Nieuw Rechts verovert Vlaanderen
"De komende strijd is niet enkel een politieke, integendeel. De strijd die het Vlaams Blok en de Vlaams Blok-Jongeren voeren, is vooral cultureel van belang." Woorden van Reinhard Staveaux op het VBJ-congres Weg met de politiek!? in december 1992 [2]. Staveaux, destijds politiek secretaris van VBJ en presentator van de televisie-uitzendingen van de partij, verwees daarmee naar de strijd om de culturele hegemonie in Vlaanderen, en de Nieuw Rechtse scholing van de VB-kaders komt hier duidelijk aan de oppervlakte [3].
Nieuw Rechts is een ideologische stroming die in 1965-1968 in Frankrijk ontstond (de Nouvelle Droite) en waarvan Alain de Benoist (°1943) de belangrijkste ideoloog is [4]. Nieuw Rechts wil de anti-egalitaire basis van het extreem-rechtse gedachtengoed hernieuwen en het pad effenen naar de macht. Vanuit Frankrijk zwermde de Nouvelle Droite uit naar andere landen, zoals Duitsland, Italië, Spanje, Portugal, Griekenland, Engeland, Zuid-Afrika en België.
Het belang van Nieuw Rechts voor de ideologie van extreem-rechts in het algemeen en die van het VB in het bijzonder werd in de literatuur over extreem-rechts lange tijd onderschat [5]. De Nieuw Rechtse invloed is nochtans zeer nadrukkelijk aanwezig in het gedachtengoed van het VB en van de met haar bevriende organisaties uit de extreem-rechtse Vlaams-nationale beweging [6].
Were Di & Dietsland-Europa
Een eerste aangewezen bron om na te gaan welk belang extreem-rechts zélf aan Nieuw Rechts toekent, is Dietsland-Europa, het gezaghebbende tijdschrift van Were Di, dat zichzelf omschrijft als het intellect van het rechts-radicale Vlaams-nationalisme. (Het hierna volgende overzicht is niet exhaustief.)
Het eerste artikel over de Franse Nouvelle Droite verschijnt in oktober 1971. Onder de titel "Volwaardig-nieuwe leerschool" wijdt Roeland Raes (°1934) een zeer lovende bespreking aan het door Alain de Benoist geleide Nouvelle Droite-tijdschrift Nouvelle Ecole, dat eind 1967 voor het eerst verscheen en wordt uitgegeven door de Nieuw Rechtse denktank GRECE (Groupements de Recherche et d'Etudes pour la Civilisation Européenne). Raes, die op dat moment de algemene leiding van Dietsland-Europa in handen heeft, schrijft dat de artikels "ons telkens weer treffen door hun wetenschappelijke degelijkheid en meer dan grondige documentatie", waarbij hij onder meer het themanummer over "eugenisme" vermeldt. "Wij zouden dit blad ten sterkste willen aanbevelen bij alle lezers van Dietsland-Europa die hun nationale en menselijke overtuiging op stevige grondslag willen vestigen en uitbouwen," aldus Raes, want het vormt "een onmisbaar werkinstrument" om "een bewuste, geschoolde en overtuigde geesteselite te vormen."
Ook aan de andere bronnen van Nieuw Rechts besteedt Dietsland-Europa ruime aandacht. Onder het pseudoniem L. Saerens bestempelt Jos Vinks (°1920), toenmalig hoofdredacteur, in juli 1977 het Nieuw Rechtse basiswerk Vu de droite: Anthologie critique des idées contemporaines van Alain de Benoist als "dé politieke encyclopedie van modern rechts" dat "wij aan alle Vlaams-nationale intellektuelen ten zeerste kunnen aanbevelen".
In januari 1978 omschrijft Roeland Raes de Nieuw Rechtse uitgeverij Editions Copernic - die in 1979 een Franse vertaling van Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen (Le Lion de Flandre) zal uitbrengen - als "een uitgeverij waar wij ons aan de bronnen van ons volksnationaal, elitair denken zouden kunnen laven." Over de verzamelbundel Les Idées à l'Endroit van Alain de Benoist roept Roeland Raes in augustus 1980 op het "in de ruimste kringen bekend te maken".
Dietsland-Europa publiceert ook geregeld vertaalde artikels van Alain de Benoist. Het eerste verschijnt in november 1971 in het themanummer 'Nationalisme 1971' en is getiteld "Frans nationalisme, bodemverbondenheid en regionalisme". De Benoist wordt daarbij ingeleid als "een van de schitterendste elementen uit de nieuwe Europese intellektuele elite". Later verschijnen nog verschillende andere artikels van hem en in oktober 1983 publiceert Francis Patteyn, de Franse correspondent van Dietsland-Europa, een zespagina lang exclusief interview met de Benoist. Het eerbetoon kan niet op, want in maart 1980 op de academische zitting ter gelegenheid van haar 25ste verjaardag nodigt Dietsland-Europa Alain de Benoist zelfs als enige buitenlandse gastspreker uit (de Benoist komt geregeld naar Vlaanderen, onder meer om de IJzerbedevaart in Diksmuide bij te wonen).
Dat Nieuw Rechts als ideologische inspiratiebron fungeert voor extreem-rechts, bewijzen ook de Nationalistische Grondslagen van Were Di uit 1985, waarin Alain de Benoist meermaals wordt aangehaald, onder meer over de culturele verworteling van de mens binnen zijn etnische volksgemeenschap. "Nieuw Rechts heeft ongetwijfeld niet alleen nieuwe bewijsgronden voor oude waarheden aangebracht," aldus Were Di, "maar tevens traditie en toekomst tot een synthese samengesmolten". Were Di vindt in het Nieuw Rechtse ideeëngoed inspiratie voor drie basisbeginselen: "een aangeboren ongelijkheid, hiërarchische maatschappij en elitaire organisatie" .
Af en toe verschijnt er ook een dissidente stem, want niet alle extreem-rechtse Vlaams-nationalisten bekennen zich tot de Nouvelle Droite. Vooral de traditionele, katholieke Vlaams-nationalisten laten wel eens een dissident geluid horen. De naar eigen zeggen ultra-rechtse katholiek pater Marcel Brauns (1913-1995), die eind jaren zeventig voorzitter van de Vlaams-Nationale Raad was, hekelt in april 1980 - in de naar de woorden van de Dietsland-Europa-redactie "hem eigen ongezouten stijl" - het anti-kristelijke (heidense) karakter van Nieuw Rechts. In navolging van de Franse integristische priester Georges de Nantes noemt Brauns de Benoist "topzot". "Een rustkuur in Geel zou beslist voor de Benoist geen kwaad kunnen," schampert Brauns.
Het scheldproza van Brauns roept in het nummer van mei 1980 menige reactie op. "Ik ben het niet gewoon oppervlakkige, ongefundeerde, slecht gedocumenteerde bijdragen te moeten lezen in Dietsland-Europa," reageert Roeland Raes verontwaardigd. Raes neemt de verdediging op zich van Nieuw Rechts: "De Nouvelle Droite is een bron van voortdurende geestelijke verrijking en vernieuwing" die "met intelligentie en gezag het linkse ideeëngoed kan tegengaan."
Het Vlaams Blok
Het VB doet zelf ook aardige inspanningen om Nieuw Rechts in eigen kring bekend te maken. Zo wordt het Vlaamse Nieuw Rechtse tijdschrift Teksten, Kommentaren en Studies (waarover verder meer) in het partijblad van mei 1993 door Roeland Raes omschreven als "een uitstekend tijdschrift (...) dat we graag willen aanbevelen. Het is een onafhankelijk, niet-partijgebonden blad, van duidelijk-rechtse opzet, en waarin men al eens iets zal lezen waarmee men niet instemt. Maar wie kritisch lezen en beoordelen kan, zal zich de lezing niet beklagen."
VB-ondervoorzitter Roeland Raes is binnen de VB-studiedienst verantwoordelijk voor de kadervormingen over Nieuw Rechts [7] en op de VBJ-Zomeruniversiteit van juli 1994 zou hij er nog een referaat over houden [8]. Op het 'gastarbeiderscongres' van maart 1984 - het enige VB-congres waarop Raes een referaat hield, op andere ideologische congressen trad hij wel als congresvoorzitter op - verwees Raes nadrukkelijk naar "de denkbeelden van de Franse Nouvelle Droite waar het begrip enracinement of verworteling vooropstaat als levensnoodzakelijke voorwaarde voor geestelijke gezondheid en evenwicht, zowel van mens als van mensengemeenschap" (p. 5) [9].
Raes is niet de enige VB'er die graag naar zijn Nieuw Rechtse leermeesters verwijst. In zijn boek Eigen Volk Eerst - met zo'n honderdtachtig pagina's de meest uitvoerige VB-studie over vreemdelingen - vernoemt Filip Dewinter de belangrijkste Nouvelle Droite-ideoloog Alain de Benoist als een van de bronnen van zijn 'antwoord op het vreemdelingenprobleem'.
Ook de latere VB-parlementsleden Francis Van den Eynde en Filip De Man (beiden in november 1991 voor de Kamer verkozen) bezoeken regelmatig de GRECE-congressen in Parijs [10].
VBJ nodigt geregeld buitenlandse afgevaardigden van Nieuw Rechts uit. Zo stond op het programma van de VBJ-Zomeruniversiteit van juli 1993 een cursus van Robert Steuckers over "Nieuwe nationalistische stromingen en rechtse pers in Europa" [13]. Steuckers (°1956) leidt de Franstalige tak van de Nouvelle Droite in België rond de tijdschriften Vouloir en Orientations, en werkte in 1981 op het secretariaat van het Nouvelle Droite-tijdschrift Nouvelle Ecole in Parijs. De VBJ nodigen Steuckers wel vaker uit. Op 27 september 1993 was hij b.v. te gast in Brugge voor een gespreksavond over "De invloed van Nieuw Rechtse stromingen op de nationalistische beweging" [14]. Een maand later, op 31 oktober 1993, is dan weer Manfred Rouhs te gast op het VBJ-congres Vrij Vlaanderen-Sterk Europa [15]. Rouhs is hoofdredacteur en uitgever van Europa Vorn, het belangrijkste tijdschrift van de Duitse Neue Rechte, en zetelt in de gemeenteraad van Keulen voor de Deutsche Liga für Volk und Heimat.
Teksten, Kommentaren en Studies (TeKoS)
Nieuw Rechts in Vlaanderen en Nederland beschikt sinds december 1979 over een eigen indrukwekkend studietijdschrift: Teksten, Kommentaren en Studies (TeKoS) van de in 1965 opgerichte Stichting Deltapers vzw uit Wijnegem, dat enigszins kan beschouwd worden als de opvolger van het tijdschrift De Anderen, uitgegeven door het Aktiecentrum Delta tussen 1965 en 1969 [16]. "Een van onze beste intellektuele produkties," omschrijft 't Pallieterke het vol lof (24 augustus 1994).
In het eerste nummer van TeKoS (december 1979) vatte hoofdredacteur Luc Pauwels de essentie van de Nieuw Rechtse ideologie samen ("Wat blijft ? Brief aan enkele oudbekenden"). De kern ervan is de verwerping van het gelijkheidsdenken (egalitarisme) sinds de Franse Revolutie van 1789. Nieuw Rechts vertrekt van het bestaan van een natuurlijke, organische en hiërarchische orde. Het wijst het Christendom af omdat dat zijn oorsprong niet in Europa maar in het Nabije Oosten heeft (en dus geen Europese godsdienst is) en omdat het een egalitaire godsdienst is (voor God zijn alle mensen gelijk).
In de plaats daarvan staat Nieuw Rechts een heidense religie voor die teruggrijpt naar de vòòr-christelijke of indo-Germaanse tradities in Europa. De samenleving moet hirarchisch georganiseerd worden waarbij ieders plaats in de hirarchie in overeenstemming is met zijn bekwaamheden en waarbij prestaties (ook van de leidinggevende elite) in dienst staan van de gemeenschap. Nieuw Rechts is konservatief in de zin dat het het natuurlijke, het onveranderlijke in de mens wil behouden. Het ras of het biologische behoort daar eveneens toe.
Het is binnen die levensbeschouwing dat TeKoS haar taak ziet in "de vorming van een elite die in staat is tot de studie en de synthese der feiten van het leven, die theoretisch gedachtengoed tot werkelijkheid maakt en die de orde belichaamt door haar kwaliteiten" [17]. De Stichting Deltapers organiseerde daartoe ook twee colloquia, waarop vermaarde binnen- en buitenlandse sprekers het woord voerden. Het eerste colloquium, Nieuw Rechts als kultureel alternatief, vond plaats op 11 oktober 1981 in het slot van Laarne, het tweede, Vrij denken - heiden zijn, op 27 oktober 1985 in het kasteel van Schoten. Op het colloquium van 1985 werd ook het eerste en tot nog toe enige Nederlands vertaalde boek van Alain de Benoist voorgesteld: Heiden zijn, vandaag de dag (346 pp., vertaald door Frans de Hoon, uitgegeven bij Deltapers, Franse uitgave Comment peut-on être païen uit 1981).
Na tien jaar stilte werden vanaf 1997 nieuwe colloquia georganiseerd. Niet alleen met een groeiende publieke belangstelling maar vaak met sprekers uit onverwachte hoek: 'Hoe overleven we de dekadentie' (1997, met o.m. prof. Boudewijn Bouckaert als spreker), 'Verworteling, verankering' (1998), 'Vlaamse identiteit, Nederlandse toekomst in Europa' (1999, met o.m. Guido Naets en prof. Matthias E. Storme als sprekers), 'Recht op antwoord! Tegen de dictatuur van het "politiek correcte" denken' (2000, met o.m. prof. em. Jacques Claes en toenmalig De Standaard-journalist Rolf Falter als sprekers), 'Globalisering of lot in eigen handen' (2001, met o.m. pater Luc Versteylen als spreker).
TeKoS zorgde ook voor vertalingen van werken van o.m. Friedrich Nietzsche (1844-1900) en Oswald Spengler (1880-1936; een van de belangrijkste ideologen van de Konservatieve Revolutie en auteur van het in die kringen hooggeprezen Der Untergang des Abendlandes uit 1918). Ook VB-ondervoorzitter Roeland Raes leverde tussen 1980 en 1983 enkele vertalingen, onder meer van Julius Evola (1898-1974), medestander én criticus van het Italiaanse fascisme, die wel eens omschreven wordt als de éminence grise van Nieuw Rechts [18].
Opmerkelijk is dat het economische weekblad Trends, dat zeker niet tot de kanalen van de 'linkse culturele hegemonie' behoort, in 1993-'94 meermaals haar kolommen openzette voor redacteurs van TeKoS. Zo trok Erik Arckens begin 1994 naar Parijs om de Nouvelle Droite-ideoloog Alain de Benoist te interviewen (Trends van 14 februari 1994). Op 16 september 1993 bracht Arckens een lijvige bespreking van een boek over Oswald Spengler, de al eerder aangehaalde ideoloog van de Konservatieve Revolutie, en op 21 april 1994 schreef hij een artikel over "de verleider Antonio Gramsci" (al kwam de Nieuw Rechtse lezing van Gramsci daarin niet expliciet ter sprake). Erik Arckens was ook de auteur van een artikel over de 'manipulatietechnieken' van de anti-racistische beweging, onder de titel "Kruistocht der kinderen, wie manipuleert wie ?" (Trends van 24 maart 1994; wat Trends evenwel niet belette in hetzelfde nummer een advertentie van Hand-in-Hand op te nemen), en eind 1993 ging hij in Parijs de linkse criticus van het anti-racisme Pierre-André Taguieff interviewen ("Het simplistisch verbond", Trends van 23 december 1993).
Arckens ging later aan de slag op de studiedienst van het VB en is thans Brussels parlementslid voor de partij. In 1989 studeerde hij aan de KUL af als licentiaat in de politieke wetenschappen met een eindverhandeling over 'De Nouvelle Droite als ideologie tegen de Westerse consumptiemaatschappij'.
Aan die aandacht van Trends voor Nieuw Rechts zal de oude vriendschap tussen Luc Pauwels (°1940), hoofdredacteur van TeKoS, en Lode Claes (1913-19..), destijds voorzitter van de redaktie-adviesraad van Trends, wel niet vreemd zijn. Luc Pauwels is immers de gewezen politieke secretaris van Lode Claes in diens Vlaamse Volkspartij (VVP), waarmee Claes in december 1978 aan de parlementsverkiezingen deelnam (de VVP vormde daarbij samen met de Vlaams-Nationale Partij (VNP) van Karel Dillen het verkiezingskartel VB). Pauwels noch Claes werden nadien echter lid van Dillens Vlaams Blok. Trends schetste op 3 maart 1994 nog een portret van Pauwels en diens goeroe (de term komt van Trends) Willem van Oranje (1533-1584), en de oud-Dinaso Lode Claes verwees in een door Frans Crols geschreven huldebetoon (Trends van 24 juni 1993) onder de typerende titel "Revolutie van rechts" onder meer naar de invloed van de Konservatieve Revolutie.
Hoe Nieuw Rechts de macht wil veroveren
Nieuw Rechts heeft zich tot doel gesteld om buiten de weg van de partijpolitiek de tijdgeest te beïnvloeden om op die manier de geesten rijp te maken voor een (extreem-)rechtse politieke machtsovername. Daarbij volgt Nieuw Rechts een meta-politieke strategie die geïnspireerd is op het werk van de Italiaanse marxist Antonio Gramsci, "ce grand théoricien du pouvoir culturel," zoals Alain de Benoist hem met veel ontzag omschrijft [20].
Antonio Gramsci
Gramsci (1891-1937) behoorde tot de leiding van de in 1921 opgerichte Italiaanse Kommunistische Partij (PCI). Van 1926 tot 1937 zat hij gevangen in de kerkers van Mussolini, die in 1922 na een fascistische machtsgreep Italië leidde. Tijdens dat gevangenschap schreef Gramsci zijn belangrijkste werk, de Quaderni del Carcere (gevangenisgeschriften), waarop Nieuw Rechts zich baseert voor haar meta-politieke strategie [21].
Gramsci stelt dat de macht in een samenleving tweeledig is. Hij onderscheidt enerzijds de 'politieke maatschappij' en anderzijds de 'civiele' of 'burgerlijke maatschappij' [22]. Onder de politieke maatschappij verstaat Gramsci in principe het eigenlijke wettelijke gezag langswaar de Staat zijn politieke macht doet gelden (via de wetgeving) en het repressieve staatsapparaat langswaar de staat zijn geweldsmonopolie handhaaft (via politie, rijkswacht en leger), maar het VB rekent er ook de partijen toe van wat het noemt "de estapo's of establishment-politici" [23].
De burgerlijke maatschappij daarentegen wordt gevormd door de verschillende instellingen en kanalen langswaar de Staat (en voor de marxist Gramsci is dat de klasse die de Staat beheerst, maar voor het VB natuurlijk niet) zijn ideologische of culturele hegemonie vestigt. "Daartoe behoort alles wat op de openbare mening direct of indirect kan inwerken: de bibliotheken, de scholen, de diverse kringen en clubs, tot en met de architectuur, de aanleg van straten en de straatnamen," schrijft Gramsci [24]. Andere belangrijke instellingen en kanalen zijn kranten, tijdschriften (ook de roddelbladen), boeken (ook schoolboeken), stripverhalen, films, muziek, radio, televisie, culturele centra, theaters, kerken, enzovoort. "Cet appareil 'civil' comprend la culture, les idées, les moeurs, les traditions, et jusqu'au 'sens commun'," resumeert de Benoist [25].
Die ideologische hegemonie strekt zich uit over alle terreinen van het leven en heeft als functie de politieke macht in de geesten aanvaardbaar te maken en te legitimeren. "Toute la puissance des spectacles et des modes réside dans la mesure où un roman, un film, une pièce de théâtre, une émission de télévision, etc., sera à long terme d'autant plus politiquement efficace qu'au départ il ne sera pas perçu comme politique, mais qu'il provoquera une lente évolution, un lent glissement des mentalités d'un système de valeurs vers un autre système de valeurs," schrijft Alain de Benoist in een opstel over Le Pouvoir Culturel [26].
Nieuw Rechts heeft immers de Gramsciaanse les geleerd dat een politieke verandering moet worden voorafgegaan door een verandering in de waarden, door het vestigen van een culturele hegemonie. "La majorité idéologique est plus importante que la majorité parlementaire, la première annonce toujours la seconde, tandis que la seconde, sans la première, est appelée à s'effronder," formuleert Alain de Benoist de belangrijkste les in zijn opstel over Gramsci in Vu de droite [27].
"Het begin van een échte, grondige verandering in een samenleving ligt niet in de macht in politieke zin, maar wel in het inwerken op de meta-politieke faktoren. Wil men een politiek regime neerhalen, dan bestaat daartoe geen zekerder middel dan het afbreken van de impliciete instemming van de bevolking met het waardensysteem, met de kulturele kontekst waarop dit politieke regime steunt. Links heeft dat sinds Gramsci goed begrepen: de VPRO en Humo zijn stukken gevaarlijker dan de Kommunistische Partij," schrijft Luc Pauwels in dezelfde lijn in TeKoS [28].
De strijd om die culturele hegemonie noemt Nieuw Rechts de meta-politieke strijd of het Gramscisme van rechts. De GRECE heeft er enkele van haar colloquia aan gewijd, zoals het allereerste (op 11 en 12 december 1968 te Lyon) over Qu'est-ce que la métapolitique ? en het 16de (op 29 november 1981 te Versailles) rond het thema Pour un gramscisme de droite. Guillaume Faye (°1949), een van de mede-oprichters van de GRECE, omschrijft de meta-politiek als "de maatschappelijke activiteit in de marge van de partijpolitiek (zoals verkiezingen, partijwerking, lijsten enz.). De meta-politiek is een methode om normen en waarden te verspreiden via kulturele kanalen, om ideeën en opinies te verspreiden langs andere en betere wegen dan die van de klassieke partijpolitieke activiteit." [29]
Vlaamse Beweging
De Vlaamse beweging vervulde in het verleden ook een meta-politieke rol, schrijft Luc Pauwels in TeKoS [30]. Via de taalstrijd "heeft zij in een veelal intutieve en onbewuste toepassing van de gramscistische strategie de impliciete steun van de Vlaamse bevolking aan de Belgische staat ondermijnd." In plaats van de gehechtheid aan de Belgische staat kwam er de gehechtheid aan de eigen taalgemeenschap. De fout van de Vlaamse Beweging is daarbij echter "dat ze de overheersende kultuur en het geldende waardensysteem in hoofdzaak slechts op één vlak wil wijzigen: de verhouding taal/volk/staat." Daarmee bereikt ze "geen inhoudelijke of diepgaande veranderingen op maatschappelijk vlak, maar gewoon een verandering van referentiekader, namelijk van het Belgische naar het Vlaamse, waarbinnen dan allerlei opvattingen van algemeen-politieke aard met elkaar in konkurrentie kunnen treden voor zover ze de Vlaamse perken niet te buiten gaan."
In het verleden ging enkel het Verdinaso (1931-1940) van Joris van Severen (1894-1940) vérder in de meta-politiek, door vooraf mensen grondig en diepgaand te vormen en hun waardensysteem op alle vlakken te wijzigen (waardoor tot vandaag de dag nog steeds een duidelijke stempel drukt op de oud-Dinaso's). Als tegenvoorbeeld verwijst Pauwels naar de Volksunie toen die in juni 1977 het Egmontpakt ondertekende "en onvoorzichtig genoeg niet eerst de kultuurverenigingen raadpleegde. (...) De Volksunie heeft niet begrepen dat principiële toegevingen steeds en overal moeten worden gedekt door de onderliggende meta-politieke stroming," spelt Pauwels de les.
Dietsland-Europa heeft die meta-politieke les daarentegen wél geleerd. Onder de titel "Onze taak" schrijft het in januari 1981: "Ons tijdschrift heeft een opdracht van politiek-culturele aard, en hier verwijzen wij naar de opvattingen van een Alain de Benoist en zijn tochtgenoten van Nouvelle Ecole (tijdschrift van de GRECE, ms), waarin onder meer gepleit wordt voor een Gramscisme de droite".
In dezelfde geest publiceert hoofdredacteur Jos Vinks onder het pseudoniem Herman van Essen in de jaargang 1981 een vierdelige reeks over Kultuur als macht, waarin meermaals verwezen wordt naar de Benoist en Gramsci. In het nummer van december 1983 bevestigt toenmalig redactiesecretaris Bert van Boghout (1916-2003) deze visie: "De meest gevaarlijke infiltratie is die in de geesten. Alain de Benoist - in navolging van Gramsci - heeft gelijk dat welke politiek ook maar kan doorbreken als daarvoor vooraf een positief cultureel klimaat wordt geschapen. Dat positieve klimaat ontbreekt ons vandaag bijna volledig en meteen wordt hier onze taak omlijnd".
Die meta-politieke of culturele strijd wordt gevoerd via de stellingenoorlog: bepaalde thema's worden vooruitgeschoven als inzet van de morele, culturele, intellectuele en ideologische leiding van de samenleving, waarbij twee of meer stellingen met mekaar wedijveren om die leiding. Zo kadert het VB haar aandacht voor het vreemdelingenthema volkomen in de stellingenoorlog: "Meer dan het eigenlijke voorwerp van dispuut is het vreemdelingenvraagstuk het slagveld waarop de tegengestelde visies elkaar bekampen." [31]
Het VB 'in de leer bij Gramsci'
Het VB heeft een opmerkelijke toepassing van dat Gramsciaanse denkkader geformuleerd in Weg met ons ? Antwoord aan Paula D'Hondt van Filip Dewinter uit 1991 (73 pp.).
Paula D'Hondt
Dat boekje wil een analyse maken van het Belgische migrantenbeleid en bevat een opvallende paragraaf onder de titel "In de leer bij Gramsci". Daarin vraagt het VB zich af waarom er een maatschappelijke consensus bestaat over de integratietheorieën van Paula D'Hondt. Het verklaart die consensus aan de hand van het gramsciaanse onderscheid tussen de politieke en de burgerlijke samenleving: "Terwijl de traditionele partijen zich bezighielden met de dagdagelijkse politiek, de economische crisis, de nasleep van de koude oorlog en de val van het communisme, heeft de linkerzijde ondertussen het ideologische debat gevoerd en gewonnen".
Niemand minder dan Gramsci zelf wordt er door het VB bijgehaald om uit te leggen hoe de culturele hegemonie in de burgerlijke samenleving bepalend is voor de macht in de politieke samenleving: "De Italiaanse communist Gramsci beweerde reeds in de jaren twintig dat men de politieke macht niet kan veroveren zonder dat er een voldoende culturele onderbouw aanwezig is die deze politieke macht ondersteunt en voedt. Hij is het die van de cultuur een meta-politiek strijdmiddel heeft gemaakt. De linkerzijde is er momenteel in geslaagd hetzelfde te doen met een aantal zogenaamde morele waarden (gelijkheid tussen alle volkeren, 'anti-racisme' (sic, ms), mundialisme...). Wanneer men erin slaagt deze 'nieuwe' morele waarden op te dringen aan de zacht geworden publieke opinie, kan men op deze manier een gevaarlijke politieke tegenstander en concurrent uitschakelen".
Het VB vindt de 'bewijzen' voor die 'linkse culturele hegemonie' in het feit dat "alternatieven voor de 'integratie' eenvoudig niet onderzocht worden". Als het VB er al zou in geslaagd zijn het vreemdelingenthema op de politieke agenda te plaatsen, dan moet het zelf toegeven dat de krachtlijnen van het ideologische debat door anderen worden beheerst. Het blijvende karakter van de aanwezigheid van de overgrote meerderheid der migranten staat immers niet ter discussie, enkel hoé ze hier kunnen blijven.
Het VB vindt het dan ook prioritair om dié consensus te doorbreken door "zijn politiek programma aanvaardbaar of op zijn minst bespreekbaar te maken". Vanuit een meta-politieke optiek is de prioritaire vraag immers niet of de regering een terugkeerbeleid voert, maar wel of de idee van de terugkeer een bespreekbare optie is. Het is op dàt terrein dat het VB haar voornaamste taak ziet, ook ten aanzien van haar andere programmapunten. Welk beleid er uiteindelijk zal gevoerd worden, wordt dan bepaald door wie het ideologische debat beheerst.
Het belang van het 70-puntenplan
In deze meta-politieke opzet van politieke bespreekbaarheid past merkwaardig genoeg ook het beruchte 70-puntenplan. Het VB wilde daarmee de stelling ondergraven dat de 'terugkeer' onmogelijk en niet-realistisch is. In zijn inleiding schrijft Dewinter dan ook: "Het is vooral de bedoeling geweest om aan te tonen dat de begeleide terugkeer van de niet-Europese vreemdelingen naar hun landen van herkomst realiseerbaar en uitvoerbaar is. (...) Het alternatief van het VB is geen illusie, ingepakt in enkele goedklinkende slogans. Het terugkeerplan is operationeel en onmiddellijk uitvoerbaar." [32]
Over dat terugkeerplan heeft zich een heuse stellingenoorlog ontwikkeld, waarbij zowel de media als de andere politieke partijen de kanonnen hebben doen spreken. Daarmee gebeurde wat het VB wilde: haar stellingen werden besproken, weliswaar om ze af te wijzen, maar een stellingenoorlog win je niet in één veldslag.
In een interne analyse in haar Kaderblad wijst het VB dan ook veelvuldig naar het meta-politieke strategische belang van de reacties op haar 70-puntenplan: "Terwijl men loos probeert te argumenteren waarom die 70 punten toch zo waanzinnig zijn, is men toch maar bezig met de modaliteiten van de terugkeer te bespreken. Dat is van enorme strategische waarde. (...) Het stelt ons in de eerste plaats in staat ons standpunt inzake migratie ter sprake te brengen. (...) Naast de idee 'integratie' en de idee 'multiculturele samenleving' bestaat nu werkelijk een duidelijke idee 'terugkeer'. (...) Het 70-puntenprogramma wérkt, niet enkel door haar inhoud, maar evenzeer en vooral door haar bestaan. De modaliteiten kunnen eindelijk besproken worden. Laat de tegenstanders maar zeuren over punten en komma's. Voor het eerst is de discussie op Vlaams Blok-terrein." [33]
Een nieuwe mei '68, maar dan in de omgekeerde richting
Over het VB en de meta-politieke strijd om de culturele hegemonie zegt Filip Dewinter: "Ik vind dat het een strategie is die zeker moet gevolgd worden naast de partijpolitiek. Je kunt geen politieke veranderingen teweeg brengen als die niet zijn voorafgegaan door een cultureel-maatschappelijke verandering. In die zin ben ik Gramsciaan. (...) Dergelijke culturele veranderingen kan je pas echt in partijpolitieke winst omzetten, indien je die ook vanuit bepaalde sectoren kunt begeleiden. Via het onderwijs en de culturele sector kan je daaraan een bepaalde onderstroom geven en die missen wij nu wel voor een deel. Ik vind dat we die op gang moeten brengen, maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan." [34]
De belangrijkste kanalen langswaar die rechtse culturele onderstroom zich moet ontwikkelen, zijn het onderwijs, de media en de culturele sector. Dewinter citeert daarover nogmaals Luc Pauwels uit TeKoS (in een artikel over de 'linkse culturele hegemonie'): "Bijzondere aandacht genieten daarbij alle 'mediamieke' functies in de samenleving, dit wil zeggen personen of instellingen die bij uitstek informaties, stemmingen of waarderingen doorgeven aan anderen." [35]
Zwartboek 'Progressieve Leraars'
De vraag waar het VB nu voor staat, is hoe het haar rechtse volksnationalistische denkbeelden kan laten doorsijpelen in een samenleving waar - volgens haar - een 'linkse culturele hegemonie' heerst. Dat doet het via twee stappen. Enerzijds door de 'linkse culturele hegemonie' aan te klagen, anderzijds door een rechtse culturele tegenmacht op te bouwen.
Een voorbeeld van zo'n regelrechte aanval op de 'linkse culturele hegemonie' vormt de pamflettencampagne Heb jij ook last van progressieve leraars ?, die de VBJ op 13 maart 1989 startten. "De intellectuele terreur van de mei '68-generatie begint op school," schrijft (toenmalig) VBJ-voorzitter Filip Dewinter met een typisch Nieuw Rechtse woordenschat in het pamflet van de campagne. "Heel wat leraars maken misbruik van hun positie om hun progressieve ideeën ingang te doen vinden."
In het Zwartboek 'Progressieve Leraars', dat de reacties op de campagne verzamelt, schrijft Dewinter onder de titel "de lange mars door de instellingen": "Het zou fout zijn de infiltratiepogingen van links in het onderwijs te beschouwen als een geïsoleerde destabilisatiepoging van onze maatschappij. (...) De strijd om het onderwijs is slechts een onderdeel in het veroveren van de politieke macht," waarna citaten volgen van Alain de Benoist en Luc Pauwels over de meta-politiek.
"Hun doel was niet langer het bestrijden van het politieke systeem, maar het omvormen ervan van binnenuit," becommentarieert Reinhard Staveaux, voorzitter van de werkgroep Jeugd en Politiek op het VBJ-congres Een andere jeugd, een ander ideaal van 2 december 1990. Het onderwijs vervult hierin een sleutelrol. In de strijd om de culturele hegemonie vormt de jeugd immers een noodzakelijk doelwit, want "wie de jeugd moreel kan vastpinnen, heeft de hele maatschappij," vervolgt Staveaux.
Konservatieve Revolutie
Ook een artikel van Jan Stalmans in de door KOSMOS (Kring voor Onderzoek naar de Socialistische en Marxistische Ondermijning van de Samenleving) gevulde rubriek 'Open Dossier' in het partijblad van het VB van september 1993 is van dezelfde teneur. Kosmonaut Jan Stalmans noemt het onderwijs "het terrein bij uitstek om de komende generaties te beïnvloeden." In eerste instantie vertaalt zich dat weer in een aanklacht tegen de 'linkse culturele hegemonie', maar belangrijker is dat Stalmans openlijk pleit voor een rechts-cultureel tegenoffensief: "Een nieuwe mei '68, maar dan in de omgekeerde richting, zou wel eens de enige oplossing kunnen zijn om uit de impasse van het huidige linkse éénrichtingsverkeer te geraken," aldus Stalmans.
Het inlichtingenwerk van KOSMOS past in zijn algemeenheid overigens ook weer binnen het Nieuw Rechtse denkkader, want het heeft voornamelijk betrekking op de posities die linkse groeperingen en personen uit de politiek-culturele sector innemen in de 'burgerlijke samenleving'. Onder zijn echte naam Luc Dieudonné publiceerde Jan Stalmans samen met Jurgen Ceder, beiden lid van de werkgroep media van het VB, begin 1994 de brochure De Hetze, die een overzicht geeft van de anti-VB-activiteiten sinds 24 november 1991. Ook daarin trekt het VB weer in dezelfde geest van leer tegen "de ingesteldheid van diegenen die het politieke, culturele en journalistieke bestel bemannen." [36]
Het VB wil het onderwijs, de media en de culturele sector ideologisch zuiveren. "Vorming, opvoeding, onderwijs dienen terug in handen van nationalistische mensen te komen. We moeten de linkerzijde terugdrijven, zowel uit het onderwijs als uit de media," stelt Jaak Peeters, toenmalig partijsecretaris van het VB, in een congresamendement op het eerste VBJ-congres Rechts zonder complexen in 1987 [37]. Die instellingen moeten worden ingeschakeld om de geesten rijp te maken voor een rechts en volksnationalistisch Vlaanderen. Om die reden werden op meerdere ideologische congressen resoluties goedgekeurd die pleiten voor de "inschakeling van onderwijs en media ter ondersteuning van deze positie" (zijnde het VB-standpunt) [38].
De rol die Nieuw Rechts op politiek-strategisch vlak speelt, is vergelijkbaar met die van de aanhangers van de Konservatieve Revolutie, die tijdens het interbellum de nationalistische, pro-militaristische en anti-parlementaire oppositie vormden in de Duitse Weimar-republiek (1918-1933). De konservatieve revolutionairen vormden een rechtse intellectuele voorhoede die de geesten rijp maakte voor de Nationaal-Socialistische machtsovername van 1933 (wat echter geenszins betekent dat alle konservatieve revolutionairen nazi's waren) [39].
Op dezelfde wijze streeft het VB volgens het latere parlementslid Bart Laeremans op het VBJ-congres van 1990 naar "een nieuwe nationale bewustwording, (...) de heropleving van ons volk en van het Europese Avondland. Dit houdt een bewuste terugkeer in naar de eigen verworteling, een konservatieve revolutie, die de nationale en Europese identiteit opnieuw centraal plaatst, de jongeren een verantwoordelijkheidsbesef ten opzichte van het eigen volk bijbrengt." [40]
[1] Interview Marc Spruyt met Filip Dewinter, 14 juni 1993.
[2] STAVEAUX R., De Kloof, Referaat VBJ-congres 'Weg met de politiek !?', 13-12-1992, p. 14.
[3] De Leuvense historicus Louis Vos heeft op deze scholing gewezen en hij is daarmee een der weinige auteurs die het belang van Nieuw Rechts weet in te schatten. Zie: VOS L., "De politieke kleur van jonge generaties", in VAN DOORSLAER R. (e.a.), Herfsttij van de 20ste eeuw. Extreem-rechts in Vlaanderen, Leuven, Kritak, 1992, p. 15-46. En van dezelfde auteur: "De rechts-radicale traditie in het Vlaams-nationalisme", Wetenschappelijke Tijdingen, 1993, nr. 3, p. 129-149.
[4] Over de Benoist's ideeëngoed, achtergrond, voorgeschiedenis en publikaties, zie: TAGUIEFF P.A., "Alain de Benoist, philosophe", Les Temps Modernes, n° 451, février 1984, p. 1439-1478.
[5] Ik bedoel hiermee vooral de boeken over het Vlaams Blok. Meer dan tien jaar geleden (!) formuleerde politicoloog Peter Verlinden al gelijkaardige bedenkingen (De Nieuwe Maand, april 1982, p. 55). Enkele schaarse Nederlandstalige publikaties over Nieuw Rechts zijn: COMMERS R., "Uit de recente ideologische ontwikkelingen in West-Europa: Nieuw Rechts", Vlaams Marxistisch Tijdschrift, 1980, nr. 2, p. 7-44. Verscheen ook in: DE VOS L. & MOENS M. (red.), Nieuw Rechts: filosofie en praktijk (nr. 6 van het tijdschrift Restant), 1983, p. 90-133. VANHECKE F., "Organisatie en metapolitieke strategie van kultureel nieuw-rechts in Frankrijk", Volksopvoeding, 1983, nr. 3, p. 238-254 (over de auteur, thans Europees parlementslid van het VB, zie verder). TOMMISSEN P., "Wat is en wat wil de Nouvelle Droite ?", Anti-totalitair denken in Frankrijk, Brussel, EHSAL (Reeks Eclectica, nr. 57), 1984, p. 101-149 (met een zeer gedetailleerde bibliografie). ZORN J.F., "Racisme en Nieuw Rechts in Frankrijk", Tijdschrift voor Ontwikkelingssamenwerking (themanummer 'racisme en onderontwikkeling'), maart 1986, p. 16-25.
[6] Het Vlaams Blok beschouwt niet alle extreem-rechtse groepen als "bevriend". De basisliteratuur over deze groepen vormt: VERHOEYEN E., "L'extrême droite au sein du nationalisme flamand", Courrier Hebdomadaire du CRISP, nrs. 675-376, 1975. Actualisering en originele aanvulling van deze gegevens verscheen o.m. in: VERHOEYEN E. & UYTTERHAEGEN F., De kreeft met de zwarte scharen: 50 jaar rechts en uiterst rechts in België, Gent, Masereelfonds, 1981, p. 79-105. VERLINDEN P., "Morfologie van de uiterst-rechtse groeperingen in België", Res Publica (Politiek Jaarboek 1980), 1981, nr. 2-3, p. 373-407. VERLINDEN P., "Morfologie van extreem-rechts binnen het Vlaams-Nationalisme", in: DE SCHAMPHELEIRE H. & THANASSEKOS Y. (eds.), Extreem-rechts in West-Europa, Brussel, VUB-press, 1991, p. 235-245.
[7] Vlaams Blok-Kaderblad, februari 1985, p. 13.
[8] VBJ-Nieuwsbrief, april-mei 1994, p. 4. De titel van Raes' referaat luidde "Wat is Nieuw Rechts?".
[9] In februari 1972 hield de GRECE in Parijs een colloquium over L'enracinement. De referaten ervan verschenen in de brochure Qu'est ce que l'enracinement ?, die Roeland Raes in augustus 1975 in Dietsland-Europa omschreef als "een indrukwekkend pleidooi voor de volks-verbonden mens", voor "bodemverbondenheid en stamverwantschap" (p. 31).
[10] DEWINTER F. & VAN OVERMEIRE K., Eén tegen allen, opkomst van het Vlaams Blok, Antwerpen, Tyr, 1993, p. 70.
[11] VANHECKE F., "Organisatie en metapolitieke strategie van kultureel nieuw-rechts in Frankrijk", Volksopvoeding, 1983, nr. 3, p. 254.
[12] De Vlaams-Nationalist, december 1977. De Vlaams-Nationalist is de eerste titel van het partijblad van het Vlaams Blok, dat toen nog de Vlaams-Nationale Partij (VNP) heette.
[13] VBJ-Nieuwsbrief, maart-april 1993, p. 4.
[14] Vlaams Blok, september 1993, p. 16.
[15] VBJ-Congreskrant, 31-10-1993, p. 14.
[16] Zie over 'De Anderen': VERHOEYEN E., "L'extrême droite au sein du nationalisme flamand", Courrier Hebdomadaire du CRISP, nrs. 675-376, 1975, p. 38-41.
[17] PAUWELS L., "Wat blijft ? Brief aan enkele oudbekenden", Teksten, Kommentaren en Studies, nr. 1, december 1979, p. 160/19.
[18] Over Evola, zie: FERRARESI F., "Julius Evola: tradition, reaction and the radical right", European Journal of Sociology, 1987, nr. 1, p. 107-151 (met een volledige bibliografie), waarin Evola wordt omschreven als "possibly the most important intellectual figure for the Radical Right in contemporary Europe" (p. 107). In Vlaanderen bestaat een Centro Studi Evoliani, waarvan Raes de contactpersoon is, maar dat thans op non-actief staat. Raes werkte ook mee aan het themanummer van Dietsland-Europa (juni 1985) over Evola met een artikel over Evola en het fascisme.
[19] Over de verschillen tussen de GRECE en de Club de l'Horloge, zie: TAGUIEFF P.A., "La Nouvelle Droite et ses stratégies", Nouvelle Revue Socialiste, juillet-août 1984, p. 29-37. Yvan Blot, een van de oprichters van de Club de l'Horloge (°1974), was gastspreker op het VBJ-congres 'SOS-Identiteit' op 27 oktober 1991. Blot is sinds 1989 Europees parlementslid van het Franse Front National.
[20] DE BENOIST A., Les idées à l'endroit, Paris, Editions Libres-Hallier, 1979, p. 251.
[21] Over de meta-politieke strategie, zie: TAGUIEFF P.A., "La stratégie culturelle de la 'Nouvelle Droite' en France (1968-1983)", in: BADINTER R. (ed.), Vous avez dit fascismes ?, Paris, Montalba, 1984, p. 13-152. "Le phénomène Nouvelle Droite n'est peut-être vraiment nouveau que par sa théorie stratégique et la mise en oeuvre de celle-ci, relativement efficace," schrijft Taguieff daarin (p. 56).
Een zeer goede synthese van Taguieff's visie vormt het recentelijk als interview afgedrukte "Origines et métamorphoses de la Nouvelle Droite", Vingtième Siècle, n° 40, octobre-décembre 1993, p. 3-22. Zopas verscheen van Taguieff zijn nieuwste boek: Sur la Nouvelle Droite (Paris, Descartes, 1994). De linkse Franse politicoloog Pierre-André Taguieff is ongetwijfeld de grootste kenner van de Nouvelle Droite. Zijn objectiviteit en nauwkeurigheid wordt zelfs door Nieuw Rechts erkend.
[22])Over deze visie van Gramsci, zie: VAN TRIER W., "Het geval Gramsci: de revolutionair en zijn dubbelganger", De Nieuwe Maand, 1977, nr. 20, p. 187-206. Over de andere opvattingen van Gramsci, zie: BROUWERS B., "De aktualiteit van Antonio Gramsci", Tijdschrift voor Diplomatie, 1974, nr. 1, p. 243-249.
[23] VLAAMS BLOK, 10 vooroordelen tegen het Vlaams Blok, 1992, p. 15.
[24] GRAMSCI A., "De organisatie van de cultuur", Te Elfder Ure, 1975, nr. 19, p. 597.
[25] DE BENOIST A., Vu de droite. Anthologie critique des idées contemporaines, Paris, Copernic, 1979, p. 458.
[26] DE BENOIST A., Les idées à l'endroit, Paris, Editions Libres-Hallier, 1979, p. 258.
[27] DE BENOIST A., Vu de droite. Anthologie critique des idées contemporaines, Paris, Copernic, 1979, p. 460. Eveneens geciteerd (in een Nederlandse vertaling uit T-K-S) in: DEWINTER F., Zwartboek 'Progressieve Leraars', 1989, p. 19.
[28] PAUWELS L., "Politiek en metapolitiek in Vlaanderen en Nederland", Teksten, Kommentaren en Studies, nr. 4, maart 1980, p. 330/6.
[29] Geciteerd in: Idem.
[30] PAUWELS L., "Politiek en metapolitiek in Vlaanderen en Nederland", Teksten, Kommentaren en Studies, nr. 9-10, oogst-september 1980, p. 330/49-64, waaruit de hierna volgende citaten.
[31] VLAAMS BLOK, 10 vooroordelen tegen het Vlaams Blok, 1992, p. 8.
[32] DEWINTER F., Immigratie: de oplossingen. 70 voorstellen ter oplossing van het vreemdelingenprobleem, 1992, p. 3.
[33] STAVEAUX R., "70 tactische mispunten of een schot in de roos ?", Vlaams Blok-Kaderblad, april 1993, p. 6-7.
[34] Interview Filip Dewinter, 14-6-1993. In: SPRUYT M., De Ideologie van het Vlaams Blok, Antwerpen, UIA, Eindverhandeling in de Politieke en Sociale Wetenschappen, 1994, p. 310-311.
[35] Geciteerd in: DEWINTER F., Zwartboek 'Progressieve Leraars', 1989, p. 19. (Dewinter citeert uit: PAUWELS L., "Politiek en metapolitiek in Vlaanderen en Nederland (II)", Teksten, Kommentaren en Studies, nr. 6, mei 1980, p. 330/5.)
[36] CEDER J. & DIEUDONNÉ L., De Hetze, 1994, p. 36.
[37] Amendement van Jaak Peeters bij CARPELS H., Discussietekst Werkgroep veiligheid, VBJ-congres 'Rechts Zonder Complexen', 4-10-1987, amendementen, p. 1.
[38] CARPELS H., Kongresbesluiten Werkgroep veiligheid, VBJ-congres 'Rechts Zonder Complexen', 4-10-1987, resolutie 15.
[39] WOODS R., "The radical right: the 'conservative revolutionaries' in Germany", in: EATWEL R., O'SULLIVAN N. (eds.), The nature of the right: European and American politics and political thought since 1789, London, Printer Publishers, 1989, p. 124-145. In Teksten, Kommentaren en Studies (onder meer - en niet toevallig - in het allereerste nummer van december 1979) wordt ruime aandacht besteed aan de Konservatieve Revolutie, die de idealen van de Franse Revolutie van 1789 afwijst.
[40] LAEREMANS B., Jeugd en Cultuur, Referaat VBJ-congres 'Een andere jeugd, een ander ideaal ?', 2-12-1990, p. 2.