Thursday 09 September 2010


weblogs-tegen-racisme.be.gifRapporteer Cyberhate!

STANDPUNTEN
Actueel
Programma
Dossiers
Economisch congres
Column
Anekdotes
Quiz
101 Redenen
DE PARTIJ
Waarom Vlaams Belang?
De voorzitter
Organisatie
Geschiedenis
Verkiezingen
Dissidenten
Bevriende groepen
Internationaal
VERKOZENEN
In de parlementen
Stemmingen
Voorstellen
In de gemeenten
IN DE MEDIA
Dagelijks persoverzicht
Kranten en tijdschriften
Wetenschappelijke teksten
Radio en televisie
Boeken en brochures
Boekbesprekingen
Persberichten
Debat
CONTACT
E-magazine
Meewerken
Steunen
Thesisservice
Waarom deze website?
Andere websites
Colofon
PROPAGANDA
Activiteiten
Foto's | E-Cards
Cartoons | E-Cards
Blokwatch TV
Webwinkel

blokwatch gratis stickers


Interview met NSV-stichter Edwin Truyens PDF Afdrukken E-mail
De partij - Bevriende groepen
Geschreven door Marc Spruyt   
Sunday 19 November 2006

Naar aanleiding van 30 jaar NSV (de bij het Vlaams Belang aanleunende Nationalistische Studentenvereniging) publiceert Blokwatch een (inmiddels 13 jaar oud) openhartig interview met NSV-oprichter Edwin Truyens, die ook mee aan de wieg stond van het Vlaams Blok, maar de partij reeds in 1983 na meningsverschillen verliet. "De impact van het NSV op het VB is groot."

Wie is Edwin Truyens? 

Edwin TruyensEdwin Truyens (1954) stond zowel mee aan de wieg van de Nationalistische Studentenverenging (NSV) als van het Vlaams Blok, de partij die hij in 1983 uit onvrede echter weer verliet. Truyens was ook betrokken bij verschillende andere initiatieven en daarmee een interessante ooggetuige uit de beginjaren van het Vlaams Blok.

Op 6 april 1993 interviewde ik Edwin Truyens in het kader van mijn licentiaatsverhandeling over de ideologie van het Vlaams Blok (ook met Filip Dewinter, Karel Dillen en Roeland Raes had ik soortgelijke interviews). Het interview had louter informatieve doeleinden en kan ook vandaag nog een interessante bron zijn voor wie de extreemrechtse partijen en bewegingen bestudeert. Om die reden publiceer ik deze inmiddels 13 jaar oude tekst, die een letterlijke transcriptie is van het interview en door Truyens destijds werd nagelezen, voor het eerst integraal op Blokwatch.

    • oprichter KVHV-Antwerpen (1973), praeses (1973-1976); 
    • lid Were Di en redactie Dietsland-Europa (1976-nnnn);
    • oprichter Nationalistische Studentenvereniging NSV (okt. 1976), eerste praeses NSV-Antwerpen (1976-1977); voorzitter NSV-nationaal (1976-1984); auteur Onze Levensbeschouwing (1982);
    • lid Volksunie (1977-juni 1978);
    • lid Vlaams-Nationaal Directorium (juni 1977-juni 1978);
    • lid Vlaamse Volkspartij (1977-1979);
    • mede-oprichter Vlaams Blok (1979);
    • lid Vlaams Blok (1979-1983);
    • oprichter Vlaams Blok-studie­dienst; op­steller Vlaams Blok-pro­gramma ge­meente­raadsverkie­zingen 1982, organisa­tor van Vlaams Blok-con­gressen;
    • auteur van Vlaams-nationale ekonomie: Financiële perspektieven voor een zelfstandig Vlaande­ren, 1980, 40 pp. (referaat Vlaams Blok-congres 22-23 maart 1980). Onafhankelijkheid, Vlaanderens laatste kans, 1981, 39 pp. (referaat Vlaams Blok-congres 28 maart 1981).
    • lid p­artijbestuur; lid arron­dissementeel bestuur Antwerpen; oprich­ter en voorzit­ter Vlaams Blok-afde­ling Berchem;
    • redactielid (socio-economische artikels) partijblad De Vlaams-Nationalist, vanaf september 1981 Vlaams Blok;
    • stapt in 1983 uit Vlaams Blok (ontslag uit alle functies).
    • oprichter Vormingsinstituut Wies Moens (1983), voor­zitter (1983-heden), hoofdredacteur Kort Manifest (1983-heden): Het Vormingsinstituut Wies Moens (VWM) heeft tot doel "het weten­schappelijk onder­zoek te bevor­deren inzake de natio­nalistische le­vensbe­schou­wing en inzake de politieke, ekonomische, histori­sche en kulture­le ontwik­keling van de Neder­landse volks­gemeen­schap, die ver­spreid leeft in België, Neder­land en Frank­rijk. (...) De werking van de vereni­ging geschiedt in een­klank met de natio­nalisti­sche, katolieke en opvoed­kun­dige idealen waar­door Wies Moens zich zijn leven lang heeft laten leiden." Het VWM omschrijft zichzelf als: "nationalis­tisch, Groot­nederlands, konserva­tief kriste­lijk, tegen de multi­kultu­rele maatschappij" (Art. 3 statuten Vormingsinstituut Wies Moens, bijlage Belgisch Staatsblad, maart 1988).
      Het VWM geeft vanaf het ontstaan het tweemaande­lijks tijdschrift Kort Mani­fest uit, met een 14-tal pagina's. Elk nummer bevat één of twee hoofd­arti­kels, medede­lingen van de vereniging, boekbe­sprekin­gen en een ver­koopkatalo­gus met meer dan honderd titels van eigen en andere uitgeverijen. Het gaat om een breed assorti­ment traditio­nele, klassieke en moderne Vlaamse, Vlaams-natio­nalisti­sche en (Heel-) Nederlandse uitgaven van o.m. Were Di, Davids­fonds, De Neder­landen, Oranje, ... De overgro­te meerder­heid van de titels da­teert van de jaren tach­tig en ne­gentig. Be­kende namen zijn o.m. L. Claes, F. Daels, A. De Bruyne, maar ook F. Tim­mermans. Een vijfta­l boeken da­teert van de interbel­lum- of oor­logsja­ren (L. Dosfel, W. Moens, D. Stracke).
    • Gewezen bestuurslid Nationalis­tisch Verbond (1989-1992): Truyens trok zich terug "toen de beslissing ge­troffen werd om bij de jongste verkiezingen een eigen lijst in te dienen in Gent. Ik was daarvan geen princi­pieel tegen­stander maar vond dat het ogenblik zeer ongunstig was. (...) Levens­be­schouwe­lijk heb ik geen enkel probleem met het Nationalis­tisch Verbond" (Kort Manifest, januari-februari 1993, 8-9).
    • Lid 1-oktober-groep (1991-nnnn): "De 1 oktober-groep kwam voor het eerst samen op 1 okto­ber [19­91] vooraf­gaand aan de roemruchte 24 november-verkiezingen. Het ini­tiatief ging uit van Lode Cl­aes, die er on­middellijk Guy Verhof­stadt bij betrok. Ik heb de meeste vergaderingen bijgewoond sedert de tweede bijeen­komst. Lode Claes heeft een aantal mensen rond zich veren­igd die één of meer van de drie vol­gende eigen­schap­pen in zich ver­eni­gen: verde­diger van de vrije markt­ekonomie, verde­diger van de kriste­lijke waarden, verdedi­ger van de Vlaams-natio­nale gedachte. In de groep wordt gedis­kus­sieerd rond het politie­ke gebeu­ren en wordt na­gegaan wat konkreet zou moeten gebeu­ren. Sommige leden van de groep zijn intus­sen lid van de VLD, maar de mees­ten zijn par­tij­po­litiek inak­tief. Het gezelschap is vrij hetero­geen, maar er bestaat binnen de groep een grote luis­terbe­reid­heid" (Brief Edwin Truyens, dd. 26 april 1993).

* * *

Marc Spruyt interviewt Edwin Truyens in 1993

nsv1. VAN KVHV NAAR NSV

In uw studententijd studeerde u rechten aan de UFSIA, en speelde u reeds een belangrijke rol in rec­hts-nationalistische kringen.

Edwin Truyens: "Ik ben begonnen in 1973 met het KVHV (Katholiek V­laams Hoogstudenten Verbond) in Antwer­pen. Dat bestond voordien nog niet. In de loop van 1975 kwamen de eerste wrij­vingen aan het licht. In 1976 is het tot een breuk gekomen. Er hebben zelfs gedurende een korte periode twee zogenaam­de KVHV-afdelingen naast elkaar en tegen elkaar gewerkt. De reden daarvan was heel sim­pel. De toenmalige generatie begon stilaan aan afzwaai­en te denken, en wenste de afdeling Ant­wer­pen, zoals de andere afde­lingen van het KVHV, te ver­an­keren in een vzw.

Er ston­den twee opvat­tingen tegen­over el­kaar: De ene was een zeer princi­pieel demo­crati­sche, die wil­de dat alle KVHV-leden - ook de papie­ren leden - deel gingen uitma­ken van de alge­mene vergade­ring, m.a.w. volledig in de geest van de wet [op de vzw's] van 1921. Dat was de groep onder lei­ding van Kris Barrezeele. Daartegenover stond een groep die van oordeel was dat de alge­mene vergadering beperkt moest blijven tot het toenmalige praesidium van tien mensen, omdat men in het verle­den van het KVHV al een paar keer had meegemaakt dat de vereni­ging totaal ont­spoorde. Wij konden toen verwij­zen naar de peri­ode 1966-1968 met Paul Goos­sens, en naar een nieu­we ont­sporing in 1970 in KVHV-Leu­ven, wat dan ook aanleiding heeft gege­ven tot putschen en tegen­putschen. Wij wil­den dat soort toe­standen voor­ko­men.

Die twee opvat­tingen stonden lijnrecht tegen­over el­kaar. Het is dan tot een breuk ge­komen binnen het prae­sidium en nadien ook binnen het KVHV zelf. Dan rees de vraag natuur­lijk voor KVHV-nationaal, dat verant­woordelijk waren voor de verde­ling van de subsi­dies, welke van de twee groepen ze uit­einde­lijk moe­sten erkennen. Ze waren be­reid de twee groepen te er­kennen, maar aan ons stel­den ze als voorwaarde onmid­del­lijk van naam te verande­ren. Wij hebben dat niet willen doen, en hebben we op die ma­nier afscheid geno­men van het KVHV. Gedu­rende een korte perio­de hebben wij met een dub­bele benaming KVHV/NSV gewerkt. Zo is dan het NSV ont­staa­n."

Staat de 'V' in 'NSV' eigen­lijk voor 'Ver­bond' of 'Vereniging', want daarover bestaan wel wat misverstan­den?

Truyens: "Nationalistische Studenten 'Vereniging', die bena­ming is op zeer korte tijd gekozen. Achteraf heb ik dat altijd betreurd. Het is zonder al te veel nadenken dat we niét hebben geopteerd voor Ver­bond maar voor Vereni­ging. Dat is eerder te wijten aan toeval dan aan een be­wuste keuze.

Het is hetzelfde geweest met de bena­ming van het tijd­sch­rift. Het tijdschrift van het KVHV heette Tegenstroom, een benaming die destijds was be­dacht door Lionel Vandenberg­he, de hui­dige voor­zitter van het IJ­zerbe­de­vaartkomitee. Dat was een zeer goede vondst, en goede vondsten op dat gebied zijn niet zo alle­daags. Toen wij een titel moesten kiezen voor het NSV-tijd­sch­rift, werd geop­teerd voor Signaal. Dat was een keuze bij gebrek aan iets anders. Ze was gesuggereerd door de vader van een toenma­lig pra­esidiumlid. Achteraf is geble­ken dat niemand daar­mee echt tevreden was, want ze is veran­derd in Branding."

U werd dan de eerste praeses van het NSV-Antwer­pen?

Truyens: "Het NSV is gebruikt als bena­ming vanaf 1976, ik ben afgestu­deerd in 1977, en ben dus maar één jaar praeses geweest van NSV-Antwerpen. Ik ben wel nog een hele tijd voorzitter van de vzw geble­ven."

Hebt u meegeschreven aan Onze Levensbeschou­wing van het NSV uit 1982?

Truyens: "Ja, die is grotendeels door mij opgesteld."

2. VAN VOLKSUNIE (VU) NAAR VLAAMSE VOLKSPARTIJ (VVP)

« De Vlaams Nationale Partij (VNP) van Karel Dillen was een amateuristisch clubje. »

U bent dan een tijdje lid geweest van de Volksunie?

Verkiezingsaffiche van de Volksunie (VU)Truyens: "Ik heb gewacht tot het einde van mijn studen­ten­tijd om in de Volksunie te gaan. In mijn studen­ten­tijd heb ik altijd gepro­beerd par­tij­poli­tiek te scheiden van studentenbewe­ging; ik vond dat beide onver­enigbaar waren. Na mij zijn er een aantal geweest die daar anders over dach­ten. Dat betreur ik dat nog altijd... 

Ik werd net voor het Egmont­pact van 1977 lid van de Volksunie. Ik was toen al niet tevreden met de evolu­tie binnen de VU en had al enkele af­spra­ken ge­maakt met dr. Goemans zaliger, om binnen de VU een oppositie­be­weging op gang te brengen. De verkie­zingen hebben dat plan door­kruist. Het had geen zin meer rustig een opposi­tiebe­weging uit te bouwen.

We zijn dan onmid­dellijk gestart met een openlijke opposi­tiebewe­ging, onder de naam Vlaams Natio­naal Direc­torium [VND­]. Dat was aan­vankelijk uitsluitend een beweging van VU-ers in de oppo­sitie in hun eigen partij. De dag dat de VU-partij­raad het Egmont­pact goed­keurde, was het reeds duidelijk dat er nieu­we partijen gin­gen opgericht wor­den. We hebben dan met die oppositiebewe­ging geprobeerd alsnog het tij in de partij te doen keren, al­hoewel een aantal geroutineerden, ik denk b.v. aan Leo Wouters die mee aan de wieg stond van de VNP, van mening waren dat het ondenkbaar was dat de VU nog van richting ging verande­ren, en dat het dus verlo­ren moeite was van mij. Gaandeweg bleek dat er effectief twee par­tijen werden opge­richt, omdat (de mensen rond) Lode Claes en Karel Dillen niet tot over­een­stem­ming waren gekomen. In het VND stelden we vast dat heel wat VU-mensen die lid waren van onze oppo­si­tiebewe­ging, na verloop van tijd over­stap­ten naar de ene of naar de andere partij."

U bent overgestapt naar de Vlaamse Volks­par­tij (VVP) rond Lode Claes. Waar­om niet naar de Vlaams Nati­onale Partij (VNP) rond Karel Dillen?

Truyens: "In 1978 werd ik door de VU voor zo'n l­ange periode ge­schorst dat men mij eigenlijk poli­tiek totaal werkloos maak­te. Aanvanke­lijk wenste de VU-afde­ling van Berchem als tegenmaat­regel de afde­lingswerking te schorsen. Omdat ze echter aan­voel­den dat ze in andere afdelingen, zoals Bor­ger­hout waar de VU toen in het Sche­pencolle­ge zetelde, geen navolging gingen krij­gen, heb­ben ze dat niet gedurfd. Ik stond eigenlijk met mijn rug tegen de muur: de bewe­ging tegen het Egmont­pact moest voort­gaan, maar in de VU zelf kon ik niets meer doen. Er waren verschillende VU-par­lementsleden die ei­genlijk achter mij ston­den, maar die ik er niet toe kon bewegen openlijk te re­volte­ren. Ik denk bv. aan Bob Maes die het VND steunde, maar anderzijds in de VU-Tucht­raad zat en daar wel probeerde mij in de partij te houden, maar zon­der resoluut te zeggen dat ik gelijk had en niet geschorst mocht wor­den.

Ik voelde mij op dat moment in de steek gelaten en moest kiezen tus­sen die twee par­tij­en. Ik ben toen overge­gaan naar de VVP en niet naar de VNP, omdat ik van oordeel was dat de VVP op een meer professionele ma­nier te werk ging. Ik had geen zin met een amateuris­tisch clubje mee te doen. In beide partij­en waren natio­nalis­ten aanwezig. Ik dacht dat de VVP meer kans maakte om door te groeien als een normale en vol­waardi­ge par­tij. Ik denk dat ik me daar­in trouwens niet ver­gist heb. Waarin ik me wel ver­gist heb, en ik niet alleen, was dat Lode Claes met de VVP eigenlijk een neolibe­rale richting wilde uit­gaan, en bereid was tot toegevin­gen op bepaalde program­ma­punten waartoe anderen bin­nen de VVP niet bereid wa­ren. Dat is dan ook uitge­draaid op een breuk binnen de VVP."

Was een ander verschil tussen beide partij­en niet dat de VNP eerder het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) als histo­risch voorbeeld zag, en de VVP het Verdinaso (Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen)?

De Dinaso-generatie (cover van het Nieuw-Rechtse tijdschrift TeKoS uit 1996)Truyens: "Dat is inderdaad juist, maar is geen bewus­te keuze ge­weest, noch van de ene, noch van de andere groep. Het was alleen zo, en dat geldt uiteraard enkel voor de ouderen in die twee par­tijen, dat in de VNP een deel oud-VNV-ers zaten, en in de VVP een deel oud-Dina­so's. Volgens mij was dat bij de VNP eerder toeval dan bij de VVP.

Het is algemeen geweten dat het Verdinaso, hoe klein die beweging ook was, sa­men­gesteld was uit mensen die zozeer de invloed van Van Severen en gans die beweging ondergaan hebben, dat die hun ganse leven is blijven door­werken, welke rich­ting ze ook zijn uitge­gaan en om het even of ze al of niet de politiek de rug hebben toege­­keer­d. Die Dinaso-stem­pel is er blijven op staa­n. Een aantal oud-Dinaso's zijn dan inderdaad op­nieuw samen­geklit in die VVP.

Anderzijds waren in de VVP ook zeer veel jonge­ren ac­tief, zoals ik, die eens gela­chen hebben toen de ouderen vaststelden dat de oud-Dina­so's in de VVP zaten en de VNV-ers in de VNP. Want wij hadden daar uiter­aard geen bood­schap aan."

Vond de VNP haar aanhang ook niet eerder bij de militan­tenor­ganisaties en de VVP meer bij de intellectuelen?

Truyens: "Dat zal zeker en vast voor een deel kloppen. Ook het onder­scheid dat ik daar­straks maakte tussen een eerder professione­le organi­satie (de VVP) en een meer amateuristisch clubje (de VNP) sluit daarbij enigszins aan. Karel Dillen zelf komt traditioneel uit actie­groe­pen, is jarenlang voorzitter geweest van Were Di, en had daar zeer duidelijk een achter­ban. Lode Claes daarentegen had een partij­politieke carrière achter de rug in de VU, en behoorde tot het vooraan­staand eco­no­mische en poli­tieke leven in dit land. Het spreekt vanzelf dat hij in zijn entourage ande­re mensen kòn aantrekken, mensen die trouwens veel meer gewicht in de schaal konden werpen.

Het probleem van Lode Claes - zeker in die periode, vandaag de dag stelt dat­ zich al enigszins an­ders - was dat hij zich daar­door ook met een veel hete­rogener gezel­schap omring­de, en de tijd was zeker en vast niet rijp voor het­geen hij zelf wilde be­reiken. Ik zeg niet dat ik vandaag pal ach­ter de ideeën sta die hij toen wilde verwer­ke­lij­ken. Ik heb daar nog altijd mijn beden­kin­gen over. Wel ben ik er nu zelf meer vat­baar voor geworden. Lode Claes en ikzelf hebben el­kaar terug­gevonden net voor de fameuze verkie­zingen van 24 november 1991 in de 1 Okto­ber-Groep. De strijd of bijna ruzie die we ge­maakt hebben in de VVP-peri­ode, is daar­voor dus geen beletsel geweest."

Hoe is de VVP eigenlijk ten einde gekomen?

Truyens: "Als de VVP een einde genomen heeft, was dat mede onder mijn impuls. Ik wenste niet dat de VVP ging afglijden naar een neolibe­rale partij. Toen de VVP haar eerste politiek pro­gram­ma en statu­ten ging opstellen, kon ik mij hoe­ge­naamd niet ak­koord verklaren met het ont­werp van Lode C­laes. Ik heb dan een tegenpro­gramma opge­steld, hoe­wel ik wist dat men niet ging aanvaarden dat ie­mand een ander program­ma in de pla­ats ging stel­len. In een tweede stadium heb­ben we dan een aantal mensen bijeen gebracht en een aantal amendemen­ten opgesteld. Als dié amendementen op het pro­gram­mavoor­stel van Lode Claes zouden worden goedgekeurd, zou de VVP tòch een nationa­lis­tisch pro­gramma hebben. Op de congresdag eind maart 1979 slaag­den we daarin ook. Het ene amen­de­ment na het andere­ werd erdoor gehaald. Het was dan een klein kun­stje voor Lode Claes en zijn medestan­ders te zien uit welke hoek de wind waaide.

's Namid­dags heeft hij het dan tot een breuk laten komen. Men heeft het opstellen van het pro­gramma stopge­zet en een partij­bestuur verkozen be­s­taande uit mede­stan­ders van hem, omdat men 's middags een aantal mensen heeft opgebeld en gezegd dat de partij een richting uitgaat die Lode Claes niet wenst. Wij hebben dan ook onze conclusies getrok­ken: als men op die manier de partij wil redden - er werden zelfs lidkaarten uitge­schreven aan de ingang, dat kon uiter­aard want er waren nog geen sta­tuten - dan kappen we er liever in­eens mee. Het heeft geen zin verder ruzie te maken en elkaar de eigendom over de partij te betwis­ten.

Die mensen zijn dan als groep naar Karel Dillen toege­stapt om te onder­hande­len over de vorming van een nieuwe partij onder de naam Vlaams Blok Die naam was bij de verkie­zingen in 1978 al eens gebruikt voor de kartel­lijst tussen VVP en ­VNP."

3. VLAAMS BLOK

« Het NSV vormde de eerste Vlaams Blok-studiedienst. »

Impliceerde die samen­smelting van mensen uit twee partijen dat er binnen het oorspronkelijke Vlaams Blok (als partij) ver­schillende strek­kingen aanwezig waren?

Truyens: "Niet echt. Zeker en vast programmatisch of le­vensbe­schou­welijk waren er in de oorsprong geen echte ver­schillen of strek­kingen aanwezig. Ik denk dat er nu meer en gemakke­lijker strekkin­gen binnen het Vlaams Blok kunnen aange­duid worden dan toen. Dat is op zich niet abnor­maal. Er zijn nu een­maal geen twee iden­tieke mensen op deze we­reld; dat is een van de uit­gangs­punten van het natio­na­lisme als le­vens­be­schouwing. Voor een klei­ne­re partij is het mak­kelij­ker uit één mond te spre­ken dan voor een grote­re. Nu is de partij van een zekere omvang gewor­den en is het normaal dat er vers­chil­lende klanken te beluis­teren vallen.

Persoonlijke tegenstellingen bleven ook be­perkt, want niemand kon echt zijn ambi­ties bot­vie­ren omdat er geen posten te verde­len wa­ren. Wel was er van meet af aan een bijna zieke­lijk wan­trouwen tegenover mensen die van bui­tenaf kwa­men. Dat heeft mij op dat ogenblik fel ge­stoord, maar ook niet meer dan dat. Ik stond toen niet in een voldoende krach­tige posi­tie om steeds met even veel kennis van zaken te kunnen oordelen, en zeker niet om bepaalde dingen tegen te houden. Psychologisch vind ik dat wan­trouwen voor een stuk te verkla­ren. Een deel van de mensen die de VNP belichaam­den, en nu moesten aan­vaar­den dat nieuwe mensen de partij kwamen vervoe­gen, hadden een groot stuk van de ge­schie­denis van de VU meege­maakt. Zij wens­ten dus ten alle prijze te voor­komen dat de nieuwe partij zou ontsporen.

Mense­lijk gesproken is het heel be­grij­pelijk dat men zich wil be­schermen tegen nefas­te in­vloeden, tegen mensen die er niet in thuis ho­ren, maar op termijn is dat onzinnig. Vanaf het ogenblik dat twee of meer mensen samen een ver­eni­ging vormen, gaat die vereni­ging haar eigen leven lei­den, of dat nu een politiek par­tij is of een andere vereni­ging. Je kan na­tuur­lijk een aantal maatre­gelen treffen om te ver­hinde­ren dat die vereni­ging gelijk welke rich­ting uitgaat, maar die maatre­gelen blijven al­tijd ergens be­perkt. Wan­neer je dan werkelijk op een weeg­schaal moet gaan afwegen of die en die wel vol­doet aan de kwa­liteiten om tot de partij te beho­ren...

Dat was de reden waarom Piet Bocken - de onder­voorzitter van de VVP, en een van de onder­hande­laars met de VNP - bijna onmid­del­lijk uit het Vlaams Blok als partij verdwe­nen is. Piet Bocken is een advocaat, een man met een zeer zacht karakter, hele­maal geen partijpoliti­cus, hij zat op dat moment eigen­lijk in de par­tij­politiek ondanks zijn karak­ter. Toen hij een dergelijk wan­trou­wen ontwaarde bij de mensen die hij nu tot zijn medestanders moest re­kenen, heeft hij beslist niet meer mee te doen. Zo heeft men nog mensen afge­schri­kt en afgesto­ten. Min­stens één van de toenma­li­ge on­derhan­de­laars is zelfs te­ruggelo­pen naar de VU!"

U bent de oprichter van de Vlaams Blok-stu­die­dienst. Wan­neer is die precies ontstaan?

Truyens: "Ik weet niet meer precies wanneer die ontstaan is. In elk geval niet onmiddellijk. In de aller­eerste periode zat ik niet in het partijbe­stuur. Dat is zowat met horten en stoten samen­ge­steld geraakt. In het begin waren de structuren niet echt vast omlijnd. Ik heb van meet af aan mijn mede­werking gegeven in de par­tij, en ben nogal snel uit­genodigd op de vergaderin­gen van wat toen voor het par­tijbestuur moest doorgaan en dat later ook geworden is. Tamelijk spontaan is daar de idee gekomen een studie­dienst op te richten onder mijn leiding. Wie die idee gelan­ceerd heeft, of dat ik dat zelf heb voorgesteld­ ... dat weet ik niet meer."

Hoe functioneerde die studiedienst?

Truyens: "Ik heb in die periode een aantal men­sen rondom mij verzameld uit het NSV, die onder­tus­sen afge­studeerd waren. In de mate van het mogelijke gingen zij hun bijdra­ge leve­ren. Dat was niet evi­dent, want tenslot­te stonden zij allemaal aan het begin van hun beroepsloop­baan. De meeste ­van hen zitten nu in het Vor­ming­sin­stituut Wies Moens: Dirk Van de Wal, Bruno Val­keniers, Marc Joris, ... Toen ik de partij verliet in 1983 hebben zij samen met mij afge­haakt, zeker als actief partijlid. De enige die achteraf terug ingepikt heeft, is Marc Joris.

Gedurende de vier jaar dat ik actief ben ge­weest in het Vlaams Blok was er slechts een embryo van een studie­dienst. Het ging meer om een losse samenwerking dan om een gestructureerd geheel. Materieel kon het op dat ogenblik niet anders. Het Vlaams Blok was een begin­nende par­tij die voor alles en nog wat mankracht te kort kwam. Ik moest mijn tijd te veel verde­len. Als ik mij uitslui­tend had kunnen wij­den aan de studie­d­ienst van de partij, dan hadden we veel vlugger verder ge­staan. Ik zat in het partijbe­stuur en in het arrondisse­menteel bestuur van Antwer­pen, ik heb de afdeling Berchem opgericht waarvan ik dan voorzit­ter werd, ik heb de leden­admini­stra­tie mee helpen op poten zet­ten... Er bleef dan nog weinig tijd over voor studie­werk, laat staan voor de organisa­tie daarvan.

Onmid­dellijk na mijn vertrek is het trouwens niet veel beter geweest. Ik neem aan dat het intussen - ik hoop het in elk geval voor de par­tij - wat meer te beteke­nen heeft dan des­tijds."

De taak van de 'studie­dienst' bestond erin het programma van het Vlaams Blok verder te ontwikkelen?

Truyens: "De beginselverklaring, het fameuze Oranje Boek­je, bestond reeds voordat ik in de partij geko­men ben. Dat is tussen 1979 en 1983 op een aan­tal punten wel eens herzien geweest, en daar­in zal ik zeker mijn inbreng gehad hebben. Wel heb ik het programma van de gemeente­raadsverkie­zing­en van 1982 opgesteld in samenwer­king met een aantal gemeen­telijke manda­tarissen die van de VU waren overgekomen."

Hoe verliep eigen­lijk de wisselwerking tus­sen partij en stu­die­dienst? Vertolkten de tek­sten die werden voor­gesteld op partijcongres­sen louter een individu­eel stand­punt, of waren dat al par­tijstandpunten?

Truyens: "Het verschil is niet groot. Wat dat betreft is het in het Vlaams Blok niet beter of niet slech­ter dan in andere partij­en. Op de Vlaams Blok-congressen werd over die teksten eigen­lijk nooit veel ge­discus­sieerd. Wat oorspronkelijk een per­soonlijk standpunt was, werd bijna automa­tisch aanvaard in de par­tij. In andere partijen is dat niet anders."

4. UIT HET VLAAMS BLOK

« Liederlijk gedrag ondermijnde anti-abortus programma VB. »

U hebt het Vlaams Blok verlaten in 1983. Vond u dat het VB nog voldeed aan de voor­waarde uit de Were Di-Grondslagen over Vlaams-nationale par­tijpoli­tiek: "Belangrijk is dat men de essen­tiële be­ginselen van het natio­nalisme niet ver­loochent, dat men omwille van de midde­len het doel niet prijs geeft"?

Mijn mama liet mij leven, abortus blijft moord. Door het Vlaams Blok verspreide sticker...Truyens: "Neen, anders was ik er niet uitgegaan. Toen ik er ben uitgegaan in 1983, draaide dat hoofd­zake­lijk rond het feit dat de partij weliswaar een mooi ethisch programma had, zich opwierp als de gezinspartij, maar anderzijds tot in de partij­top mensen duldde die in hun persoon­lijk leven diame­traal het tegenoverge­stelde deden.

Het is alle­maal goed en wel een radi­caal pro­gram­ma tegen abortus te hebben, maar dan moet men er ten­min­ste voor zorgen dat in de eigen partij geen mensen rondlopen die er de oorzaak zouden van zijn dat anderen zouden dur­ven dénken aan abor­tus. Het is ook heel goed te zeggen voor het gezin te zijn, maar als er in de hoog­ste partij­top mensen zitten die er eigen­lijk alleen maar op gericht zijn andere gezinnen kapot te ma­ken... ja, zwijg dan over het ge­zin!

Ik sta duidelijk niet alleen met die me­ning, want bijna tot mijn verba­zing... 't Is te zeg­gen: die man is zeker en vast wat dat betreft mijn mening toegedaan, ik wist alleen niet dat hij zo duide­lijk dat probleem ziet in het Vlaams Blok... In Diets­land-Europa verscheen een paar nummers geleden een vraagge­sprek met Bob Maes die daar ook naar ver­wijst. Op een bepaald ogen­blik gaat het erover of hij zich in het Vlaams Blok zou kunnen thuisvoelen. Hij re­pli­ceert daar­op: in die par­tij zitten mensen die in elk geval niet handelen in overeenstem­ming met het gezins­pro­gramma van die partij, en dat is on­aanvaard­baar­.

Ik heb in 1983 tegen Karel Dillen ge­zegd: het blijkt dat wij dat soort mensen in de partij meezeulen, ofwel smijten we dié eruit, ofwel ben ìk weg. En hij heeft daar doodeen­voudig niet op willen reageren, trouwens niemand in het partij­bestuur toen. Een aantal mensen hebben wel hard­nek­kige pogin­gen onder­nomen om mij erin te hou­den en om mij er nadien terug in te krijgen. Klaarblijkelijk is het na mijn vertrek niet verbe­terd, want de eenzij­digheid van het gastar­beiders­standpunt is zeer sterk tot uiting geko­men na 1983."

Was het vreemdelingenprogramma nog een van de redenen waarom u het Vlaams Blok verla­ten hebt?

Truyens: "Princi­pieel ben ik het eens met dat pro­gramma, hoe­wel ik vermoed dat er in het '70 puntenpro­gramma' dingen staan waar­mee ik me niet akkoord kan verkla­ren, maar ik zou het nog al­tijd eens moeten lezen. Met de grote lijnen van het vreem­delingen­standpunt kan ik mij dus akkoord verkla­ren. Ik heb het zelf verde­digd in de par­tij, dus ik moet niet de hypocriet uithan­gen en iets anders gaan bewe­ren.

Die een­zijdige beklem­toning is echter ook een vorm van ontspo­ring. Toege­ge­ven, het Vlaams Blok treft daar niet alleen schuld. Die eenzijdig­heid is zeer zeker ook van buiten­af opge­dron­gen. Dat thema werd al­tijd maar beklemtoond door de ande­re partijen, door de media, enzo­voort. Het VB is gedeeltelijk in een val gelo­pen en is zich een­zij­dig gaan toe­spitsen op dat pro­bleem. De ver­leiding daar­toe is na­tuur­lijk gr­oot. Het wordt hoe langer hoe meer aange­voeld als een probleem, in de eerste plaats in de grote ste­den, waar het voor een opko­mende partij al­tijd gemak­kelij­ker is om electoraal aan de bak te komen. Men zag er dus het elec­to­raal belang van in daar op te spri­ngen. Bovendien is het een pro­bleem dat zich niet alleen in dit land stelt maar in gans West-Euro­pa. Men voelde zich dus ook van die kant aange­moedigd daarmee door te gaan.

Die eenzijdigheid neemt echter niet weg dat de andere aspecten van het nationalistisch program­ma daar­door voor een stuk in de ver­druk­king zijn gekomen, niet in het minst omdat men men­sen aan­trekt die men beter niet zou aan­trekken. Nationalisme is onver­enigbaar met rassen­discri­mi­na­tie. De manier waarop een aantal zaken op dit ogen­blik geformu­leerd wor­den... Ik herinner mij bijvoor­beeld, en dat is dan onver­dacht want het is een van de parle­mentsle­den zelf, dat Dewin­ter ergens een loods gevonden had die hij wou in­richten als moskee zodat al de andere moskeeën konden afgeschaft worden. Dat is in feite van een dusdanige bruta­liteit, dat men daarmee we­tens en willens ener­zijds mensen bele­digt, en ander­zijds aast op goed­koop succes en mensen gaat aantrekken die men beter niet aan­trekt. Dan zit men op een ver­keerd spoor.

Ik geef toe dat de weg die ik wil be­wandelen langer is, maar hij is eerlijker en houdt minder gevaar in voor gevaarlijke afwij­kingen. Ik be­hoor niet tot de media en de politieke tegen­standers die het Vlaams Blok voor­tdurend asso­ciëren met fascisme, racis­me, ex­treem-rech­ts, geweld, enz.­ Dat is in essen­tie niet het ge­vaar dat in het Vlaams Blok zit. Ook niet in de mees­te for­maties in de ande­re landen. Het gevaar bestaat wel dat sommige Vla­ams Blok­kers op de duur zichzelf met dit nega­tieve beeld gaan ver­binden en vooral dat men figuren aan­trekt die zich effectief te buiten gaan aan rassendiscri­minatie, geweld, enz. Want iedere radicale poli­tieke bewe­ging loopt gevaar te ontaarden."

5. VREEMDELINGENTHEMA & TWEE GEZICHTEN

« Waarom zou het Vlaams Blok niet meer over 'rassen' mogen spreken? »

Kan een partij met zo'n populistisch vreem­delingen­stand­punt nog wel beantwoor­den aan de 'aris­tocratische idee' die zijzelf (in haar Grondbeginselen) zegt na te streven?

Truyens: "Het principiële vreemdelin­genstandpunt sluit wel aan bij die aristocratische gedachte, maar de wijze waarop het tegenwoor­dig geformu­leerd wor­dt, komt daar mee in tegenspraak. Ik heb het voorbeeld gegeven van die loods, want ik vind dat iets heel typisch voor Dewinter - ik ken Dewinter van in zijn stu­dententijd - en dat zijn dingen die vloeken met een aristo­cratie. Dewin­ter is geen aristo­craat. Integendeel, die weet ternauwernood, buiten het vreemdelingen­standpunt mis­schien, waar­over hij het heeft."

Een aantal critici van het Vlaams Blok bewe­ren dat die partij met twee gezichten spreekt: ener­zijds het offi­ciële nette niveau naar buiten uit, anderzijds het interne niveau waar men ongege­neerd kan zeggen wat men werke­lijk denkt. U kent het Vlaams Blok van binnen, kan u die stelling beamen?

Filip Dewinter: Baas in eigen landTruyens: "Zeker niet in de periode tot 1983, toen was er wat dat betreft geen verschil. Er werd toen altijd gezegd wat men dacht, zowel bin­nen als buiten. Het laatste congres dat ik zelf inhoude­lijk in handen heb gehad, was dat fameuze con­gres waar de aristocratie zeer duide­lijk aan bod is geko­men. De pers is daar toen ook op gespron­gen. Dillen was er niet zo geluk­kig mee dat ik constant over de aristo­cratie gespro­ken had. Hij heeft dat niet tegenge­sproken in de pers, maar hij vond het minder verstandig dat men dat thema tout court aange­raakt had.

Dat is nog geen aan­duiding voor het feit dat men binnen de partij anders sprak dan er buiten. Dillen was meer van oordeel dat het minder wen­selijk was die term poli­tiek te vertalen. Men kan daarover inderdaad discus­siëren, want ik heb in die toe­spraak min of meer behoor­lijk uitge­legd wat ik daarmee bedoel­de. Maar als je het nooit mag zeggen, hoe wil je dan op een of andere manier voor je over­tuiging uitkomen? De enige bedoe­ling is toen geweest een gezonde kritiek uit te brengen op wat men soms democratische fenomenen noemt.

Ik weet niet in hoeverre er nu eventueel wel op ver­schil­lende niveau's zou gepraat worden. Men mag dat nooit helemaal uit­sluiten. Hoe groter een partij wordt, hoe groter de kans dat niet iedereen uit één mond spreekt en dat men bin­nens­ka­mers soms wel eens andere dingen durft zeggen dan buitenska­mers. Maar ook dat is niet iets typisch voor het Vlaams Blok."

In haar brochure Tien vooroordelen over het Vlaams Blok beweert het Blok bijvoor­beeld dat het woord 'ras' niet ge­bruikt wordt in de partij­teksten. Nochtans was dat wel het ge­val, o.a. in door u geschreven tek­sten.

Truyens: "Ja, en waarom zou dat woord niet gebruikt mogen worden? Ten­slotte is dat een woord dat je in om het even welk woordenboek terug­vindt. Het gaat trouwens ook niet op te ontkennen dat er ver­schil­lende rassen bestaan. Maar ik denk dat we hier meer te maken hebben met een alge­meen men­selijk fenomeen: de meeste mensen worden niet graag in het verdomhoekje geplaatst. Ze vrezen mis­schien scheef bekeken te worden als men hen asso­cieert met bepaalde za­ken, en men wil daar dus op een of andere manier afstand van nemen. Ikzelf heb daar nooit veel last van ge­had."

Om nog even terug te komen op dat woordje 'ras'. Vandaag de dag zegt het Vlaams Blok dat woord niet (meer) te gebrui­ken. Maar willen ze eigenlijk niet hetzelfde zeggen op een andere manier, met een aangepast taalgebruik?

Truyens: "Ik veronderstel dat ze op dit ogenblik mis­schien wel een aantal zaken wat trach­ten te camoufleren, om te beletten dat de tegenstan­ders hen te grof zouden aanpakken. Tot op zekere hoogte wellicht om begrijpe­lijke redenen. De hetze tegen het Vlaams Blok nu is veel groter dan in 1983. We waren toen met veel minder, we werden ook wel als het uitschot van de maat­scha­p­pij beschouwd, maar toen werd daar geen hinder van onder­vonden. Terwijl nu een aantal mensen daar wel problemen mee krijgen. Dat is waar­schijnlijk omdat de partij enerzijds nergens in bestuursli­chamen verte­gen­woordigd is, maar an­der­zijds een zekere groei heeft gekend die de andere partij­en af­schrikt. Dat probleem zal opgelost zijn vanaf de volgende gemeente­raads­ver­kiezingen in 1994.

De traditionele partij­en zeggen wel dat ze nooit en nergens met het Vlaams Blok in zee zullen gaan, maar in de politiek worden veel eden ge­zworen en nog meer eden verbroken. Ik ben er bijna zeker van dat na de volgende gemeente­raad­sver­kiezingen in een aantal gemeentes toch be­stuursak­koorden zullen afgesloten worden met het Vlaams Blok. Als gevolg daarvan zal die hetze misschien niet ophou­den, maar toch vermin­deren. Dat kan dan misschien een aan­sporing zijn voor het Blok om geen schrik meer te hebben van haar eigen scha­duw."

6. VLAAMS BLOK & BELEIDSVER­ANTWOORDELIJKHEID

« Vlaams Blok kan bestuursverantwoordelijkheid niet aan. »

Vindt u het een goede of een kwalijke zaak dat het Vlaams Blok - toch dé compro­misloze par­tij bij uitstek - op gemeen­te­lijk niveau beleid­s­verant­woorde­lijkheid zou opnemen?

Vlaams Blok: eigen volk eerstTruyens: "Dat is een zeer moeilijke vraag. Ik sta zeer kritisch tegen­over de partij. Ander­zijds leunt ze - theoretisch althans - het meeste aan bij de levensbeschouwing die ik zelf verdedig. Het hangt er van af over wie het gaat. Van een aan­tal mensen bin­nen het Vlaams Blok zou ik zelfs zeggen, hoe sneller zij ergens in een gemeente­be­stuur komen hoe beter, want dat zal mis­schien goed zijn. Maar ik wil dat zeker en vast niet veral­ge­menen.

Wat ik in elk geval nefast vind, is dat bij de volgen­de verkiezingen de politieke aard­verschui­ving zo groot zou zijn dat de partij een bes­tuursver­ant­woordelijkheid moet gaan dra­gen die ze niet aankan. Ze hebben daarvoor het per­soneel niet. Op dit ogenblik bevat hun parle­men­taire ver­te­gen­woordi­ging al een boel mensen die niet bekwaam zijn voor hun taak. Men had dat succes niet verwacht. Boven­dien heeft men in de loop der jaren een aantal mensen afgesto­ten, zoals mezelf, Jaak Peeters, Eric de Lobel, Re­naat Van­heusden, Jan Arnou en nog zoveel ande­ren. Had men die kunnen behouden, dan was een electo­raal succes minder erg geweest.

Men heeft na­tuur­lijk andere men­sen aange­trokken en men trekt er nog aan. Daartussen zitten er valabele, maar men heeft zeker en vast niet voldoen­de potentieel om alle functies die openvallen te kunnen opvullen. Dat geldt zowel voor de poli­tie­ke fun­cties als voor de manda­ten in diverse commissies, in de BRT, in inter­commu­na­les, enz."

Vreest u anderzijds niet dat zo'n beleids­verantwoor­delijk­heid impliceert dat het Vlaams Blok op een aan­tal punten zal moeten toege­ven en compromissen zal moeten sluiten?

Truyens: "Vanaf het moment dat je bestuursverantwoorde­lijkheid opneemt, geef je toe. Een politiek akkoord sluiten, is niet per defini­tie slecht. Op voorwaarde dat je een deftige stap zet in de goede richting. Niet dat ik Hugo Schiltz nu wil napraten... Ik ben honderd ten honderd voor de ontbinding van de Belgische staat. Daaraan mag niet getwijfeld worden. Hoe sneller die staat ontbonden wordt, hoe liever. Maar dat wil niet zeggen dat ik mij op het stan­dpunt plaats van Bert Van Boghout. Voor hem kan een nationalist maar aan één Belgische regering deel­nemen, name­lijk de laatste. Dat vind ik net iets te ver­ gaan. Want wat als die Belgische staat maar ontbon­den kan wor­den door te partici­peren aan opeenvol­gende regerin­gen?

Als men in vrede een boedelscheiding wil nastre­ven, is dat niet zo eenvou­dig. Daar komt heel wat bij kijken, puur tech­nisch alleen al. Het vol­staat niet te zeggen morgen bestaat den Belgi­que niet meer. Men moet daar iets tegenover stellen. Men moet dat be­werkstelli­gen. En als het dan nodig is aan meer­dere regeringen deel te nemen om dat te kunnen be­werkstelli­gen, dan ben ik de eerste die daar­toe bereid is. Maar ik vind niet dat men kan deel­nemen aan een regering wan­neer men daar­voor toegevin­gen moet doen die de zaak vertra­gen."

En op gemeentelijk vlak?

Truyens: "Bert Van Boghout stelt zich ook op een zeer hard stand­punt op gemeentelijk vlak. Als het van hem afhing, dan kan er zelfs geen enkele natio­na­list in een gemeente­bestuur. Dan zeg ik: dat klopt helemààl niet meer. Hij­zelf is al van voor de Tweede Wereldoorlog voor 'België barst'. We zijn nù 1993. Gans die tijd moest dit land wor­den be­stuurd, niet alleen België, maar ook de gemeen­ten in Vlaande­ren. Wanneer je er van uit gaat dat een nationalist het beste weet hoe dat moet gebeu­ren, dan zou het toch wel misda­dig zijn te wachten tot den Belgique niet meer be­staat om het te doen. Dat kan toch niet!

Men kan net zo goed bestuursver­antwoor­de­lijkheid opnemen op gemeente­lijk vlak, en juist het be­wijs leve­ren dat men het beter kan dan de ande­ren. Des te geloof­waardiger zal men overkomen. Bovendien lijkt het me iets gemakke­lij­ker een gemeente te besturen dan een staat. En men kan dan ineens de nodige ervaring opdoen."

7. WERE DI: INTELLECT VAN HET EXTREEMRECHTSE VLAAMS-NATIO­NALISME

« Vanaf je nationa­listische grond­sla­gen gaat ver­woorden, komen steeds dezelfde principes terug. »

U bent een van de auteurs van de 'Natio­na­listische Grond­slagen' van Were Di?

Truyens: "Ik heb niet meegewerkt aan de oorspronkelijke Were Di-Grond­slagen van 1973 want dat was voor mijn tijd. Voor de tweede versie van 1985 is men vertrok­ken van die teksten. Ie­mand heeft dan een nieuwe versie op papier gezet. De anderen hebben er zich toe beperkt een aantal zaken die ze niet goed vonden, te herfor­mule­ren. Maar ikzelf heb zeker geen stukken geschreven."

Dus ook niet het econo­misch onderdeel?

Truyens: "Ik denk het niet... Ik zit al heel lang in Were Di maar ik heb er nooit mijn hoofd­aandacht in gelegd. In mijn studenten­tijd ging mijn hoofd­aandacht naar het NSV. Daarna was dat de partij­poli­tiek. In 1983 is dat het Vormings­instituut Wies Moens gewor­den. Wel ben ik steeds op een of andere manier bij Were Di betrokken gebleven."

Bert Van Boghout beweert dat het Vlaams Blok de Were Di-Grond­slagen "als het ware partijpoli­tiek vertaalde in zijn basisprogramma". Bent u het met hem eens?

Kaft van het Ward Hermans-nummer van Dietsland Europa in februari 1982Truyens: "Grosso modo wel, maar wanneer je Bert Van Bog­hout moet gelo­ven, is quasi de ganse nationalis­tische bewe­ging ontstaan in en uit Were Di. Wanneer je nagaat wie er alle­maal op een of andere manier betrok­ken is ge­weest bij Were Di, die achteraf elders nog zijn sporen ver­diend heeft, kan je inder­daad een zekere invloed van Were Di vast­stellen. Die is echter veel minder gestruc­tureerd of gewild dan Bert Van Boghout soms laat uitschij­nen. Hij accapa­reert nogal graag initiatieven.

Ander­zijds is het na­tuurlijk zo dat er een zeke­re ver­wantschap te vinden is in de ba­sispro­gram­ma's van Were Di en het Vlaams Blok. Als je alleen al weet dat Karel Dillen voorzitter was van Were Di op het moment dat de eerste Were Di-Grondsla­gen ge­schreven zijn, en dat Karel Dillen zonder enige twijfel de hoofd­auteur was van het Oranje Boekje van het Vlaams Blok, dan moet er wel een verwantschap zijn. Wanneer je dan voor de rest nagaat welke perso­nen je telkens terug­vindt in de­zelfde krin­gen...

Trouwens, vanaf het moment dat je op een of andere manier nationa­listische grond­sla­gen gaat ver­woorden, komen diezelfde principes altijd terug. Toen ik des­tijds de grond­slagen van het NSV opgesteld heb, vond ik korte tijd nadien toeval­lig de grond­slagen van een Duitse studen­ten­beweging of politieke jongeren­orga­nisa­tie, welke weet ik niet meer. Het viel mij toen op hoeveel punten, de typi­sche Neder­landse pro­ble­matiek buiten beschou­wing gelaten, op soci­aal-economisch vlak er uiteinde­lijk ge­meen­schap­pe­lijk waren tussen onze grond­slagen en die van die Duitse organisa­tie. Ik heb er noch­tans maar kennis van genomen nadat wij onze eigen [NSV-] grond­sla­gen opgesteld hadden. Omge­keerd kon­den zij die van ons ook niet kennen. Ze waren dus niet afgeschre­ven van mekaar, maar toch die gelijke­nis."

In haar Grondslagen schr­ijft Were Di: "In feite was het onze bedoe­ling een grond­slag te schetsen voor de Vlaams-natio­nale beweging als dusda­nig." Zijn de Were Di-Grond­slagen inder­daad die van "het" rechtsradicale Vlaams-nati­onalisme ?

Truyens: "Als ik ze zelf zou moeten formuleren, zou ik ze anders formuleren. Bij een vereniging is het steeds de grootste gemene deler van de mensen die daar samenzitten. Voor die mensen van Were Di is dit een aanvaardbare tekst geweest. Voor mij staat het vast dat ik een aantal dingen anders zou formuleren, en dat er een aantal standpunten zijn waarover ik van mening ver­schil."

Spelen Were Di en haar tijdschrift Diets­land-Europa ander­zijds geen vormende rol ten aanzien van de andere rechtsradicale Vlaams-nationalistische groepen?

Truyens: "Ja, Were Di heeft dat altijd in eerste instan­tie als doelstel­ling vooropgesteld. In mijn studen­tentijd heeft Lionel Vanden­berghe eens gezegd dat de VMO de straat­vechters waren van de Vlaam­se Beweging en dat Were Di het intellect lever­de. Hij bedoelde dat in beide gevallen wel tame­lijk negatief. Voor een stuk klopt dat na­tuurlijk, hoewel men het intellect van Were Di niet moet overdrijven. Daarvoor is de groep altijd te beperkt geweest, zeker wat betreft het aantal intellec­tuelen dat er deel van uitgemaakt heeft. Dat is nog steeds zo."

Beschouwen de actiegroe­pen Were Di dan niet als hun intel­lect?

Truyens: "Men houdt in die actiegroe­pen eigenlijk zeer weinig rekening met Were Di. Er is wel een peri­ode geweest dat Were Di toonaange­vender was. Dat was de periode van eind jaren zestig tot midden jaren zeventig, daarna begint dat wat af te zwakken. In die periode had Were Di zijn eigen actie­groep. Were Di telde dan ook veel meer leden. Were Di lag toen echt aan de basis van een aantal initiatieven. Ik denk bv. aan de Vlaams-Nationale Raad [VNR] waarvan Were Di eigen­lijk de motor was. De VNR overkoepelde een aantal organisaties die samen toch wel iets verte­genwoordigden.

Nadien is die rol van Were Di fel afge­zwakt. De verantwoorde­lijken van de actiegroep werden uitgesto­ten omwille van toe­standen die totaal onaan­vaard­baar waren, gelijk­soor­tige toestanden trou­wens waarom ik in 1983 ben weggegaan bij het Vlaams Blok. Die splitsing had voor gevolg dat het aantal leden van Were Di ook onmiddel­lijk afnam en dat haar invloed begon te tanen. Theo­retisch zou het deson­danks nog altijd kun­nen. Dietsland-Europa is een blad dat regelmatig lezens­waardi­ge arti­kelen brengt, maar het wordt zo weinig gele­zen. Wanneer je nagaat hoeveel abonnees Diets­land-Europa telt en je moet daar­van nog de abon­nees aftrekken die het blad kopen uit sympa­thie, maar het eigenlijk niet lezen... Wie leest het dan nog wel?"

Nochtans waren de lofbetuigingen aan Diets­land-Europa in het themanum­mer (maart 1991) rond Bert Van Boghout (naar aanleiding van diens 75ste ver­jaar­dag) vrij algemeen. Zo titelde Igna­ce Lowie - de arrondissementele voorzit­ter van het Vlaams Blok-Antwer­pen - zijn artikel "De denktank van de Vlaam­se Beweging". Is deze om­schrijving dan een over­drijving, of is dat het beeld dat van Boghout wel van Were Di heeft, maar de ande­ren niet ?

Truyens: "Wanneer men propagandistisch te werk gaat, moet men zich zelf altijd voor een stuk overroepen. Anderzijds moet men ook weer niet gaan doen alsof Diets­land-Europa bij machte is de poli­tiek re­gelrecht te beïnvloeden. Dan maakt men zich­zelf iets wijs. De rol is bescheiden, maar een bescheiden rol kan belang­rijk zijn.

Neem de rol van het Vor­mingsinstituut Wies M­oens. Getalsma­tig zou je zeggen: dat is om mee te lachen. Buiten ons bestuur hebben we trouwens geen le­den, we hebben alleen betalende abonnees op Kort Manifest. Ik moet toch ook niet gaan vertellen dat wij dui­zenden abonnees heb­ben... Het klein­ste kind kan zien dat dat een blad met een be­perkt aantal lezers is. Ook al is die rol be­scheiden, die kan belang­rijk zijn. Ik weet dat we invloed uitstra­len met het Vormings­insti­tuut Wies Moens. Were Di straalt ook invloed uit, maar er is een groot ver­schil tussen invloed uit­stra­len en de denktank van de Vlaams-nationa­le bewe­ging zijn. Als men die laatste pretentie wil hebben, dan zou iedereen aan je lippen moe­ten hangen en zitten uitkij­ken tot je blad ver­schijnt, omdat men dan einde­lijk opnieuw een belangrijk standpunt kan inne­men in de politiek. En dat is niet zo."

De meeste artikels in Diets­land-Europa die kritiek leveren op het Vlaams Blok worden ge­schre­ven door Bert Van Boghout. Is de kritische rol van Di­ets­land-Europa dan groten­deels van hem afhanke­lijk ?

Truyens: "Bert Van Boghout schrijft se­dert jaar en dag de meeste artikels over binnen­landse politiek. Tus­sen de andere re­dacteuren zitten heel wat histo­rici en die laten zich veel minder in met de dagelijkse politiek. Wat mezelf betreft: sedert ik het Vlaams Blok verla­ten heb, vrees ik dat ik heel wat discus­sies zou hebben met Dietsland-Europa, indien ik in daar­in zou willen schr­ij­ven, wat ik denk over het Vlaams Blok. Daarom schr­ijf ik mijn poli­tieke en kriti­sche be­schou­win­gen over het Vlaams Blok in Kort Mani­fest. Daar ben ik vrij te schr­ij­ven wat ik wil.

Die artikels zijn veel kri­ti­scher dan wat Bert Van Boghout schrijft in Diets­land-Euro­pa. Ik màg ook zeer kritisch schr­ijven, want ik heb vier jaar hard gewerkt in het Vlaams Blok. Ik kén dus voor een stuk de inter­ne keu­ken. Men houdt er in het Vlaams Blok ook wel wat rekening mee. Af en toe is men zelfs be­v­reesd voor wat ik zou sch­rij­ven. Er zijn in het Vlaams Blok in elk geval een aan­tal mensen die het maar goed vinden ook dat ik in die rich­ting schrijf."

8. HET VLAAMS BLOK EN DE BEVRIENDE GROEPEN

« Karel Dillen leek geweld soms te vergoelijken. » 

Ik wil nog even terug komen op de 'band' tussen het Vlaams Blok en de verschillende nati­onalisti­sche groeperingen. In een inter­view in Diets­land-Europa (juni 1979) vertelde toen­ma­lig ondervoor­zit­ter Piet Bocken dat het Vlaams Blok was opge­splitst in drie func­ties: een politie­ke, een ideologi­sche en een actieve-propagan­disti­sche.

Truyens: "Dat propagandistische slaat op de groep die Xavier Buisseret rondom zich heeft gevormd, en die na verloop van tijd gestruc­tureerd is ge­weest in Jonge­ren-Aktief. Maar die hele struc­tuur was voor het overige toch maar zeer in embryo."

In hetzelfde interview sprak Karel Dillen over een ideolo­gi­sche adviesraad bestaande uit "een stel beproefde nationa­lis­ten zonder direct organisatori­sche taak, maar die er moeten op letten dat de partij niet af­dwaalt van haar oorspron­kelijke doel­stelling."

Truyens: "Dat was ook wel een beetje flou. In die periode was alles nog flou, zelfs voor de mensen die in de top van de partij zaten. Ik weet niet of die ideologische adviesraad als dusdanig heeft ver­ga­derd, of zelfs gestructureerd geweest is. Stel dat die ooit echt had moeten ingrijpen, dan hadden we wel beter geweten wat dat om het lijf had.

Karel Dillen hecht­te - en hecht waar­schijn­lijk nog steeds - belang aan de raadge­vin­gen van de oude­ren. En eigenlijk slaat dat veel meer daar op. Hij wenste regelmatig de mensen te raadple­gen die het klappen van de zweep kenden. Daar­toe werden een aantal mensen gerekend die toen ef­fectief ook deelnamen aan de partij­raads­verga­de­ringen. Ik denk bv. aan Leo Wouters, oud-VU-senator en oud-VNV-er, en aan Jan Br­ans­, oud-hoofdredac­teur van de VNV-krant Volk en Staat. Daar waren waar­schijn­lijk nog wel een aantal andere mensen bij betrokken. Jan Brans heeft gedurende een bepaalde periode nog vrij actief deelgenomen aan de partij­wer­king. In die mate zelfs dat Leo Wouters daar­over ver­stoord was. Ik heb het ooit meege­maakt dat hij zei: Jan, uw tijd is nu toch wel stilaan voor­bij, laat het nu maar aan de jonge­ren over. Ter­wijl Leo Wouters de bezadigde wijze man was die zich inderdaad beperkte tot het geven van raad, maar zich niet wenste te mengen in de dagdage­lijk­se werking van de partij."

Het Vlaams Blok recru­teert haar politiek perso­neel toch in de eerste plaats onder de diverse rechtsradicale Vlaams-nationale groepen. In datzelfde interview heeft Karel Dillen die groepen ook de functie van waakhond, van alarmbel toegekend om het Vlaams Blok ervan te behoe­den van de rechte Vlaams-nationale lijn af te wijken.

Truyens: "Karel Dillen heeft altijd veel belang gehecht aan actiegroepen en dergelijke. Die zìjn ook wel belangrijk. Wanneer men spreekt over actiegroe­pen, spreekt men eigenlijk over de kleine man, over de burger in de straat. Als de steun van die mensen wegvalt, wil dat zeggen dat je het contact met de basis verlo­ren hebt.

De steun van die groepen is belang­rijk, maar men mag nooit toegevingen doen om die steun te bewa­ren. Daar­mee bedoel ik geen toege­vin­gen aan de tegen­stan­der, inte­gen­deel, de militanten zijn er juist om dat tegen te gaan. Maar de levens­stijl van de militan­ten is niet altijd het na te vol­gen voor­beeld. Voor Karel Dillen is de steun van de militant in feite een obsessie gewor­den, waar­door hij mensen gaat meesleuren die hij beter zou afsto­ten.

Ik geef een voorbeeld van buiten de partij, van vòòr het ontstaan van het Vlaams Blok. Er is ooit, ik denk in de jaren '70, brand gesticht in De Rode Mol, een linkse boek­handel in Mechelen. De typen die dat gedaan hebben zijn vrij vlug gepakt, en behoorden effectief tot een van die groepe­rin­gen - ik weet niet precies meer de wel­ke, het kan de VMO (Vlaamse Militanten Orde) geweest zijn.

Kort daarna, ik denk op een viering van Were Di, heb ik Karel Dillen horen spreken over diegenen die dat ge­daan had­den. Hij keurde dat af. Hij is daarin altijd conse­quent ge­weest: hij heeft altijd geweld afgekeurd. Tege­lijker­tijd legde hij ech­ter de verant­woordelijkheid bij zich­zelf en bij de anderen die de artikels schreven en de toe­spra­ken hielden. Waardoor hij dus liet verstaan: misschien zijn dat mensen die gaan uitvoe­ren waarover wij ideëel spre­ken. Tot op een zekere hoogte is dat heel chique van Dillen om dat zo te zeggen, maar de manier waar­op hij dat zegt, komt dan bijna vergoeilij­kend over. Indien ik van dat slag van die mili­tanten was, zou ik de indruk hebben dat hij het wel niet goed­keurt maar het éigen­lijk toch goed vindt.

Men kan niet scherp genoeg zijn in zijn veroor­deling van geweld. Wie over het rede­naars­talent beschikt, moet opletten wat hij zegt, om te vermij­den dat een aantal mensen stommiteiten gaan doen. Men moet eventueel durven zeggen: mis­schien zijn we er onrechtstreeks toch de aanlei­ding van. Men moet dat echter op zo'n manier doen, dat men langs de andere kant niet kan gaan den­ken dat hij het dan toch nog ver­goei­lijkt. Maar dat is die obsessie van Karel Dillen die daar ergens een rol in speelt."

Vanwaar komt dan Dillens obsessie voor de militant ?

Truyens: "Men heeft mij gezegd, maar dat gaat heel ver terug in de geschiedenis, dat zijn liefde voor de militant zou te verkla­ren zijn doordat hij ooit eens  door de VMO ontzet geweest is. Hij moet eens be­dreigd geweest zijn, waar­schijn­lijk toen nog door de BSP (Belgische Socialistische Partij). In die tijd gebeurde het meer dan eens dat als er iets te doen was rond amnes­tie, Jos Van Eynde van Berchem met de militanten van de BSP ging tegenbeto­gen en trachten de boel plat te slagen. Karel Dillen moet toen ooit ontzet geweest zijn door de VMO.

Ik neem aan dat je emoti­oneel sym­pathie krijgt voor de VMO als je dat hebt meege­maakt. Maar hij is toch ver­standig en nuchter genoeg om binnen redelijke grenzen te blij­ven. Dat ontbreekt bij Karel Dillen. Dat is trou­wens ook mede de oor­zaak geweest waarom hij in 1983 niet gerea­geerd heeft zoals ik het vroeg, en waarom uit­ein­delijk onze wegen uiteen zijn gegaan."

9. NATIONALISTISCHE AUTEURS & NOUVELLE DROITE

« Het NSV speelt de rol van vereniging die de nieuwe krachten levert. »

Even iets anders nu. Welke moderne auteurs zou u aanraden om kennis te maken met het natio­nalis­me?

Edgard Delvo tijdens een meeting van de UHGA.

Truyens: "Ik denk dat het basiswerk over de nationalisti­sche levensbe­schouwing nog moet geschreven wor­den. Er zijn natuurlijk een aantal werken ver­schenen waarin zeer plausi­bele dingen staan. Ik denk bv. aan het boek van Jaak Pee­ters (De kultuur van het simplisme: over de identiteit van mens, land en volk), maar dat kan men niet een basiswerk noe­men over nati­o­na­lis­me. Een echt groot basis­werk bestaat er vol­gens mij niet. Er zijn her en der belangrijke artikels en brochu­res verschenen, maar niets waar­van je kan zeggen dat het de bijbel van het nationalis­me is.

Een boek waar ik persoonlijk zeer veel heb uit­gehaald op sociaal-economisch vlak, want natio­nalisme moet zich ook dààrmee bezig houden, is Sociale Colla­boratie van Edgard Delvo. Maar men kan dat moeilijk een moder­ne auteur noemen, want zijn ideeën zijn gegroeid voor en tijdens de Tweede Wereldoor­log. Hij heeft dat boek uit­gegeven in de jaren zeven­tig als tijds­document. Hij was zelf verrast dat zijn ideeën op dat moment bij een aantal studenten zo goed aansloe­gen.

Ik vind dat nog altijd een belang­rijk werk. Maar het veronder­stelt dat de lezer zelf in staat is tot oor­spronkelijk denken. Men kan wat daar geschreven staat vandaag niet meer onveran­derd toepas­sen. De tijden zijn gewoon veran­derd­. De basisopvattin­gen van Delvo, over sociale zeker­heid bv., zijn nog altijd bruik­baar maar men heeft intussen zoveel kennis opgedaan over de houding van de mensen t.o.v. de sociale ze­kerheid, dat men daaruit moet leren een aantal fouten niet te maken die er zouden inzitten als men blindelings zou toepassen wat Delvo voor­stelt. Ook dat boek is dus geen pas­partout voor de dag van vandaag." 

Bent u op de hoogte van de denkbeelden van de Franse Nouvelle Droite? Dietsland-Europa bv. schrijft daar­over regelmatig.

Truyens: "Ja, dat heb ik uiteraard gelezen. Ik heb ook Vu de droite van Alain de Benoist gelezen. Daar staan goede dingen in, maar ik ga ook niet met alles akkoord."

Het heidense bijvoor­beeld?

Truyens: "Ja, dat is om te beginnen al een probleem. Nati­onalisme hoeft niet noodzakelijk katholiek te zijn. Ik ben wat dat betreft Hegeliaans ge­vormd. Daarmee wil ik dan nog een boek citeren: Inlei­ding tot de fundamente­le filosofie van Libert Vander Kerken. Dat is een boek dat mij zeer diepgaand beïnvloed heeft. De Hegeli­aanse filosofie van Vander Kerken is gebaseerd op vier basisrelaties: de mens tegen­over zichzelf, de mens tegenover de andere mens, de mens tegenover de wereld, en de mens tegen­over het Absolute.

Die eerste drie relaties heb je hoe dan ook nodig in het nationalis­me. Je kan daaraan het nationa­lisme volledig koppelen. Het laat je toe een volle­dig en coherent politiek programma uit te schrij­ven. Precies zoals men zich in de filo­sofie van Van­der Kerken op een be­paald ogenblik de vraag kan stellen naar de verkla­ring van het bestaan van de mens, de gemeenschap, de wereld, het zoeken naar de oorsprong en de zin, kan men die vraag ook stellen in het nationalisme. Voor mij is het nationalisme maar af wanneer de vraag naar het Absolute beantwoord is. Alleen reeds vanuit mijn filosofie kom ik tot het gods­be­staan. Aange­zien ik toevallig ook katholiek ben, sluit dat perfect bij elkaar aan. Ik ben natio­nalist en ik ben katholiek en voor mij zijn beiden even belangrijk. En onvermijde­lijk zal het ene het andere beïnvloeden.

Het natio­nalisme is perfect denkbaar zon­der de relatie tot het Absolute, tot God. Bij de Be­noist en la Nouvel­le Droite wordt dat weglaten echter een anti-hou­ding, en dan ga ik niet meer akkoord. Die stroming is bij ons ook aanwe­zig, la Nou­vel­le Droite van Frank­rijk heeft hier de nodige aftak­kingen: bij een aantal mensen die zich hier natio­nalist noemen, leeft die anti­kristelijke, antika­tho­lieke houding ook."

U bedoelt de vzw Delta­pers van Luc Pauwels ?

Truyens: "Inderdaad."

Welke standpunten of visies van la Nouvelle Droite vindt u dan wel bruikbaar voor het natio­nalisme in Vlaanderen ?

Filip Dewinter en Jean-Marie Le Pen toasten op hun amitéTruyens: "Het is nu wel al een hele tijd geleden dat ik Vu de droite gelezen heb, maar de Benoist heeft toch een aantal belangrijke teksten ge­schreven over het marxis­me. Nu het marxisme voorbij­ge­streefd is, zijn die natuurlijk niet meer zo belangrijk. Daar­naast heeft hij ook een aantal belang­rijke artikels ge­schreven over de ongelijk­heid van de mensen. Vele filosofische artikels in dat boek lijken mij bruikbaar. Ik heb trouwens zelf in toespraken uit de Be­noist geciteerd, o.m. waar hij het heeft over Gramsci en over de manier waarop die de verove­ring van de Westerse samenleving zag.

Wat ander­zijds bij de Benoist ook niet duide­lijk tot uiting komt, is zijn visie op de volks­ge­meen­schappen. Hij is geen staats­nationa­list zoals Le Pen, hij houdt zich meer op de vlakte, maar hij vindt de onaf­hanke­lijkheid van de Ne­derlanden toch ook niet belangrijk. Ik zie de Benoist ook niet direct zeggen dat Frans-Vlaan­deren bij de Nederlan­den hoort, of opkomen voor de onafhanke­lijkheid van Corsica of de Bas­ken."

Filip Dewinter verwijst regelmatig naar de Benoist of la Nouvelle Droite. Dewinter is een ex-NSV-er. Een van de stel­lingen van de Leuvense professor Louis Vos is dat de NSV-generatie-Dewinter de invloed van la Nouvelle Droite bin­nen het Vlaams Blok heeft uitgedragen. Bent u het als oud-NSV-er en ex-Vlaams Blok-er eens met die stel­ling ?

Truyens: "Neen. Het NSV beïnvloedt op dit ogenblik on­rechtstreeks heel wat. Als je nagaat wie er allemaal uit het NSV komt, niet alleen in het Vlaams Blok maar ook in andere organisaties, dan speelt het NSV momenteel zowat de rol die vroe­ger het KVHV speelde in de Vlaamse Beweging, nl. van de vereni­ging die de nieuwe krachten levert. Maar studenten zijn nog volop in hun geestelij­ke ontwikke­ling. Wat in de studentenja­ren min of meer een homogene groep lijkt, is het niet  noodzakelijk meer na­dien. Ik heb Dewinter gekend in zijn studenten­tijd. Er begon zich toen al min of meer een generatie­conflict af te tekenen tussen de oud-student Edwin Truyens en de stu­dent Filip Dewin­ter.

De invloed van la Nouvelle Droite is niet ont­staan binnen het NSV maar daarbui­ten, door groe­pjes zoals die rond Luc Pauwels, maar ook ande­re. Een deel NSV-ers zijn daar inderdaad door beïnvloed geweest, maar het is een misvat­ting te stellen dat het ontstaan is in het NSV en van­daaruit het Vlaams-nationalisme is gaan ben­vloeden."

* * *

Lees ook:

Het beste uit 30 jaar NSV
Vlaams Blok Grondbeginselen
Antonio Gramsci, leermeester van het Vlaams Blok

Extreem rechts geweld: een lange traditie
Vlaams Belang nekt Dietsland Europa

 

 

 
Voeg toe aan favorieten
© 2010 Blokwatch - Nationale webstek over het Vlaams Belang
Page generated in 0.199108 seconds
1 jaar Blokwatch Reeds 7 miljoen keer bezocht!