|
18.06.2004 - Enkele dagen na de Vlaamse parlementsverkiezingen van 13 juni 2004 mag het Vlaams Blok op gesprek bij informateur Yves Leterme (CD&V). Een uitnodiging die Frank Vanhecke, Filip Dewinter en Gerolf Annemans met veel gevoel voor show gretig aanvaarden. Na het zowat anderhalf uur durende gesprek komt Leterme tot de conclusie dat er met het VB geen land valt te bezeilen en wordt het Blok-trio wandelen gestuurd.
De foto's die de kranten de dag nadien publiceren, tonen de beteuterde gezichten van de drie Blokkers. Het lijkt wel alsof ze dit toch werkelijk niet verwacht hadden. Wat opviel: nergens verschenen er foto's van de Blokkers die de hand schudden van Leterme. Die laatste had dat zo gewild: de pers mocht niet mee binnen om beelden te schieten van de historische ontmoeting. Maar het Blok was hem te slim af. Zonder dat Leterme er erg in had legde een medewerker van de partij, die mee was binnengeglipt, de handdruk toch op beeld vast. Die foto wordt aan het extreem-rechtse weekblad 't Pallieterke bezorgd, dat hem in zijn nummer van 22 juni 2004 op de cover afdrukt onder de kop ‘Wat niemand mocht zien!'. 
Wat deze laat zien is in al zijn onnozelheid schokkend: drie lachende, bijna gierende Vlaams Blokkers die hun blijdschap niet op kunnen omdat ze ei zo na aan de vleespotten mogen zitten. Karel Dillen moest het kunnen zien! De gepensioneerde Blok-stichter en -erevoorzitter is inmiddels zwaar ziek, maar in 2002 stuurde hij nog een boodschap de wereld in. ‘Mijn schilt ende betrouwen sijt ghy, o Godt mijn Heer' heet het honderd bladzijden dunne boekje, dat als Dillens politieke testament kan beschouwd worden - als is het te hopen dat hij nog de tijd vond om zijn memoires te schrijven. "De politieke gulzigaards mogen geen vrij spel krijgen," luidde de ongemeen scherpe - aan het adres van de Blok-top geformuleerde - waarschuwing van Dillen. "Niemand kan met zekerheid zeggen wat er in de Vlaamse politieke wereld zou gebeurd zijn, wanneer het cordon sanitaire onbestaande zou geweest zijn. Ongetwijfeld zou er een heel andere politieke ontwikkeling in Vlaanderen plaatsgegrepen hebben. Bij alle mogelijke gesprekken en onderhandelingen zou men stellig het Vlaams Blok uitgenodigd hebben. Wat zou de vrucht van dergelijke politieke onderhandelingen geweest zijn? Zonder kwaad vermoeden wat de partij als zodanig betreft, ja, zonder kwaad vermoeden wat individuele vooraanstaanden uit de partij betreft, rijst toch de vraag of men even verbeten en compromisloos zou gestreden hebben. De vraag of men bestand zou gebleven zijn tegen allerlei bekoringen, is een beangstigende vraag."
|