|
‘Ondernemend Vlaanderen: welvaart voor iedereen’ is de titel van het economisch congres dat het Vlaams Belang op 26 november 2005 in Gent houdt. Blokwatch verheldert met een reeks achtergrondartikels.
In deze eerste aflevering weerleggen we een veel gehoord misverstand. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd is ‘Ondernemend Vlaanderen’ niet het eerste economisch congres van het VB.
Tien jaar geleden, in 1996, deed de partij dat ook al eens onder de titel ‘Vlaanderen werkt!’. Dat draaide toen ei zo na uit op een fiasco. Wat waren de inzet, het verloop en de besluiten van dat congres? CongresficheCongrestitel: ‘Vlaanderen werkt!’ Datum: 30 november - 1 december 1996 Politieke context: eindpunt van de campagne ‘Werk voor eigen volk eerst’ Plaats: conferentiecentrum van Sunparks in De Haan Aantal deelnemers: 700 Werkgroepen: 'Vlaams geld in Vlaamse handen' 'Een Vlaamse sociale zekerheid' ‘Een groei-economie in en voor Vlaanderen' 'Werk voor eigen volk eerst' ‘Verankering en delokalisering' Informatielezingen: ‘Begroting en staatsschuld: wat en hoeveel?' 'De Tsjechoslovaakse boedelscheiding mislukt?' 'Staatshervorming 1999: een nieuwe factuur?' 'Djihad met oliedollars?' Bedrijfsbezoeken: De haven van Zeebrugge De luchthaven van Oostende Ostend Pharma Hijskranen Thijs Visserijsector Congresboek: 202 blz. Auteurs: Erik Arckens, Koen Bultinck, Wim Cerstiaens, Steven Creyelman, Marc Joris, Paul Meeus, Wim Van Dijck. Congresvoorbereidingen‘Vlaanderen werkt’ moest een historisch congres worden, zo liet Gerolf Annemans destijds verstaan in het partijblad van januari 1996: “Het VB heeft in het verleden op economisch vlak reeds heel wat standpunten ingenomen. Het VB is een volkspartij die bij de gewone mensen staat, die allemaal op één of andere wijze geconfronteerd worden met of zelfs getroffen worden door het economisch systeem dat nu nog altijd een Belgisch economisch systeem is. Wij willen een moderne en optimistische economische visie uitstralen die zonder Belgische of syndicale complexen een maximaal welzijn voor eenieder bereikt. (...) Stof genoeg om naar buiten te komen met ingrijpende standpunten. Het is de bedoeling van het partijbestuur en van de partijraad van het VB om van dit congres een historisch congres te maken. Vanuit dergelijk congres zullen wij snel de maatstaven en de mogelijkheden krijgen, die zullen leiden tot stevig bewapende fracties en mandatarissen. Stevig bewapend, want naar alle waarschijnlijkheid zal de regering Dehaene opnieuw proberen de verkiezingen in te gaan rond het sociaal-economische thema. (...) Onze uitspraken over de sociale aspecten van een Vlaamse economie zullen mogen gezien worden door vriend en vijand van het VB. Dat is de bedoeling.”
Wat bedoeld was als een hoogtepunt, draaide evenwel uit op een slag in het water. De werkgroepen die een jaar lang het congres hadden voorbereid, geraakten maar moeizaam uit hun discussies. “Zal de partij haar sociaal-economisch programma wijzigen?” vroeg het weekblad Knack op 3 april 1996 aan Alexandra Colen, die zich in dit debat niet onbetuigd liet. “Er zijn tegengestelde opvattingen,” antwoordde Colen. “De partij heeft zich onvoldoende bezig gehouden met algemeen maatschappelijke thema's. Daarom willen ze een breder programma maken. Hoe succesvol dat zal zijn, valt af te wachten. Moeilijk wordt het zeker. Het VB bestaat uit mensen die samenkwamen rond Vlaamse bewogenheid en migranten, en uit de meer ethisch- en gezinsgerichten. De meesten waren niet bezig met economische theorieën of sociale zekerheid.” Het loopt allemaal niet van een leien dakje, vertelde Colen drie maanden later aan De Morgen (04.07.1996): “Er is een heel breed gamma van denkrichtingen in de partij aanwezig. Er zal dus nog heel wat gepraat en gelezen moeten worden.” CongresverloopHet gebrek aan eensgezindheid leidde ertoe dat het VB voor het eerst in zijn geschiedenis een ideologisch congres moest houden waarop geen nieuwe standpunten werden vastgelegd. “Dit congres herneemt en bekrachtigt in grote mate wat de partij in het verleden reeds heeft verkondigd,” noteerde congresvoorzitter Jan Penris in zijn verslag in het partijblad van januari 1997. Het congres had met andere woorden evengoed niet kunnen plaatsvinden. “Er werd een aanvang gemaakt,” schreef Penris dan maar om zijn gezicht te redden. “Vandaar dat dit Congres de partij meteen de bijkomende opdracht heeft meegegeven om het sociaal-economisch dossier verder uit te diepen en er in aparte colloquia en programmaschriften uitgebreid en gefundeerd op terug te komen. (...) Het VB zal tegen de volgende verkiezingen een sociaal-economisch programma voorleggen dat als afgerond mag beschouwd worden.” Er kwam weinig van in huis: een colloquium werd nooit georganiseerd en een programmaschrift verscheen evenmin. Van de vijf themabrochures die het VB in de aanloop van de verkiezingen van 1999 uitbracht, handelde geen enkel over sociaal-economische thema's. Het VB wist waarom het beter zijn mond kon houden. Voorzitter Frank Vanhecke in een interview met het KVHV-ledenblad Ons Leven van mei 1997: “Over de sociaal-economische problematiek hebben wij zeer lang, meestal onbewust, gezwegen. Met dat fameuze congres in december 1996 hebben wij een eerste aanzet gegeven tot een symbiose van vrije markt en sociale politiek. Wat mij betreft, heb ik de indruk dat noch onze kiezers noch wij daar een verregaande verdieping van vragen. Wij moeten winnen op de standpunten die de onze zijn. De elementen uit het sociaal-economische dossier die de mensen ertoe kunnen brengen om voor het VB te stemmen (...) zijn reeds allemaal aanwezig in het programma.”
Congresbesluiten 1. Vlaams geld in Vlaamse handen
Auteur: Steven Creyelman Resoluties: 1. Het Vlaams Blok stelt vast dat de regering in haar beleid niets of niemand ontziet om de Maastrichtcriteria te halen. Het Vlaams Blok eist dat de regering rekening houdt met de behoeften en noden van het eigen volk en de budgettaire criteria die in het Verdrag van Maastricht werden opgelegd niet op alles laat primeren. Hoewel het Vlaams Blok zich niet tegen een eventuele muntunie, waarin Vlaanderen rechtstreeks participeert, verzet, wijst het deze EMU radicaal af omdat zij ons van bovenaf is opgedrongen omwille van politieke redenen veeleer dan economische redenen. 2. Het Vlaams Blok stelt dat de Belgische schuld een gevolg is van jarenlang politiek geknoei met overheidsgelden. Door een gebrek aan durf en doorzicht zijn de verschillende regerende partijen er nooit in geslaagd structurele maatregelen te nemen om deze schuld op voldoende wijze af te bouwen. Integendeel, de Belgische wafelijzerpolitiek - die iedere rationeel geïnvesteerde frank in de Vlaamse economie deed verdubbelen door een bijkomende en veelal nutteloos geïnvesteerde frank in Wallonië - heeft Vlaanderen tot aan de rand van de afgrond gebracht. Nochtans zijn het niet de Vlamingen die deze schuldenberg hebben opgebouwd. Daarom zal Vlaanderen enkel die schulden overnemen die aan Vlaanderen en aan Brussel toewijsbaar zijn. 3. Het Vlaams Blok stelt vast dat de Belgische globale belastingdruk onmenselijk hoog is en voor Vlaanderen verstikkend werkt. Het Vlaams Blok eist voor Vlaanderen de fiscale autonomie op zodat Vlaanderen zijn eigen beleid kan voeren en er voor de mensen en de bedrijven terug ademruimte kan geschapen worden. Een eigen Vlaams belastingbeleid betekent immers minder belastingen. 4. Het Vlaams Blok eist dat de Vlaamse spaargelden die bij de Openbare Kredietinstellingen (OKI's) uitstaan, worden geïnvesteerd in Vlaanderen. De permanente kredietverstrekking aan Wallonië doet Vlaanderen bijkomende economische kansen missen die nodig zijn om Vlaanderen van de Belgische mislukking te redden. Het is dan ook een absolute noodzaak dat de Vlaamse belangen binnen de OKI' s naar behoren kunnen worden verdedigd. Vlaanderen is niet de geldschieter van Wallonië en daarom eist het Vlaams Blok de splitsing (op basis van de ingelegde spaartegoeden) van de OKI' s. Na de splitsing van de Openbare Kredietinstellingen worden die samengevoegd tot één grote Vlaamse Kredietinstelling (waarin de overheid eerst terug een gouden aandeel - vetorecht - dient te verkrijgen). Deze zal als primaire taak hebben het verstrekken van risicokapitaal aan en het verankeren van Vlaamse ondernemingen - we denken hierbij vooral aan KMO's - en het opbouwen van pensioenfondsen. 5. Vlaanderen wordt via de financieringswet beroofd van de eigen middelen door de Belgische 'solidariteit'. Ettelijke miljarden vloeien als dusdanig weg naar Wallonië. Deze diefstal moet worden gestopt, want Vlaams geld hoort thuis in Vlaamse handen.
2. Een Vlaamse sociale zekerheid
Auteur: Koen Bultinck Resoluties: 1. Het Vlaams Blok verzet zich tegen de blijvende transfers van Vlaanderen naar Wallonië in alle sectoren van de sociale zekerheid. Het Vlaams Blok onderschrijft dan ook het eisenpakket van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid, dat in eerste instantie opkomt voor een eigen Vlaamse sociale zekerheid. 2. Het Vlaams Blok stelt dat de inkomsten- en uitgavenverschillen in de sociale zekerheid een belangrijke oorzaak vinden in het Waals etatisme. In Wallonië werken veel meer mensen in de overheidssector. Dat heeft natuurlijk zijn weerslag op de sociale zekerheid. 3. Het Vlaams Blok stelt vast dat de verzuiling in de sociale zekerheid aanleiding heeft gegeven tot een ontsporing van de kosten. 4. Het Vlaams Blok spreekt zich uitdrukkelijk uit voor een solidaire en sociale Vlaamse maatschappij en erkent dan ook de waarde van een stelsel van sociale zekerheid binnen één volksgemeenschap. 5. Voor het Vlaams Blok heeft een eigen Vlaamse sociale zekerheid volgende voordelen: a) Vlaanderen kan eigen beleidsklemtonen leggen onder andere inzake de verlaging van de werknemersbijdragen met een substantieel deel. b) Vlaanderen kan dan zijn bestaansminima en minimumpensioenen optrekken tot het levensminimum. c) Een Vlaamse sociale zekerheid zal een einde maken aan de huidige versnippering van bevoegdheden en dit zal de efficiëntie van het beleid ten goede komen. d) Er komt definitief een einde aan alle belangrijke transfers van Vlaanderen naar Wallonië. e) Een eigen sociale zekerheid zal een responsabilisering met zich meebrengen. Vlaanderen en Wallonië worden dan verantwoordelijk voor de inning van de inkomsten die in de sociale zekerheid moeten geïnvesteerd worden. 6. Met betrekking tot de rol van de vakbonden in de sociale zekerheid stelt het Vlaams Blok vast dat: a) nergens ter wereld werkloosheidsuitkeringen door vakbonden worden uitbetaald; b) de Hulpkas Voor Werkloosheidsuitkeringendoor de vakbonden systematisch wordt gesaboteerd; c) die uitbetalingsinstellingen misbruik maken van hun dienstverlening terzake om vakbonden een reusachtig cliënteel en de beschikking over astronomische fondsen te bezorgen; d) de vakbonden, als instelling zonder rechtspersoonlijkheid, onrechtmatig beroep doen op het statuut van "bedrijf in moeilijkheden"; e) om die reden het stelsel van werkloosheidsuitkeringen alleszins rationeler zou functioneren, mocht één enkele goed geleide uitbetalingsinstelling over het gehele land dezelfde methodes en regels, en hetzelfde beleid toepassen. 7. Het Vlaams Blok vraagt de oprichting van een openbare instelling, gedecentraliseerd naar het gemeentelijk niveau (sociaal loket), die bevoegd is voor het behandelen van alle sociale zekerheidsuitkeringen en alle sociale dossiers. Sociale uitkeringen zijn een recht en ze moeten verstrekt worden zonder een vraagplicht voor de rechthebbende. Bijvoorbeeld pensioenen moeten uit de sfeer van het politiek dienstbetoon gehaald worden. 8. Het Vlaams Blok eist dat: a) de kinderbijslagen echt kostendekkend zouden zijn en als een recht van het kind zouden aangenomen worden; b) de kinderbijslagenvoor zelfstandigen en werknemers gelijkgeschakeld zouden worden op het niveau van dat van de werknemers; c) allerlei sociale basisuitkeringen zouden verhoogd worden in functie van de kinderlast; d) de regeringsmaatregelen in de begroting 1997 met betrekking tot de kinderbijslagen ongedaan gemaakt worden. 9. Het Vlaams Blok bepleit de invoering van een opvoedersloon voor de thuiswerkende ouder, dat overeenkomt met 80 tot 120% (afhankelijk van het aantal kinderen) van het bestaansminimum van het gezinshoofd. In die zin wenst het Vlaams Blok een nieuwe tak aan de sociale zekerheid toe te voegen. 10. Het Vlaams Blok eist dat de regering onmiddellijk bilaterale onderhandelingen begint met Nederland, zodat de meer dan 13.000 Vlaamse grensarbeiders niet langer de dupe zijn van een verschillende sociale wetgeving en van een gedeeltelijk dubbel betalen van sociale lasten.
3. Een groei-economie in en voor Vlaanderen
Auteurs: Wim Cerstiaens, Paul Meeus, Wim Van Dijck Resoluties: 1. Het Vlaams Blok ijvert voor een economie waarin het basisprincipe van het vrij ondernemerschap wordt gevrijwaard, bevrijd uit het door de PS en de Europese socialisten geïnspireerd Belgisch en Europees staatsdirigisme. Vlaanderen heeft immers dringend behoefte aan een eigen, degelijk economisch beleid waarbij de Vlaamse economische troeven, zowel in de KMO als de grootindustrie, maximaal kunnen worden uitgespeeld. Ten voordele van de KMO's, de motor en ruggengraat van de Vlaamse economie, eist het Vlaams Blok dat volgende maatregelen genomen moeten worden: a) Een vlottere toegang tot de risicokapitaalmarkt; b) De financiële structuur versterken door vrijstelling van de vennootschapsbelasting op de gereserveerde winsten; c) Bij de uitbreiding van het personeelsbestand dient te worden gezorgd voor een drastische verlaging van de sociale bijdragen. 2. De kennisvoorsprong van de ondernemer is heden ten dage van doorslaggevend belang voor zijn succes. Wil men op lange termijn een blijvende groei - en een daarbij horende tewerkstelling en welvaart - creëren, dan dient Vlaanderen zich meer en meer te richten op de productverbeterende spitstechnologie. Het overheidsbeleid moet er op gericht zijn om investeringen in Onderzoek en Ontwikkeling (0&0) aan te moedigen. 3. Het Vlaams Blok eist de volledig bevoegdheid op voor Vlaanderen over het hele domein van het wetenschappelijk onderzoek. 4. Gezien een goed uitgebouwde en moderne infrastructuur essentieel is voor de economische prestaties, moeten niet alleen de overheidsinvesteringen dringend worden verhoogd, maar ook op een economisch en ecologisch doordachte wijze worden doorgevoerd. Infrastructuurinvesteringen die een positieve invloed hebben op de werkgelegenheid en onze internationale competitiviteit verdienen een absolute prioriteit te krijgen op overbodige prestigeprojecten zoals de HST. 5. Het Vlaams Blok stelt dat het binnenlands treinverkeer met de verbetering van een streek- en voorstedelijk vervoer meer aandacht moet krijgen. Wij denken hier bijvoorbeeld aan een betere verbinding van en naar Limburg en Kempen. Op het vlak van het verdere verkeer is de aanleg van de IJzeren Rijn voor het Vlaams Blok een prioriteit. Gezien het gebrek aan belangstelling van de NMBS voor Vlaanderen, ondanks de voortrekkersrol die het spoor kan spelen in de oplossing van de mobiliteitscrisis en de specifieke mobiliteitsproblemen in Vlaanderen, eist het Vlaams Blok de splitsing van de NMBS. 6. Om het risico op een ontwrichting van onze economie en samenleving te minimaliseren, mogen we onze greep op die deeldomeinen van de energievoorziening waar we wél invloed kunnen uitoefenen, niet loslaten. In dit opzicht moet we belangrijke actoren in de energiesector zoals Electrabel en Distrigas, met het oog op de strategische perspectieven, de werkgelegenheid en de hoogstaande technologie die deze bedrijven vertegenwoordigen, Vlaams verankeren. 7. Het Vlaams Blok eist de opsplitsing van het energiebeleid, zodat er meer rekening kan gehouden worden met de specifieke noden van Vlaanderen. Dit impliceert dat ook de bevoegdheid om de elektriciteitsprijzen te bepalen dient gesplitst te worden. Het huidige systeem ter bepaling van de prijzen is immers verziekt omdat de prijzen té eenzijdig bepaald en gemanipuleerd worden door de producenten. Voor een efficiënte en eerlijke controle op de prijzen is de oprichting van een eigen Vlaams Controlecomité absoluut vereist. 8. Het Vlaams Blok stelt vast dat Brussel in Vlaanderen een economische troef is. Brussel is evenwel op zichzelf financieel en economisch niet leefbaar. Alleen binnen een onafhankelijk Vlaanderen heeft Brussel uitzicht op een economische opleving. 9. Het Vlaams Blok pleit voor een verlaging van de fiscale en parafiscale druk. Deze belastingdruk, die de hoogste is van de voor ons belangrijkste Europese handelspartners, leidt immers tot hoge arbeidskosten. Deze hoge arbeidskosten hebben op hun beurt een verslechtering van de concurrentiepositie en een verlies aan arbeidsplaatsen tot gevolg. Een verlaging van de belastingdruk zal niet alleen deze problemen verhelpen, maar kan eveneens via hogere nettolonen leiden tot een stijging van de koopkracht en dus een verbetering van de welvaart. 10. Het Vlaams Blok stelt vast dat de huidige overdaad aan - elkaar vaak overlappende - reglementeringen potentiële ondernemers afschrikt en in hoge mate verstikkend werkt voor bestaande ondernemers. Aangezien de economische vooruitgang op een dergelijke wijze wordt tegengewerkt, pleit het Vlaams Blok dan ook voor een vereenvoudiging van de reglementeringen en de administratie en een snellere afhandeling van de dossiers. 11. Het Vlaams Blok stelt vast dat het onderwijssysteem in steeds mindere mate gericht is op de maximale ontwikkeling van de intellectuele capaciteiten, wat op langere termijn nefast is voor het economische proces. Het Vlaams Blok pleit dan ook voor de herinvoering van het klassiek onderwijs (type II), omdat enkel een dergelijk kwaliteitsonderwijs degelijke kansen kan bieden op innovatie, technologische vooruitgang en economische groei. Het Vlaams Blok pleit tevens voor een opwaardering van het technisch en beroepsonderwijs en in een revaluatie van de kwaliteit van het systeem van leercontracten. Dit moet gebeuren in samenspraak met het bedrijfsleven. Immers, deze strikt beroepsgerichte studies zijn een basis voor een degelijke vorming van gespecialiseerde werknemers in de industrie en de KMO’s en zullen er tevens toe bijdragen dat jongeren degelijker voorbereid zijn tot het opstarten van een eigen onderneming. 12. Nog afgezien van de onrechtstreekse last die criminaliteit legt op de begroting, zowel langs de zijde van de inkomsten als van de uitgaven, en dus op de economie, stelt het Vlaams Blok vast dat de misdadigheid een grote rechtstreekse kost voor de ondernemingen en dus onrechtstreeks voor de consument met zich meebrengt: belemmering van bepaalde economische activiteiten, hogere verzekeringspremies, hoge kosten voor beveiligingsinstallaties of beveiligingspersoneel,... Voor ons is het duidelijk dat elke investering in veiligheid en justitie dubbel rendeert. 13. Het Vlaams Blok bepleit een efficiëntere bestrijding van de fraude. Een veel doorzichtigere en stabiele fiscale wetgeving zal daartoe bijdragen. 14. Het Vlaams Blok is van oordeel dat sectoren als de steenkoolmijnen, de scheepsbouw en de scheepsherstelling door een doordachte herstructurering gered hadden kunnen worden. Het Vlaams Blok betreurt dat de Vlaamse overheid alleen aan schadebeperking deed, om éénzijdig de nadruk te leggen op de reconversie, maar geen oog had voor de strategische waarde of het unieke belang van de genoemde sectoren. Het Vlaams Blok stelt dat, mits een goed beleid, kwetsbare of in moeilijkheden verkerende strategische sectoren economisch leefbaar kunnen gemaakt of gehouden worden. Op dat vlak mogen er niet nog kansen vergooid worden. Het Vlaams Blok roept de Vlaamse overheid dan ook op in bepaalde moeilijke dossiers ten volle haar verantwoordelijkheid te nemen of indien nodig op te eisen. 15. Het Vlaams Blok stelt dat ook de middenstandsbedrijven voldoende armslag moeten krijgen. Hiertoe dringen zich specifieke maatregelen op inzake personeelsbeleid en externe bedrijfsbegeleiding en een betere controle op de VZW' s. 16. Het Vlaams Blok eist aandacht voor een aantal potentieel sterke sectoren zoals de watergebonden sectoren, de milieusector, de telecommunicatie, de diamantsector, de welzijnssector, ...
4. Gastarbeid of gastwerkloosheid
Auteurs: Marc Joris, Loes Hostens, Filip Dewinter Resoluties: 1. Het Vlaams Blok verwerpt het systeem van de gastarbeid zowel om principiële als om sociaal-economische redenen. Enerzijds zorgt de massale aanwezigheid van de niet-Europese vreemdelingen voor een aantasting van de identiteit en de culturele eigenheid van ons eigen volk en anderzijds veroorzaakt hun aanwezigheid meer werkloosheid en bovendien een vertraging van de economische groei. 2. Bij aanwervingen moet een doelgericht "Eigen Volk Eerst"-beleid gevoerd worden. Dit dient te gebeuren door de tewerkstelling van niet-Europese vreemdelingen te belasten. Via deze belasting worden de werkgevers verplicht een inspanning te leveren om de hoge financiële, sociale en maatschappelijke kost van de meer dan 500.000 volledig uitkeringsgerechtigde werklozen in dit land mee te helpen dragen en worden zij aangemoedigd om werklozen van ons eigen volk aan te nemen in plaats van vreemdelingen. Deze belasting is ook van toepassing op bedrijven die met onderaannemers werken die zelf vreemdelingen tewerkstellen. Daarnaast dient de tewerkstelling in een openbaar ambt voorbehouden te worden aan wie over onze nationaliteit beschikt. 3. Het Vlaams Blok eist een aparte sociale zekerheid voor niet-Europese vreemdelingen. In het bijzonder de kinderbijslagen, de pensioenen en de werkloosheidsuitkeringen moeten via dit aparte stelsel door de niet-Europese vreemdelingen en hun werkgevers zelf betaald worden. 4. Vreemdelingen die langer dan vijf maanden werkloos zijn, dienen verplicht terug te keren naar hun land van herkomst. Artikel 9 van de Europese conventie van 24 november 1974 over het Wettelijk Statuut van Gastarbeiders voorziet in de mogelijkheid om vreemdelingen die langer dan vijf maanden zonder werk zitten, terug te sturen. In deze optiek moeten de werkloosheidsuitkeringen voor niet-Europeanen dan ook in de tijd beperkt worden tot maximaal vijf maanden. 5. Niet-Europese vreemdelingen die werkloos worden, moeten in dezelfde sector werk zoeken. Dit wordt in de hand gewerkt door de invoering van een algemene arbeidskaart die slechts voor één bedrijfstak geldig is. Om de twee jaar dient deze arbeidskaart hernieuwd te worden.
5. Verankering en delokalisering
Auteur: Erik Arckens Resoluties: 1. Het Vlaams Blok stelt vast dat voornamelijk Frankrijk de afgelopen tien jaar met behulp van de Franstalige haute finance beslag heeft gelegd op de meeste sleutelsectoren van dit land: de nutsvoorzieningen, de luchtvaart, De Post, Belgacom, de banken en verzekeringen, enz. Het ligt in het verschiet dat vele Vlaamse KMO's zullen volgen. Voor het Vlaams Blok is dat onduldbaar. De beslissingsautonomie van de Vlaamse bedrijven en van de geprivatiseerde overheidsbedrijven moet in Vlaamse handen blijven. 2. Het Vlaams Blok stelt een globale verankeringsstrategie voor. Hierbij moet de gedepolitiseerde GIMV een belangrijke rol spelen. De GIMV moet een soepele investeringsmaatschappij worden met interventiemogelijkheden in strategische sectoren. De nieuwe GIMV, de Vlaamse Milieuholding en andere nieuwe overheidsinitiatieven moeten actief en initiatiefnemend optreden met het oog op de opbouw van een eigen Vlaams industrieel netwerk. Een economie zonder belangrijke eigen industrie verliest aan dynamiek en is zeer kwetsbaar voor de structurele ontwikkelingen die zich in de internationale economische verhoudingen voltrekken. 3. Het Vlaams Blok eist de ontbundeling van de nutsreus Tractebel omdat hij misbruik maakt van zijn feitelijk monopolie om geld van de Vlaamse energieverbruiker rechtstreeks naar de oude Franse holding Suez te versassen. Artikel 86 van het Europees Verdrag en het Europees Hof zijn de geijkte juridische middelen die aangewend moeten worden om de dominante positie van Tractebel te doorbreken. 4. Het Vlaams Blok stelt dat de beslissingsautonomie van Vlaamse ondernemingen in Vlaamse handen moet blijven. Om het risico te beperken dat ondernemingen in vreemde handen terecht komen, pleit het Vlaams Blok voor het geven van fiscale stimuli en voor een drastische vermindering van de successierechten van alle ondernemingen. In een onafhankelijk Vlaanderen moeten ook beschermingsconstructies opgezet worden om vijandelijke raids op Vlaamse ondernemingen een halt toe te roepen. Een ideaal instrument hierbij is.de vennootschapswetgeving. 5. De Vlaamse Dienst voor Buitenlandse Handel (VDBH, nu Export Vlaanderen) moet slagvaardig worden. Het Vlaams Blok eist dan ook de volledige regionalisering van de buitenlandse handel en van het investeringsbeleid en dus de afschaffing van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel. 6. Het Vlaams Blok verwerpt met nadruk het Europese subsidiesysteem voor achtergebleven regio's, dat Wallonië, en meer bepaald Henegouwen, bevoordeelt ten koste van Vlaanderen. Vandaag betaalt de Vlaamse belastingbetaler onrechtstreeks mee aan de subsidiepolitiek en de verhuis van de Vlaamse ondernemingen en arbeidsplaatsen over de taalgrens, terwijl de Vlaamse overheid haar fiscale politiek niet kan afstemmen op het gewenste economische beleid. Het Vlaams Blok kiest voor rechtstreeks EU-lidmaatschap van Vlaanderen. In die hoedanigheid kan Vlaanderen rechtstreeks protest aantekenen bij het Europees Hof tegen de ongewenste nevenverschijnselen van elk subsidiesysteem.
|