|
28.02.2001 – De man die Roeland Raes een spreekverbod oplegt, was jarenlang zelf een warm pleitbezorger van het recht op vrije meningsuiting voor holocaustontkenners. En in tegenstelling tot Raes bezondigde Frank Vanhecke zich daar ook in het partijblad van het Vlaams Blok aan.
Geschiedenisvervalsing In april 1988 wordt Frank Vanhecke geïnterviewd door de Deutsche National-Zeitung, een Duits neo-nazi weekblad dat wordt uitgegeven door multimiljonair Gerhard Frey. Vanhecke is op dat moment zowel persverantwoordelijke van het Vlaams Blok als van de jongerenorganisatie Vlaams Blok Jongeren en zetelt in die hoedanigheid ook in het nationaal partijbestuur. Het kost hem weinig moeite een gevoelige snaar te raken bij de met oorlogsnostalgie vervulde lezers van de Deutsche National-Zeitung. "De geschiedenisvervalsing over de Tweede Wereldoorlog," antwoordt hij namelijk rechtuit wanneer hem gevraagd wordt wat hem het meest met afschuw vervult. Heksenjacht Voor hij Blok-voorzitter werd, beschikte Vanhecke al over een vaste rubriek in het partijblad, waarin hij de buitenlandse politiek becommentarieerde. Tot tweemaal toe brak hij er een lans voor de Franse negationist Robert Faurisson, nadat die door tegenstanders gemolesteerd werd. Vanhecke bleek duidelijk vertrouwd met het oeuvre van holocaustontkenner Faurisson wanneer hij in november 1989 schreef: "Zijn misdaad: het verkondigen van de mening dat de vergassing van miljoenen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit heeft plaatsgevonden, door het feit dat de gaskamers niet hebben bestaan en materieel ook niet konden functioneren."
"Men kan hierover denken wat men wil," luidde Vanheckes commentaar daarop, doch Faurisson als een leugenaar voorstellen wilde hij nu ook weer niet. "Het gaat er dan ook niet om hier een oordeel te vellen of Faurisson nu al of niet gelijk heeft, een zaak die trouwens van bijzonder weinig belang is, vergeleken met de problemen waar Europa vandaag mee te kampen heeft. Maar gelijk of ongelijk, feit is dat hier een man, uitsluitend om het verkondigen van zijn mening, wordt verminkt na eerst te zijn gebroodroofd en gerechterlijk vervolgd." Vanhecke vergeleek Faurisson zelfs met de door moslimfundamentalisten vogelvrij verklaarde Britse auteur Salman Rushdie. En nadat de Franse Front National-leider Jean-Marie Le Pen in 1987 op de vingers werd getikt omdat hij de gaskamers tot een detail in de geschiedenis had gebanaliseerd, voelde Vanhecke zich geroepen om Le Pen in het partijblad van het Blok zowaar voor te stellen als het slachtoffer van een heksenjacht. Muilkorfwetten Dat alles vormde geen beletsel voor partijvoorzitter Karel Dillen om Frank Vanhecke in 1996 tot zijn opvolger te kronen. Waarom zou hij ook? Ook de stichter van het Vlaams Blok kantte zich jarenlang tegen de zogenaamde muilkorfwetten. Tot in het midden van de jaren tachtig werden in het partijblad veelvuldig vraagtekens geplaatst bij het zogenaamde 'taboe van de zes miljoen', onder meer in de lezersrubriek. Pas toen dat voor onenigheid dreigde te zorgen binnen de partij, greep Dillen – die verantwoordelijke uitgever en een tijdlang hoofdredacteur was – in, doch zonder dat de ontkenners voor het hoofd werden gestoten. Hoe diep hun opvattingen ondertussen waren doorgedrongen, bleek nog in januari 1990. Toen blokletterde de cover van het partijblad in koeien van letters: 'Aids: de échte holocaust'.
|