|
02.05.2007 - Het Vlaams parlement hield vandaag enkele ogenblikken stilte ter nagedachtenis van Karel Dillen (1925-2007). De Vlaams Blok-stichter zetelde vele jaren in het parlement, maar brak daar nooit potten. "Een grijze nulliteit," luidde het scherpe oordeel van De Standaard-commentator Manu Ruys destijds.
Het Vlaams Blok maakt op 11 januari 1979 zijn blijde intrede in het parlement, nadat de 53-jarige Karel Dillen (°1925) op 17 december 1978 met 2807 voorkeurstemmen tot kamerlid werd verkozen.
Marginale éénmanspartij
De verwachtingen die extreem-rechts in hem koestert zijn hooggespannen. "Proficiat, vriend Dillen!" schrijft het VMO-blad Alarm in april 1979 (de VMO is de Vlaamse Militanten Orde en werd in 1984 wegens gewelddaden verboden, zie hier).
"Gij hebt nooit uw vriendschap, uw waardering voor de VMO verdoezeld. Gij hebt altijd durven zeggen dat ge uitgesproken rechts zijt, dat ge goede betrekkingen hebt met de VMO. Het heeft u geen windeieren gelegd en we verheugen er ons in dat er ein-de-lijk in het Parlement iemand zal zetelen die er de stem van het rechtse Vlaanderen zal durven laten horen."
Zowel in 1981 als in 1985 - de twee daarop volgende parlementsverkiezingen - wordt Dillen probleemloos herkozen, maar van een doorbraak is er in die jaren geen sprake. Het Blok blijft in het parlement een marginale éénmanspartij.
"Het is héél wat belangrijker wie verkozen wordt, dan hoeveel mandaten er in de wacht gesleept worden," luidt het laconieke commentaar van Were Di-voorzitter Bert van Boghout nadat het Blok voor de derde maal ter plaatse is blijven trappelen.
"Niet volkomen ten onrechte verklaarde (De Standaard-commentator) Manu Ruys in een WIJ-vraaggesprek: ‘Men kan een kamerlid nooit verhinderen van te spreken. Dat vind ik zeer waardevol. Dat je ergens een forum hebt waar iemand kan komen vertellen wat in het volk leeft. Als die persoon het niet doet, dan is dit zijn fout. Maar hij krijgt de kans. De structuur bestaat.' Zelfs één man zou in het circus van de Wetstraat als katalysator kunnen dienen voor de latent aanwezige revolutionaire wil in Vlaanderen," aldus Van Boghout in Dietsland-Europa van oktober 1985. (WIJ is het tijdschrift van de Volksunie.).
Dode Zielen
Hoewel het rechts-radicale Vlaams-nationalisme al die jaren zijn vertrouwen in Dillen behoudt, stelt hij zijn politieke biotoop toch teleur. Het bevriende weekblad 't Pallieterke (03.12.1981) maande hem reeds na zijn eerste herverkiezing in 1981 aan wat meer initiatief aan de dag te leggen:
"Als wij in de plaats van Karel waren, zouden wij in de Kamer geregeld incidenten uitlokken. Dat is één van de rollen die hij daar ons inziens dient te spelen. Hij beschouwt dat parlement zoals het draait en waait als een circus - en dat is het ook - maar juist dat zou hij van op de tribune geregeld moeten onderstrepen. Hij is één van de allerbeste sprekers die het parlement heeft. Voor hem moet het zonder enige moeite mogelijk zijn de Belgische poppenkast, met zijn sarcasmen, van op de tribune te doen kraken. Wij zijn er van overtuigd dat die 'nummers' beslist de grote pers zouden halen. Het Vlaams Blok heeft niet de nodige financiële middelen om zware propaganda te voeren. Dié propaganda zou geen cent kosten. Alleen de moeite om het woord te vragen en dan in dat vaderlandse halfrond over ‘den Belgiek' te zeggen wat hij, Karel, met zoveel brio en vuur tijdens zijn meetings en congressen zegt."
Maar meer dan een zeldzame keer neemt de enige volksvertegenwoordiger van het Blok niet het woord. Die vormt daarmee niet meteen de meest geslaagde illustratie van de Blok-slogan Wij zeggen wat u denkt.
Dillen wordt daarover in de lezersrubriek van 't Pallieterke geregeld op de vingers getikt. "Wellicht kan de heer Dillen in dit blad een kroniek ‘Dode Zielen' aan zichzelf wijden. In elk geval betekent de uitoefening van een Vlaams mandaat wat anders,' luidt het op 05.04.1984. (lezersbrief van J DM., Heverlee). 'Kroniek der Dode Zielen' was de naam van de vaste rubriek die Karel Dillen tussen oktober 1965 en september 1978 in 't Pallieterke schreef, onder de pseudoniemen R. Sch., MK of Kd. Daarnaast bediende Dillen zich er van 1975 tot 1978 van het pseudoniem Sacha voor de Franse rubriek 'Si la France m'était contée'.
En nog in datzelfde jaar (09.02.1984 - lezersbrief van Juliette van Bogaert, Burcht): "De Vlamingen die Karel Dillen zijn parlementair mandaat verleenden, verwachten van hem dat hij in dat parlement hun Vlaamse belangen verdedigt, wat ook zijn opvattingen [mogen] zijn over het functioneren van deze instelling."
Stilzwijgen
De politiek onschendbare Dillen behoort in het parlement tot de zwijgende minderheid. Hij presteert er onder het gemiddelde (De Coster M., Het Vlaams Blok, een partijanalyse. Onuitgegeven licentiaatsverhandeling VUB, Brussel, 1984). "Door zijn stilzwijgen wilde hij zijn misprijzen voor het parlementaire werk uiten," meent Dillens biograaf Pieter Jan Verstraete in zijn boek Karel Dillen, portret van een rebel (1992).
"Parlementariër klinkt afschuwelijk," schreef Dillen ooit (Vlaams Blok, maart 1987), "maar ja, de vraag is of het anders kan klinken."
Het duurt overigens tot 1983 - dus vier jaar na Dillens entree in de Kamer - alvorens het Blok in zijn partijblad met een parlementaire rubriek start. "Karel Dillen heeft op de Lustrumviering nog maar eens herhaald dat hij een slecht parlementslid is. Ik ben er hem dankbaar voor," noteert Luk van Nieuwenhuysen er in november 1983. "Aan die praatbarak moet inderdaad niet te veel energie worden verspeeld, tenzij om ze te veranderen en daar moet het Vlaams Blok sterker voor worden."
Die parlementaire rubriek krijgt in de loop der jaren verschillende, even veelzeggende, namen: 'Rommelpot in 't Hanekot' (vanaf januari 1986), 'Uit de praatbarak' (vanaf mei 1988) en 'Het Blok aan hun been' (vanaf december 1989).
Parlementair verderf
Dillen zelf koketteert openlijk met zijn slechte kwaliteiten als parlementslid. Gedurende twee jaar vult hij er een maandelijkse rubriek mee in Dietsland-Europa, die hij zelf 'Kroniek van een slecht parlementslid' doopt.
In de eerste aflevering, in mei 1980, schrijft hij: "Ambitie? Hoevelen gingen eraan kapot? 't Zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. 't Zijn misschien nog sterker benen die de politieke weelde kunnen dragen. 't Zijn misschien nog sterker Vlaamse benen die de Belgische politieke weelde kunnen dragen. Welnu, dan wil ik ook één ambitie hebben: de ambitie niet ten offer te vallen aan dit ‘parlementair verderf'. De ambitie dus een slecht parlementariër te zijn." Tot 1985 blijft Dillen zijn parlementair mandaat overigens combineren met een job in de privé-sector.
"In het Parlement, maar niet vàn het Parlement," zo typeerde Dillen zichzelf in 1985 in een interview met 't Pallieterke (08.08.1985). "Er wordt in de politiek teveel gespeeld en er worden teveel nummertjes opgevoerd. [...] Maar toch doe ik verder omdat het moet. Totdat een nieuwe en jonge generatie daar is, die sterk en radicaler nationalist is, compromisloos anti-Belgisch. Die rechts en met gezond verstand reageert, en die het Vlaams Blok ontdekt als hààr partij."
Nulliteit
Kort nadien maakt Dillen zijn vertrek uit de assemblee bekend. Hij is het parlement beu. "Ik geloof dat Karel er al lang zijn dikte van had, van die praatbarak die hem niet ligt," schreef Jan Nuyts, de hoofdredacteur van 't Pallieterke (30.01.1986).
"Met Karel Dillen verdwijnt een merkwaardig man uit het parlement, een man die weinig aan het woord kwam, omdat zijn woorden aan de meeste parlementairen niet besteed waren," merkte het rechtse weekblad een andere keer op (09.04.1987).
Het oordeel van Manu Ruys, die voor De Standaard het parlement jarenlang op de voet volgde, klonk aanzienlijk strenger. "Een grijze nulliteit," typeerde Ruys volksvertegenwoordiger Dillen (19.01.1996). "De Vlaams Blok-voorzitter bestond niet in de Kamer. Hij zat er te zitten, met een gelaatsuitdrukking waarop niets te lezen viel, als een zwijgende figuur die aandachtig luisterde en niet verroerde. [...] Het zal wel een raadsel blijven waarom hij bijna tien jaren van zijn leven zo in de Wetstraat heeft willen verknoeien" (De Standaard, 14.03.1987).
Dillen is niet rouwig om zijn (voorlopig) laatste parlementaire werkdag. "Ik vermoed zo dat het voor hem een opluchting zal zijn zich niet langer aan die taak te moeten wijden," noteert Luk van Nieuwenhuysen droogjes in de parlementaire rubriek in het partijblad van maart 1987. (Al zal de parlementaire kwelgeest Dillen nooit meer loslaten: in december 1987 wordt hij senator, in juni 1989 Europees parlementslid - in dit laatste mandaat wordt hij zowel in 1994 als 68-jarige en in 1999 als 73-jarige herkozen.)
Onbesuisder
Pas nadat de 61-jarige Dillen zijn Kamerzetel op 12 maart 1987 vrijwillig afstaat aan de 32 jaar jongere Gerolf Annemans (°1958), krijgt het Vlaams Blok een klinkende stem in het parlement.
Het Were Di-maandblad Dietsland-Europa stelde die koerswending met enige opluchting vast: "Wij beschouwen Karel Dillen als een man met uitzonderlijke kwaliteiten, maar over zijn geschiktheid als parlementslid hoorden we heel wat kritische stemmen. Denkt u bij een eventuele opvolging ook op dat vlak het ‘dilleniaans' beleid door te trekken of is het uw bedoeling meer rebelse accenten te leggen?' vraagt het blad in een vraaggesprek met Gerolf Annemans in december 1985.
Waarop die antwoordt: "Als ik de kans krijg, ga ik waarschijnlijk in het parlement onbesuisder optreden. Als Vlaams Blokker kun je dat. Ik zal het dus uiteraard anders doen dan Karel, op de manier van een 29-jarige. Het gaat hier natuurlijk over uiterlijke aspecten, niet over de inhoud van het partijprogramma."
Amnestie
Jonge Turk Annemans laat er geen gras over groeien. Al tijdens de eedaflegging wordt de stijlbreuk duidelijk. Dillen maakte aan de Belgische eed van trouw doorgaans niet meer woorden vuil dan strikt noodzakelijk.
"Wat ons een beetje verbaasd heeft," zo schreef 't Pallieterke nog op 07.11.1985, "is dat Karel Dillen gewoon ende braaf de belofte heeft afgelegd de grondwet te zullen naleven. Maar ja, Karel houdt allicht niet van die té doorzichtige shownummertjes. Al hadden wij hém graag de woorden van Van Severen willen horen herhalen, ‘La Belgique, qu'elle crève'. Of is hij van plan die over te laten aan zijn eerste opvolger [...]? Wij durven er echter een bakje Duvel op verwedden dat die knaap, bij zijn eedaflegging, wel een nummerke zal opvoeren dat hem van de eerste keer een schorsing of alvast een zware blaam van de voorzitter kan opleveren. Het tegendeel zou ons zwaar ontgoochelen."
Annemans, die vijf jaar lang onder de pseudoniemen Iustinus en Dr. ius. Tinus van Bickschote medewerker van 't Pallieterke was, ontgoochelt zijn oude vrienden niet. Hij wil zijn eed als Kamerlid maar afleggen "op voorwaarde dat er amnestie komt voor Vlaanderen", verklaart hij de eerste dag in het parlement. De nieuwe toon is daarmee gezet.
* * *
Bovenstaande tekst is een fragment uit het boek 'Wat het Vlaams Blok verzwijgt' van Marc Spruyt uit 2000. U kan het boek hier integraal downloaden.
Lees meer over Karel Dillen op Blokwatch:
- Dillen doet de Hitlergroet
- Alle journalisten voor het kanon
- Karel Dillen gaf financiële steun aan Sint-Maartensfonds
- VB op gesprek bij Yves Leterme
- De (laatste) woorden van Karel Dillen
- Interview met Karel Dillen
- Ontmoetingen met Karel Dillen
|