|
De bereidheid tot geweld over te gaan is nog steeds reëel bij extreem-rechts. En daar is soms weinig voor nodig. Dat bewijst het recente incident op de IJzerwake van 21 augustus 2005. Extreem-rechts sleept dan ook een lange geweldtraditie met zich mee, die zijn dieptepunt kende in de VMO.
“Voorpost ontvoert en vermoordt een Vlaamsvijandig politicus. Bij een opiniepeiling blijkt dat het VB zo goed als geen stemmenverlies lijdt bij dit gebeuren. Het VB richt te Antwerpen een solidariteitsbetoging in voor Voorpost. Aan de betoging nemen 20.000 Vlaams-nationalisten deel." 
Neen, een uitgewerkt scenario is dit niet, wel een – toegegeven: wat uit zijn context gerukt (want eigenlijk een allusie op de steun van de Baskische bevolking voor de ETA) – fantasietje dat Luc Vermeulen (uiterst-rechts op de foto hierboven), de actieleider (zoals hij zichzelf noemt) van Voorpost en ex-VMO-militant, begin 1998 letterlijk aan het Voorpostblad Revolte toevertrouwt in een artikel getiteld 'Nationalistische strijd en geweld'. “Zelf ben ik principieel niet tegen het gebruik van geweld," stelt Vermeulen er, "wat nog geen pleidooi is voor het gebruik ervan door de Vlaamse beweging de dag van vandaag." De zowat driehonderd leden tellende actiegroep Voorpost is, voor zover bekend, de enige politieke groepering in Vlaanderen die haar militanten op gewelddadige confrontaties met politie en tegenstanders voorbereidt. Elke dinsdagavond traint de Vlaams-nationale sportkring, zoals dit Voorpost-initiatief officieel heet, in een Antwerps sportlokaal. Behalve yoga staan ook karate, jiujitsu en krachttraining op het programma. Voorpost is de ordedienst van extreem-rechts. Van de dodenherdenkingen van het Sint-Maartensfonds tot de congressen van het Vlaams Belang of de IJzerwakes in Steenstrate houden geüniformeerde Voorpost-militanten (lichtblauw hemd of bloes, donkere broek of rok, luiden de richtlijnen) een oogje in het zeil. Dat alles gebeurt grotendeels op kosten van het VB, dat Luc Vermeulen op zijn loonlijst heeft staan als verantwoordelijke van de ordedienst. Ook verschillende VB-parlementairen komen uit de Voorpoststal, net zoals heel wat lokale mandatarissen. Trek- en duwwerkExtreem-rechts houdt graag vol dat het inzake politiek geweld eerder tot de slachtoffers dan tot de daders behoort. Het VB verspreidt geregeld persmededelingen met opsommingen van 'terreurdaden' waaronder haar partijsecretariaten te lijden krijgen: een ingegooide ruit, een besmeurde gevel, een valse bommelding. Dat het VB in zijn rangen nogal wat lieden heeft rondlopen die in het verleden soortgelijk of erger geweld hebben gepleegd, wordt door de partij gebagatelliseerd. "Soms laten individuele leden zich provoceren. Als mensen lang genoeg getergd, beledigd en uitgescholden worden, slaan de stoppen bij militanten soms door. Het is evenwel nooit verder gekomen dan wat trek- en duwwerk," heette het in het catechismusachtige boekje '100 vragen aan en antwoorden van Vlaams-Blokpropagandisten' uit 1997. De vele oproepen die de partijleiding lange tijd moest doen om de kalmte te bewaren, bewijzen echter dat de geweldoptie wel degelijk leeft in hoofde van nogal wat heetgebakerde VB-militanten. Filip Dewinter in het partijblad van januari 1993: “Wie geweld beschouwt als een legitiem middel om bepaalde politieke doelstellingen te verwezenlijken, hoort niet thuis bij het VB. (...) Onze politieke tegenstanders willen het VB zodanig op stang jagen en provoceren tot bepaalde moegetergde militanten vertwijfeld terugslaan, letterlijk dan. Dergelijke onbezonnen en onverantwoorde reacties spelen alleen in de kaart van de tegenstander.” Uit zelfverdedigingHet VB is geen pacifistische partij en geweld uit zelfverdediging is er algemeen aanvaard. Er zijn grenzen aan de tolerantie van extreem-rechts. "Geweld moet in principe vermeden worden. Indien men er echter toe gedwongen wordt, indien men in een situatie komt van wettige zelfverdediging, moet men bereid zijn ook die weg onder ogen te zien," stelt Voorpostleider Luc Vermeulen in Revolte. Maar over waar die wettige zelfverdediging begint en eindigt hanteert extreem-rechts een rekbare opvatting. Stel bijvoorbeeld dat het VB ooit buiten de wet wordt geplaatst, wat dan? Vermeulen sluit geweld niet uit: "Indien men morgen de Vlaamse beweging haar democratische actiemiddelen zou ontnemen, dan stelt zich uiteraard een probleem. Zolang wij het recht en de mogelijkheid hebben onze ideeën uit te dragen langs de normale wegen, hebben we in principe geen geweld nodig. Maar ontneemt men aan de Vlaamse beweging het recht haar ideeën uit te dragen op een normale wijze, dan lijkt het me normaal dat men andere dan normale wegen zoekt om zijn doel te bereiken."
Of het niet tijd wordt, zo vroeg VB-parlementslid Luk van Nieuwenhuysen zich in 1998 op de Voorpost-herdenking van tweehonderd jaar Boerenkrijg met een knipoog af, om "een nieuw Vlaams bevrijdingsleger op te richten dat vanuit de bossen van Vlaanderen met piek of zeis of zelfs met 't geweer opduikt om het land te bevrijden?" Het antwoord begon met een grapje: "Gezien ons bosbestand lijkt dat niet echt mogelijk." Maar dan serieus: "Geweld is zelfs niet nodig. De kortsluiting die dit land uiteen doet vallen, komt er hoe dan ook. We moeten de zaak alleen bespoedigen door voortdurend politiek te ageren." Het moet gezegd: naarmate het VB groeide, nam de graad van extreem-rechtse gewelddadigheid af. Deelnemen aan verkiezingen levert veel meer op dan straatgeweld. Sedert de bokshandschoenen – symbool van de 'Uit zelfverdediging'-campagne van 1991 – in de kast verdwenen, probeert het VB zich ook in daden van zijn straatvechtersimago te ontdoen – al blijft de partij nog steeds bol staan van de verbale agressiviteit naar onder meer migranten. KnokploegenMaar extreem-rechts komt dan ook van ver, van zeer ver. Vandaag komt geweld extreem-rechts niet van pas in haar strategie om de macht te veroveren, maar pakweg enkele decennia geleden lag dat anders. 
Begin jaren tachtig bijvoorbeeld plaatste toenmalig NSV-praeses Filip Dewinter in het NSV-blad Branding zonder verpinken volgend verslag van een fakkeltocht voor amnestie: "De fakkeltocht verliep in alle stilte en zonder enig incident. Slechts bij het zingen van de nationale liederen meenden een veertigtal extreem-linksen zich te moeten manifesteren en begonnen zij de Internationale te zingen. Deze verregaande provocatie werd niet zomaar genomen en er ontstonden rellen. De marxisten werden achtervolgd tot aan hun lokaal. (...) Balans van deze manifestatie: één zwaargewonde" (bij de linkse tegenbetogers, ms). Toen de uitbouw van een sterke politieke partij nog niet alle energie opslorpte, was geweld de alledaagse straatcultuur van extreem-rechts. Geen enkele naoorlogse organisatie heeft het ooit zo bont gemaakt als de VMO (Vlaamse Militanten Orde) van Bert Eriksson en Xavier Buisseret, de dominante extreem-rechtse formatie in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig van de twintigste eeuw. "Het begon met plakploegen, maar het groeide uit tot knokploegen," bekende Eriksson in het VMO-blad Alarm ooit (juli 1983). Dat drukte in de jaren zeventig oproepen af als: "Verweerkorpsen zijn er nodig, gewapende verweerkorpsen, al de rest is prul” (Alarm, november 1973). Of nog: “Met alle middelen zullen we ons verbinden tot een heilige klopjacht tegen al die krankzinnigen die met hun abstracte marxistische theorieën onze nuchtere mensen willen vergiftigen. (...) Wij willen tandeloze marxisten, zodat ze de waanzin van hun leer niet meer luidkeels kunnen proclameren" (Alarm, januari 1973). 
In september 1975 bracht Xavier Buisseret als volgt verslag uit van een actie in Schaarbeek, waar toen de franskiljonse burgemeester Roger Nols de plak zwaaide: “Nadat de vaste Schaarbeekbetogers al twee weken een miserabel figuur sloegen door het laten begaan van de Schaarbeekse reinigingsdienst, was de bewuste wagen weer van de partij op 26 juli 1975, ditmaal gevolgd door een 15-tal gemeentewerklieden met bezem in de hand. Wagen en keerders volgden op de Vlaamse betoging onder de leuze 'Schaarbeek dit non à la pollution'. (...) Bij de eerste de beste gelegenheid vlogen een 30-tal VMO-militanten op de kamion af, gewapend met spuitbussen. Al wat los hing, werd afgebroken, de banden doorgesneden en de carrosserie met spuitbussen gesierd. De voerder wist zich in zijn kamion te versteken, maar de 15 keerders werden op ferme meppen getrakteerd: Belgisch bloed kleurde den vaderlandschen bodem; we konden de bloedneuzen tellen.” Een lange lijstHet door de (vandaag niet meer bestaande) antifascistische onderzoeksgroep ‘HALT!’ in 1988 uitgegeven boek ‘De barbaren’ bevat een lange lijst met gewelddaden waarbij VMO’ers betrokken zijn: december 1978 De VMO pleegt een aanslag op de Poolse voetballer Lubanski en lost daarbij vier schoten.
10 februari 1979 Tijdens een VMO-betoging in Schilde tegen de gastarbeiders komt het tot botsingen met de politie. 15 april 1979 De VMO bestormt de Franstalige school Les Abeilles in Mortsel. 12 mei 1979 Drie VMO’ers stichten brand in een Turks café in Antwerpen. mei 1979 De VMO steekt de auto van een Franstalige Voerenaar in brand. juni 1979 De VMO houdt een ‘militair’ trainingskamp in Houffalize. augustus 1979 De VMO neemt deel aan een trainingskamp van de Hoffmann-groep in de omgeving van de Duitse stad Neurenberg. Tijdens een autocontrole worden VMO-militanten betrapt op het illegale transport van vuurwapens. De daders gaan vrijuit. september 1979 Trainingskamp van de VMO in Nisramont. 21 oktober 1979 Gewelddadige VMO-bezetting van het gemeentehuis van ’s Gravenvoeren. 22 oktober 1979 De gerechtelijke politie verricht een huiszoeking bij VMO-leider Leo Robbijns in Temse en neemt legermateriaal in beslag, een geweer en een SS-dolk.
februari 1980
Een VMO-commando slaagt de linkse boekhandel ‘De Rode Mol’ in Mechelen kort en klein. Er vallen twee gewonden. De daders worden later veroordeeld. maart 1980 De VMO verstoort een bal van oudstrijders en lokt incidenten uit waarbij andermaal gewonden vallen. De daders ontkomen en worden niet gevonden. 13 april 1980 Aanval op de Brugse Halletoren, waarbij de stadsbeiaardier ernstig gewond wordt. Zestien VMO-leden worden hiervoor vervolgd. oktober 1980 In Leuven wordt Mark Nève door de VMO ontvoerd. Hoewel er klacht wordt neergelegd gaan de daders vrijuit. De VMO-leiding wordt uit de Verenigde Staten gewezen, nadat ze aldaar met de Ku Klux Klan wilde vergaderen. 15 november 1980 Rellen in Kraainem. Een VMO-militant wordt aangehouden wegens verboden wapendracht. Privé-militieVechtpartijen, brandstichtingen, aanslagen, ontvoeringen, … het gespierde palmares van de VMO brengt in 1981 meer dan honderd militanten voor de rechtbank. Kort tevoren laat de VMO-leiding tijdens een persconferentie volgend dreigement horen: “Waarom treedt de justitie zo hard op? Dwingen zij ons misschien voortaan clandestien te gaan werken? Zo ja, dan worden wij gewoon het pad van de terreur opgedreven. De VMO-leiding heeft nu reeds veel overredingskracht nodig om jonge elementen van avontuurlijke ondernemingen te weerhouden. (...) Als morgen de VMO wordt opgerold door de hand- en spandiensten van justitie en overheid, dan is de weg vrij voor de ondergrondse en hebben we Noordierse toestanden in eigen huis" (Alarm, april 1980). 19 januari 1981: In Antwerpen begint het proces tegen 109 VMO-leden wegens verschillende gewelddaden. Op 4 mei 1981 wordt de VMO veroordeeld als privé-militie. Bij een deel van extreem-rechts slaan de stoppen nu volledig door, niet in het minst bij Eriksson zelf die voor een VMO-gehoor verklaart: "Het is onze gemeenschappelijke taak om de Nationale Revolutie voor te bereiden, een Nationale Revolutie op alle vlakken. Nergens nog mogen we de Belgische staat nog onbekommerd zijn smerig werk laten voltooien. Een obstructie op elk gebied is nodig. Geweld, we zijn ertoe bereid en een heleboel mensen naast ons” (Alarm, september 1981). Toeval of niet: in de jaren nadien gebeuren nog heel wat onopgehelderd gebleven brandstichtingen in lokalen van migranten en progressieve organisaties.
25 mei 1983: Het vonnis wordt voor het Hof van Beroep in Gent bevestigd. 31 januari 1984: Het Hof van Cassatie bekrachtigt de veroordeling. De VMO werd veroordeeld als privé-militie, VMO-leider Bert Eriksson moet voor een jaar de cel in, een veertigtal andere leden krijgen voorwaardelijke straffen of geldboeten. Onder hen de latere VB-parlementsleden Xavier Buisseret, John Spinnewyn en Pieter Huybrechts. Het Vlaams Blok bood destijds een vreedzame uitweg. De pas opgerichte partij haalde VMO-leider Xavier Buisseret binnen als propagandaleider. In zijn kielzog kwamen heel wat andere militanten met een strafblad mee. Omdat hij wist welk vlees hij in de kuip had, legde Buisseret hen allemaal een lijstje voor met na te leven richtlijnen. Eén ervan luidde: "Vernielen van privaat eigendom is verboden." Een ander bepaalde: "Wie betrapt wordt op wapendracht, wordt onmiddellijk uitgesloten.” De VMO werd uiteindelijk ontbonden, maar blijft voortleven in de harten van vele generaties rechts-radicalen. Ook vandaag bestaat er nog een hele VMO-cultus in VB-middens. In 1998 publiceerde Rob Verreycken (in 2004 tot VB-parlementslid verkozen) nog een boek over de beginjaren van de VMO. Het Nationalistisch Studentenverbond (NSV) organiseert er voor haar jonge leden nog steeds vormingen over. "De ziel van onze groep is nog intact," vertelde Bert Eriksson (°1931) in een recent interview met Het Laatste Nieuws (12.05.2001). "Een heleboel van onze leden zit nu in de partijschoot van het VB. Ze volgen er de partijdiscipline, maar het vuur van vroeger brandt nog. Bovendien zijn er veel jongeren die nog altijd een hevige bewondering hebben voor de VMO, omdat het een goede, deugdelijke groep was."
|