Thursday 02 September 2010


weblogs-tegen-racisme.be.gifRapporteer Cyberhate!

STANDPUNTEN
Actueel
Programma
Dossiers
Economisch congres
Column
Anekdotes
Quiz
101 Redenen
DE PARTIJ
Waarom Vlaams Belang?
De voorzitter
Organisatie
Geschiedenis
Verkiezingen
Dissidenten
Bevriende groepen
Internationaal
VERKOZENEN
In de parlementen
Stemmingen
Voorstellen
In de gemeenten
IN DE MEDIA
Dagelijks persoverzicht
Kranten en tijdschriften
Wetenschappelijke teksten
Radio en televisie
Boeken en brochures
Boekbesprekingen
Persberichten
Debat
CONTACT
E-magazine
Meewerken
Steunen
Thesisservice
Waarom deze website?
Andere websites
Colofon
PROPAGANDA
Activiteiten
Foto's | E-Cards
Cartoons | E-Cards
Blokwatch TV
Webwinkel

blokwatch gratis stickers


Nazi’s en antisemieten, de oude vrienden van Filip Dewinter PDF Afdrukken E-mail
Geschiedenis
Geschreven door Marc Spruyt   
Monday 29 August 2005

Filip Dewinter wast zich alweer witter dan wit. In een interview met de Israëlische krant Haaretz minimaliseert hij elke band met het aangebrande collaboratie-erfgoed. “We should distance ourselves from all of those individuals and groups with anti-Semitic tendencies and from Holocaust deniers. I have no connection with these things.” Waarmee Dewinter ook nog eens bewijst te kunnen liegen dat hij zwart ziet.

Filip Dewinter, vriend van joden en antisemieten? (ill. VEDEZE)“Filip Dewinter is de huidige ster aan het Vlaams-nationaal firmament. Ik ontmoette hem voor het eerst op een VMO-tentoon­stelling te Brugge waar hij als broekje vol bewondering stond voor de Leider (sic)."

De “Leider”, dat is Bert Eriksson (°1931), van wie bovenstaand citaat afkomstig is, de leider dus van de gewelddadige Vlaamse Militanten Orde (VMO). De VMO was de dominante extreem-rechtse formatie in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig van de twintigste eeuw en een gevreesde knokploeg. Na een proces in 1981 werd Eriksson veroordeeld en vloog hij voor een jaar de cel in.

Eriksson schreef bovenstaand citaat in het nawoord van ‘Operatie Brevier’, een in 1992 verschenen boekje waarin hij verslag uitbracht van het clandestiene lijktransport van Cyriel Verschaeve. Priester-dichter Cyriel Verschaeve (1874-1949), bijgenaamd de zwarte kapelaan, was een notoir collaborateur, nazi en antisemiet die na de oorlog ter dood werd veroordeeld. Een VMO-commando groef in 1973 zijn stoffelijk overschot op in het Oostenrijkse Solbad-Hall om het in Vlaanderen te herbegraven. Eriksson is nog steeds een wat men noemt zelfverklaard neonazi (hoewel, dat ‘neo’ hoeft er niet eens voor). “Natuurlijk zijn wij nazi’s en racisten”, vertelde hij in 2001 nog aan Het Laatste Nieuws, “Iets op tegen?”

Vlaams Legioen

Net als de door hem in zijn jonge jaren zo bewonderde neonazi Bert Eriksson vereerde Dewinter ook collaborateur Cyriel Verschaeve: “Mijn grote voorbeelden zijn mensen als August Borms, Cyriel Verschaeve en Irma Laplasse" (ook Borms en Laplasse waren ter dood veroordeelde collaborateurs, nazi en antisemiet). Dat vertelde hij zelf toch in 1992 tijdens een debat op de Antwerpse Ufsia en werd door het VB-partijblad van december 1992 zonder verpinken genoteerd.

Eriksson frequenteerde in die tijd geregeld het Antwerpse partijsecretariaat. Er bestaan video-opnames waarop te zien is hoe Eriksson na de verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok op 24 november 1991 het VB-lokaal komt binnengestapt en achtereenvolgens Filip Dewinter, Karel Dillen en Gerolf Annemans tegen de borst drukt. Geen lauwe handdruk maar een stevige omhelzing zoals enkel strijdmakkers mekaar begroeten.

Wervingsaffiche voor de Waffen SSOp 7 november 1988 staat Filip Dewinter aan het Duits militair kerkhof in Lommel. Dewinter wil er bloemen neerleggen ter ere van de Vlamingen die er begraven liggen: 46 Vlamingen die in het uniform van de Waffen ‘SS aan het Russische oostfront sneuvelden.

Dewinter staat er niet alleen. Bert Eriksson is ook van de partij, net als enkele tientallen militanten van het Sint-Maartensfons, Voorpost en het Vlaams Blok. Er is geen doorkomen aan: een stevig cordon rijkswachters houdt de manifestanten tegen. Maar Dewinter wil van geen wijken weten, en zwaaiend met zijn pas veroverde parlementaire kaart stapt hij op de politie af. Twee weken later verschijnt er in de neonazistische Deutsche Nazionalzeitung een interview met hem. Op de vraag wat voor hem de grootste veldslagen uit de geschiedenis waren, antwoordt hij onder meer: “De strijd van het Vlaams Legioen aan het Russische Oostfront”.

Ook van die incidenten in Lommel bestaan er beelden. De Israëlische televisie kan ze opvragen bij RTBF-journalist Jean-Claude Defossé, die ze samen met heel wat ander historisch materiaal over de nazi roots van het VB verwerkte in de documentaire ‘La face cachée du VB’. Die werd in 2004 tweemaal op de RTBF vertoond, maar haalde – ondanks pogingen daartoe – nooit het Vlaamse scherm. Naar verluidt omdat de Vlaamse kijker dit toch allemaal al weet. Vandaag zal Dewinter zich haasten om te verkondigen dat dit allemaal tot het verre verleden behoort, wie weet wel een doodgewone jeugdzonde was (van een 26-jaar jong parlementslid).

Nazi's zijn "idealisten"

Niet alle collaborateurs waren nazi’s of antisemieten, vertelt Dewinter ook nog in Haaretz. Maar hij ging wel opvallend vaak op de thee bij diegenen die dat overduidelijk wel waren.

‘Een idealist in hart en nieren’, luidt bijvoorbeeld de kop boven een paginagroot interview met Bert van Boghout (1916-2003) in het VB-maandblad van maart 1990. Correcter was geweest: ‘Een nationaal-socialist in hart en nieren’, want die Van Boghout was niet de braafste collaborateur: kringleider van de Nationaal-Socialistische Beweging in Vlaanderen, actief bij het antisemitische ‘Volksverwering‘ dat streefde naar een zuiver Arisch Vlaanderen door onder meer zwarte lijsten van joden en vrijmetselaars te publice­ren, Waffen SS-vrijwilliger aan het oostfront, na de oorlog tot levenslang veroordeeld, lag later mee aan de wieg van het Vlaams Blok en verspreidde tot diep in de jaren tachtig van de twintigste eeuw via de Were Di-boekendienst Duitstalige nazi-literatuur en "historisch-docu­mentaire lang­speelplaten", zoals ‘Das Vaterland ruft’ en het zeer peda­go­gische ‘Wie gewinne ich eine Wahl?’ met de toe­spraken van Joseph Goebels en Adolf Hitler op het verkie­zings­congres van de NSDAP in 1938. Auteur van dat in het VB-partijblad verschenen eerbetoon: Filip Dewinter.

Recenter nog, op 1 december 2001, is Dewinter gastspreker tijdens een bijeenkomst van het Sint-Maartensfonds. Dewinter weet dit publiek van oud-oostfronters goed te bespelen. Bij wijze van uitsmijter, zo meldt het verslag in Berkenkruis, brengt hij er de SS-eed ‘Mijn eer is trouw’.

Staf De Clercq herdenking 2004Over Staf De Clercq (1884-1942), de door het Vlaamse volk gehate leider van het enthousiast met nazi-Duitsland collaborerende en antisemitische Vlaams Nationaal Verbond (VNV), vertelt Dewinter in Haaretz: “He is one of the historic leaders of the party. This is part of the history of the Flemish nationalist movement and it is impossible to deny this. We are the descendants of this movement.” (”Hij is een van de historische leiders van de partij. Dat is een onderdeel van de Vlaams-nationalistische beweging die onmogelijk te ontkennen valt. Wij zijn de afstammelingen van die beweging.”)

Vorig jaar, op 19 september 2004, organiseerde het bij het VB aanleunende Voorpost nog een grootse Staf De Clercq herdenking, nadat de collaboratieleider een maand eerder ook al tijdens de IJzerwake was geëerd. Het VB Magazine plaatste een opvallende aankondiging van die herdenking, maar belangrijke VB-mandatarissen werden er niet gesignaleerd. Filip Dewinter zat zowat 650 kilometer verder in de Franse Bourgogne-streek waar op dat moment alle Vlaamse parlementsleden van het VB hun fractiedagen hielden. In geen enkele VB-publicatie werd de collaboratiepolitiek van Staf De Clercq en consoorten ooit veroordeeld.

Maar wat vertelt Dewinter nu plots aan Haaretz: “Many Flemish nationalists collaborated during the war because they thought - and now it is clear that they were wrong - that this would help them achieve independence for Flanders. This is the whole story.” Kortom: de collaboratie was wél fout.

Dat is – het weze even benadrukt – geen VB-standpunt. Het programma van de partij eist nog steeds onvoorwaardelijke amnestie voor alle collaborateurs. Zonder dat er dus van enig foutbesef sprake is. Als het Dewinter menens is de collaboratie te veroordelen, dient hij daar dringend werk van te maken, zowel binnen als buiten de partij. Zoniet blijft hij wat hij nu is: een opportunist die in zijn mars naar de Antwerpse burgemeesterssjerp niets uit de weg gaat om de joodse gemeenschap voor zijn kar te spannen. Zelfs al moet hij daarvoor de geschiedenis herschrijven.

Moshe Dewinter, opportunist van Belang (ill. VEDEZE)


 
Voeg toe aan favorieten
© 2010 Blokwatch - Nationale webstek over het Vlaams Belang
Page generated in 0.158371 seconds
1 jaar Blokwatch Reeds 7 miljoen keer bezocht!