|
26.01.2005 - Onder het mom dat het niet wil meedoen met "politieke
spelletjes rond de herdenking van de holocaust" weigert het VB een
resolutie van het Europees Parlement goed te keuren waarin de holocaust
wordt veroordeeld. Maar wat staat er dan in die resolutie?
Nog voor er iemand een vervelende vraag kon stellen had het VB er al een persbericht
over rondgestuurd. Waarom het die bewuste resolutie niet goedkeurde,
maar zich onthield. Omdat er in de tekst terloops ook verwezen
wordt naar actuele vormen van racisme en antisemitisme. En dat pikt het
VB niet, hoewel de partij niet eens bij naam wordt genoemd. "Op een
schandelijke manier wordt een amalgaam gemaakt tussen de
verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en 'de opkomst van
extremistische en xenofobe partijen en de groeiende acceptatie van hun
opvattingen door de publieke opinie'," zo luidt het in het persbericht.
Dat we behalve het racisme en antisemitisme uit het verleden ook
het actuele racisme en antisemitisme moeten veroordelen noemt het VB
dus schandelijk, terwijl dat nochtans gewoon van consequentie getuigt.
Maar die consequentie kan het VB uiteraard niet aan de dag leggen,
omdat het daarmee ofwel zichzelf ofwel zijn politieke voorvaderen zou
moeten veroordelen. Omdat het weigert het hedendaagse racisme en
antisemitisme te veroordelen weigert het ook de holocaust te
veroordelen. Dubbelzinnig is dat alleszins. 
Alleszins veel dubbelzinniger dan de bewuste resolutie, waarvan we hieronder de integrale tekst afdrukken. B6‑0073/2005 Resolutie van het Europees Parlement over de herdenking van de holocaust, antisemitisme en racismeHet Europees Parlement, -
gelet op de artikelen 2, 6, 7 en 29 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie en artikel 13 van het EG-Verdrag die de lidstaten ertoe
verplicht de hoogste normen inzake mensenrechten en niet-discriminatie
te handhaven, alsmede op het Europees Handvest van grondrechten, -
onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over racisme,
vreemdelingenhaat en antisemitisme van 27 oktober 1994, 27 april 1995,
26 oktober 1995, 30 januari 1997 en 16 maart 2000, - gelet op
Verordening (EG) nr. 1035/97 van de Raad houdende oprichting van een
Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat, en
gezien de diverse rapporten van het Europees Waarnemingscentrum voor
racisme en vreemdelingenhaat over racisme in de EU met inbegrip van
"Uitingen van antisemitisme in de EU 2002-2003" dat werd gepubliceerd
in oktober 2003, alsmede het jaarverslag van het Waarnemingscentrum
2003/2004, - gezien de Verklaring van Berlijn van de tweede
OVSE-Conferentie over antisemitisme in Berlijn op 28 en 29 april 2004
en het feit dat onlangs door de OVSE een Speciaal vertegenwoordiger
voor antisemitisme is benoemd, - gezien de Verklaring van
Stockholm van het Internationaal Forum over de holocaust in Stockholm
van 26-28 januari 2000 waarin wordt aangedrongen op meer educatie over
de holocaust, - gezien de schriftelijke verklaring van het Europees Parlement van juni 2000 over de herdenking van de holocaust, - gezien het feit dat 27 januari in een aantal lidstaten van de EU is uitgeroepen tot herdenkingsdag van de holocaust, -
gezien de recente publicatie door de Europese Commissie van een verslag
waarin de aandacht wordt gevestigd op de verontrustende niveaus van
vijandigheid en schendingen van de mensenrechten jegens Roma, zigeuners
en rondtrekkenden in Europa, - gezien het feit dat de holocaust
van de Roma volledige erkenning verdient evenredig met de ernst van de
misdaden van de nazi's die gericht waren op de uitroeiing van zowel de
Roma als de joden, - gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement, A.
overwegende dat het op 27 januari 2005 zestig jaar geleden is dat het
nazi-vernietigingskamp in Auschwitz werd bevrijd en dat dit niet alleen
een belangrijke gelegenheid is om stil te staan bij de verschrikking en
tragedie van de holocaust, maar ook om in te gaan op de verontrustende
opkomst van het antisemitisme en vooral de antisemitische voorvallen in
Europa, en om andermaal te beseffen hoe gevaarlijk het is zich tegen
mensen te keren op grond van hun ras, etnische afkomst, religie of
politieke en seksuele voorkeur; B. overwegende
dat de joden in Europa zich steeds onveiliger voelen ten gevolge van
het antisemitisme dat wordt verbreid via het internet en dat zich uit
in de ontheiliging van synagogen, begraafplaatsen en andere
godsdienstige oorden, en in aanvallen op joodse scholen en
cultuurcentra, en aanvallen op joden in Europa waarbij talrijke
gewonden vallen, C. overwegende dat de holocaust
weliswaar in het bewustzijn van de Europeanen is gekerfd, vooral door
de moordzuchtige haat jegens joden en Roma op basis van hun religieuze
en rassenidentiteit, maar dat het antisemitisme, en de op ras en
godsdienst gebaseerde vooroordelen toch nog steeds een zeer ernstige
bedreiging vormen voor de slachtoffers ervan, alsmede voor de Europese
en internationale waarden van de democratie, de mensenrechten en de
rechtsorde, en derhalve voor de veiligheid van Europa en de wereld als
zodanig; D. overwegende dat met de media een
ononderbroken dialoog moet worden gevoerd over de wijze waarop hun
verslaggeving en commentaren zowel een positieve als negatieve bijdrage
kunnen leveren tot de waarneming en het begrip van religieuze, etnische
en rassenkwesties; E. overwegende dat de
huidige uitdagingen, zoals de strijd tegen het terrorisme en de
conflicten in het Midden-Oosten, leiden tot een klimaat van onenigheid,
angst en onzekerheid waardoor de neiging tot racistisch gedrag en
vijandigheid jegens bepaalde groepen, zoals joden en moslims, toeneemt;
1. is bezorgd over de opkomst van
extreem-rechtse en xenofobe partijen en de groeiende acceptatie van hun
opvattingen door de publieke opinie, en doet een beroep op de
instellingen van de Europese Unie, de lidstaten en alle Europese
democratische politieke partijen om op niet mis te verstane wijze en
zonder terughoudendheid over te gaan tot de veroordeling van:
- alle vormen van raciale, etnische en religieuze onverdraagzaamheid,
het aanzetten tot haat, pesterijen en geweld, met inbegrip van alle
vormen van traditioneel of nieuw antisemitisme, met inbegrip van het
ontkennen van de holocaust, - alle
hieruit voortvloeiende aanvallen, met inbegrip van aanslagen op
synagogen, moskeeën, kerken en andere religieuze oorden en
heiligdommen, - alle vormen van
raciale, etnische en religieuze onverdraagzaamheid, met gelijke
vastberadenheid, zoals antisemitisme, vooroordelen jegens Roma en
islamofobie; 2. doet een beroep op de Raad en de
Commissie, alsmede op de diverse niveaus van plaatselijk, regionaal en
nationaal bestuur van de lidstaten om hun optreden ter bestrijding van
het antisemitisme en de aanvallen op minderheden, zoals Roma en
immigranten, te coördineren ten einde de beginselen van tolerantie en
niet-discriminatie te schragen en de sociale, economische en politieke
integratie te bevorderen; 3. doet een beroep op
de Raad, de Commissie en de lidstaten om de strijd tegen antisemitisme
en racisme te intensiveren door met name jongeren beter te doordringen
van de geschiedenis en de lessen van de holocaust door:
- de herdenking van de holocaust te bevorderen, mede door 27 januari in
de gehele Unie uit te roepen tot Europese herdenkingsdag van de
holocaust, - de educatie over de
holocaust te stimuleren, door onder andere het voorlichtingscentrum
over de holocaust in Berlijn (Stiftung Denkmal für die ermordeten Juden
Europas) als een Europese informatiebron te gebruiken, door de educatie
over de holocaust en het Europese burgerschap tot vaste onderdelen te
maken van het lesprogramma op de scholen, door doelmatige moderne
lesmethoden te ontwikkelen en door gebruik te maken van het feit dat
het Parlement in de begroting 2005 middelen heeft opgenomen waarmee
scholen in de gehele EU oorlogsgraven en monumenten kunnen adopteren; 4.
is verheugd over het door het Luxemburgse voorzitterschap aangekondigde
voornemen om de in het slop geraakte besprekingen van het voorstel voor
een kaderbesluit inzake racisme en vreemdelingenhaat weer op te
starten, en dringt er bij de Raad op aan overeenstemming te bereiken
over het in de gehele EU strafbaar stellen van het aanzetten tot
religieuze en rassenhaat onder waarborging van de legitieme vrijheid
van meningsuiting; 5. dringt erop aan dat het
nieuwe agentschap voor de grondrechten van de EU moet bouwen op de
deskundigheid die het Waarnemingscentrum van de Europese Unie heeft
opgebouwd als een centrum van voorlichting, netwerken en expertise
inzake racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat, ten einde het
profiel en de doelmatigheid van dit werk te vergroten en niet te
marginaliseren; 6. verzoekt zijn Voorzitter deze
resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen
en parlementen van de lidstaten en de kandidaatlanden. 
|