|
De VB-fractie in de Kamer heeft de recente aanpassing van de
negationismewet niet goedgekeurd. Alle andere partijen deden dat wel.
Vorige week donderdag 21 april 2005 werd daarover gestemd. In een
vinnige tussenkomst wees VLD-parlementslid Claude Marinower op de
inconsequenties van de VB-houding tegenover de holocaust.
De interessantste debatten met VB’ers spelen zich vaak in het parlement af. Nadat VB-kamerlid Bert Schoofs het VB-standpunt had toegelicht, richtte het Antwerpse VLD-parlementslid Claude Marinower
zich tot hem. “Mijnheer Schoofs, ik vraag mij af of u geen
ongemakkelijk gevoel hebt wanneer u op het spreekgestoelte staat en het
hebt over het respect voor de holocaust. Dat is een zeer specifieke
feitenconstellatie,” zei hij in alle kalmte. Marinower herinnert aan
enkele incidenten met prominente VB-ers, zoals met Roeland Raes,
die als VB-ondervoorzitter en –senator in 2001 nog openlijk – in een
televisie-interview – de holocaust in twijfel trok. Raes is vandaag nog
steeds kaderlid van de partij. Claude Marinower (VLD):
“U zegt terecht dat wij dat niet moeten bagatelliseren, de waarde van
die feiten in herinnering moeten durven te brengen en het nodige begrip
en respect ervoor moeten opbrengen. Tegelijkertijd functioneert in uw
eigen partij vandaag nog altijd een aantal mensen die uitspraken hebben
gedaan over de systematiek van de uitroeiing en een aantal feiten wel
degelijk ter discussie hebben gesteld. Weliswaar hebben zij voor de
buitenwereld ontslag genomen uit de functie die zij bekleedden, in de
Senaat denk ik, maar vandaag zijn zij nog altijd verantwoordelijk voor
een afdeling van uw partij.” Marinower, een prominent
lid van de joodse gemeenschap in Antwerpen en tevens gemeenteraadslid
in de Scheldestad, hekelt ook de door VB’ers georganiseerde hulde
in augustus 2004 van Staf De Clercq, de leider van het tijdens Wereldoorlog Twee met nazi-Duitsland collaborerende Vlaams Nationaal Verbond (VNV). Claude Marinower (VLD):
“Tegelijkertijd hebben sommige van uw collega’s hier in de Kamer of in
andere parlementen, niet langer dan een aantal maanden geleden,
ongeveer gelijktijdig met de viering van de bevrijding van dit land, in
de IJzerwake mee gestapt en hulde gebracht aan iemand die in 1942
bijvoorbeeld schreef dat het gemakkelijker ademen werd in Antwerpen
toen de deportatie van de joden begon. Hebt u daarmee geen enkel
probleem? U kunt dat tegelijkertijd hier komen verkondigen? Wat zegt u
in uw partijcenakels daarover? Sommige van uw medecollega’s in de Kamer
hebben meegedaan aan de ‘opvoeding’ van een aantal mensen – zij hebben
hen opgeleid – opdat ze goed zouden beseffen wat het eren van Staf de
Clercq inhield vorig jaar. Hebt u geen probleem wanneer u dat dan zegt?” Met
vragen als deze – concreet en op feiten gestoeld – kan men twee dingen
doen. Men kan de waarheid vertellen, of men kan er heel hard van weg
lopen. Dat laatste is de domste reactie. En dat is net wat Schoofs
doet: hij ontkent geen van de aantijgingen van Marinower – dat kan hij
niet, gewoonweg omdat het feiten zijn – en probeert er vervolgens in
een bocht omheen te lopen.
Bert Schoofs (VB):
“Wat uw persoonlijke vraag aan mij betreft, ik kan u alleen maar zeggen
dat ik 22 jaar na Wereldoorlog II ben geboren. Ik buig nederig het
hoofd voor het leed dat zovele mensen is aangedaan in die periode. Men
zal mij nooit iets anders kunnen verwijten. Wanneer u, in uw functie
van Blokwatcher, bepaalde uitspraken aanwrijft aan bepaalde van mijn
collega’s of ex-collega’s, dan moet hen daarmee maar proberen te
treffen en hen tot de orde roepen. Vandaag sta ik hier echter om samen
met u te proberen te vermijden dat dergelijke toestanden zich ooit nog
voordoen. Wanneer er mensen zijn die u daarover wilt aanspreken, binnen
mijn partij of binnen een andere partij, dan moet u dat maar doen.
Daarvoor sta ik hier vandaag niet op het spreekgestoelte. Ik ben niet
de hoeder van mijn broeder. Ik hoef hier niemand te verdedigen. Ik
verdedig hier vandaag alleen de standpunten van mijn partij. U mag mij
gerust aanvallen op mijn persoonlijke mening, maar ik sta hier vandaag
in eer en geweten en ik verdedig dat in eer en geweten.” Maar
Marinower gunt Schoofs deze al te gemakkelijke uitweg niet. Het gaat
niet om Schoofs, het gaat om de partij waartoe hij behoort. Claude Marinower (VLD):
“Als ik meende dat de heer Schoofs iets zou hebben gezegd waartegen ik
mij zou moeten verzetten, dan zou ik hem daarover hebben aangesproken.
Ik heb hem ook niet als persoon aangepakt. Het enige wat ik heb gezegd
en wat ik nu herhaal is dat u daar inderdaad niet staat als de hoeder
van uw broeders, maar als vertegenwoordiger van een partij. Ik heb een
aantal voorbeelden aangehaald die u evengoed kent als ik. Ongeacht of
precies gelet op de datum waarop u geboren bent, is het misschien
alleen maar erger dat u niets onderneemt in uw eigen partij tegen dat
soort uitspraken. Dat is alles wat ik heb gezegd, niet als Blokwatcher,
maar als behoeder van een vorm van respect tegenover een aantal feiten,
meer bepaald de genocide.” Wanneer daarop VB-fractieleider Gerolf Annemans zich komt moeien, zit het spel pas goed op de wagen. Gerolf Annemans (VB):
“Ik kan daar alleen maar op zeggen dat de heer Schoofs niet alleen
heeft gesproken namens de Kamerfractie van het Vlaams Belang, maar ook
namens het Vlaams Belang zelf.” Claude Marinower (VLD):
“Mijnheer de voorzitter, dat kan ik natuurlijk perfect aannemen,
komende van de heer Annemans, de man die niet zo lang geleden nog zei
dat de situatie van het Vlaams Blok in Vlaanderen het best te
vergelijken was met de situatie van de joden in Duitsland in de jaren
’30.” Gerolf Annemans (VB): “De
heer Marinower weet zeer goed in welke context ik die woorden heb
uitgesproken en die vergelijking heb gemaakt. De heer Van der Kelen
(commentator van Het Laatste Nieuws, ms) had een hoofdartikel
geschreven waarin hij de interpellaties aan minister Flahaut vergeleek
met de vervolging van de joden, en dan heb ik gezegd, in die context,
en alleen in die context, ter verdediging van een interpellatie van
vijf andere partijen over het lot van mijn partij, dat hij die
vergelijking beter op mijn partij zou kunnen toepassen dan op het
gewoon interpelleren van de minister van Landsverdediging, die meer dan
verdient dat hij elke week geïnterpelleerd zou worden. Claude Marinower (VLD):
“De heer Annemans zal wellicht evenveel herinneringen hebben aan het
interview van zijn partijleider. Mijnheer Annemans, twee jaar geleden
zei uw partijleider, nu nog altijd de voorzitter van uw partij, omtrent
de heer Raes, het volgende. Hij erkende voor eenieder het recht om
ieder historisch feit, inbegrepen datgene wat de heer Raes in vraag had
gesteld, in vraag te kunnen blijven stellen. Hij zei ook dat de enige
fout van de heer Raes erin bestond dat hij dat had gedaan als politicus
en niet als mens.” Zo kan het dus ook. Waarom zien we dit soort debatten nooit in die media die zich geroepen voelen VB-ers een forum te verlenen?
Een nieuwe negationismewetDe Kamer keurde op 21 april 2005 het wetsontwerp
goed dat de wet op het negationisme wijzigt (voluit: wet van 23 maart
1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen
of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door
het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd). Die
wijziging werd opgelegd door supranationale regelgeving (het aanvullend
Protocol bij de Overeenkomst inzake informaticacriminaliteit, opgesteld
door de Raad van Europa op 28 januari 2003) en betreft twee punten: -1- Het opschrift (of de titel) van de wet. Die heet voortaan: “Wet
tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of
goedkeuren van genocide of misdaden tegen de menselijkheid.” -2- De strafbepaling: voortaan is de ontkenning van elke genocide strafbaar. “Met
gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van
zesentwintig euro tot vijfduizend euro wordt gestraft, hij die onder
één van de bij artikel 444 van het Strafwetboek bepaalde
omstandigheden, genocide of misdaden tegen de menselijkheid, zoals die
zijn gedefinieerd door het internationaal recht en als dusdanig erkend
zijn door een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van enig
internationaal tribunaal waarvan de bevoegdheid erkend is door België,
door de Veiligheidsraad of de Algemene Vergadering van de Organisatie
van de Verenigde Naties, dan wel door een in kracht van gewijsde gegaan
vonnis van een Belgisch rechtscollege of van een rechtscollege van een
andere lidstaat van de Europese Unie, ontkent, schromelijk
minimaliseert, poogt te rechtvaardigen of goedkeurt.” Merkwaardig: dat voordien enkel de ontkenning van de holocaust
werd bestraft, vormde in het verleden net een punt van kritiek voor het
VB. Nu dat argument niet meer opgaat, motiveert het VB zijn onthouding
op een andere wijze: enerzijds omdat deze wet ook geldt voor genocides
die door buitenlandse rechtbanken zijn erkend (onmogelijk al die
vonnissen te achterhalen, luidt het, en wat met tegenstrijdige
vonnissen?). Anderzijds vreest de partij het ontstaan van “nieuwe
opiniedelicten” – overigens een argument dat het ook tegen de wet op
het racisme gebruikt.
De andere partijen zagen daar geen graten
in. Het wetsontwerp werd met een overweldigende meerderheid van 108
ja-stemmen, 0 neen-stemmen en 21-onthoudingen goedgekeurd. Opmerkelijk:
behalve de 18 VB-ers en het enige FN-kamerlid Patrick Cocriamont zaten bij die onthoudingen ook 2 CD&V-leden: Luc Goutry en Paul Tant
(hoewel de 19 andere leden van de CD&V-fractie het ja-knopje
indrukten). Wat hen bezielde is niet meteen duidelijk. Het wetsontwerp
moet nu nog naar de Senaat. Wie het vinnige debat tussen Claude Marinower en Bert Schoofs wil bekijken, kan dat op de website van de Kamer. Het debat nalezen kan u hier (Integraal Verslag - pdf).
|