Thursday 02 September 2010


weblogs-tegen-racisme.be.gifRapporteer Cyberhate!

STANDPUNTEN
Actueel
Programma
Dossiers
Economisch congres
Column
Anekdotes
Quiz
101 Redenen
DE PARTIJ
Waarom Vlaams Belang?
De voorzitter
Organisatie
Geschiedenis
Verkiezingen
Dissidenten
Bevriende groepen
Internationaal
VERKOZENEN
In de parlementen
Stemmingen
Voorstellen
In de gemeenten
IN DE MEDIA
Dagelijks persoverzicht
Kranten en tijdschriften
Wetenschappelijke teksten
Radio en televisie
Boeken en brochures
Boekbesprekingen
Persberichten
Debat
CONTACT
E-magazine
Meewerken
Steunen
Thesisservice
Waarom deze website?
Andere websites
Colofon
PROPAGANDA
Activiteiten
Foto's | E-Cards
Cartoons | E-Cards
Blokwatch TV
Webwinkel

blokwatch gratis stickers


Ontmoetingen met Karel Dillen PDF Afdrukken E-mail
Standpunten - Actueel
Geschreven door Marc Spruyt   
Monday 30 April 2007

30.04.2007 - Bij het Vlaams Belang maken ze zich boos omdat het VTM-nieuws durfde melden dat Karel Dillen "tijdens de oorlog sympathiseerde met de nazi’s". VB-hoofdredacteur Philip Claeys noemt dat op zijn weblog "een leugen zonder meer". Want: "vlak na de oorlog heeft Dillen overigens een tijd voor het Britse leger gewerkt", zo luidt het. Vlaams Belangers kennen hun eigen geschiedenis niet...

In oktober 1995 kreeg ik van de redactie van de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (NEVB) de opdracht het lemma over Karel Dillen te schrijven. Maximum 1000 woorden was de richtlijn, en daar mocht niet worden bovengegaan, werd me op het hart gedrukt.

Nu had ik het geluk dat over Karel Dillen reeds twee biografieën verschenen waren.

Wortels

In 1989 schreef de Antwerpse advocaat en mensenrechtenactivist Jos Vander Velpen een ontluisterend portret van Dillen.

"De wortels van het Vlaams Blok: Dillen, de behoeder van het collaboratie-erfgoed" verscheen in het boek ‘Het Vlaams Blok 1938-1988: Het verdriet van Vlaanderen' (uitgeverij Epo; journalist Hugo Gijsels schreef in datzelfde boek een hoofdstuk over de eerste tien jaren van het Vlaams Blok).

Vander Velpen vertelde - op basis van krantenknipsels en teksten van Dillen zelf - de voorgeschiedenis van het Vlaams Blok en de politieke missie die Dillen voor ogen had. Hij toonde daarbij naadloos aan hoe Dillen de rechte lijn in tact hield tussen de Nieuwe Orde-bewegingen, die met nazi-Duitsland collaboreerden, en de vele groupuscules die het voorgeborchte van het Vlaams Blok vormden (de partij werd eind 1977 opgericht).

Zwarte

In 1992 verscheen nog een tweede biografie: ‘Karel Dillen: portret van een rebel' (uitgeverij Aksent). Auteur Pieter Jan Verstraete benaderde zijn onderwerp met meer sympathie dan Vander Velpen deed, maar kwam merkwaardig genoeg grotendeels tot dezelfde conclusies. Maar omdat Verstraete zich voornamelijk baseerde op gesprekken met Dillen (en diens medestanders) kreeg zijn biografie een geautoriseerd - op Dillens "bekentenissen" gebaseerd - karakter.

Dillen is 15 in 1940 en is zo eerlijk zijn positie tijdens de Tweede Wereldoorlog als "een passieve zwarte" te omschrijven. Weliswaar wordt hij van geen enkele collaboratiebeweging lid, maar hij steekt zijn politieke sympathieën niet weg. Dillen tracht naar eigen zeggen "zoveel mogelijk" meetings van Nieuwe Orde-partijen bij te wonen, gaat luisteren naar de VNV-leiders Staf De Clercq en Jeroom Leuridan en de DeVlag-leider Jef ‘cognac' Van de Wiele (de DeVlag is de Deutsch-Vlaamse Arbeidsgemeenschap), en kijkt op zondagochtenden naar nazi-propagandafilms. Leergierig is hij ook: "Ik dweilde allerlei instanties af om zoveel mogelijk propagandabrochures te verzamelen", zo weet hij zich een halve eeuw later nog levendig te herinneren.

In die oorlogsjaren - die Dillen op geen enkel moment verontrusten - worden de fundamenten van zijn politieke visie gelegd. Maar omdat hij geen actief collaborateur is ontsnapt hij aan de repressie.

Na de oorlog treedt de twintigjarige Dillen zelfs in dienst van de censuurdienst van het Engelse leger in het bevrijde Duitsland. Dillen doet dat evenwel niet uit sympathie voor de bevrijding, vertelt hij in het boek van Verstraete. "De officier die me ondervroeg, peilde naar mijn motivatie. Ik antwoordde naar waarheid dat ik hoopte een stukje van Duitsland te kunnen zien en taalervaring op te doen. De man toonde zich hierover lichtjes verbaasd, en zei me dat het de eerste keer was dat hij zo'n antwoord kreeg. De meesten wilden ernaar toe om Duitsland te bezetten, het nazisme te helpen uitroeien en uit patriottisme."

Alfred Rosenberg: Der Mythus der 20 JahrhundertsDat soort bekommernissen waren inderdaad niet aan Dillen besteed. Integendeel. Op het moment dat de nazi-kopstukken in Nürenberg terechtstaan voor oorlogsmisdaden en de gruwel van de uitroeiingskampen voor iedereen duidelijk wordt, kan Dillen zijn vreugde niet op wanneer hij op straat een pakje sigaretten omruilt "tegen een gaaf exemplaar van het boek van Alfred Rosenberg ‘Der Mythus der 20. Jahrhunderts' (De mythe van de 20ste eeuw)", zo vertelt hij in het boek van Verstraete.

De antisemiet Alfred Rosenberg (1893-1946) was de officiële partij-ideoloog van de nazipartij NSDAP. ‘Der Mythus der 20. Jahrhunderts' vormt samen met ‘Mein Kampf' van Adolf Hitler een van de officiële teksten van de nazi-ideologie. In september 1946 werd Rosenberg, die als Reichsminister de Duitse bezetting van Rusland leidde, door het oorlogstribunaal van Nürenberg tot de strop veroordeeld (meer info).

Rebel

Hitlergroet DillenDillen is zichzelf altijd als een ‘rebel' tegen de naoorlogse orde blijven beschouwen. Hij geneert zich niet om in 1951 tijdens het Vlaams zangfeest in Gent de Hitlergroet te imiteren. En hij geneert zich nog minder om de foto daarvan in 1992 aan Pieter Jan Verstraete te bezorgen, die ze in zijn boek afdrukt ("foto fam. Dillen" luidt het bijschrift op blz. 48).

Dillen loopt hoog op met Reimond Tollenaere (1909-1942), de propagandaleider van het collaborerendeVlaams Nationaal Verbond (VNV) en eerste commandant-generaal van de Dietse Militie-Zwarte Brigade, die in 1942 als Untersturmführer van de Waffen-SS nabij Leningrad sneuvelt.

"Het type van de hartstochtelijke strijder, dat wij in Vlaanderen op het ogenblik zo missen," mijmert Dillen in 1953. Tollenaeres leuze ‘En daarom staan wij hier rebel' prijkt als lijfspreuk en permanent eresaluut in de beginjaren van het Vlaams Blok bovenaan het partijblad.

Nog in 1992 herinnert Dillen aan Tollenaeres motto. "Het is de plicht van het Vlaams Blok iedere minuut te tonen en te bewijzen dat de partij de compromisloze partij van de aanvangsjaren blijft en blijven zal," schrijft hij in de brochure Partij van en voor de toekomst. "Tollenaeres beeld van de ‘Rebel' moet het Vlaams Blok liever zijn en het zijne blijven. Dan kan het Vlaams Blok nieuwe mijlpalen slaan."

Pieter Jan Verstraete vat het in zijn Dillen-biografie dan ook zo samen: "Sinds zijn eerste optreden in 1947 in de Vlaamse Beweging, en dit tot vandaag, is Karel Dillen niet afgeweken van zijn radicale, compromisloze Vlaams-nationale lijn."

Encyclopedie

Maar om dat verhaal te vertellen beschikte ik niet over de ruimte in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Dus koos ik ervoor een gortdroge opsomming te brengen van alle verenigingen, tijdschriften en partijen waarin Dillen actief was geweest. Al besefte ik wel dat ik daardoor noodgedwongen heel wat gebeurtenissen waarin Dillen een rol had gespeeld en motieven die hem daarbij dreven, onvermeld moest laten, en dat ook de duiding en situering van een en ander ontbrak.

Maar een encyclopedie is in de eerste plaats een naslagwerk. Omdat ik er dus naar streefde honderd procent correcte en betrouwbare informatie te bieden, stuurde ik mijn tekst eerst naar Karel Dillen met het vriendelijke verzoek eventuele feitelijke fouten recht te zetten. In 1993 had ik Dillen al eens geïnterviewd in het kader van de licentiaatsverhandeling over de ideologie van het Vlaams Blok die ik toen maakte aan de universiteit Antwerpen. En ik had ook heel wat teksten van zijn hand - primaire bronnen in politicologisch onderzoek - grondig gelezen.

Terwijl andere Vlaams Blokkers - ik schreef ook de lemma's over Roeland Raes, Filip Dewinter, Filip De Man en Xavier Buisseret - daar geen spel rond maakten, stuurde Dillen me op 6 december 1995 een kort maar geheimzinnig briefje terug: "Daar een discussie over uw tekst ten grond te ver zou voeren, wens ik mij er niet voor of tegen uit te spreken. Iedereen moet de verantwoordelijkheid voor zijn tekst zelf dragen," luidde het cryptisch.

Marc Spruyt ontvangt een brief van Karel Dillen...

De redactie van de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging oordeelde dat het wel goed was en ik kreeg er het riante (!) honorarium van 732 Belgische frank voor uitbetaald (ongeveer 18 euro). "Wetenschappelijk niets op aan te merken," meende ook toenmalig Knack-journalist Marc Reynebeau bij het verschijnen van de encyclopedie in 1998 bij uitgeverij Lannoo.

* * *

Hieronder de biografische basisinformatie over Karel Dillen zoals die in 1998 in de NEVB verscheen:

DILLEN, Karel, stichter-voorzitter van het Vlaams Blok, Europees parlementslid (Antwerpen 16 oktober 1925).

Karel Dillen studeert van 1938 tot 1943 aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen, waar hij onder invloed van enkele leraren en de scholie­renbond Ontwikkeling flamingant wordt. Tijdens de Tweede Wereld­oorlog sympathiseert hij wel met de Nieuwe Orde, maar wordt van geen enkele collaboratiebeweging lid en bleef daardoor ge­spaard van de repressie.

Kort na de oorlog zet Dillen zijn eerste stappen in Vlaams-nationalistische groepjes en jeugdverenigingen, en legt er ook zijn eerste contacten met oudere Vlaams-nationalisten. In 1947 sluit hij aan bij het Sint-Arnoutsvendel, een onderdeel van het Jeugdverbond der Lage Landen, waar hij tot 1949 de ideologische scholing organiseert en artikelen schrijft voor De Vendeljongen.

In 1949 behoort Dillen tot de medestichters van de Jong-Nederlandse Gemeenschap (JNG), een kleine rechts-radicale jongerenkring zonder vaste organisatie, die herdenkingen en amnestievergaderingen organiseert.

Hij publiceert tussen 1951 en 1953 in het weekblad Opstanding onder de initialen KD en D. Na een voordracht van de Fransman Maurice Bardèche in 1951 vertaalt hij diens Nuremberg ou la terre promise. In die jaren doet Dillen zich ook opmerken als jeugdspreker op verschillende nationalistische bijeenkomsten en voert hij propaganda voor de Vlaamse Concentratie.

Dillen treedt in 1957 toe tot de Volksunie, die dan reeds drie jaar bestaat, en wordt voorzitter van de Antwerpse Volksuniejongeren, waarvan hij in datzelfde jaar mede-oprichter is, en lid van het arrondissementsbestuur en de partijraad. Enkel bij de parlementsverkiezingen van 1958 staat hij kandidaat op de VU-lijst.

Dillen schrijft niet in het VU-partijblad, wel in lokale VU-tijdschriften. In 1961 wordt hij ondervoorzitter van de uit de Antwerpse VU ontsproten Kontaktclub, die lezingen van binnen- en buitenlandse personaliteiten organiseert. Hij vertaalt in 1966 het boekje Apartheid: a challenge van J.E. Holloway (in 1977 is hij ook stichtend-lid van Protea).

Maar Dillen trekt zich niet terug in de partijpolitiek, hij blijft zich ook toeleggen op buitenparlementaire activiteiten. Voor 't_Pallieterke schrijft hij van 1965 tot 1978 de 'Kroniek der dode zielen' onder de initialen R. Sch., KD (naar zichzelf) of MK (naar zijn echtgenote Madeleine Koninckx), en van 1975 tot 1978 de Franse rubriek 'Si la France m'était contée' onder het pseudoniem Sacha. In 1970 stelt hij het herdenkingsboek samen over VMO-leider Wim Maes na diens overlijden in 1968. Dillen is de Vlaamse militant steeds blijven verdedigen en schreef in de jaren zeventig ook enkele editorialen in het VMO-maandblad Alarm.

Dillens grootste geesteskind is het vormingsblad Dietsland-Europa, dat hij in mei 1956 met andere toenmalige JNG-leden had gesticht en waarvan hij de inhoudelijke leiding in handen had. Naast zijn eigen naam ondertekende Dillen ook met de pseudoniemen Piet de Belder, Rei­mond Mangels, Frans Hans­sens en Leo Kerremans en de initialen HS (naar Herman Senae­ve). Van Were Di, opgericht in 1962 en sinds 1968 de uitgeefster van Dietsland-Europa, was hij voorzitter.

In het voorjaar van 1971 stapt Dillen uit de VU, die volgens hem te weinig rechts-revolutionair is. Jarenlang blijft hij in Dietsland-Europa de VU met kritiek bestoken. Dillen behoort ook tot het zevenkoppige initiatiefcomité dat in 1973 de Vlaams-Nationale Landdag in Schepdaal organiseert om druk uit te oefenen op de VU (en waaruit de Vlaams-Nationale Raad zou geboren worden).

In 1975 neemt Dillen om persoonlijke redenen ontslag uit Dietsland-Europa en uit Were Di, en richt hij het tweemaandelijkse blad Ter Waarheid op, dat tot 1979 wordt uitgegeven door de Vriendenkring Limburg-Voerstreek-Overmaas. Tussen 1979 en 1981 schrijft hij ook regelmatig in De Taktivist van TAK onder het pseudoniem Staf van Vliet. Hij schrijft ook een tijdlang onder zijn initialen een column in Alternatief, het jongerentijdschrift van Oostpriesterhulp.

Wanneer de VU in 1977 in een Belgische regering stapt, is voor Dillen de tijd rijp om met een nieuwe rechts-radicale Vlaams-nationale partij voor de dag te komen. Op 1 oktober 1977 sticht hij de Vlaams-Nationale Partij (VNP), waarvan hij voorzitter wordt (wanneer de VNP op 28 mei 1979 wordt omgevormd tot Vlaams Blok blijft Dillen voorzitter).

Bij de parlementsverkiezingen van december 1978 trekt Dillen de Antwerpse kamerlijst en wordt verkozen. Tot 1987 zetelt hij als enige Vlaams Blok-afgevaardigde in het parlement (hij wordt herverkozen in 1981 en 1985). In het kader van Operatie Verjonging staat hij in maart 1987 zijn kamerzetel af aan Gerolf Annemans, zoals hij reeds eind 1985 in een gesprek met Dietsland-Europa had aangekondigd.

In december 1987 komt Dillen opnieuw in het parlement, ditmaal als Senator. In juni 1989 verhuist hij naar het Europees parlement, waar hij ook ondervoorzitter wordt van de Technische Frac­tie van Europees Rechts. In juni 1994 wordt Dillen herverkozen tot Euro­pees parlementslid. Zijn Europese tussenkomsten werden in boekvorm gebundeld.

Karel Dillen is nationaal voorzitter van het Vlaams Blok en heeft als dusdanig het laatste woord; hij duidt zelf zijn opvolger aan. Hij is voorzitter van het partijbestuur en lid van de partijraad, en voorzitter van de partij-vzw's Nationalistisch Vormingsinstituut, Vlaamse Concentratie, Frank Goo­vaerts Fonds en Nationa­lis­tische Om­roepstichting. In het partijblad, waarvan hij verantwoordelijke uitgever is, heeft hij een vaste rubriek 'De voorzitter'.

WERKEN:

Artikelen in:
De Vendeljongen;
Opstanding;
Strijd;
Up ten Berch;
Dietsland-Europa;
't Pallieterke;
Ter Waarheid;
Alarm;
Haro;
De Taktivist;
Alternatief;
De Vlaams-Nationalist;
Vlaams Blok;
AKVS-Schriften.

Auteur of co-auteur van:
Amnestie, 1966;
Verboden sporenherdenking, 1967;
Wies Moens 70, 1968;
Wim Maes, 1970;
Bormsverzen, 1973;
Wij, marginalen, 1987;
Europese gedichten: bijeengebracht en ingeleid, 1991;
Vlaanderen in Straatsburg, 1991;
Vlaams Blok: partij van en voor de toekomst, 1992;
Vlaanderen in Straatsburg: tussenkomsten in het Europees parlement, deel 2, 1991-1993, 1994;
Voor U geschreven: 21 brieven aan een jonge Vlaming en Europeaan, 1994.

Vertalingen van:
M. Bardèche, Neurenberg, het beloofde land, 1951;
J.E. Holloway, Apartheid: een uitdaging, een oplossing?, 1966.

* * *

Lees meer over Karel Dillen op Blokwatch:

- Dillen doet de Hitlergroet
- Alle journalisten voor het kanon
- Karel Dillen gaf financiële steun aan Sint-Maartensfonds
- VB op gesprek bij Yves Leterme
- De (laatste) woorden van Karel Dillen
- Interview met Karel Dillen


 
Voeg toe aan favorieten
© 2010 Blokwatch - Nationale webstek over het Vlaams Belang
Page generated in 0.124967 seconds
1 jaar Blokwatch Reeds 7 miljoen keer bezocht!