|
In en om rond het Vlaams Belang leeft het collaboratie-ideeëngoed nog steeds voort. Dat bewijst een door Jörgen Noens, een jonge VB’er, georganiseerde activiteit over Edgard Delvo, de leider van de collaboratievakbond UHGA die na de oorlog bij verstek ter dood werd veroordeeld.
In zijn vorige week verschenen boek ‘Rechts voor de raap’ beweert VLD-senator Jean-Marie Dedecker dat de harde kern van het Vlaams Belang – “met zijn fascistische antecedenten” – bestaat uit “bejaarden die zich uit nostalgie op Sint-Maartensfeestjes terugvinden”. Daarmee bewijst Dedecker weinig van de extreemrechtse huiscultuur af te weten. Wie denkt dat het collaboratie-ideeëngoed enkel voortleeft bij de generatie collaborateurs zelf – zoals de leden van het Sint-Maartensfonds – vergist zich. Dat ideeëngoed wordt, zoals in een estafetteloop, vlotjes van de ene naar de andere generatie doorgegeven. Via de jongelui van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) bijvoorbeeld, het Sturm und Drang-clubje waartoe in een ver of minder ver verleden ook talloze van de huidige VB-kopstukken behoorden, zoals Filip Dewinter en Frank Vanhecke.
De Brusselse afdeling van het NSV organiseert op dinsdag 21 februari 2006 een informatieve avond over Edgard Delvo, een van de grondleggers van de nationaal-socialistische collaboratie in Vlaanderen. Organisator van die avond is de 28-jarige Jörgen Noens, een van de rijzende sterren binnen het VB: Noens is nationaal actieverantwoordelijke van de Vlaams Belang Jongeren (VBJ), werkt op het secretariaat van de Vereniging van Vlaams Belang Mandatarissen (VVBM) onder de vleugels van Francis Van den Eynde en is VB-gemeenteraadslid in Meise. Collaboratievakbond 
Edgard Delvo (1905-1999) is één van de ideologen die de arbeidersbeweging tijdens de Tweede Wereldoorlog in nationaal-socialistische vaarwateren wilde loodsen. Delvo stamt oorspronkelijk uit de socialistische arbeidersbeweging. In 1928 wordt hij op 23-jarige leeftijd secretaris van de socialistische Centrale voor Arbeidersopvoeding. Delvo staat sterk onder invloed van Hendrik De Man, de leider van de Belgische Werkliedenpartij (BWP), die een socialisme zonder klassenstrijd aanleunt. Nadat De Man in juni 1940 de BWP ontbonden heeft, treedt Delvo toe tot de Raad van Leiding van het met de nazi's collaborerende Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). Hij is er verantwoordelijk voor de ideologische scholing. In 1941 meldt hij zich als vrijwilliger voor het Oostfront, maar VNV-leider Staf de Clercq houdt hem tegen door hem tot VNV-propagandaleider te benoemen. Delvo publiceert volop over het nationaal-socialisme en bepleit een samenwerking met de SS. Dat ontgaat ook de Duitse bezetter niet, die hem in 1942 benoemt tot leider van de Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA), de collaboratievakbond die in 1940 was opgericht door Hendrik de Man. In september 1944 vlucht Delvo naar Duitsland. In 1945 wordt hij bij verstek ter dood veroordeeld. De volgende dertig jaren leeft hij in ballingschap in Duitsland. Adviseur van extreem-rechts Vlaanderen Nadat hem gratie is verleend keert Edgard Delvo naar Vlaanderen terug. Het is een blij weerzien met extreem-rechts, dat hem met open armen ontvangt. De 69-jarige Delvo is duidelijk nog niet aan het einde van zijn Latijn. “Nog steeds bezield door het oude vuur, heeft hij toen gepoogd zijn volksnationale socialistische gezindheid terug in de belangstelling te brengen,” blikt het VB-ledenblad in 1996 terug. Dat doet Delvo onder meer met de publicatie van het boek ‘Sociale collaboratie: pleidooi voor een volksnationale sociale politiek’, dat bij Uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel verschijnt. Professor Karel van Isacker voorziet het van een inleiding.
Het boek verschijnt in 1975, maar dateert in feite uit 1944. Delvo schreef het toen “ten behoeve van zijn geestesverwanten en van de hele arbeiderswereld,” noteert Van Isacker, als “een uitvoerige belijdenis van zijn geloof in de volksstaat, gebouwd op de organische, solidaristische volksgemeenschap, een gezindheid die alle groepen en standen solidair tot een volksgemeenschap verbindt en op elkaar richt.” Delvo ziet zijn boek niet enkel als een historisch document. Hij hoopt opnieuw een politieke rol van betekenis te kunnen spelen als raadgever van extreem-rechts. Het maandblad Dietsland-Europa – vaak omschreven als de ‘denktank’ van het VB – biedt hem daartoe de mogelijkheid. Tussen 1976 en 1983 kan hij er talloze artikels in kwijt. Daarin brengt hij niet alleen zijn oude denkbeelden in herinnering, hij legt eveneens verbanden met actuele situaties. Zo wijst Delvo in zijn artikel 'De gastarbeiders in het Derde Rijk' op een aantal redenen waarom “we wel kunnen spreken van gastarbeid in het Derde Rijk, maar niet van een gastarbeidersprobleem waarmee wij op dit ogenblik hier en elders geconfronteerd worden.” Het artikel leest als een reeks tips aan extreem-rechts. In 1978 publiceert Delvo zijn tweede boek De mens wikt: terugblik op een wisselvallig leven. Vijf jaar later verschijnt Democratie in stormtij: democratisch socialisme in de crisisjaren dertig. “Dat Delvo vandaag zijn theorieën nog steeds met overtuiging verkondigt, daarvoor zijn wij erg gelukkig,” schrijft Edwin Truyens in mei 1979 in Dietsland-Europa. Truyens was in 1976 de oprichter van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) en stond later ook mee aan de wieg van het Vlaams Blok, waarvan hij tot 1983 de studiedienst leidde. Wanneer Delvo met een amnestielijst aan de Europese verkiezingen van 10 juni 1979 wil deelnemen, staat het Blok klaar om hem te steunen. Vlaams nation(aal-soci)alist In 1996 haalt het Vlaams Blok deze Edgard Delvo opnieuw van stal in de voorbereidingen van haar eerste sociaal-economisch congres. Op het moment dat er verwoed gediscussieerd wordt over de sociaal-economische koers die het VB uitmoet, verschijnt in het partijblad een paginagroot artikel over Delvo onder de titel 'Van marxist tot nationalist'. 
Al in de inleiding maakt het VB duidelijk dat het de nationaal-socialist Delvo tot haar kamp rekent: “Al te dikwijls wordt het Vlaams-nationalisme verweten dat het totaal afwezig is gebleven in de sociale strijd van ons volk. Dit verwijt is beslist onterecht,” luidt het. Delvo, die als bewijs van het tegendeel moet dienen, wordt vervolgens omschreven als “één van de merkwaardigste en boeiendste figuren die de stap heeft gezet van het socialisme naar het Vlaams-nationalisme, zonder daarbij zijn sociale bestrevingen te hebben moeten prijsgeven.” Bij zijn overlijden in 1999 krijgt Delvo een paginagroot in memoriam in het Vlaams Blok Magazine (oktober 1999). “Een belangrijk richtinggever wat de samensmelting tussen de nationale en sociaalbewogen motiveringen aangaat,” noemde toenmalig ondervoorzitter Roeland Raes hem toen. * * * Meer over de collaboratiepolitiek van Hendrik De Man op Verzet.org. Meer over de extreem-rechtse politieke familie op Blokwatch.
|