerst-politiek, zoals het achterstellen van migranten inzake toegang tot de sociale-woningmarkt.

Ook met het drastisch verminderen van het aantal moskeeën, met als alternatief "polyvalente ruimten buiten de stads- en woonkernen", schendt het Blok overduidelijk de mensenrechten. "Dit lijkt bijna op een provocatie aan het adres van de islamieten," stelde Truyens. "De partij mag dan wel uitdrukkelijk verklaren niet te willen raken aan het beginsel van de godsdienstvrijheid en de individuele godsdienstbeleving, toch lijken de voorgestelde maatregelen een discriminatie op basis van godsdienst in te houden."

 

Afrekenen met de multikul lobby

Van de Vlamingen verwacht het Blok dat ze de politiek van gedwongen terugkeer geen strobreed in de weg leggen. "Een volksraadpleging over het immigratieprobleem" (punt 7) moet die politiek legitimeren. Organisaties en individuen die er anders over denken, kunnen dan gemakkelijker tot zwijgen worden gebracht. Dat bijvoorbeeld de Belgische bisschoppen een standpunt innamen vóór de integratie van migranten noemde het Blok in december 1995  "totaal ongevraagd". "Bisschoppen tegen hun volk" was Karel Dillens reactie.[7]

Centrum voor Racismebestrijding

Niet voor niets vormde het "opdoeken van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding" de opener van het 70-puntenplan. Waarmee het Blok aangaf dat het, voor het zich van de volksvreemden kan ontdoen, eerst de volksvijanden moet aanpakken. "Aangezien het Centrum [...] weigert de belangen van het eigen volk te verdedigen, dient het opgedoekt te worden," luidde de eis. De wetsvoorstellen ter zake liggen al klaar. Het Blok wil het anti-racisme centrum vervangen door een staatssecretariaat met als enige taak "het organiseren van de begeleide terugkeer" (punt 4).

Voorzitter Frank Vanhecke noemde directeur Johan Leman van het Centrum in één en hetzelfde artikel in het Vlaams Blok Magazine van februari 1998 achtereenvolgens "de inquisitiepater", "de sinistere directeur", "de heraut van de multikul", "een bezeten Torquemeda", "onze professionele bestrijder van de Vlaamse en Nederlandse identiteit" en "de sinistere Pater Multikul". Daarmee was de voorraad niet uitgeput. Bij andere gelegenheden werd Leman aangesproken als "de nare pater"[8], "de gefrustreerde allesweter"[9], de "Weg met ons-profeet"[10], of de "Big Brother" en "Groot-inquisiteur" met "zijn melting pot-manie".[11]

De Blok-haat nam soms morbide trekjes aan. Zo stelde Vanhecke in januari 1998 voor Leman, die pater dominicaan is, naar Algerije te sturen, waar een bloedige burgeroorlog met moslimfundamentalisten heerst. Om daar "de draad van zijn oorspronkelijke roeping terug op te nemen en bijvoorbeeld de plaats te gaan innemen van de in Algerije vermoorde Trappistenpaters. Van iemand die meent een specialist te zijn in de verzoening van gemeenschappen, is Algerije ongetwijfeld een uitgelezen werkterrein. Hij zal daar wellicht nuttig werk kunnen verrichten."

Anti-racistische organisaties

Punt 2 van het 70-puntenplan eiste het "ontmaskeren en ontmantelen van de vreemdelingenlobby". Het Blok was daar grondig op voorbereid. Over wie en wat het gaat, welke organisaties en individuen, had de partij al lang in kaart gebracht. Het doet daarvoor beroep op het werk van de extreem-rechtse inlichtingendienst KOSMOS, de Kring voor Onderzoek naar de Socialistische en Multiculturele Ondermijning van de Samenleving, dat hiervoor speciaal zijn naam wijzigde: de "m" stond tot voor de val van de Berlijnse Muur voor "Marxistisch". In de rubriek "Open dossier" in het maandblad van het Blok noemde Kosmos-speurder Luk Dieudonné geregeld man en paard.

De partij laat weinig ruimte voor nuance. Dewinter omschrijft de anti-racistische beweging Hand-in-Hand, die ijvert voor meer verdraagzaamheid, als "een lobby met maatschappelijk zeer omstreden doelstellingen".[12] Een krantenadvertentie van Hand-in-Hand waarin vermeld staat dat giften fiscaal aftrekbaar zijn, roept de ergernis van Alexandra Colen op in het parlement.[13] Haar collega Annemans wil dan weer weten of de militante anti-fascistische actiegroep Blokbuster vervolgd kan worden op basis van de wet op de privé-milities.[14] En senator Wim Verreycken omschrijft de Meldpunten Racisme als "een netwerk van verklikkers".[15]

De integratiesector

Het spreekt voor zich dat ook heel de integratiesector de boeken mag sluiten. Naar aanleiding van personeelsproblemen bij het Vlaams Centrum voor de Integratie van Migranten (VCIM) stelden twee Blok-parlementairen: "De grote moeilijkheden bij het VCIM tonen nog maar eens aan dat het onmogelijk is, zelfs niet tegen betaling, mensen uit zeer verschillende culturele achtergronden te laten samenwerken."[16]

Allochtone politici

Hoewel het VB parlementsleden van vreemde origine in het algemeen met een scheef oog bekijkt, hoopt het hen toch als nuttige idioten te kunnen inschakelen, als propagandisten voor de pas-u-aan-of-verhuis-assimilatie. "U zou uw eigen gemeenschap een grote dienst bewijzen [...] als u een oproep zou doen tot uw eigen mensen om zich radicaal en onvoorwaardelijk te assimileren. U bent daar zelf het beste voorbeeld van," scheef Blok-kamerlid Guido Tastenhoye op 14 september 1999 in een open brief aan toenmalig Agalev-kamerlid Fauzaya Talhaoui.

Over haar zei Dewinter in een persmededeling van 15 december 1999: "Sinds haar verkiezing heeft zij nog niets anders gedaan dan het behartigen van de belangen van de niet-Europese vreemdelingen. Dergelijke verkozenen vertegenwoordigen het volk niet dat ze geacht worden te vertegenwoordigen, maar wel de particuliere belangen van hun etnische groep die momenteel in ons land verblijft, wat neerkomt op een tribalisering van de politiek."

Racisme was volgens het Vlaams Blok tenslotte de schuld van de migranten zelf, alsook van de zogenaamde "multikul profeten"[17] en "de melting pot-lobby".[18] Naar aanleiding van het Europees Jaar tegen het Racisme in 1997 verklaarde Dewinter op 11 maart 1997 in het parlement: "Een multiculturele maatschappij leidt tot racisme. Het gedwongen samenleven in een smeltkroes is de oorzaak van racisme. Niet diegenen die pleiten voor het behoud van de identiteit en de eigenheid van elk volk, in de eigen cultuurbedding, liggen aan de basis van het racisme. Diegenen die pleiten voor de multiculturele samenleving zijn dat wel. Het beste pleidooi dat u kunt houden in het kader van het Jaar tegen het Racisme is een pleidooi voor een begeleide terugkeer."

Of zoals Xavier Buisseret het in december 1995 in het partijblad to the point wist te verwoorden: "Stop dat gelul over multikul."


Voetnoten:

[2] Zie o.m.: Derieuw S., Analyse van het 70-puntenprogramma van het Vlaams Blok, Nieuw Tijdschrift voor Politiek, 1992/5-6; De Verontruste Juristen, Vlaams Blok bedreigt de rechtsstaat, De Standaard, 04.07.1992 en Humo, 16.07.1992; Faucompret E., Het Vlaams Blok en de mensenrechten, De Gids op Maatschappelijk Gebied, 1992/8-9; Van Dijk J., Zeventig mispunten en een groen antwoord op racisme en onverdraagzaamheid, 1992.
[3] Met dank aan Eva Brems van het Instituut voor de Rechten van de Mens (Katholieke Universiteit Leuven) voor de informatie (e-mail 22.12.1998).
[4] Vlaams Parlement, Handelingen, Plenaire vergadering 18.11.1997.
[5] Vlaams Parlement, Handelingen, Plenaire vergadering 09.05.1996.
[6] Zie voor enkele richtinggevende cijfers: Poulain M., Migrations en Belgique, données démographiques, Courrier hebdomadaire, nr. 1438-1439, 1994. Bij wijze van voorbeeld: van de 8457 naturalisaties in 1991 waren er 879 voor Turken (10%) en 2091 voor Marokkanen (25%). In 1992 werd een nieuwe wet van kracht die onder meer de automatische naturalisatie van de derde generatie regelde. Van de 48.368 naturalisaties waren er dat jaar 3007 voor Turken (7%) en 6862 voor Marokkanen (14%). Het grootste aandeel waren echter de 29.417 naturalisaties van EU-vreemdelingen (61%).
[7] Idem. In een open brief insinueert Gerolf Annemans zelfs dat de kerkleiders niet enkel slechte Vlamingen zijn, maar ook nog eens slechte christenen: "Er is niets onchristelijks aan het "eigen-volk-eerst". [...] Bovendien is met het "eigen-volk-eerst" de tocht van Mozes naar het Beloofde Land begonnen." (VVBM-Nieuwsbrief, 01.01.1996)
[8] Vlaams Blok, januari 1997.
[9] Vlaams Blok Magazine, april 1998.
[10] Vlaams Blok Magazine, juni 1998.
[11] Vlaams Blok, februari 1995.
[12] Vlaamse Raad, Bulletin van Vragen en Antwoorden, 13.10.1995.
[13] Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Vragen en antwoorden, 23.09.1996.
[14] Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Vragen en Antwoorden, 08.07.1996.
[15] Senaat, Parlementaire Handelingen, 28.03.1996.
[16] Strackx F., Aers W., Met redenen omklede motie [...] over de problemen bij het Vlaams Centrum voor de Integratie van Migranten, Vlaams Parlement, 13.05.1998, Stuk 1041 (1997-1998) nr. 1.
[17] Dewinter F., Immigratie: de tijdbom tikt!, 1996.
[18] Vlaams Blok, februari 1995.


 
Voeg toe aan favorieten
© 2010 Blokwatch - Nationale webstek over het Vlaams Belang
Page generated in 0.136184 seconds
1 jaar Blokwatch Reeds 7 miljoen keer bezocht!