Thursday 02 September 2010


weblogs-tegen-racisme.be.gifRapporteer Cyberhate!

STANDPUNTEN
Actueel
Programma
Dossiers
Economisch congres
Column
Anekdotes
Quiz
101 Redenen
DE PARTIJ
Waarom Vlaams Belang?
De voorzitter
Organisatie
Geschiedenis
Verkiezingen
Dissidenten
Bevriende groepen
Internationaal
VERKOZENEN
In de parlementen
Stemmingen
Voorstellen
In de gemeenten
IN DE MEDIA
Dagelijks persoverzicht
Kranten en tijdschriften
Wetenschappelijke teksten
Radio en televisie
Boeken en brochures
Boekbesprekingen
Persberichten
Debat
CONTACT
E-magazine
Meewerken
Steunen
Thesisservice
Waarom deze website?
Andere websites
Colofon
PROPAGANDA
Activiteiten
Foto's | E-Cards
Cartoons | E-Cards
Blokwatch TV
Webwinkel

blokwatch gratis stickers


Interview met Vlaams Blok-stichter Karel Dillen PDF Afdrukken E-mail
Standpunten - Actueel
Geschreven door Marc Spruyt   
Friday 27 April 2007

27.04.2007 - Vlaams Blok-stichter Karel Dillen is vandaag op 81-jarige leeftijd overleden. Dillen had al geruime tijd zware gezondheidsproblemen. Blokwatch publiceert een (inmiddels veertien jaar oud) vraaggesprek met Dillen dat zijn politieke biografie overloopt: van de collaboratie naar het Vlaams Blok...

Marc Spruyt interviewt Karel Dillen op 9 juni 1993 in het Europees Parlement in Brussel.

A. ERFGENAMEN

Het Vlaams Blok is als partij opgericht in 1979...

Karel Dillen: "In feite in 1977 als VNP. Die is dan herdoopt geworden, maar dat betekende dus geen nieuwe partij."

Van welke bewegingen of stromingen beschouwde het Vlaams Blok zich bij haar ontstaan de erfge­naam?

"Ik zou daar in zeer algemene zin willen op antwoorden: erfge­naam van een deel van de Vlaam­se Beweging. Om dat wat meer te specifiëren: dat deel van de Vlaamse Beweging dat 'Vlaan­deren eerst' op een of andere wijze in het vaandel voerde, tijdgebonden, zoals wij het nu in deze tijd gebonden doen."

Kan u enkele namen geven van zulke bewegingen waarmee u zich verbonden voelt?

"Ik zou eerder zeggen: met stukken daar uit, met mensen daar uit, met gedeeltes van programma's die op dit ogenblik volle­dig achterhaald zijn. Laten we zeggen dat wij op dat gebied als mens - niet direct in partijvormen denkend - de­zelfde eer­bied hebben voor de vooroorlogse Staf De Clercq als voor de voor­oorlogse Joris Van Seve­ren. Gedeelten uit beider werking spreken me aan. Andere gedeelten niet, ik denk aan de Bel­gi­sche vlag waarmee Van Severen het sportpaleis binnenstap­te. Het gaat meer om personen die ons aanspreken, dan dat we integraal een programma overnemen. Dat is onmo­gelijk gelet op de tijds­ver­schillen en de omstandigheids­ver­schillen."

Wat spreekt u bij deze personen aan, hun houding?

"Het menselijke voorbeeld, de trouw aan hun gedachten, de offers die ze er vaak voor ge­bracht hebben. Als we nu aan (VNV-collaboratieleider, ms) Staf De Clercq denken, die man is door de oorlog, door het zich bedrogen voelen door de Duitsers, werkelijk voortijdig eraan ten onder gegaan. Van Severens lot was nóg tragischer. Ik pak nu twee namen eruit, maar ik denk ook en vooral aan de een­voudige volgelingen die het uit idealistische motieven gedaan hebben."

B. LESSEN UIT HET VERLEDEN

Welke lessen heeft het Vlaams Blok getrokken uit de poli­tieke erva­ringen van Vlaams-natio­nalisti­sche partijen uit het verleden?

"De les van de VU is dat men trouw moet blijven aan zijn programma. Wanneer men daar­mee begint te sjoemelen, wan­neer men daar water in de wijn begint te doen, is men op korte of middellange ter­mijn veroordeeld, zoals de VU vandaag veroor­deeld is. Dat is de zware les die de VU gekregen heeft, en waar wij met wijsheid uit moeten put­ten om nooit dezelfde weg op te gaan.
Wat de Nieuwe Orde-bewegin­gen betreft, zij leren ons in de eerste plaats dat het kwaad kersen eten is met grote heren, zoals het oude Neder­land­se spreekwoord zegt. Natuurlijk is het vij­f­tig jaar na de feiten ge­makkelijk om de staf te bre­ken. Ik denk dat dé ge­schie­denis die wer­ke­lijk een syn­thetisch beeld en een eerlijk beeld geeft over het geheel, nog moet geschreven wor­den.
Ik heb het vaak herhaald en ik her­haal het nog, dé collaboratie be­staat niet. Er zijn ette­lijke vormen van colla­boratie ge­weest. Men kan de Vlaamse niet met de Waalse verge­lijken, men kan de administratieve collaboratie van de se­cre­tarissen-generaal niet vergelijken met mensen die vrijwillig gingen vechten in Rusland. Er is een geheel dat belet dat men dé collabora­tie kan goedkeuren of kan afkeuren.
Overigens meen ik dat die goedkeu­ring en die afkeuring in de eer­ste plaats het werk is voor historici. Zij moe­ten het materi­aal schiften en ons dan voor­stel­len doen. Het is niet aan een partij om zich bezig te houden met dé collabora­tie."

Anderzijds zijn noch de Volksunie noch de Nieuwe Orde-bewegin­gen geslaagd in de verwezen­lijking van de Vlaamse onafhankelijk­heid, toch uw en dé Vlaams-nationalistische doelstelling bij uitstek?

"Zij zijn daarin inderdaad gefaald, én door eigen schuld én door omstandigheden. Wij moeten daaruit lessen trek­ken, maar laten we hopen dat die lessen nooit van toepas­sing moeten zijn in een nieuwe oorlogsomstandigheid."

In de veroordeling van de Volksunie bent u zeer duide­lijk, terwijl u toch veel voorzichti­ger bent in uw oor­deel over de poli­tiek van de­ Vlaams-nationalisten tijdens de Tweede Wereld­oor­log?

"De veroordeling van de VU gebeurt in een poli­tieke context van de actualiteit: partij tegen partij. Moesten we mild geoordeeld hebben toen ze de knieval beging, dan hadden we geen nieuwe partij opgericht. Die nieuwe partij is ontstaan om opnieuw een Vlaams-nationalistische partij te hebben, die inderdaad voor Vlaamse onafhanke­lijkheid vecht, op een ogen­blik dat de VU haar ontstaansrecht en haar ontstaan­splicht volledig had opgegeven. Dat verklaart de bitsigheid van het gevecht.
Nog eens, ik ga me niet uitspreken over de col­laboratie. Ik heb dat nooit gedaan. Ik ben opge­ko­men voor amnestie, maar ik heb nooit de colla­boratie goed- of afge­keurd. Daar zijn op dit ogenblik nog te weinig gege­vens voor. Daarover is nog geen sereen oordeel moge­lijk. In de eer­ste jaren van mijn politieke activiteit konden wij onmogelijk een oordeel gaan vellen over mensen die vervolgd werden door België, vaak om Vlaamse rede­nen en in de meeste gevallen enkel om Vlaamse redenen. Zolang er geen amnestie was, en ze is er vandaag ook niet, geloven we niet dat het tijd is om de staf te breken over de oorlogs­gebeurtenissen."

Toch schuwt u de verwijzing naar de collabo­ratie niet als politiek argument. In het partij­blad van april 1987 drukte u een foto af van toenma­lig IJzerbedevaartvoorzitter Paul Daels in het uni­form van de Nationaal-Socialistische Jeugd-Vlaande­ren (N.S.J.V.) anno 1943. Welke bood­­­­­­­­­schap wilde u met die foto over­bren­gen?

"De boodschap was louter een protest tegen wij­len Paul Daels als voorzitter van het IJzer­bede­vaart­ko­mitee, verantwoorde­lijk voor het versas­sen van 'de Stem van Suid-Afrika' naar het mid­den van de plechtigheid in plaats van zoals voor­dien op het einde. Op dat ogenblik ging de Bedevaart een minimalisti­sche weg in. Wij acht­ten het nuttig met de hamer op tafel te slaan, om te zeggen: ze moeten ons geen les komen geven in naam van alle mogelijke uitvluchten om gema­tigd te zijn, hier is een bewijs van het tegen­deel. Maar dat had absoluut geen nostalgische beteke­nis."

C. ROBERT BRASILLACH: FASCISME, LE RÉGIME IDÉAL?

In Dietsland-Europa (mei 1987) citeert u instemmend R. Brasillach die eind 1944 schr­eef: "Le régime idéal serait celui qui con­cilie­rait les idées de grandeur, de socia­lisme natio­nal, d'e­xalta­tion de la jeu­nesse, d'auto­rité de l'E­tat qui me paraissent incluses dans le fas­cisme avec ce respect de la liberté indi­viduel­le." En u voegde er aan toe: "Het moet een be­zie­len­de op­dra­cht zijn voor een jonge gene­ra­tie naar een derge­lijke syn­these te zoeken." Heeft het Vlaams Blok zo'n synthese gemaakt?

"Dat is maar een klein deel van wat Brasillach geschreven heeft. Hij onderstreept in zijn 'Let­tre à un soldat de la classe 60' zeer sterk dat het Engels gegeven van de vrijheid een we­zen­lijk iets was dat ze tijdens de oorlog gemist hadden. Dat is een beoordeling van Bra­sillach." "Het is volgens mij inder­daad nog altijd aan een jongere generatie naar een derge­lij­ke syn­these te zoe­ken. Dat was geen werk meer voor de mensen die té fel geëngageerd waren geweest tijdens of onmiddellijk na de oorlog. Van hen kon men niet meer de lenigheid en de soe­pel­heid verwachten nieuw denkwerk te verrich­ten. En het is nadien nog altijd niet gebeurd."
"Dit is geen afwijzing van het demo­cratische systeem. Het is wel een mogelijkheid tot verbe­tering van de werking ervan. Wanneer we hier in dit gebouw (het Euro­pees Parlement in Brussel, M.S.) zien welke verspillingen er allemaal zijn, dan alleen al heeft men toch wel het recht te eisen dat er een beetje orde komt. Wanneer we zien naar het gesjoemel in Italië, dan is het zo dat er verbete­rin­gen aan alle regimes mogelijk zijn. Geen enkel regime is voor de eeuwigheid gegeven. Elk regime kan prachtig starten met een idealistische bezieling, maar na verloop van tijd zit er altijd de menselijke sleet op."

Slaat die synthese die u bedoelt op een nieuwe interpreta­tie van de componenten die Brasillach aanhaalt voor dat 'regi­me idéal'?

"Als u wil, ja. Ook als geheel, de vrijheidsge­dachte aan de ene kant, en orde en plicht aan de andere kant."

Brasillach noemt die componenten ook de componenten van het (historisch) fascisme. Het Vlaams Blok wordt daarmee toch niet graag in verband gebracht?

"Wanneer het fascisme voor orde is, en ik ben ook voor orde, ben ik dan een fascist? Men heeft het woord fascisme de laat­ste tiental­len jaren gewoon gebruikt als scheldwoord om de tegenstander mee te lijf te gaan. Dat was al zo in de tijd van de Koningskwestie. De linksen noemden Leopold III een fas­cist, en de CVP ant­woordde dat de anti-leopoldisten fas­cis­ti­sche methodes gebruikten. Pius XII werd door sommigen een fascist genoemd. Dat heeft geen enkele his­torische betekenis meer. Dat is een woord, ofwel van het totale verleden, ofwel op dit ogenblik van de scheldbak."

Maar Brasillach gebruikt 'fascisme' toch niet als scheld­woord?

"Brasillach zegde dat in het fascisme en onder de Duitse bezetting, we vooral de vrijheidsge­dachte hebben moeten mis­sen. Dat was voor hem geen reden om het overige te verlooche­nen."

D. MAURICE BARDÈCHE: PROFETISCH

In 1951 hebt u een Nederlandse vertaling gemaakt van (het proto-negationistische, ms) 'Nurenberg, ou la terre promise' van Mauri­ce Bardèc­he. Waarom hebt u dat boek toen vertaald?

"Ik heb dat boek vertaald omdat ik het in die tijd met zeer grote belang­stelling gelezen heb. De analyse van Bardèche moet men ook weer zien in zijn tijd, en dan vooral in de menselijke context waarin ze geschreven werd. Bardèche was voor en tij­dens de oorlog een volstrekt a-poli­tiek man. Een man die een zeer grote toekomst als literatuurhistoricus tegemoet ging, en die door bepaalde eerlijke tegenstanders als zodanig ook erkend is geworden. Bardèche werd in 1945 verschrikkelijk ge­troffen door de te­rechtstel­ling van zijn schoon­broer Robert Bra­sillach. Dat was een vriendschap van lang voor de oorlog, een vriendschap zoals zeer uitzonderlijk is, in deze tijd nog uitzonderlij­ker. Dat heeft zijn pen geleid in de eerste boe­ken, zijn 'Lettres à François Mauriac' dat 'Nü­renberg...' vooraf­ging. Zonder dat hij het boek verloochent, zegt hij vandaag zelf dat hij dat nù niet meer zou schri­jven zoals hij het toén ge­schre­ven heeft. Ik meen dat men dat moet eerbiedi­gen. Men moet het boek in de context zien van iemand die tot in het diepste van zijn ziel gekwetst was, en die dat met een literair kunnen en met een zo grote hartstocht geschreven heeft, dat de criti­cus die hij nochtans ook is, niet zijn eigen werk kri­tisch heeft kunnen bekijken voor hij het naar de uitgever bracht."

Centraal in Bardèches boek staat de verwer­ping van 'de geest van 1945', nl. het primaat van het supranationale op het nationale. Dat is ook een kenmerk van het Vlaams Blok-programma?

"Het supranationale bij Bardèche is nog niet dat van de EG of dat van Maastricht, dat wij ook verwerpen. Het is de hele ideologi­sche sfeer­ waarin het nationale dreigt ver­plet­terd te wor­den. In die zin is het meer profetisch, het mon­di­alisme aankondi­gend, dan wel rechtstreeks op de eigen tijd toepas­baar. Vindt men dat in het programma van het Vlaams Blok terug ? Wan­neer wij stand­punt innemen voor een Europa der Volke­ren is dat een standpunt waartoe we zelf gekomen zijn door eigen denk­werk. Daarmee wil ik Bar­dèche niet verloochenen, hij is een van de Fran­sen -ik zeg niet dat hij een volksnationa­list is zoals wij- die het meeste begrip tracht­ten te hebben voor ons volksnationalisme dat iets an­ders is dan hun Frans staats­nationalis­me."

Het is dus meer een profetisch boek dan een echte inspira­tiebron voor actuele problemen?

"Dat kan men nog lezen omwille van de literaire kwaliteiten, maar het is vanzelfsprekend geen actueel boek meer. Het is geen boek dat men moét gelezen hebben om vandaag standpunten te kunnen innemen. Dit is geen verloochening van wat dan ook, dit is een tijdsverklaring."

E. VLAAMS-NATIONALISTEN IN EEN BELGISCH KADER

Het Vlaams Blok is een anti-Belgische par­tij. Welke rol speelt het Vlaams Blok dan binnen het Belgische be­stel?

"Wij zijn een Vlaams-nationalistische partij. Wij zijn een anti-Belgische partij in de zin dat wij opkomen voor de onaf­hankelijkheid van Vlaan­deren met Brussel als hoofdstad. Op dit ogenblik werken wij nog in een Belgisch kader. Wij zijn tegen alle geweld, tegen alle terrorisme. Wij gaan geen bommen leggen onder het Paleis van Laken. Wij werken in het bestaande politiek kader van de Belgische staat met zijn parlement, zijn Vlaamse Raad, ... Ik zeg niet dat we daarin zwemmen zoals een vis in het water, maar dat is noodgedwongen het theater waarin wij moeten werken. Ik bedoel met theater niet dat het een komedie­boel is, wel dat dat ons werkterrein is."

Wat zou het Vlaams Blok dan in dat 'Belgisch kader' kunnen verwe­zenlijken?

"Wij kunnen blijven hameren op ons programma. Wij kunnen bewij­zen dat we een andere partij zijn dan de andere, dat we geen compromissen afsluiten."

Bemoeilijkt die compromisloosheid niet uw werking?

"In zekere zin wel uiteraard. Als we alleen maar zouden geleid worden door het idee dat we een minister moeten hebben, dan zouden we ook com­promis­sen slui­ten. Dat zou qua ambities maat­schappe­lijk en materieel een veel gemakkelij­ker weg zijn. Wij wensen echter een partij te zijn die strak vasthoudt aan haar pro­gramma. Het maakt de zaken moeilijker, maar het maakt het programma niet onverwe­zenlijkbaar. De Vlaamse onafhanke­lijkheid zal er niet komen door een be­sluit van het Vlaams Blok. Die zal er komen omdat de omstandigheden meer en meer in die richting gaan. Wat dat betreft zijn er voor­gaan­den. Ik heb daarstraks even de Ko­ningskwes­tie geci­teerd, welnu dat was een ogenblik waarop men naar een Vlaams-Waalse schei­ding ging. He­laas was op dat ogenblik de Vlaamse Beweging zo goed als uitge­schakeld. Er was geen nationalis­ti­sche partij, die de zweep op de andere partij­en kon leggen om ze in de goede richting te jagen. Van dat ogen­blik heeft men dus geen gebruik kunnen maken."
"Het was Vlaanderen tegen Wallo­nië, maar dat kon niet verzilverd wor­den. Een ander voorbeeld is de schoolkwes­tie. Dat was ook in ver­gaande mate niet alleen links tegen rechts, maar het rechtse Vlaanderen tegen het linkse Wallonië. Het Vlaams -nationalisme was er ook toen nog zeer erg aan toe. Wanneer de VU in 1991 terug in de rege­ring ge­stapt is, heeft zij een helpende hand uitge­sto­ken naar het brekende België om door toege­vingen weer België te red­den."
"De omstandigheden gaan zich volgens mij onge­twijfeld opnieuw voor doen. Op een gegeven ogen­blik gaan er weer conflicten rijzen die een dusdanige spanning gaan aannemen dat de onaf­hankelijkheid weer een schrede dichterbij zal gekomen zijn. Wanneer de scheiding van de socia­le zekerheid ter sprake zal komen, zal dat niet gebeuren zonder een hardnekkig Waals ver­zet. Wat zal op dat ogenblik de toestand zijn ? Ik denk aan de uitspraak van Luc Vanden Brande waarvoor hij op het matje van Laken geroepen is. De stro­ming is er. Wanneer men in '50 had durven zeggen dat binnen een goede generatie een van de kop­stukken van de CVP dergelijke verklaringen zou afleggen, dan had men ons opgesloten voor waan­zinnigen."

De Vlaamse onafhankelijkheid ziet u dus komen door druk uit te oefenen op de andere Vlaamse partijen, eerder dan doordat het Vlaams Blok zelf groot genoeg zou zijn om op zich een meerderheid te vormen?

"Men moet inderdaad realistisch blijven. Wij zullen nog groei­en. De druk op de andere partij­en zal daardoor nog opgevoerd worden. De andere partijen zullen meer en meer geneigd zijn stuk­ken uit ons programma over te nemen. De omstan­digheden zullen daarbij mee een beslissende rol spelen."

F. HET 'PARLEMENTAIR VERDERF'

Over het Belgisch parlement zei u in Diets­land-Europa (mei 1987): "Het is een erg irreële wereld, waar men denkt be­slui­ten te treffen. Een wereld die grote gevaren inhoudt voor wie er belandt. Men wordt er aangetast door een 'pourvu que ça dure'-mentaliteit. Een we­reld met verlok­kingen en bekoringen aller­hande." Ligt dit aan het systeem van de parlementai­re democratie zelf, of aan de parlementaire democratie zoals ze nu functio­neert?

"Dat ligt aan het functioneren van het systeem nù. Het is een systeem van 150 jaar geleden. Degenen die toen volksvertegen­woordiger werden, hadden dat toen niet nodig. Dat waren mensen die materieel vrij stonden t.o.v. hun mandaat. Die waren niet gedwongen daarvoor hun geweten pijn te doen omdat zij abso­luut moesten herkozen worden. Nu heeft men mensen die financieel af­hankelijk zijn van het mandaat, voor wie dat hun beroep is. Dan dreigen natuurlijk grote gevaren. Wie dan niet sterk in zijn schoenen staat, drei­gt compromissen aan te gaan om toch maar par­le­ment­slid te kunnen blijven. Hij wordt vaak een slaaf van de partij, of - bij de grote par­tijen veel erger - van een van de zuilen van de partij. Hij beslist niet meer zelf eigen­machtig en zelf­stan­dig wat zijn houding moet zijn. Ik weet ook niet onmiddellijk wat de positieve oplossing daarvoor is. Dat is wat men al eens 'het parle­mentair verderf' noemt. Dat slaat niet op het regime zelf, maar op de sfeer van koopjes die er vaak aanwezig is en allesoverheersend is."

Heeft het Vlaams Blok dan bepaalde mechanis­men inge­bouwd zodat haar mandatarissen niet ten prooi vallen aan dat 'parlementair verderf'?

"Wij trachten zo vaak mogelijk op dat gevaar te wijzen. Ik geloof niet dat er een volmaakt me­chanisme bestaat om een menselijk afglijden te beletten. Niemand kan garanderen dat zoiets bij ons niet zal gebeuren. In '77 zegde mij een oude heer die zeer verbit­terd was: 'Je gaat nu twin­tig jaar werken, dan ga je even groot zijn als de VU op haar hoogte­punt, en je gaat ook een nieuwe Schiltz hebben, en wat dan ?' Dan heb ik hem geant­woord: 'dan zullen we met een nieuwe partij opnieuw be­gin­nen bin­nen twintig jaar'. Er is geen wiskundig slui­tend systeem om te belet­ten dat menselijke beko­ringen een rol spelen."

In een interview met Dietsland-Europa (juni 1979) sprak u over een ideo­logische adviesraad: "In deze raad zetelen een stel be­proefde natio­nalis­ten zonder direkt organizatori­sche taak, maar die er moeten op let­ten dat de partij niet afdwaalt van haar oorspron­kelijke doel­stelling. (...) Deze raad is op dat vlak de hoogste par­tij-in­stan­tie."

"In die tijd was er bijna geen organisatie en werd aan zo'n adviesraad gedacht. In feite is dat een dood­gebo­ren kind geweest. Ik geloof niet dat we daar meer dan twee keren mee bijeengeko­men zijn. Er werd dan gedacht aan namen als Leo Wouters, maar die zat toen nog volop in de par­tijraad zelf, aan pater Brauns, ..."

G. DE ROL VAN DE BEVRIENDE GROEPEN

Daarnaast kende u een rol toe aan de be­vriende nationa­listi­sche groe­pen: "Voor het Vlaams Blok moet (...) regelmatig kontakt en over­leg met deze groepen een vanzelf­sprekendheid vormen. Ik meen dat daar trouwens op tijd en stond een ver­manende alarm­bel kan weer­klinken. Wij van onze kant moeten altijd oor hebben voor deze alarm­bel." Bestaat in die groepen niet een permanent wan­trouwen t.a.v. Vlaams-nationale partijpoli­tiek?

"Dat bestaat bij hen, zoals dat ook bij ons bestaat. Dat zijn voor een groot deel mensen die allemaal vaak ettelijke jaren in de VU gestaan hebben. Dat heeft hun ontgoocheling en hun­ wan­trouwen meege­bracht. Dat wantrouwen zal waar­schijnlijk ook wel latent aanwezig zijn ten onze opzichte. Goddank heeft dat zich nog niet moeten uiten. Ik denk dat dat een pluim is die wij op onze hoed kunnen steken. Er is daar af en toe wel een lichte kritiek over bijkomstigheden, maar er is nog nooit enige ernstige essentiële kritiek geweest. Dat bewijst dat wij nog altijd op de rechte weg zijn. Die mensen hebben inder­daad het recht kritiek te uiten op het ogenblik dat ze denken dat het nodig is."

Is het Vlaams Blok nog sterk afhankelijk van de steun van deze groe­pen?

"In het begin was dat veel sterker het geval. Wij waren een amechtig wicht, en waren dankbaar voor en aangewezen op alle steun welke we konden krijgen. Stilaan zijn we gegroeid en kregen we organisatorisch meer vorm, vooral de laat­ste vijf jaar, zodat we een eigen leven zijn gaan leiden, zijn gaan bestaan op onszelf. Wij blij­ven dankbaar voor elke steun die we krij­gen, voor elke medewerking welke men ons gunt. Wij blij­ven dank­baar voor elke stem in het kies­hok­je."

Bent u het eens met Bert van Boghout wanneer die zegt (Diets­land-Europa, maart 1989) ­dat "het Vlaams Blok de Were Di-gro­ndsla­gen als het ware partij­po­li­tiek vertaald heeft in zijn ba­sispro­gram­ma" ? Als ik me niet vergis, bent u toch de auteur van het basisprogramma van het Vlaams Blok?

"Ik heb er de grootste stuk­ken van geschreven, anderen hebben daaraan meegewerkt. Dat is geen kopie geweest. Uiteraard zijn er een aantal evenwijdigheden tussen het programma van Were Di en dat van het Vlaams Blok. Dat is meer een spontane evenwijdigheid, dan een stelselmatig overne­men met het veranderen van woorden. Van­zelfspre­kend is er een essentieel verschil tus­sen een studie- en vormingsgroep als Were Di, en aan de andere kant een politie­ke partij. Zij kunnen over alles spreken en studeren. Een par­tij daar­en­tegen moet haar programma hebben, moet zich beperken, kan niet over alles spreken, alleen al door tijdge­brek maar ook door het feit dat zij gebonden is aan de wetten van de partij­poli­tiek. Men moet met een eenvoudig en duide­lijk program­ma met hoofdpunten naar de mensen gaan. Zich bezighou­den met antropo­logie is voor de vrije men­sen, niet voor degenen die gebonden zijn aan tijd, vergaderingen en vooral aan een pro­gram­ma."

Thema's die bij Were Di wel aan bod komen, zoals de antro­pologie, het rassenkundige, het elitaire, ... worden dus niet bespeeld door het Vlaams Blok omdat ze niet geschikt zijn voor een politie­ke partij?

"En omdat er ongetwijfeld dingen bij zijn die volstrekt onge­sc­hikt zijn in het leven van van­daag. Wanneer Were Di het in zijn hoofd haalt een studie te maken over een of andere denker uit de 16de of 17de eeuw, dan kunnen wij daar niets mee aan­vangen. Inhoudelijk is er ook een deel dat wij in het tijdsge­geven van vandaag zouden willen bekijken en kritisch beoorde­len."

Maar zijn dat dan thema's die misschien politiek niet kunnen be­speeld worden, maar toch passen in 'de geest' van het Vlaams Blok?

"Dat zou een gesprek van een paar uren moeten zijn om dat werkelijk uit te diepen. Wat wordt er bedoeld met 'natuurlijke ongelijkheid', wat wordt er bedoeld met 'het rassenkundige' ? Wan­neer men bedoelt dat één ras meer waard is dan een ander, dan zeg ik overtuigd -niet om tacti­sche redenen, maar om principiële redenen- dat kan niet. Ieder is op zijn plaats de beste. Bij ons moet men zich houden aan het programma, dat eerlijk en overtuigd moet zijn, maar dat geen dwaze achterna­hollerij van om het even wat uit het verleden, of een of ander folkloristisch gedoe van vandaag mag zijn."

H. 'VOLK': EEN ERFELIJK GEBONDEN GEMEENSCHAP

Wat zijn volgens u de kenmerken van een 'volk'? 

"Ik zou me daar vooral beroepen op tussenoorlog­se denkers zoals Wies Moens, pater Stracke, Gantois, en verder teruggrij­pend naar het volks­nationalisme van de Duitser Herder. Welke ken­merken ? In de allereerste plaats taal, hoewel taal niét gans het volk is. Wij hopen nog heel wat verfranste Brusse­laars terug volwaardige Vlamingen te zien worden, met opnieuw hun eigen taal als moedertaal. De traditie speelt ook een rol. Voor de Vlamingen is dat het kristelijk gegegeven, zonder dat ze voor het Vlaams Blok allen ka­tholiek moeten zijn. Dat kristelijk gegeven wordt meer gezien als een cultuurgegeven dan als een godsdien­stig gegeven."

In Dietsland-Europa (mei 1987) zei u dat een volk moet be­schouwd worden als een "erfelijk gebonden gemeenschap"?

"Een volk is inderdaad een erfelijk gebonden gemeenschap. Anders zouden we niet volgende maand de 11de juli 1302 vieren. Met 'erfelijk gebonden' wordt er bedoeld, gebonden door de taal, door de traditie van eeuwen, door wat we samen eeuwen­lang tot stand gebracht hebben. Dat heeft dus niets te zien met een zuiver ras. Wij gaan niet vooraleer u Vlaming gedecla­reerd word­t uw schedel meten of de kleur van uw ogen. Derge­lijke onzin behoort tot een verleden dat helaas niet altijd op een gezonde manier ver­teerd is geworden. Vaak neemt men als men jong is vlug­vlug slogans over vooraleer men erover na­denkt. Ik heb geen last met het woord 'erfe­lijk gebon­den' wanneer men wil aanvaarden wat dat voor het Vlaams Blok betekent."

Dat erfelijke slaat dus niet op een biologi­sche betekenis maar op een culturele?

"Een culturele betekenis, een traditionele, een beschavingsbe­tekenis, ..."

I. MILITANTEN

31. U hecht persoonlijk nogal wat belang aan de steun van de militanten voor het Vlaams Blok. Leven er bij die militantenbasis soms geen ande­re opvat­tingen over de wijze waarop het Vlaams Blok be­paal­de problemen moet aanpakken?

"Een militant is niet hetzelfde als een vech­tersbaas. Een militant is iemand die zich op alle mogelijke wijzen tracht verdienstelijk te maken, met propaganda op straat, met huisbe­zoe­ken, met het colporteren van een blad, ... maar niet met geweld. Wanneer bij ons iemand zou ontdekt worden die geweld zou prediken, dan moet die eruit. Dat er al eens een incident kan ge­beuren waaraan men in 99% van de gevallen geen eigen schuld heeft, maar die dan verstukkeld en leugenachtig voorge­steld worden, dat is in het politieke partijleven niet volle­dig uit te scha­kelen. Ik vrees dat we van nu tot de volgen­de verkiezingen nog met allerlei provocaties zullen af te rekenen hebben. Maar militant is bij ons een begrip waaraan geen geweld mag ge­bonden zitten."

Denken de militanten niet in andere termino­lo­gie over het Vlaams Blok-programma. In het Vlaams Blok-maandblad verschijnt bijvoorbeeld tel­kens een militanten­rubriek van uw propaganda­leider Xavier Buisse­ret. Het taalge­bruik daarin verschilt toch dik­wijls van dat in andere arti­kels?

"Iedere vogel zingt zoals hij gebekt is. Er is een verschil tussen Dewinter en mij, al is het alleen al door de leeftijd, door temperament, aanleg, karakter, ontwikkeling, boeken die men gelezen heeft. Dat geldt voor iedereen, voor Buisseret, Annemans, ... Als u mij vraagt of ik met alles akkoord ga wat in het partijblad ver­schijnt, dan moet ik hier wijlen VNV-senator Edmond Van Dieren citeren, die in een gesprek eens zegde: 'er is maar één blad waarmee ik het volle­dig eens zou kunnen zijn, nl. een dat ik zelf helemaal vol schrijf'."

Maar het is niet van die aard dat u zegt, dit kan echt niet meer?

"Het zal al wel eens gebeuren dat wij struikelen over een artikel in een plaatselijk blad, een uitschuiver is nooit te vermijden. Zo werd er in een lokaal blad op een volstrekt ongeluk­kige wijze geschre­ven over de dood van Brouhon, de burgemees­ter van Brussel. Zoiets kan voor mij niet."

U hebt dan problemen met het taalgebruik?

"Ja, het gaat niet over principes, maar over taal en stijl."

J. COMPROMISLOOSHEID & BELEID

Het Vlaams Blok wil geen beleidspartij wor­den...

"In een Belgisch kader. Op lokaal gebied, in een of andere gemeente, kan meegewerkt worden. Dat is altijd mogelijk."

Zou het Vlaams Blok wel bereid zijn een coalitie te vormen met andere partijen indien op die manier de Vlaamse onafhan­ke­lijkheid kan verwezenlijkt worden?

"Als we die zekerheid hebben, dan mogen wij medewerking met anderen zelfs niet uitsluiten."

Maar u bent niet bereid een coalitie te vormen op basis van andere thema's?

"Nee, dat gaat niet. 't Is te zeggen, dat zou in dramatische omstandigheden onvermij­delijk kunnen zijn -ik denk aan een oorlog of iets dergelijks- maar daarop moeten we niet zitten hopen."

In het Vlaams Blok-maandblad (april 1993) schrijft Koen Dil­len "om de maghrebinisering van Frank­rijk en Europa tegen te hou­den, zien we geen andere weg" dan dat het Front National en cen­trum-rechts [in Frankrijk] één rechts front vormen. Acht u zo'n politiek mogelijk bij het Vlaams Blok?

"Ginder in Frankrijk lijken de regeringspartijen meer in de richting van Le Pen te gaan voor hun vreemdelingenprogramma. Hier is een dergelijk gegeven volstrekt afwezig. Eventueel kan dat onderzocht worden als dat gegeven wel zou be­staan, maar dan is het nog tijd om dat te bekij­ken."

U acht het dus niet uitgesloten?

"Als het een regering is met één taak en één precieze op­dracht, dan zou het in alle geval het bekijken waard zijn."

Ook al zou dat impliceren dat de Belgische staat niet ophoudt te bestaan?

"Ik zeg het, het zou dan een regering beperkt in de tijd en in het programma moeten zijn. Maar dat gegeven is weinig denkbaar in België."

Zou het Vlaams Blok wel een beleidspartij willen zijn in een onaf­hankelijk Vlaanderen?

"Zal ik er nog zijn op dat ogenblik? ... We zullen dat bekij­ken op het ogenblik van de onaf­hankelijk­heid. We moeten dat dus zeker niet uitsluiten. Er is dan een Vlaams gegeven en een Vlaamse regering."

De compromisloosheid van het Vlaams Blok geldt dus voornamelijk t.a.v. het Vlaams-natio­nale; eens dat gerealiseerd is, zou de partij iets toegeef­lijker worden?

"We worden niet toegeeflijker. We houden ons vast aan ons programma. Het is niet uitgesloten dat een deel van het pro­gramma kan verwezenlijkt worden zonder dat een ander deel in de verdruk­king komt. Maar niet met één stap vooruit en twee stap­pen achteruit, zoals de VU."

K. INSPIRATIEBRONNEN

Door welke auteurs voelt u zich het meest geïnspireerd?

"Dat is de moeilijkste vraag. Ik heb de laatste vijftien jaar als partijvoorzitter veel minder tijd gehad om te lezen. Wat de Vlamingen be­treft, zou ik zeggen Wies Moens, Els­schot, Filip de Pillecyn, Dosfel, pater Stracke, de socialist Piet Van Aecken, ..."

En meer recente auteurs?

"Wat recente auteurs betreft, is nummer één voor mij de Franse romanschrijver Jean Raspail met 'Le Camp des Saints' en andere werken. Te veel om op te noemen en te veel schrik om er te ver­geten op dit ogenblik... Michel de Saint-Pierre, Brasil­lach, Robert Poulet, Pascal Jardin, ..."

Nouvelle Droite-auteurs?

"Dat is te zware kost voor mij. Dat geef ik eerlijk toe. Ik heb 'Vu de droite' van Alain de Benoist gelezen en doorge­knauwd. De uren die ik nu kan lezen, besteed ik liever aan de andere genoemde auteurs."

* * *

POLITIEK CURRI­CULUM KAREL DIL­LEN­

16 oktober 1925 (Antwerpen) - 27 april 2007 ('s Gravenwezel) 

1. POLITIEKE ACTIVITEITEN VÒÒR VLAAMS BLOK:

  • lid Volksunie (1957-1971).
  • oprichter Dietsland-Europa (mei 1956), hoofdredac­teur (1956-september 1975), Dillen gebruikte daarbij de volgen­de pseu­donie­men: Piet de Belder, Rei­mond Man­gels, Frans Hans­sens, Leo Kerre­mans, HS.
  • oprichter Were Di (1962), voorzitter (1962-1976).
  • oprichter Vlaams Nationale Partij (1 oktober 1977).
  • oprichter Vlaams Blok (28 mei 1979) en par­tijvoorzitter (1979-1996).

2. POLITIEKE FUNCTIES BINNEN VLAAMS BLOK:

  • kamerlid (1978-maart 1987).
  • senator (1987-1989).
  • Europees parlementslid (1989-2003). 
  • partijvoorzitter (1978-1996); erevoorzitter (1996-2007); lid Partijraad;

* Taakomschrijving van de par­tijvoor­zit­ter: "De partij­voor­zitter (a) is verant­woor­de­lijk voor het alge­meen beleid van de par­tij, in het bijzon­der voor de poli­tieke beleidsvoe­ring; (b) is voor­zitter van het partijbe­stuur en laat zich daarbij door de secretaris bijstaan; (c) is de eerste woord­voerder van de par­tij; (d) is v­e­r­a­n­t­woor­delijk voor de inhoud van de persme­de­de­lingen en de offici­le partij­stand­punten; (e) streeft binnen het partijbe­stuur de consensus na en heeft bij blijvend ver­schil van me­ning een doorslagge­vende stem; (f) organi­seert en kijkt toe op de goede werking van het secretari­aat." 

3. BOEKEN EN BROCHURES VAN KAREL DILLEN (BINNEN VLAAMS BLOK):

  • Grondbeginselen: Manifest van het rechtse Vlaam­s-nationalis­me, 18 blz.
  • Wij, marginalen, Antwerpen, A.M.U, 1987, 47 blz.
  • Vlaanderen in Straatsburg, Brussel, Technische Fractie Euro­pees Rechts, 1991, 175 blz.
  • Europese gedichten: bijeengebracht en ingeleid, Brussel, Technische Fractie Europees Rechts, 1991, 169 blz.
  • Vlaams Blok: partij van en voor de toekomst, 1992, 48 blz.
  • Voor u geschreven: 21 brieven aan een jonge Vlaming en Europeaan, Brussel, Technische Fractie Europees Rechts, 1994, 144 blz.
  • Vlaanderen in Straatsburg. Tussenkomsten in het Europees Parlement: deel 2, 1991-1993, Brussel, Technische Fractie Euro­pees Rechts, 1994, 240 blz.
  • Mijn Schilt ende betrouwen Sijt ghy, o Godt mijn Heer, 2002, 112 blz.

4. BOEKEN EN BROCHURES VAN KAREL DILLEN (BUITEN VLAAMS BLOK):

  • Dr. Borms, Antwerpen, Were Di, 1965, 36 pp. (samen met J. Dierickx).
  • Wies Moens 70, Antwerpen, Were Di, 1968, 36 pp. (met A. Dosfel, ...) (Were Di Jeugdbief).
  • Wim Maes, Berchem, Ferir, (1970), 187 pp.
  • Bormsverzen, Merksem, Were Di, 1973, 48 pp.
  • Amnestie, Merksem, Were Di, z.d., 40 pp. (met W. Opso­mer).
  • vertaling van: BARDÈCHE, M., Neurenberg, het beloofde land, Antwerpen, Adauperta, 1951, 188 pp. (vertaling van Nuremberg ou la Terre Promise, 1948).
  • vertaling van: HOLLOWAY, J.E., Apartheid: een uitdaging, een oplossing ?, Melle, Meyers & Trefois, (1966), 95 pp. (verta­ling van Apartheid, a challence, 1965).

* * *

Lees meer over Karel Dillen op Blokwatch:

- Dillen doet de Hitlergroet
- Alle journalisten voor het kanon
- Karel Dillen gaf financiële steun aan Sint-Maartensfonds
- VB op gesprek bij Yves Leterme
- De (laatste) woorden van Karel Dillen


 
Voeg toe aan favorieten
© 2010 Blokwatch - Nationale webstek over het Vlaams Belang
Page generated in 0.152471 seconds
1 jaar Blokwatch Reeds 7 miljoen keer bezocht!