|
Het 70-puntenplan is ongetwijfeld de beruchtste programmatekst van
het VB. De eerste versie van dat plan werd op 6 juni 1992 door Filip
Dewinter gepresenteerd tijdens het colloquium Immigratie: het Westen voor de keuze. Het plan draagt als volledige titel Immigratie: de oplossingen. 70 voorstellen ter oplossing van het vreemdelingenprobleem.
Het was een reactie op de uitspraak van Paula D'hondt, toenmalig
koninklijk commissaris voor het migrantenbeleid, dat een
"terugkeerbeleid" onrealistisch is. Het 70-puntenplan wilde aantonen
dat zo'n terugkeerbeleid wel kon gerealiseerd worden.
In
oktober 1996 pakte het Vlaams Blok uit met een nieuwe versie van
het 70-puntenplan. Twee jaar lang had een werkgroep genaamd
"Immigratie: de oplossingen" eraan gesleuteld. Die werkgroep was
samengesteld uit tien parlementsleden: Filip Dewinter,
Gerolf
Annemans, Jurgen Ceder, Karim van Overmeire, Jan Penris, Filip de
Man, Francis van den Eynde, Jean Geeraerts, Jaak van den Broeck
en Frans Wymeersch.
De eerste vier waren ook lid van het partijbestuur. Het toont ook aan
dat het 70-puntenplan meer geestelijke vaders kent dan enkel en alleen
Filip Dewinter. Een
bestseller Het tweede 70-puntenplan verschijnt in een 241 blz. tellend
pocketboek onder de titel Immigratie: de
tijdbom tikt!
Dewinters tronie prijkt in vierkleurendruk en met de obligate
tandpastabrede glimlach op de achterflap. Het boek wordt op een oplage
van liefst 10.000 exemplaren gedrukt en tegen de spotprijs van 150
frank (ca. 3,75 €) te koop aangeboden, niet alleen via de
eigen
partijkanalen, maar ook via boeken- en krantenwinkels. Op de
voorstellingsavonden voor partijafdelingen, waar het boek als zoete
broodjes verkoopt, signeert Dewinter zich alvast een kramp.
Na
1996 publiceert het Vlaams Blok lange tijd geen nieuwe teksten over
migranten meer. Het lijkt wel alsof met dit tweede 70-puntenplan nu
alles gezegd en geschreven is. Hoewel het partijbestuur het unaniem
goedkeurt, laat het Blok ook nu weer weten dat het plan niet integraal
te nemen of te laten is. "Indien de terugkeerpolitiek kan worden
uitgevoerd zonder het opzetten van een islamitisch scholennet, dan is
dat geen probleem, het doel telt," verklaart voorzitter
Frank Vanhecke
op 17 oktober 1996 in een interview met Gazet
van Antwerpen. Met het oog op de
verkiezingen van 1999 brengt het Blok in zijn vijfdelige reeks
themabrochures wel nog een deeltje Stop
immigratie! - eigenlijk een geactualiseerde
samenvatting van het pocketboek Immigratie: de tijdbom
tikt! In zijn inleiding noemt voorzitter
Vanhecke het 70-puntenplan nog steeds "het
antwoord van het Vlaams Blok op het
vreemdelingenprobleem". Vier jaar na het tweede
70-puntenplan, in april 2000, brengt Filip
Dewinter een nieuw boekje uit, getiteld
Baas in eigen land. Over identiteit, culturele
eigenheid en nationaliteit.
Het pocketboek van 219 bladzijden bevat geen actualisering
meer
van het 70-puntenplan, maar wel een samenvatting - het staat er nu niet
meer genummerd in punten van 1 tot 70. Bepaalde concrete punten worden
weliswaar niet hernomen, maar niets belet het Blok er ten gepaste tijde
naar terug te grijpen. Fundamentele verschillen met het 70-puntenplan
van 1996 zijn er niet. De doelstelling is nog steeds dezelfde. Van een
afzweren van de terugkeerpolitiek is geen sprake. Het hele boekje is in
feite een absoluut non-event dat in vergelijking met 1996 weinig nieuws
bevat. Acht nieuwe puntenHet
eerste 70-puntenplan
dateerde van 1992 en bij de heruitgave ervan in 1996 zag het VB zich
genoodzaakt acht nieuwe punten te verzinnen ter vervanging van
diegene die inmiddels door de regering in praktijk zijn gebracht.
"De buikspreker van het Vlaams Blok", noemde het
partijblad van februari 1996 toenmalig socialistisch
minister Louis Tobback
nadat die asielzoekers vergeleken had met "meeuwen op een stort". En
het voegde daar meteen aan toe: "Dit bewijst dat het Vlaams Blok al die
tijd gelijk heeft gehad, zeker wat het asielbeleid betreft. Het bewijst
eveneens dat het Vlaams Blok door zijn electorale opgang wel degelijk
weegt op het beleid en het beleid kan sturen. Neemt Tobback het Vlaams
Blok daarmee de wind uit de zeilen? Helemaal niet, wel integendeel. Het
toont aan dat wat wij voorstellen helemaal niet zo dwaas is. Het toont
aan dat onze voorstellen wel degelijk realistisch en uitvoerbaar zijn.
Het komt er op aan onze politieke tegenstanders te dwingen in onze
richting te denken, al was het maar uit politiek
lijfsbehoud."" De
volgende - nogal sterk op mekaar lijkende - punten uit het oude
70-puntenplan waren anno 1996 volgens het Blok geheel of gedeeltelijk
gerealiseerd door de ministers van Binnenlandse Zaken Louis Tobback
en Johan vande Lanotte
(SP): Punt
31: het verstrakken van de wetgeving die
schijnhuwelijken onmogelijk moet
maken. Punt
36: het recht op arbeid voor kandidaat-politieke
vluchtelingen werd
afgeschaft. Punt
37:
de erkenningsprocedure voor kandidaat-politieke vluchtelingen werd
ingekort; binnen de 3 maanden dient er een uitspraak te zijn over de
ontvankelijkheid van het
asielverzoek. Punt
38:
er werden reeds gesloten opvangcentra voor uitgeprocedeerde
asielzoekers opgericht (nl. te Steenokkerzeel, Brugge en
Merksplas). Punt
41: een daadwerkelijke uitwijzing en repatriëring van
illegalen komt langzaam op gang (947 repatriëringen in 1992, 2699 in
1995). Punt
43: de uitwijzingsprocedure voor geweigerde
kandidaat-politieke vluchtelingen wordt strikter
toegepast. Punt
45: het repatriëringsbudget steeg van 40 miljoen fr. in
1991 naar 158 miljoen fr. in
1995. Punt
46: er werden reeds gesloten opvangcentra voor
illegalen opgericht.
Einde
van de lijst, of welgeteld acht van de zeventig punten. Er bleven er
dus nog 62 over. Dat de regering het 70-puntenplan "punt na punt
uitvoert", zoals het Blok het graag voorstelde, was alleen al
kwantitatief beschouwd dan ook niet meer dan propagandistische
misleiding, bedoeld om de Blok-kiezers de boodschap te doen slikken dat
zij geen compleet nutteloze stem hebben uitgebracht. "Eigenlijk zou
het Vlaams Blok minister Vande Lanotte om auteursrechten moeten
vragen," orakelde Filip de Man op 4 april
1996 in de Kamer. "Wij danken u, maar vergeet niet dat er nog zo"n
zestigtal punten gerealiseerd moeten worden." Elk
van deze acht "gerealiseerde" punten had bovendien stuk voor stuk
betrekking op het uitwijzingsbeleid ten aanzien van asielzoekers. Het
beleid dat in dit land gevoerd wordt ten aanzien van de reeds aanwezige
migranten (de oorspronkelijke gastarbeiders en hun nakomelingen),
is nog steeds een integratiebeleid. Van een migranten-buiten-beleid
is nergens sprake. Die vaststelling is het Blok niet vreemd. "Hoewel
sommige voorstellen uit het 70-puntenprogramma door de regering
gedeeltelijk of volledig werden uitgevoerd, weigeren de traditionele
partijen een terugkeerpolitiek te voeren," schreef het beteuterd in
Immigratie: de tijdbom tikt! Op
dit vlak, maar ook op dat van het asielbeleid, bleef het Vlaams Blok
nog steeds het verschil uitmaken. Want naarmate andere partijen meer en
meer de hete adem van het Blok in hun nek voelden, werd extreem-rechts
er zelf niet gematigder op. Zo eiste het Blok nu in een nieuw punt 47
"dat het helpen onderduiken van illegalen en uitgeprocedeerden
streng bestraft wordt." De acht
"gerealiseerde" punten werden in het nieuwe 70-puntenplan vervangen
door de volgende acht nieuwe
punten: Punt
2: ontmaskeren en ontmantelen van de
vreemdelingenlobby. Punt
7: organiseren van een volksraadpleging over het
immigratieprobleem. Punt
11: nationaliteit als voorwaarde voor benoeming in door
de overheid samengestelde adviesraden of publiekrechtelijke
beheersorganen. Punt
21: opzeggen van het non-discriminatiepact en afwijzen
van de
non-discriminatiecode. Punt
28: invoeren van een burgerschapsproef voor het
verwerven van de
nationaliteit. Punt
37: invoeren van een lijst van politiek onveilige
landen. Punt
47: bestraffen van het helpen onderduiken van illegalen
en
uitgeprocedeerden. Punt
65: stedelijke en gemeentelijke samenwerking (bv. tussen
Vlaamse en Marokkaanse
steden).
Getoetst aan het
EVRMHet
nieuwe 70-puntenplan was uitgekiender dan het oude. "Wij hebben tevens
van de gelegenheid gebruik gemaakt om het 70-puntenplan, nog meer
dan vroeger reeds het geval was, te onderbouwen en te omkaderen,"
schreef het VB. De partij was daarbij niet over één nacht ijs
gegaan. De
juridische medewerkers van de studiedienst werden aan het werk gezet om
de kritiek op het vorige 70-puntenplan te ontkrachten, als zou dat in
strijd zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
en andere internationale verdragen.[2]
"Ieder punt van het 70-puntenplan werd gewikt, gewogen en getoetst aan
het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens," heette het nu. Dat laatste kan
verbazen, gezien het Vlaams Blok helemaal geen universele
mensenrechten erkent en, wellicht ten bewijze daarvan, er in zijn
nieuwe 70-puntenplan ook nergens naar
verwijst. Verwijzingen
naar het EVRM zijn er wel, doch enkel bij zes punten. Het is daarbij
opvallend dat het Vlaams Blok het Europees mensenrechtenverdrag
steeds inroept om de mensenrechten van migranten in Vlaanderen te
beknotten - wat gezien het karakter van het 70-puntenplan niet geheel
verbaast. Het Blok was dan ook niet te beroerd om te schrijven: "Het
EVRM biedt juridische argumenten ter ondersteuning van het
70-puntenplan. Het 70-puntenplan neemt deze argumenten over en werkt ze
verder uit in de praktijk." (Het EVRM laat onder bepaalde voorwaarden
inderdaad toe vreemdelingen beperkingen op te leggen aan fundamentele
mensenrechten, zoals de vrijheid van
vereniging.) Het Blok was
er ogenschijnlijk in geslaagd om de kritiek dat het 70-puntenplan het
EVRM met de voeten treedt, om te buigen tot een wapen in haar voordeel.
Niettemin was het opvallend dat het Blok het EVRM enkel inriep wanneer
het haar goed uitkwam. Artikelen die niet in haar kraam pasten werden
simpelweg genegeerd en sommige interpretaties zijn hoogst
betwistbaar.[3]
(Zie ook het kaderstuk onderaan dit
artikel.) Zo vormden
punt 14 (intrekking van de erkenning van
de islamitische eredienst) en punt 15
(moskeeën mogen enkel worden ingericht buiten de stadskernen) nog
steeds een inbreuk op artikel 9 van het EVRM dat de vrijheid van
godsdienst regelt.
Punt
32 (het
systeem van familiehereniging afschaffen) strookte dan weer niet met
artikel 8 van het EVRM dat het recht op eerbiediging van het
gezinsleven garandeert.
Andere punten vormden
overtredingen van het recht op genot van eigendom en van het verbod van
collectieve uitzetting van vreemdelingen. (Daarnaast bevatte het ook
heel wat schendingen van onder meer de sociale en economische
wetgeving.)
Dat het Vlaams
Blok in zijn tweede
70-puntenplan nadrukkelijk lippendienst bewes aan het EVRM, gebeurde
niet toevallig nadat de overheid in 1995 de toekenning van
partijsubsidies aan de voorwaarde koppelde dat die partijen het EVRM
moeten respecteren. Het Blok paste toen prompt zijn partijstatuten in
die zin aan. Ras of cultuur?In
het nieuwe
70-puntenplan werd grote kuis gehouden in het taalgebruik. De
woordenschat werd afgeborsteld, bepaalde terminologieën werden als ware
abcessen weggesneden. In het hoofdstuk "De eigenheid van ons volk
beschermen" werd de knipschaar het duchtigst
gehanteerd. In de versie van 1992 werd dat
hoofdstuk nog als volgt ingeleid:
"De
massale immigratie vanuit de derde-wereldlanden naar West-Europa in
het algemeen en naar Vlaanderen in het bijzonder houdt een reëel gevaar
in voor de identiteit en de eigenheid van ons volk. De
integratie- en assimilatiepolitiek gevoerd door
de overheid leidt onvermijdelijk naar een multi-raciale en
pluri-culturele
maatschappij. Indien wij onze volkse eigenheid en onze culturele
identiteit willen behouden, moeten er dringend een aantal concrete
maatregelen genomen worden." (Mijn cursivering,
ms) In 1996 zag diezelfde paragraaf er
plots zo uit:
"De
massale immigratie vanuit de derde-wereldlanden naar West-Europa in
het algemeen en naar Vlaanderen in het bijzonder betekent een reële
bedreiging voor de eigenheid van ons volk. De
integratiepolitiek zoals die wordt gevoerd door de
overheid, leidt onvermijdelijk naar een
multi-culturele
maatschappij. Indien wij onze volkse eigenheid en onze culturele
identiteit willen behouden, moeten dringend een aantal concrete
maatregelen genomen worden." (Mijn cursivering,
ms) De woorden
"assimilatiepolitiek" en "multiraciale maatschappij" zijn nu verdwenen.
Enkel de multi-culturele samenleving is nog de bij naam genoemde
vijand. Het Blok veranderde zijn taalgebruik, maar
daarom niet
zijn ideeën. Ook al zweeg het er nu over, dat betekende niet dat het in
de kleurrijke multi-raciale maatschappij voortaan geen bedreiging meer
zag. "De toekomst ziet er niet rooskleurig uit," luidde het
dubbelzinnige commentaar onder een foto met migrantenkinderen in het
partijblad van juni 1998. En parlementslid Emiel Verrijken bleef
migranten denigrerend betitelen als "kleurlingen".[4]
Een andere keer had hij het over "de invasie van de vreemde
volksstammen" en over "totaal onaanpasbare niet-Europese, niet tot het
Avondland behorende gastarbeiders uit een van de achterlijkste landen
van de wereld."[5] Het
Blok bleef de partij van het blanke, mono-etnische Vlaanderen. Al deed
het uitstekend haar best om dat te verbergen. "Het 70-puntenplan van
het Vlaams Blok gaat helemaal niet uit van één of andere hiërarchische
rassenrangschikking. Het Vlaams Blok heeft het trouwens nooit over
rassen, maar over culturen," schreef het - net zoals in vorige
anti-migrantenprogramma"s - ook nu weer. Schijn
bedriegt. Van
een koerswending was geen sprake. Wel van een soepeler taalgebruik, al
bleef dat even strakke ideeën in zich dragen. Extreem-rechts maakt zich
veel acceptabeler door het raciale taalgebruik achterwege te laten.
Terwijl ras een aangebrand en
met zonden beladen term is, klinkt cultuur als een beschaafd en
beloftevol woord.
Terzelfdertijd
is cultuur echter een specifieker, dus exclusiever begrip: er zijn meer
culturen dan zogenaamde rassen. Niet iedereen met een andere cultuur
behoort tot een ander ras (een Waal is ook een blanke, bijvoorbeeld).
Door
over cultuur te spreken vangt extreem-rechts met andere woorden twee
vliegen in één klap: het sluit de blanken met een andere cultuur uit
(bijvoorbeeld de Walen), én het sluit de niet-blanken met een andere
cultuur uit (zoals de migranten van Noord-Afrikaanse herkomst).
Met
het afwijzen van de multi-culturele samenleving bereikte het Blok dus
ook een raciale doelstelling. Die combinatie van mono-culturele en
mono-raciale eigenschappen resulteert in de mono-etnische typering van
Vlaanderen. Het zijn de bestanddelen van wat het Blok noemt: "onze
volkse eigenheid". Ziehier waarrond het
anti-migrantenprogramma van het Vlaams Blok in feite draait. Zoals
Filip Dewinter
in het partijblad van september 1993 nog stelde: "Het 70-puntenplan
heeft een duidelijk politiek en ideologisch doel voor ogen: het
streven naar mono-etnische staten waarbij de identiteit en de
culturele eigenheid van ieder volk centraal staat. Enkel het
overgrote deel van de niet-Europese vreemdelingen laten terugkeren
naar hun landen van herkomst, kan aan dit volksnationaal streven
tegemoet komen."" Een
uitzonderingHet nieuwe
70-puntenplan bleef oude wijn in nieuwe zakken. "Uiteraard was het niet
de bedoeling het bestaande plan af te zwakken of te veranderen,"
benadrukte het partijblad van oktober 1996 bij de voorstelling ervan.
Van een opening naar de niet-blanke niet-Europese migranten is nog
steeds geen sprake, ook al zegt het Blok nu dat bepaalde migranten wél
kunnen blijven. "Uiteraard is eenieder er zich van bewust dat een deel
van de tweede en de derde generatie vreemdelingen hun lot en hun
toekomst zullen verbinden met dat van onze volksgemeenschap," luidde
het in het nieuwe punt
70. Maar dat sloeg enkel op een
superkleine minderheid, niet meer dan een handvol individuen,
beklemtoonde Immigratie: de tijdbom tikt!
(1996). "Vreemdelingen kunnen als individu in onze
volksgemeenschap opgenomen worden zonder dat dit een wezenlijke
aantasting van onze volkse eigenheid inhoudt. Wat met individuen kan,
kan evenwel niet met groepen van vreemdelingen die wat het aantal
betreft, in staat zijn een groep in de groep, een gemeenschap in de
gemeenschap, een cultuur in de cultuur te vormen." En het Blok noemt
als voorbeelden onder meer het Filippijnse adoptiekind en de Chinese
restaurantuitbater. Voor de rest blijft alles bij het oude: de geheide
terugkeer. Merkwaardig genoeg kwam het Blok hiermee
tegemoet aan
de kritiek die al jaren vanuit bevriende extreem-rechtse hoek viel op
te tekenen. De niet bepaald gematigde Were Di-voorzitter
Bert van Boghout
stond als één man achter de zogenaamde terugkeerpolitiek, maar verweet
het Blok terzelfdertijd te weinig oog te hebben voor uitzonderingen op
de regel. Na de bekendmaking van het eerste 70-puntenplan in 1992
schreef Van Boghout in Dietsland-Europa van
augustus 1996: "Vroeger
reeds pleitten we voor wat we noemden "de menselijke uitzondering".
Geen maatregel - hoe rechtvaardig en gemotiveerd ook - kan of mag
weigeren daarmee rekening te houden. Precies het inlassen van een
dergelijke duidelijk omlijnde paragraaf zou kwaadwillige, boosaardige
criticasters de mond kunnen stoppen. Bovendien zou die houding
beantwoorden aan bepaalde maatschappelijke werkelijkheden, hoe
uitzonderlijk deze ook mogen wezen. [...] De hier voorgestelde
"menselijke uitzondering" kan alleen de voorgestelde terugvoerpolitiek
aan geloofwaardigheid doen winnen. [...] Een uitzondering is een
uitzondering en mag niet uitdeinen tot algemene
regel.
De
Nationalistische Grondslagen (1985) van Were Di
bevatten eveneens een duidelijke paragraaf in die zin:
"Voor
het probleem van de niet-Europese inwijking moeten gezamenlijke
Europese oplossingen uitgewerkt worden, waarbij vertrokken wordt van de
niet-integreerbaarheid van deze niet-Europeanen. [...] Het
gastarbeidersprobleem is een menselijk probleem dat niet met absolute
slogans opgelost kan worden. Steeds blijft er de individuele
uitzondering die de regel kan doorbreken. De vreemdelingen die dan - in
uiteraard beperkt aantal - hier blijven, moeten dan ook volkomen
geassimileerd
worden."
Assimileren...Daarmee
introduceerde het Blok in 1996 voor het eerst een nieuw concept in haar
anti-migrantenprogramma: de assimilatie. "Het Vlaams Blok kiest voor
een Vlaams Vlaanderen, waarin ongetwijfeld nog altijd een aantal
vreemdelingen zullen wonen, werken en leven, maar waarbij degenen die
zich op dezelfde rechten willen beroepen als de Vlamingen, zich moeten
assimileren, zich aan ons moeten aanpassen. De vreemdelingen die
illegaal in ons land verblijven, zich aan criminele feiten schuldig
hebben gemaakt, of zich niet kunnen, willen of mogen assimileren,
moeten terugkeren naar hun eigen land," schrijft het in
Immigratie: de tijdbom tikt! De
naturalisaties herzienAssimilatie
is evenwel geen doelstelling van de Blok-politiek. Een Belgisch
paspoort vormde zeker en vast geen garantie voor een verblijf van
onbepaalde duur. "Ook al hebben ze een vodje papier met een B van Belg
erop, het zijn en blijven vreemdelingen," benadrukte
Filip Dewinter
op 18 november 1997 in het parlement. "Het is niet omdat men iemand
vijf nationaliteiten geeft, dat hij iemand anders wordt qua
ethniciteit, cultuurbeleving, waarden en normen, taal, godsdienst,
uitzicht, naam en afkomst," voegde hij daar op 26 mei 1998 aan toe.
Nationaliteit is voor het VB geen synoniem met staatsburgerschap, wel
met lidmaatschap van de volksgemeenschap: Belg kan je worden, Vlaming
word je echter geboren. Het Blok wilde alle sinds
1974 toegekende naturalisaties herzien. Die eis stond in
punt 30
van het 70-puntenplan en was vergezeld van een subtiel racistisch
commentaar: "Het Vlaams Blok stelt vast dat de versoepelde
naturalisatiewetgeving vooral een poging [...] was om de
aanwezigheid van niet-Europese vreemdelingen in dit land definitief
en onomkeerbaar te maken. Aangezien de naturalisatiewetgeving [...]
herleid werd tot een puur administratieve handeling, kan onze
gemeenschap niet gebonden zijn door de sinds 1974 verleende
naturalisaties." De partij maakte zich zorgen over
de
biologische samenstelling van de Vlamingen - een essentieel onderdeel
van "onze volkse eigenheid". Ze wilde daarom "de nationaliteit door
afstamming herinvoeren" (het ius sanguinis) - in
de vorige versie stond er nog "door bloedafstamming"
(punt 25).
De genetische familieband is de graadmeter van die bloedafstamming:
Vlaming is wie uit Vlaamse ouders geboren wordt. Van nationaliteit
veranderen is dan ook zo goed als uitgesloten. (Het Blok zetelt sinds
de parlementsverkiezingen van juni 1995 in de Kamercommissie
voor de Naturalisaties. De partij stemt er altijd
tegen.) Een burgerschapsproefDat
principe wilde het Blok met terugwerkende kracht tot in 1974 toepassen.
De meer dan 300.000 mensen die sindsdien genaturaliseerd werden, zullen
worden onderworpen aan "een bindende taal- en burgerschapsproef"
(punt 30).
Deze test, één van de nieuwigheden in het tweede 70-puntenplan, maakte
deel uit van de criteria die het Blok koppelt aan "de invoering van
strenge naturalisatievoorwaarden" (punt
27). Die
voorwaarden waren: "Ofwel: ten volle 25 jaar oud zijn, sedert ten
minste 10 jaar zijn hoofdverblijfplaats in dit land hebben, de taal van
de hoofdverblijfplaats beheersen, van goed gedrag en zeden zijn,
succesvol een burgerschapsproef afleggen. Ofwel: bijzondere diensten
hebben bewezen aan dit land of ze door zijn bekwaamheden of zijn
talenten kunnen bewijzen." Het Blok eiste van die
migranten meer
dan dat ze de Belgische wetten respecteren. Ze moeten in de geest van
de mono-cultuur ook volledig hun eigen cultuur liquideren. Een moslim
kan zich per definitie niet assimileren - en volgens Blok-tellingen
wonen er in België 300.000 moslims... Diegenen die in Vlaanderen willen
blijven, schreef het Blok, "moeten weten dat dit alleen kan door zich
volledig te assimileren en aan te passen aan onze manier van leven, aan
onze waarden en normen, aan onze taal en cultuur" (punt
70). De
test is overduidelijk gericht op een marginale slaagkans. Jongeren en
nieuwkomers kunnen er hoe dan ook niet aan deelnemen. En wie in zijn
jeugd wat kattenkwaad heeft uitgehaald, mag het ook vergeten.
Kandidaten moeten bovendien voldoende solvabiliteit kunnen aantonen,
zodat werklozen en bestaansminimumtrekkers zijn uitgesloten - Dewinter
noemt hen ook wel "de uitkeringsverslaafden".
Voldoende kennis
van de streektaal is een vereiste voor naturalisatie, maar het Blok wil
daar geen werk van maken. De partij kant zich als enige tegen lessen
Nederlands voor anderstaligen. "De vreemdelingen moeten zelf de
spontane bereidheid daartoe vertonen. Dat is het minste wat we van hen
kunnen verwachten," verklaarde Dewinter op 28 februari 1996 in het
parlement. Wie niet slaagt in de test is Belg af en
ontvangt een
uitwijzingsbevel als ongewenste vreemdeling. Van een herkansing is geen
sprake. De enkelingen die de test wel met succes afleggen, moeten
vervolgens een proefperiode van vijf jaar doorstaan. Lopen ze in die
periode een effectieve veroordeling van meer dan drie maanden op, dan
spelen ze de verworven nationaliteit voor altijd weer kwijt
(punt 29). ...Of
terugkerenDe
zogenaamde "keuze tussen terugkeer of assimilatie" bestond vroeger ook
reeds, maar enkel voor vreemdelingen uit de Europese Unie. Vanaf 1996
stelde het VB het voor alsof het de slogan Pas u aan of
verhuis opentrekt naar alle vreemdelingen.
Dat
was natuurlijk niet zo. Nergens schreef de partij dat het een groot
deel van de migranten in Vlaanderen zal laten blijven. Laat staan dat
het daar de beleidsmatige consequenties aan wilde vastknopen: het
zogenaamde tweesporenbeleid van het Blok - "ofwel assimilatie ofwel
terugkeer" - wilde enkel geld vrijmaken voor die laatste optie.
Het
Blok was er zelfs tegen gekant dat migranten op 11 juli het feest van
de Vlaamse Gemeenschap meevieren, zoals de Vlaamse overheid via kleine
subsidies wil stimuleren onder het motto Thuis in
Vlaanderen. Dat steekt het etnisch-nationalistische Blok,
dat bij monde van Wilfried Aers
op 19 februari 1996 in het Vlaams parlement de vraag stelde: "Is de
minister niet van mening dat migranten beter hun eigen nationale
feesten kunnen vieren en zo de band met hun landen van herkomst
verstevigen, in plaats van met Vlaams geld 11 juli-vieringen te
organiseren?" Dat was dan ook aan het tweede
70-puntenplan te
merken, waarvan geen enkel punt gericht was op de assimilatie van
migranten. Die term kwam overigens niet toevallig pas in het
zeventigste en laatste punt ter sprake. Want de hele opzet bleef
ongewijzigd: Vlaanderen laten kennen als een migrant-onvriendelijke
samenleving. "Via allerlei maatregelen dienen de terugkeer bespoedigd
en het hier blijven ontmoedigd te worden. Dit alles zal de begeleide
terugkeer van een belangrijk deel van de niet-Europese vreemdelingen
naar hun landen van herkomst tot gevolg hebben," schreef het Blok
opnieuw. Daarmee hield de partij vast aan haar onuitgesproken programma
van etnische zuivering. Berekeningen over het
aantal migranten dat verwijderd zal worden, had het Blok in alle stilte
al gemaakt. Het pocketboek Immigratie: de tijdbom
tikt! bestond voor de helft uit bladzijden met cijfers,
tabellen en grafieken. Met die cijfers schepte het VB vooral
verwarring. - België
telde anno 1996 909.769 vreemdelingen (9,0%), meldt het Blok, maar die
vormen uiteraard niet allemaal het onderwerp van het terugkeerplan.
- Dat
gaat enkel over de 355.252 niet-EU-vreemdelingen (3,5%), en dan nog
vooral de 140.303 Marokkanen (1,4%) en 81.744 Turken (0,8%).
- Van
die niet-EU-vreemdelingen wonen er 130.338 in Vlaanderen (2,2%), onder
wie 45.828 Marokkanen (0,8%) en 40.956 Turken (0,7%).
- In
Brussel wonen 146.973 niet-EU-vreemdelingen (15,5%), onder wie 74.070
uit Marokko (7,8%) en 21.201 uit Turkije (2,2%). "Een levensgroot
probleem" noemt het Blok dat.
- Alles
samen richtte het
terugkeerplan zich dus in eerste instantie op 182.055 mensen - zijnde
alle Marokkanen en Turken in Vlaanderen en Brussel - of 2,7% op een
totale bevolking van 6,8 miljoen inwoners. (Of 222.047 voor heel
België, daarbij moeten ook nog enkele duizenden Algerijnen en Tunesiërs
geteld worden.) Zo groot was wat het Blok noemde "de massale immigratie
naar onze gewesten".
- Die cijfers dikte
het Blok nog aan met
de 266.203 vreemdelingen (cijfers voor heel België) die tussen 1985 en
1995 tot Belg werden genaturaliseerd. De partij gooide hierbij alle
vreemdelingen echter op één hoop, want slechts een kleine minderheid
hiervan bezat voordien de Turkse of de Marokkaanse nationaliteit.[6]
Het Blok kende die aantallen wel (kamerlid Bart Laeremans stelde er in
1996 nog een parlementaire vraag over), maar het moffelt die ergens
middenin haar tekst weg. Die cijfers leren dat alles tezamen 57.388 of
18% van de naturalisaties tussen 1985 en 1995 betrekking had op
Marokkanen (32.364), Turken (16.111), Algerijnen (4587) en Tunesiërs
(4326).
- Bij de groep vreemdelingen
telde het Blok
tenslotte ook nog eens de naar schatting 150.000 illegalen bij (cijfers
voor België), maar ook deze cijfers zijn
nattevingerwerk.
|
Illegalen
en criminelenMet
die "illegalenplaag" wilde het Blok allereerst korte metten maken. Een
bijzondere politiedienst zal worden opgericht om onder meer via
razzia"s een massale speurtocht naar illegalen te houden
(punt 41). Desnoods door hele steden van
deur tot deur uit te kammen, suggereerde Filip de
Man op 6 juni 1996 in de Kamer. Het
Blok wil opgepakte illegalen concentreren in gesloten centra. Daarvan
moeten er zoveel als nodig bijgebouwd worden in afgelegen gebieden,
"waar ze geen overlast voor de bevolking veroorzaken"
(punt 43). De opgepakte vreemdelingen
worden vervolgens en bloc met een C-130
vrachtvliegtuig van de luchtmacht teruggevlogen (punt
45) - Filip de Man
op 24 januari 1996 in de Kamer: "Het verbaast mij dat iedereen steigert
wanneer het woord "charter" valt." Landen die de repatriëring van hun
onderdanen weigeren wil het Blok bestraffen, onder meer door hen geen
ontwikkelingshulp meer toe te kennen (punt
40). Met criminele vreemdelingen -
"deze markante vorm van "etnisch ondernemerschap" heet het in
Stop immigratie! - had het Blok even weinig
geduld. "Als wij de bruine pest zijn, wat zijn zij dan?" vroeg
toenmalig Blok-kamerlid Xavier Buisseret
retorisch in het partijblad van september 1997. Elke vreemdeling die
tot minstens 6 maanden cel werd veroordeeld, zal onmiddellijk worden
uitgewezen. Vreemdelingen met een strafblad komen het land ook niet
meer in (punt 48). Met die maatregel
hoopte het Blok
in één gebaar jaarlijks een paar duizend Turken en Noord-Afrikanen
automatisch het land uit te krijgen - en wellicht nog meer als hun
familieleden zullen volgen. Dat alles was echter
niets meer dan
een generale repetitie voor wat nadien komt. Met de automatische
uitwijzing van criminelen en illegalen raakte het Blok nog steeds niet
de overgrote meerderheid der niet-Europese vreemdelingen kwijt. Dat
moest de partij in het 70-puntenplan ook zelf toegeven:
"Vanzelfsprekend verblijven er op ons grondgebied een groot aantal
legale vreemdelingen die zich niet aan criminele feiten bezondigen.
Deze groep kan niet zonder meer het land uitgezet worden. Dat neemt
niet weg dat er wel een beleid kan gevoerd worden dat deze mensen ertoe
aanzet om naar hun land terug te keren." De
georganiseerde marginalisering van de
migrantenbevolkingHet
70-puntenplan was vooral gericht op de georganiseerde verarming van de
migrantenbevolking. Diegenen die geen werk hebben, een groot gezin
moeten onderhouden of in een sociale woning huizen, worden het eerst
getroffen. Werklozen en hun
familie:
Migranten
die niet langer als arbeidskracht van pas komen, mochten nog steeds
onmiddellijk opkrassen. Het Blok berekende hun aantal op 27.938
werkloze Turken en Noord-Afrikanen (op een totaal van 499.954 werklozen
- cijfers voor België anno 1995). Die werklozen vallen vanaf de eerst
dag terug op niet meer dan een minimumdop (punt
57). Werk zoeken in andere sectoren wordt onmogelijk
(punt 58). Na vijf maanden worden zij
automatisch uitgewezen (punt 56), samen
met hun familieleden (punt 68). Dat deze
migranten het slachtoffer zijn van discriminatie deed het Blok af als
een "culpabiliserende
opinie". Werknemers:
De
13.579 Turken en 22.058 Marokkanen die hier hun boterham verdienen,
vormden een kleine minderheid op een totale werkende bevolking van 3,6
miljoen (cijfers voor België anno 1991). Toch vonden ook zij geen
genade in de ogen van het Blok, dat hun kansen op de arbeidsmarkt tot
nul wilde herleiden. Het ontslag van deze 35.637 werknemers "zal
ongetwijfeld positieve gevolgen hebben voor de tewerkstelling in ons
land," meende het Blok, dat alle "werk voor eigen volk eerst" opeiste
(punt 23). "Zolang dit land een half miljoen werklozen telt, is het
niet meer dan normaal dat bij tewerkstelling voorrang gegeven wordt aan
mensen van ons eigen volk."
Werkgevers zullen
tot dergelijke
ontslagen worden aangespoord via "een belasting op de tewerkstelling
van niet-Europese vreemdelingen" (punt 52; niet meer opgenomen in
Dewinters Baas in eigen land van 2000). "Ook Vlaamse en Waalse
arbeiders zijn bereid om het zogenaamde vuile werk te doen, mits een
aangepast loon," voorspelde het
Blok. Huisvesting: Niet
alleen werken, ook wonen werd een stuk moeilijker voor migranten. Het
Blok eiste "sociale huisvesting voor eigen volk eerst"
(punt 24)
en zou daarmee alleen al in Vlaanderen bijna negenduizend
migrantengezinnen zonder een dak boven hun hoofd op straat zetten. "De
Vlamingen dienen op de eerste plaats de vruchten te plukken van de
Vlaamse welvaart. De huisvesting van buitenlanders daarentegen moet
kaderen in een terugkeerbeleid van de overgrote meerderheid van
vreemdelingen naar hun landen van herkomst", noteerde het Blok in
Immigratie: de tijdbom tikt! Bovendien
mochten niet-Europese vreemdelingen pas na vijf jaar een huis of stuk
grond kopen. Wilden ze dit voortverkopen, dan mocht dat enkel aan
Belgen (punt 59).
Kindergeld: Voor
circa veertigduizend migrantengezinnen werd het leven nog wat duurder
gemaakt, want het Blok wilde een deel van hun kindergeld afschaffen.
Enkel voor de eerste drie kinderen kwam er nog wat (punt
54).
Een kroostrijk gezin met vijf kinderen zou dan nog slechts de helft
krijgen van waar het voordien recht op had. Voor kinderen die in het
buitenland verblijven, werd de kinderbijslag - die reeds beperkt is -
compleet afgeschaft (punt
55). Naast de
sociale en economische rechten wilde het Blok ook komaf maken met de
politieke, culturele en religieuze rechten en vrijheden van migranten.
De enige vrijheid die het Blok migranten gunde, was de vrijheid het
land te verlaten en nooit meer terug te
keren. Gosdienstvrijheid:
De erkenning van de islamitische eredienst zou worden
ingetrokken (punt 14).
Moskeeën zouden overal worden gesloten; enkel op afgelegen plaatsen
buiten de woonkernen duldde het Blok nog een klein aantal islamitische
gebedshuizen (punt 15). Zelfs de doden
mochten niet blijven: het Blok wil geen islamitische begraafplaatsen in
Vlaanderen. Vrijheid van
meningsuiting en van organisatie:
Migranten mogen enkel nog politieke organisaties
oprichten mits nadrukkelijke toelating van de overheid
(punt 12). Organisaties van
moslimstrekking (punt 17) of met politieke
wortels in het buitenland (punt 13), maar
ook organisaties die ijveren voor de integratie van migranten
(punt 2) zullen niet worden toegelaten.
Politieke rechten:
Uiteraard was het Blok rabiaat gekant tegen elke
vorm van stemrecht voor vreemdelingen (punt
9). Een massale campagne in het voorjaar van 1997,
waarbij 2,4 miljoen pamfletten Stemrecht voor vreemdelingen:
Nooit!
werden verspreid, moest dat nogmaals in de verf zetten. Het Blok riep
daarbij op de hoofdkwartieren van de traditionele partijen - hun
adressen en telefoonnummers werden afgedrukt - te bestoken. "Stuur hen
protestbrieven of telefoneer hen om uw ongenoegen te laten blijken.
Oefen vooral druk uit op de CVP." In
Antwerpen breide het Blok een extra luik aan die campagne. De partij
wilde er middels een petitie een gemeentelijk referendum afdwingen.
In
oktober 2000 werden de districtsraden van de negen gemeenten die samen
de Antwerpse fusiestad vormen voor het eerst rechtstreeks verkozen. Het
Blok was er als de dood voor dat migranten dan mee zouden kunnen
stemmen. "Het is niet uit te sluiten," aldus het partijblad van januari
1997, "dat wanneer de vreemdelingen bij de districtsraadsverkiezingen
uit de stemhokjes geweerd worden, het Vlaams Blok in bepaalde
districten (Borgerhout, Antwerpen, ...) wel eens de meerderheid zou
kunnen behalen. In Borgerhout behaalt het Vlaams Blok nu reeds 41% van
de stemmen. Anderzijds telt Borgerhout 28% vreemdelingen. Het stemrecht
voor vreemdelingen zou uiteraard het Vlaams Blok-stemmenaantal
afremmen."
De partij hoopte hier een stokje
voor te steken
door een gemeentelijk referendum over vreemdelingenstemrecht te
forceren. "Een democratische atoombom," noemde Dewinter het bij de
lancering in december 1996. Het Blok moest daarvoor 32.500
handtekeningen verzamelen, 10% van de stemgerechtigde Antwerpenaren.
Hoewel het Blok in de stad Antwerpen bij de gemeenteraadsverkiezingen
van 1994 28% van de stemmen behaalde (76.877 kiezers), duurde het bijna
een jaar voor het de benodigde handtekeningen "op markten, pleinen en
van huis tot huis" wist samen te brengen. "Het verzamelen van 32.500
handtekeningen was geen sinecure," meldde het partijblad in november
1997.
Van de overhandiging van de
petitieformulieren maakte
het Blok een hele klucht. Op 4 november 1997 belden gemeenteraadslid
Filip Dewinter en zijn gevolg er mee aan bij SP-burgemeester
Leona Detiège,
maar die gaf niet thuis. Voor de gelegenheid lieten ze zich vergezellen
van twee kamelen. Op één ervan was een als Maghrebijn verklede
Blok-militant gekropen. "Uw burgemeester voor het jaar 2000",
blokletterde een meegedragen bord.
Dat zei
natuurlijk meer over
hoe het Vlaams Blok over migranten denkt, dan over hoe migranten zijn
(niemand gebruikt een kameel als vervoermiddel, behalve het Vlaams
Blok). Migranten vormen omwille van hun moslimcultuur een bedreiging
voor de democratie, luidde het in juni 1996 op het ideologisch congres
Het volk beslist. Meer democratie in een vrij
Vlaanderen.
Dat schilderde migranten af als politiek achterlijk. "Het is een
illusie te hopen dat de moslims de democratische spelregels in ons land
zullen naleven. De democratie in het westen is het eindproduct van
eeuwenlange culturele, ethische en maatschappelijke processen. Die
kunnen niet in enkele jaren of zelfs in enkele generaties overgeplant
worden op immigranten die afkomstig zijn uit een totaal andere
beschaving, die niet dezelfde historische ontwikkeling heeft
doorgemaakt," stelde Karim van Overmeire
in zijn congrestekst Multiculturalisme versus
democratie.
|
De
georganiseerde terugkeerHet Vlaams Blok
wilde de terugkeer gezinsvriendelijk
organiseren. De migranten van de tweede en de derde generatie (de
kinderen en de kleinkinderen van de oorspronkelijke immigranten)
mochten, ook al zijn ze in België geboren en getogen, hun vaders en
moeders vergezellen naar het land dat deze dertig à veertig jaar
geleden als gastarbeider verlieten (punt
70). Een
opstijgend vliegtuig illustreerde de 10.000 affiches en 75.000 stickers
die de Vlaams Blok Jongeren in 1997 lieten drukken met daarbij de
slogan Hand in hand, terug naar eigen
land. Een toekomstgericht
onderwijs:
Als
voorbereiding op hun zogenaamde terugkeer beloofde het Blok de 40.759
Turkse en Noord-Afrikaanse leerlingen (cijfers voor Vlaanderen,
schooljaar 1994-1995; 3,5% van het totaal aantal scholieren) een
volkseigen onderwijs (punten 63 en 19).
"Een eigen
scholennet voor vreemdelingen is dan geen taboe meer, onderwijs in hun
eigen taal al evenmin. De Engelse, Duitse en Franse scholen voor rijke
eurocraten storen de overheid hoegenaamd niet, maar Turkse of
Marokkaanse scholen zouden niet kunnen. Natuurlijk, zulk eigen net
bevordert de integratie niet, maar die wijzen wij dan ook af. Een eigen
net is alleen verantwoord als het kadert in een reïntegratiepolitiek,"
stelde het Blok in Stop immigratie! Overigens zou
enkel nog in dié scholen de islamitische godsdienst mogen onderwezen
worden.
Als
stok achter de deur dreigde het Blok ermee het kindergeld in te houden
van schoolspijbelaars. Niet enkel voor de dagen in kwestie (zoals nu
reeds kan), maar voor een aanzienlijk langere periode: een hele maand
voor wie een tweede maal onwettig afwezig is, met telkens een maand
daar bovenop voor elke volgende periode van afwezigheid. "Het is
noodzakelijk om de jongeren van de straat te houden en ze via het
onderwijs een zeker toekomstperspectief te bieden," schreef
Filip de Man op 6 mei 1997 in een
wetsvoorstel ter zake.
"Wie
vreemdelingenonderwijs volgt, tekent zo een contract voor de
terugkeer," verduidelijkte Dewinter op 11
oktober 1996 in een interview met Gazet van
Antwerpen. Een
terugkeerpremie (zelf aan te vragen):
De migranten die naar hun land van etnische
herkomst terugkeren ontvangen een premie (punt
51),
maar dat is geen cadeau, zo maakten de wetsvoorstellen duidelijk die
het Blok hierover in 1998 en 1999 in Kamer en Senaat indiende. Ze
kregen die premie om te beginnen niet automatisch, neen: ze moesten
haar aanvragen. "Een terugkeerpremie wordt op zijn verzoek toegekend,"
stond in artikel 2 van het wetsvoorstel te lezen.
Over de
grootte van de terugkeerpremie deed het Blok in zijn 70-puntenplan
nogal vaag: "Het juiste bedrag van de premie zal afhangen van een
aantal criteria: duur van tewerkstelling, aantal kinderen en
familieleden die mee terugkeren, de grootte van het gestorte bedrag aan
sociale zekerheidsbijdragen in het terugkeerfonds" (punt
51).
In
zijn wetsvoorstellen plakte het Blok daar concrete bedragen op: minimum
50.000 frank (ca. 1250 €), maximum 750.000 frank (ca. 18.750 €). Per
gezin wel te verstaan, want de terugkeerpremie zou enkel wordenbetaald
"op voorwaarde dat de bloed- en aanverwanten die met hem samenleven en
te zijnen laste zijn hem vergezellen", stipuleerde het wetsvoorstel.
Voor
elk gezinslid had het Blok 50.000 frank of ca. 1250 € veil (vader,
moeder en kinderen jonger dan 18 jaar). Een gezin met drie kinderen zou
dus 250.000 frank (ca. 6250 €) ontvangen. Per gewerkt jaar kwam daar
10.000 frank (ca. 250 €) bij. Een
terugkeerfonds:
De
terugkeerpremie zou worden betaald uit het zogenaamde terugkeerfonds.
Dat potje moest door de migranten zelf bijeen worden gespaard: een deel
van wat zij (en hun werkgevers) aan sociale zekerheid betalen, komt
daarin terecht. (Het Blok beloofde de teruggekeerde migranten wel het
behoud van hun in België opgebouwde pensioenrechten.) Vluchtelingen,
EU-vreemdelingen en migranten met een strafblad komen niet in
aanmerking voor de terugkeerpremie.
De
toekenning van de premie
heeft automatisch voor gevolg dat de arbeids- en verblijfsvergunningen
van alle gezinsleden in kwestie ongeldig worden. Ze spelen ook
automatisch de Belgische nationaliteit kwijt. Ten laatste drie maanden
later moeten ze België verlaten hebben. Zich bedenken mag niet: wie na
drie maanden nog steeds in België verblijft, kan worden opgepakt en
opgesloten (en nadien als illegaal uitgewezen, dus zonder premie).
Geen weg terug:
De
terugkeer is onomkeerbaar. Wie eruit gaat, mag er zo goed als nooit
meer in. Eens buiten is voor altijd buiten. Wie een terugkeerpremie
kreeg, mag België enkel nog als toerist bezoeken (dus gedurende maximum
drie maanden). Een arbeidsvergunning of de Belgische nationaliteit
aanvragen wordt ook onmogelijk. Een voorschot van 30 procent moet
volstaan voor een ticket enkele reis. De rest wordt niet automatisch
uitbetaald, maar pas nadat de remigranten een bewijs hebben opgestuurd
van definitieve vestiging.
Migrantenprotest
tegen de
Blok-plannen zal overigens niet getolereerd worden. Onder het mom van
het "herstellen van orde en recht in de gettowijken"
(punt 16)
wil het Blok er permanente politie- en rijkswachtcontrole. Zo dienen er
"op systematische wijze identiteitscontroles te gebeuren", zoals aan
grensposten gebeurt. Het
Blok-programma is op vele punten wel degelijk in strijd met de
mensenrechten. Op 21 april 2004 veroordeelde het Gentse Hof van Beroep
het VB wegens overtreding van de wet op het racisme. In zijn arrest
verwees de rechter veelvuldig naar het 70-puntenplan en concludeerde
hij: "Het Vlaams Blok is een partij die kennelijk en systematisch
aanzet tot discriminatie. (...) U behandelt vreemdelingen als
criminelen, boosdoeners, profiteurs, onintegreerbare fanatiekelingen en
een bedreiging van het eigen volk." Tot die
conclusie kwam enkele jaren voordien ook
jurist Edwin Truyens,
nochtans ooit mede-oprichter van het Vlaams Blok en het eerste
hoofd van de studiedienst van de partij. In 1983 verliet Truyens het
Blok echter uit onvrede met het gebrek aan ethische rechtlijnigheid.
Sindsdien is hij de partij met argusogen blijven
volgen. In het nummer van mei-juni 2000 van
Kort Manifest, het tijdschrift van het
rechts-katholieke Vormingsinstituut Wies
Moens,
toetste Truyens het Blok-programma aan het respect voor de
mensenrechten. Truyens hekelde diverse concrete voorstellen uit het
anti-migrantenprogramma van het Blok als "pure discriminatie op basis
van ethnische afkomst" en als "zonder meer in strijd met de
mensenrechten". Vooral het onderscheid dat het Blok
in de sociale
zekerheid maakt tussen Europeanen en niet-Europeanen kan er bij Truyens
niet in. "Aangezien een massa vreemdelingen al decennia in ons land
leeft, werkt en bijdragen betaalt aan de sociale zekerheid, is het
bijna onmogelijk om wat dan ook te realiseren zonder zich te bezondigen
aan manifeste onrechtvaardigheden tegenover hen," schreef Truyens.
Het
Blok-voorstel om kinderbijslagen voor migranten te beperken tot drie
kinderen kon volgens Truyens "moeilijk anders dan racistisch genoemd
worden." Hetzelfde geldt voor de vermindering van de
werkloosheidsvergoedingen ("opnieuw een zuivere discriminatie") en
andere aspecten van de zogenaamde Eigen volk eerst-politiek, zoals het
achterstellen van migranten inzake toegang tot de
sociale-woningmarkt. Ook
met het drastisch verminderen van het aantal moskeeën, met als
alternatief "polyvalente ruimten buiten de stads- en woonkernen",
schendt het Blok overduidelijk de mensenrechten. "Dit lijkt bijna op
een provocatie aan het adres van de islamieten," stelde Truyens. "De
partij mag dan wel uitdrukkelijk verklaren niet te willen raken aan het
beginsel van de godsdienstvrijheid en de individuele
godsdienstbeleving, toch lijken de voorgestelde maatregelen een
discriminatie op basis van godsdienst in te
houden." |
Afrekenen
met de multikul lobbyVan
de Vlamingen verwacht het Blok dat ze de politiek van gedwongen
terugkeer geen strobreed in de weg leggen. "Een volksraadpleging over
het immigratieprobleem" (punt 7) moet die
politiek
legitimeren. Organisaties en individuen die er anders over denken,
kunnen dan gemakkelijker tot zwijgen worden gebracht. Dat bijvoorbeeld
de Belgische bisschoppen een standpunt innamen vóór de integratie van
migranten noemde het Blok in december 1995 "totaal
ongevraagd".
"Bisschoppen tegen hun volk" was Karel Dillens reactie.[7] Centrum
voor RacismebestrijdingNiet
voor niets vormde het "opdoeken van het Centrum voor Gelijkheid van
Kansen en Racismebestrijding" de opener van het 70-puntenplan. Waarmee
het Blok aangaf dat het, voor het zich van de
volksvreemden kan ontdoen, eerst de
volksvijanden
moet aanpakken. "Aangezien het Centrum [...] weigert de belangen van
het eigen volk te verdedigen, dient het opgedoekt te worden," luidde de
eis. De wetsvoorstellen ter zake liggen al klaar. Het Blok wil het
anti-racisme centrum vervangen door een staatssecretariaat met als
enige taak "het organiseren van de begeleide terugkeer"
(punt 4). Voorzitter
Frank Vanhecke noemde directeur
Johan Leman van het Centrum in één en
hetzelfde artikel in het Vlaams Blok Magazine
van februari 1998 achtereenvolgens "de inquisitiepater", "de sinistere
directeur", "de heraut van de multikul", "een bezeten Torquemeda",
"onze professionele bestrijder van de Vlaamse en Nederlandse
identiteit" en "de sinistere Pater Multikul". Daarmee was de voorraad
niet uitgeput. Bij andere gelegenheden werd Leman aangesproken als "de
nare pater"[8],
"de gefrustreerde allesweter"[9],
de "Weg met ons-profeet"[10],
of de "Big Brother" en "Groot-inquisiteur" met "zijn melting
pot-manie".[11]
De
Blok-haat nam soms morbide trekjes aan. Zo stelde Vanhecke in januari
1998 voor Leman, die pater dominicaan is, naar Algerije te sturen, waar
een bloedige burgeroorlog met moslimfundamentalisten heerst. Om daar
"de draad van zijn oorspronkelijke roeping terug op te nemen en
bijvoorbeeld de plaats te gaan innemen van de in Algerije vermoorde
Trappistenpaters. Van iemand die meent een specialist te zijn in de
verzoening van gemeenschappen, is Algerije ongetwijfeld een uitgelezen
werkterrein. Hij zal daar wellicht nuttig werk kunnen
verrichten." Anti-racistische
organisatiesPunt 2
van het 70-puntenplan eiste het "ontmaskeren en ontmantelen van de
vreemdelingenlobby". Het Blok was daar grondig op voorbereid. Over wie
en wat het gaat, welke organisaties en individuen, had de partij al
lang in kaart gebracht. Het doet daarvoor beroep op het werk van de
extreem-rechtse inlichtingendienst KOSMOS, de Kring voor
Onderzoek naar de Socialistische en Multiculturele Ondermijning van de
Samenleving,
dat hiervoor speciaal zijn naam wijzigde: de "m" stond tot voor de val
van de Berlijnse Muur voor "Marxistisch". In de rubriek "Open dossier"
in het maandblad van het Blok noemde Kosmos-speurder Luk
Dieudonné geregeld man en paard. De
partij laat weinig ruimte voor nuance. Dewinter omschrijft de
anti-racistische beweging Hand-in-Hand, die ijvert
voor meer verdraagzaamheid, als "een lobby met maatschappelijk zeer
omstreden doelstellingen".[12]
Een krantenadvertentie van Hand-in-Hand waarin
vermeld staat dat giften fiscaal aftrekbaar zijn, roept de ergernis van
Alexandra Colen op in het parlement.[13]
Haar collega Annemans
wil dan weer weten of de militante anti-fascistische actiegroep
Blokbuster vervolgd kan worden op basis van de wet op de
privé-milities.[14]
En senator Wim Verreycken omschrijft de
Meldpunten Racisme als "een netwerk van
verklikkers".[15] De
integratiesectorHet spreekt voor zich dat ook heel
de integratiesector de boeken mag sluiten. Naar aanleiding van
personeelsproblemen bij het Vlaams Centrum voor de Integratie
van Migranten
(VCIM) stelden twee Blok-parlementairen: "De grote moeilijkheden bij
het VCIM tonen nog maar eens aan dat het onmogelijk is, zelfs niet
tegen betaling, mensen uit zeer verschillende culturele achtergronden
te laten samenwerken."[16] Allochtone
politiciHoewel het VB parlementsleden van vreemde
origine in het algemeen met een scheef oog bekijkt, hoopt het hen toch
als nuttige idioten
te kunnen inschakelen, als propagandisten voor de
pas-u-aan-of-verhuis-assimilatie. "U zou uw eigen gemeenschap een grote
dienst bewijzen [...] als u een oproep zou doen tot uw eigen mensen om
zich radicaal en onvoorwaardelijk te assimileren. U bent daar zelf het
beste voorbeeld van," scheef Blok-kamerlid Guido
Tastenhoye op 14 september 1999 in een open brief aan
toenmalig Agalev-kamerlid Fauzaya
Talhaoui. Over
haar zei Dewinter in een persmededeling van 15 december 1999: "Sinds
haar verkiezing heeft zij nog niets anders gedaan dan het behartigen
van de belangen van de niet-Europese vreemdelingen. Dergelijke
verkozenen vertegenwoordigen het volk niet dat ze geacht worden te
vertegenwoordigen, maar wel de particuliere belangen van hun etnische
groep die momenteel in ons land verblijft, wat neerkomt op een
tribalisering van de politiek." Racisme was volgens
het Vlaams Blok tenslotte de schuld van de migranten zelf, alsook van
de zogenaamde "multikul profeten"[17]
en "de melting pot-lobby".[18]
Naar aanleiding van het Europees Jaar tegen het
Racisme in 1997 verklaarde
Dewinter
op 11 maart 1997 in het parlement: "Een multiculturele maatschappij
leidt tot racisme. Het gedwongen samenleven in een smeltkroes is de
oorzaak van racisme. Niet diegenen die pleiten voor het behoud van de
identiteit en de eigenheid van elk volk, in de eigen cultuurbedding,
liggen aan de basis van het racisme. Diegenen die pleiten voor de
multiculturele samenleving zijn dat wel. Het beste pleidooi dat u kunt
houden in het kader van het Jaar tegen het Racisme is een pleidooi voor
een begeleide terugkeer." Of zoals
Xavier Buisseret het in december 1995 in
het partijblad to the point wist te verwoorden:
"Stop dat gelul over multikul."
Voetnoten:[2]
Zie o.m.: Derieuw S., Analyse van het 70-puntenprogramma van het Vlaams
Blok, Nieuw Tijdschrift voor Politiek, 1992/5-6;
De Verontruste Juristen, Vlaams Blok bedreigt de rechtsstaat,
De Standaard, 04.07.1992 en
Humo, 16.07.1992; Faucompret E., Het Vlaams Blok
en de mensenrechten, De Gids op Maatschappelijk
Gebied, 1992/8-9; Van Dijk J., Zeventig mispunten
en een groen antwoord op racisme en onverdraagzaamheid,
1992. [3]
Met dank aan Eva Brems van het Instituut voor de Rechten van de Mens
(Katholieke Universiteit Leuven) voor de informatie (e-mail
22.12.1998). [4]
Vlaams Parlement, Handelingen, Plenaire
vergadering 18.11.1997. [5]
Vlaams Parlement, Handelingen, Plenaire
vergadering 09.05.1996. [6]
Zie voor enkele richtinggevende cijfers: Poulain M., Migrations en
Belgique, données démographiques, Courrier
hebdomadaire,
nr. 1438-1439, 1994. Bij wijze van voorbeeld: van de 8457
naturalisaties in 1991 waren er 879 voor Turken (10%) en 2091 voor
Marokkanen (25%). In 1992 werd een nieuwe wet van kracht die onder meer
de automatische naturalisatie van de derde generatie regelde. Van de
48.368 naturalisaties waren er dat jaar 3007 voor Turken (7%) en 6862
voor Marokkanen (14%). Het grootste aandeel waren echter de 29.417
naturalisaties van EU-vreemdelingen (61%). [7]
Idem.
In een open brief insinueert Gerolf Annemans zelfs dat de kerkleiders
niet enkel slechte Vlamingen zijn, maar ook nog eens slechte
christenen: "Er is niets onchristelijks aan het "eigen-volk-eerst".
[...] Bovendien is met het "eigen-volk-eerst" de tocht van Mozes naar
het Beloofde Land begonnen." (VVBM-Nieuwsbrief,
01.01.1996) [8]
Vlaams Blok, januari 1997. [9]
Vlaams Blok Magazine, april 1998. [10]
Vlaams Blok Magazine, juni 1998. [11]
Vlaams Blok, februari 1995. [12]
Vlaamse Raad, Bulletin van Vragen en Antwoorden,
13.10.1995. [13]
Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Vragen en
antwoorden, 23.09.1996. [14]
Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Vragen en
Antwoorden, 08.07.1996. [15]
Senaat, Parlementaire Handelingen,
28.03.1996. [16]
Strackx F., Aers W., Met redenen omklede motie [...] over de
problemen bij het Vlaams Centrum voor de Integratie van
Migranten, Vlaams Parlement, 13.05.1998, Stuk 1041
(1997-1998) nr. 1. [17]
Dewinter F., Immigratie: de tijdbom tikt!,
1996. [18]
Vlaams Blok, februari 1995.
|