|
Op zondag 19 september 2004 blies extreem-rechts Vlaanderen verzamelen aan het praalgraf van Staf De Clercq, het boegbeeld van de collaboratie met nazi-Duitsland. Officieel had het Vlaams Blok in zijn aanhoudende streven naar 'gematigdheid' met de hele bedoening niets te maken. Achter de schermen des te meer.
Wat is dat toch met die VB'ers? De ene dag beweren ze de partij te zijn van het gezond verstand en zeker niet extreem-rechts, de andere dag leggen ze bloemen voor Staf De Clercq, zoals in de zomer van 2004 nog tijdens de IJzerwake gebeurde. De Clercq was tijdens Wereldoorlog II de leider van het collaborerende Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), een partij die Vlaanderen in de pas van de nationaal-socialistische Nieuwe Orde wilde doen marcheren en daarvoor alle steun toezegde aan het Duitse bezettingsleger. VNV-bis?Dat deze Hitler-adept, die in zijn toespraken de racistische en antisemitische denkbeelden niet schuwde, anno 2004 op de IJzerwake als een held werd gevierd, vond zelfs 't Scheldt, een via internet en fax verspreid weekblad dat heel wat affiniteiten met het Blok heeft, te ver gaan. "Is het Vlaams Blok dan toch een VNV-bis, of hoe zit het nu eigenlijk?" vroeg het blad zich na de IJzerwake af. Wat er zich op die IJzerwake afspeelde, was echter klein bier met wat er op 19 september 2004 op de Kesterheide in Gooik, een gemeente in het Pajottenland, stond aangekondigd. Voorpost organiseerde er een bloemenhulde aan het praalgraf van Staf De Clercq met toespraken van onder meer Voorpost-voorzitter Johan Vanslambrouck, die eveneens voorzitter van de vzw IJzerwake is en voor het Vlaams Blok in de cultuurpactcommissie zetelt. Een ploeg militanten was eerder druk in de weer geweest om het monument een stevige poetsbeurt te geven.
Uiteindelijk daagden zondag amper 250 sympathisanten op onder wie, voor zover bekend, geen enkel belangrijk VB-kopstuk. Al had de partij via het aan alle leden bezorgde Vlaams Blok Magazine (26.000 exemplaren) er wel een opvallende aankondiging voor geplaatst en hadden sommige afdelingen er actief voor gemobiliseerd. Niet enkel de oude garde overigens: afdelingen van de Vlaams Blok Jongeren (VBJ) en van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) riepen ook op tot deelname. Vanuit vier verschillende steden werden er bussen ingelegd. In het kort tevoren verschenen VBJ-ledenblad Vrij Vlaanderen werd zelfs een hele bladzijde aan De Clercq gewijd zonder één woord van kritiek op diens collaboratiepolitiek. "Het is al te makkelijk De Clercq te veroordelen", luidde het daar. En, met de woorden van de gematigde VNV'er Hendrik Borginon: "Voor wie de warmte en gulheid van zijn vriendschap mocht ervaren, blijft hij een van de eerlijkste, moedigste en meest vergeten strijders voor Vlaanderen." HerbegravenDe Clercq zou het einde van de Tweede Wereldoorlog niet halen. In 1942 overleed hij na een hartaanval. Zijn praalgraf op de Kesterheide, de plaats waar het VNV zijn massameetings hield, werd bij de bevrijding door het verzet gedynamiteerd. Zijn stoffelijke resten lagen sindsdien in een anoniem zerkloos graf op het kerkhof van Leerbeek, tot in 1978 een commando van de Vlaamse Militanten Orde (VMO) onder leiding van Bert Eriksson hem clandestien kwam opgraven om hem, gehuld in zijn zwarte VNV-uniform, te herbegraven in de familiegrafkelder in Asse.
Niemand minder dan Blok-stichter Karel Dillen voerde toen op een herdenkingsplechtigheid het woord. Hij prees De Clercq als "een van de groten van ons volk" en "een blijvend leidinggevend en bezielend voorbeeld voor alle Vlaams-nationalisten vandaag". Namens het Vlaams Blok legde hij een krans neer. Op die door honderden nationalisten bijgewoonde meeting waren er ook enkele toenmalige VU-politici die daar vandaag allicht niet graag meer aan herinnerd worden: Vic Anciaux (Spirit), Paul Van Grembergen (Spirit) en Jaak Gabriels (VLD). Ook toenmalig CVP-politicus (partijsecretaris, senator, provinciegouverneur) Leo Van Ackere speelde een sleutelrol in de goede afloop van het dossier. Waarom de in 1884 geboren en in 1942 gestorven Staf De Clercq anno 2004 zo nodig opnieuw herdacht moest worden? Officieel was het zijn 120ste geboortedag, maar wat dan nog: zijn 100ste geboortedag werd in 1984 niet herdacht. Binnen extreem-rechts in Vlaanderen bestaat er geen traditie om Staf De Clercq te huldigen, terwijl dat bijvoorbeeld wel het geval is voor een August Borms of een Joris Van Severen. Het idee voor de herdenking dateert van kort na de fameuze rel rond de viering van 50 jaar Sint Maartenfonds in 2001. Dat is een organisatie van oud-Oostfrontsoldaten: Vlaamse jongens die, aangemoedigd door onder meer Staf De Clercq, in Waffen SS-uniform tegen het Sovjet-Russische Rode Leger gingen vechten. De viering zou vast onopgemerkt voorbij zijn gegaan, als Vlaams VU-minister Johan Sauwens niet was komen meevieren. Sauwens werd tot aftreden gedwongen, extreem-rechts liep plots weer in de kijker. "Neonazi's vormen de ruggengraat van het Blok", verklaarde premier Guy Verhofstadt. Het bruine collaboratieverleden werd weer volop bovengespit, de staatsveiligheid en het gerecht gealarmeerd, al werd daar later niets meer van vernomen. Politieke correctheidDe Voorpostleiding zwoer dat niet zomaar te laten passeren en ten strijde te trekken tegen wat zij "de dictatuur van de politieke correctheid" noemen. Een reeks provocerende acties volgden. Op de IJzerbedevaart verbrandden Voorposters ostentatief een Belgische vlag terwijl ze een spandoek ontrolden ‘Mijn vader was Oostfronter en als Vlaming ben ik daar fier op'. Onder het motto ‘Wij zijn politiek niet correct' werd nog datzelfde jaar een zogenaamde ‘Dag van het recht op vrije meningsuiting' georganiseerd, in Alveringem aan het graf van priester-dichter Cyriel Verschaeve (1874-1949), nog zo'n notoir collaborateur die na de oorlog ter dood werd veroordeeld. Een van de sprekers die dag was huidig VB-kamerlid Ortwin Depoortere. Die noemde Verschaeve "één van de groten van ons volk".
Voorpost bleef sedertdien collaboratiefiguren naar het voorplan schuiven. "Voor ons behoren tot de Vlaamse beweging, en dat volkomen complexloos, de Oostfronters, dr. Borms, Verschaeve, Staf De Clercq, Jeroom Leuridan en de vele anderen die zich ingezet hebben voor Vlaanderen. Waar zij ook mogen gestaan hebben tijdens de oorlogsjaren. De Belgische staat had maar aan Vlaanderen moeten geven wat Vlaanderen toekwam, dan was er alvast één belangrijke reden minder geweest om te collaboreren", luidt het in het interne Voorpost-ledenblad. "Staf De Clercq was, is en blijft één van de onzen: een Vlaams-nationalist die het beste wenste voor zijn volk en daarnaar in eerlijke overtuiging heeft gehandeld." Hoewel het Vlaams Blok niet de organisator was van de herdenking, gebeurde alle praktische werk wel door mensen die hetzij als personeelslid hetzij als parlementslid aan de partij verbonden zijn. Zo staat Voorpost-leider Luc Vermeulen op de loonlijst als verantwoordelijke van de ordedienst van het Blok. De week voor de herdenking werden de militanten dan weer opgewarmd met een vormingsavond over De Clercq en het VNV. Spreker: oud-Voorpost-voorzitter en VB-parlementslid Francis Van den Eynde. Die had, omdat hij in De zevende dag (VRT) moest zijn, een goed excuus had om verstek te geven in Gooik. Hij is niet de enige VB'er in het parlement met Voorpost-roots. Ook Wim Van Dijck, An Michiels en Rob Verreycken in het Vlaams Parlement en Ortwin Depoortere in de Kamer, alle vier dertigers, komen uit Voorpost, naast vele anderen op lagere echelons of achter de schermen van de partij. Voor zover bekend heeft het VB geen enkele poging ondernomen om hen het idee van de herdenking uit het hoofd te praten. Al zal het wel toeval geweest zijn dat datzelfde weekend alle Vlaamse parlementsleden hun fractiedagen hielden in de Franse Bourgogne-streek, op zowat 650 kilometer rijden van huis.
|