|
Naar aanleiding van 30 jaar NSV (de bij het Vlaams Belang aanleunende Nationalistische Studentenvereniging) publiceert Blokwatch een (inmiddels 13 jaar oud) openhartig interview met NSV-oprichter Edwin Truyens, die ook mee aan de wieg stond van het Vlaams Blok, maar de partij reeds in 1983 na meningsverschillen verliet. "De impact van het NSV op het VB is groot."
Wie is Edwin Truyens?
Edwin Truyens (1954) stond zowel mee aan de wieg van de Nationalistische Studentenverenging (NSV) als van het Vlaams Blok, de partij die hij in 1983 uit onvrede echter weer verliet. Truyens was ook betrokken bij verschillende andere initiatieven en daarmee een interessante ooggetuige uit de beginjaren van het Vlaams Blok.
Op 6 april 1993 interviewde ik Edwin Truyens in het kader van mijn licentiaatsverhandeling over de ideologie van het Vlaams Blok (ook met Filip Dewinter, Karel Dillen en Roeland Raes had ik soortgelijke interviews). Het interview had louter informatieve doeleinden en kan ook vandaag nog een interessante bron zijn voor wie de extreemrechtse partijen en bewegingen bestudeert. Om die reden publiceer ik deze inmiddels 13 jaar oude tekst, die een letterlijke transcriptie is van het interview en door Truyens destijds werd nagelezen, voor het eerst integraal op Blokwatch.
- oprichter KVHV-Antwerpen (1973), praeses (1973-1976);
- lid Were Di en redactie Dietsland-Europa (1976-nnnn);
- oprichter Nationalistische Studentenvereniging NSV (okt. 1976), eerste praeses NSV-Antwerpen (1976-1977); voorzitter NSV-nationaal (1976-1984); auteur Onze Levensbeschouwing (1982);
- lid Volksunie (1977-juni 1978);
- lid Vlaams-Nationaal Directorium (juni 1977-juni 1978);
- lid Vlaamse Volkspartij (1977-1979);
- mede-oprichter Vlaams Blok (1979);
- lid Vlaams Blok (1979-1983);
- oprichter Vlaams Blok-studiedienst; opsteller Vlaams Blok-programma gemeenteraadsverkiezingen 1982, organisator van Vlaams Blok-congressen;
- auteur van Vlaams-nationale ekonomie: Financiële perspektieven voor een zelfstandig Vlaanderen, 1980, 40 pp. (referaat Vlaams Blok-congres 22-23 maart 1980). Onafhankelijkheid, Vlaanderens laatste kans, 1981, 39 pp. (referaat Vlaams Blok-congres 28 maart 1981).
- lid partijbestuur; lid arrondissementeel bestuur Antwerpen; oprichter en voorzitter Vlaams Blok-afdeling Berchem;
- redactielid (socio-economische artikels) partijblad De Vlaams-Nationalist, vanaf september 1981 Vlaams Blok;
- stapt in 1983 uit Vlaams Blok (ontslag uit alle functies).
- oprichter Vormingsinstituut Wies Moens (1983), voorzitter (1983-heden), hoofdredacteur Kort Manifest (1983-heden): Het Vormingsinstituut Wies Moens (VWM) heeft tot doel "het wetenschappelijk onderzoek te bevorderen inzake de nationalistische levensbeschouwing en inzake de politieke, ekonomische, historische en kulturele ontwikkeling van de Nederlandse volksgemeenschap, die verspreid leeft in België, Nederland en Frankrijk. (...) De werking van de vereniging geschiedt in eenklank met de nationalistische, katolieke en opvoedkundige idealen waardoor Wies Moens zich zijn leven lang heeft laten leiden." Het VWM omschrijft zichzelf als: "nationalistisch, Grootnederlands, konservatief kristelijk, tegen de multikulturele maatschappij" (Art. 3 statuten Vormingsinstituut Wies Moens, bijlage Belgisch Staatsblad, maart 1988).
Het VWM geeft vanaf het ontstaan het tweemaandelijks tijdschrift Kort Manifest uit, met een 14-tal pagina's. Elk nummer bevat één of twee hoofdartikels, mededelingen van de vereniging, boekbesprekingen en een verkoopkatalogus met meer dan honderd titels van eigen en andere uitgeverijen. Het gaat om een breed assortiment traditionele, klassieke en moderne Vlaamse, Vlaams-nationalistische en (Heel-) Nederlandse uitgaven van o.m. Were Di, Davidsfonds, De Nederlanden, Oranje, ... De overgrote meerderheid van de titels dateert van de jaren tachtig en negentig. Bekende namen zijn o.m. L. Claes, F. Daels, A. De Bruyne, maar ook F. Timmermans. Een vijftal boeken dateert van de interbellum- of oorlogsjaren (L. Dosfel, W. Moens, D. Stracke).
- Gewezen bestuurslid Nationalistisch Verbond (1989-1992): Truyens trok zich terug "toen de beslissing getroffen werd om bij de jongste verkiezingen een eigen lijst in te dienen in Gent. Ik was daarvan geen principieel tegenstander maar vond dat het ogenblik zeer ongunstig was. (...) Levensbeschouwelijk heb ik geen enkel probleem met het Nationalistisch Verbond" (Kort Manifest, januari-februari 1993, 8-9).
- Lid 1-oktober-groep (1991-nnnn): "De 1 oktober-groep kwam voor het eerst samen op 1 oktober [1991] voorafgaand aan de roemruchte 24 november-verkiezingen. Het initiatief ging uit van Lode Claes, die er onmiddellijk Guy Verhofstadt bij betrok. Ik heb de meeste vergaderingen bijgewoond sedert de tweede bijeenkomst. Lode Claes heeft een aantal mensen rond zich verenigd die één of meer van de drie volgende eigenschappen in zich verenigen: verdediger van de vrije marktekonomie, verdediger van de kristelijke waarden, verdediger van de Vlaams-nationale gedachte. In de groep wordt gediskussieerd rond het politieke gebeuren en wordt nagegaan wat konkreet zou moeten gebeuren. Sommige leden van de groep zijn intussen lid van de VLD, maar de meesten zijn partijpolitiek inaktief. Het gezelschap is vrij heterogeen, maar er bestaat binnen de groep een grote luisterbereidheid" (Brief Edwin Truyens, dd. 26 april 1993).
* * *
Marc Spruyt interviewt Edwin Truyens in 1993
1. VAN KVHV NAAR NSV
In uw studententijd studeerde u rechten aan de UFSIA, en speelde u reeds een belangrijke rol in rechts-nationalistische kringen.
Edwin Truyens: "Ik ben begonnen in 1973 met het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond) in Antwerpen. Dat bestond voordien nog niet. In de loop van 1975 kwamen de eerste wrijvingen aan het licht. In 1976 is het tot een breuk gekomen. Er hebben zelfs gedurende een korte periode twee zogenaamde KVHV-afdelingen naast elkaar en tegen elkaar gewerkt. De reden daarvan was heel simpel. De toenmalige generatie begon stilaan aan afzwaaien te denken, en wenste de afdeling Antwerpen, zoals de andere afdelingen van het KVHV, te verankeren in een vzw.
Er stonden twee opvattingen tegenover elkaar: De ene was een zeer principieel democratische, die wilde dat alle KVHV-leden - ook de papieren leden - deel gingen uitmaken van de algemene vergadering, m.a.w. volledig in de geest van de wet [op de vzw's] van 1921. Dat was de groep onder leiding van Kris Barrezeele. Daartegenover stond een groep die van oordeel was dat de algemene vergadering beperkt moest blijven tot het toenmalige praesidium van tien mensen, omdat men in het verleden van het KVHV al een paar keer had meegemaakt dat de vereniging totaal ontspoorde. Wij konden toen verwijzen naar de periode 1966-1968 met Paul Goossens, en naar een nieuwe ontsporing in 1970 in KVHV-Leuven, wat dan ook aanleiding heeft gegeven tot putschen en tegenputschen. Wij wilden dat soort toestanden voorkomen.
Die twee opvattingen stonden lijnrecht tegenover elkaar. Het is dan tot een breuk gekomen binnen het praesidium en nadien ook binnen het KVHV zelf. Dan rees de vraag natuurlijk voor KVHV-nationaal, dat verantwoordelijk waren voor de verdeling van de subsidies, welke van de twee groepen ze uiteindelijk moesten erkennen. Ze waren bereid de twee groepen te erkennen, maar aan ons stelden ze als voorwaarde onmiddellijk van naam te veranderen. Wij hebben dat niet willen doen, en hebben we op die manier afscheid genomen van het KVHV. Gedurende een korte periode hebben wij met een dubbele benaming KVHV/NSV gewerkt. Zo is dan het NSV ontstaan."
Staat de 'V' in 'NSV' eigenlijk voor 'Verbond' of 'Vereniging', want daarover bestaan wel wat misverstanden?
Truyens: "Nationalistische Studenten 'Vereniging', die benaming is op zeer korte tijd gekozen. Achteraf heb ik dat altijd betreurd. Het is zonder al te veel nadenken dat we niét hebben geopteerd voor Verbond maar voor Vereniging. Dat is eerder te wijten aan toeval dan aan een bewuste keuze.
Het is hetzelfde geweest met de benaming van het tijdschrift. Het tijdschrift van het KVHV heette Tegenstroom, een benaming die destijds was bedacht door Lionel Vandenberghe, de huidige voorzitter van het IJzerbedevaartkomitee. Dat was een zeer goede vondst, en goede vondsten op dat gebied zijn niet zo alledaags. Toen wij een titel moesten kiezen voor het NSV-tijdschrift, werd geopteerd voor Signaal. Dat was een keuze bij gebrek aan iets anders. Ze was gesuggereerd door de vader van een toenmalig praesidiumlid. Achteraf is gebleken dat niemand daarmee echt tevreden was, want ze is veranderd in Branding."
U werd dan de eerste praeses van het NSV-Antwerpen?
Truyens: "Het NSV is gebruikt als benaming vanaf 1976, ik ben afgestudeerd in 1977, en ben dus maar één jaar praeses geweest van NSV-Antwerpen. Ik ben wel nog een hele tijd voorzitter van de vzw gebleven."
Hebt u meegeschreven aan Onze Levensbeschouwing van het NSV uit 1982?
Truyens: "Ja, die is grotendeels door mij opgesteld."
2. VAN VOLKSUNIE (VU) NAAR VLAAMSE VOLKSPARTIJ (VVP)
« De Vlaams Nationale Partij (VNP) van Karel Dillen was een amateuristisch clubje. »
U bent dan een tijdje lid geweest van de Volksunie?
Truyens: "Ik heb gewacht tot het einde van mijn studententijd om in de Volksunie te gaan. In mijn studententijd heb ik altijd geprobeerd partijpolitiek te scheiden van studentenbeweging; ik vond dat beide onverenigbaar waren. Na mij zijn er een aantal geweest die daar anders over dachten. Dat betreur ik dat nog altijd...
Ik werd net voor het Egmontpact van 1977 lid van de Volksunie. Ik was toen al niet tevreden met de evolutie binnen de VU en had al enkele afspraken gemaakt met dr. Goemans zaliger, om binnen de VU een oppositiebeweging op gang te brengen. De verkiezingen hebben dat plan doorkruist. Het had geen zin meer rustig een oppositiebeweging uit te bouwen.
We zijn dan onmiddellijk gestart met een openlijke oppositiebeweging, onder de naam Vlaams Nationaal Directorium [VND]. Dat was aanvankelijk uitsluitend een beweging van VU-ers in de oppositie in hun eigen partij. De dag dat de VU-partijraad het Egmontpact goedkeurde, was het reeds duidelijk dat er nieuwe partijen gingen opgericht worden. We hebben dan met die oppositiebeweging geprobeerd alsnog het tij in de partij te doen keren, alhoewel een aantal geroutineerden, ik denk b.v. aan Leo Wouters die mee aan de wieg stond van de VNP, van mening waren dat het ondenkbaar was dat de VU nog van richting ging veranderen, en dat het dus verloren moeite was van mij. Gaandeweg bleek dat er effectief twee partijen werden opgericht, omdat (de mensen rond) Lode Claes en Karel Dillen niet tot overeenstemming waren gekomen. In het VND stelden we vast dat heel wat VU-mensen die lid waren van onze oppositiebeweging, na verloop van tijd overstapten naar de ene of naar de andere partij."
U bent overgestapt naar de Vlaamse Volkspartij (VVP) rond Lode Claes. Waarom niet naar de Vlaams Nationale Partij (VNP) rond Karel Dillen?
Truyens: "In 1978 werd ik door de VU voor zo'n lange periode geschorst dat men mij eigenlijk politiek totaal werkloos maakte. Aanvankelijk wenste de VU-afdeling van Berchem als tegenmaatregel de afdelingswerking te schorsen. Omdat ze echter aanvoelden dat ze in andere afdelingen, zoals Borgerhout waar de VU toen in het Schepencollege zetelde, geen navolging gingen krijgen, hebben ze dat niet gedurfd. Ik stond eigenlijk met mijn rug tegen de muur: de beweging tegen het Egmontpact moest voortgaan, maar in de VU zelf kon ik niets meer doen. Er waren verschillende VU-parlementsleden die eigenlijk achter mij stonden, maar die ik er niet toe kon bewegen openlijk te revolteren. Ik denk bv. aan Bob Maes die het VND steunde, maar anderzijds in de VU-Tuchtraad zat en daar wel probeerde mij in de partij te houden, maar zonder resoluut te zeggen dat ik gelijk had en niet geschorst mocht worden.
Ik voelde mij op dat moment in de steek gelaten en moest kiezen tussen die twee partijen. Ik ben toen overgegaan naar de VVP en niet naar de VNP, omdat ik van oordeel was dat de VVP op een meer professionele manier te werk ging. Ik had geen zin met een amateuristisch clubje mee te doen. In beide partijen waren nationalisten aanwezig. Ik dacht dat de VVP meer kans maakte om door te groeien als een normale en volwaardige partij. Ik denk dat ik me daarin trouwens niet vergist heb. Waarin ik me wel vergist heb, en ik niet alleen, was dat Lode Claes met de VVP eigenlijk een neoliberale richting wilde uitgaan, en bereid was tot toegevingen op bepaalde programmapunten waartoe anderen binnen de VVP niet bereid waren. Dat is dan ook uitgedraaid op een breuk binnen de VVP."
Was een ander verschil tussen beide partijen niet dat de VNP eerder het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) als historisch voorbeeld zag, en de VVP het Verdinaso (Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen)?
Truyens: "Dat is inderdaad juist, maar is geen bewuste keuze geweest, noch van de ene, noch van de andere groep. Het was alleen zo, en dat geldt uiteraard enkel voor de ouderen in die twee partijen, dat in de VNP een deel oud-VNV-ers zaten, en in de VVP een deel oud-Dinaso's. Volgens mij was dat bij de VNP eerder toeval dan bij de VVP.
Het is algemeen geweten dat het Verdinaso, hoe klein die beweging ook was, samengesteld was uit mensen die zozeer de invloed van Van Severen en gans die beweging ondergaan hebben, dat die hun ganse leven is blijven doorwerken, welke richting ze ook zijn uitgegaan en om het even of ze al of niet de politiek de rug hebben toegekeerd. Die Dinaso-stempel is er blijven op staan. Een aantal oud-Dinaso's zijn dan inderdaad opnieuw samengeklit in die VVP.
Anderzijds waren in de VVP ook zeer veel jongeren actief, zoals ik, die eens gelachen hebben toen de ouderen vaststelden dat de oud-Dinaso's in de VVP zaten en de VNV-ers in de VNP. Want wij hadden daar uiteraard geen boodschap aan."
Vond de VNP haar aanhang ook niet eerder bij de militantenorganisaties en de VVP meer bij de intellectuelen?
Truyens: "Dat zal zeker en vast voor een deel kloppen. Ook het onderscheid dat ik daarstraks maakte tussen een eerder professionele organisatie (de VVP) en een meer amateuristisch clubje (de VNP) sluit daarbij enigszins aan. Karel Dillen zelf komt traditioneel uit actiegroepen, is jarenlang voorzitter geweest van Were Di, en had daar zeer duidelijk een achterban. Lode Claes daarentegen had een partijpolitieke carrière achter de rug in de VU, en behoorde tot het vooraanstaand economische en politieke leven in dit land. Het spreekt vanzelf dat hij in zijn entourage andere mensen kòn aantrekken, mensen die trouwens veel meer gewicht in de schaal konden werpen.
Het probleem van Lode Claes - zeker in die periode, vandaag de dag stelt dat zich al enigszins anders - was dat hij zich daardoor ook met een veel heterogener gezelschap omringde, en de tijd was zeker en vast niet rijp voor hetgeen hij zelf wilde bereiken. Ik zeg niet dat ik vandaag pal achter de ideeën sta die hij toen wilde verwerkelijken. Ik heb daar nog altijd mijn bedenkingen over. Wel ben ik er nu zelf meer vatbaar voor geworden. Lode Claes en ikzelf hebben elkaar teruggevonden net voor de fameuze verkiezingen van 24 november 1991 in de 1 Oktober-Groep. De strijd of bijna ruzie die we gemaakt hebben in de VVP-periode, is daarvoor dus geen beletsel geweest."
Hoe is de VVP eigenlijk ten einde gekomen?
Truyens: "Als de VVP een einde genomen heeft, was dat mede onder mijn impuls. Ik wenste niet dat de VVP ging afglijden naar een neoliberale partij. Toen de VVP haar eerste politiek programma en statuten ging opstellen, kon ik mij hoegenaamd niet akkoord verklaren met het ontwerp van Lode Claes. Ik heb dan een tegenprogramma opgesteld, hoewel ik wist dat men niet ging aanvaarden dat iemand een ander programma in de plaats ging stellen. In een tweede stadium hebben we dan een aantal mensen bijeen gebracht en een aantal amendementen opgesteld. Als dié amendementen op het programmavoorstel van Lode Claes zouden worden goedgekeurd, zou de VVP tòch een nationalistisch programma hebben. Op de congresdag eind maart 1979 slaagden we daarin ook. Het ene amendement na het andere werd erdoor gehaald. Het was dan een klein kunstje voor Lode Claes en zijn medestanders te zien uit welke hoek de wind waaide.
's Namiddags heeft hij het dan tot een breuk laten komen. Men heeft het opstellen van het programma stopgezet en een partijbestuur verkozen bestaande uit medestanders van hem, omdat men 's middags een aantal mensen heeft opgebeld en gezegd dat de partij een richting uitgaat die Lode Claes niet wenst. Wij hebben dan ook onze conclusies getrokken: als men op die manier de partij wil redden - er werden zelfs lidkaarten uitgeschreven aan de ingang, dat kon uiteraard want er waren nog geen statuten - dan kappen we er liever ineens mee. Het heeft geen zin verder ruzie te maken en elkaar de eigendom over de partij te betwisten.
Die mensen zijn dan als groep naar Karel Dillen toegestapt om te onderhandelen over de vorming van een nieuwe partij onder de naam Vlaams Blok Die naam was bij de verkiezingen in 1978 al eens gebruikt voor de kartellijst tussen VVP en VNP."
3. VLAAMS BLOK
« Het NSV vormde de eerste Vlaams Blok-studiedienst. »
Impliceerde die samensmelting van mensen uit twee partijen dat er binnen het oorspronkelijke Vlaams Blok (als partij) verschillende strekkingen aanwezig waren?
Truyens: "Niet echt. Zeker en vast programmatisch of levensbeschouwelijk waren er in de oorsprong geen echte verschillen of strekkingen aanwezig. Ik denk dat er nu meer en gemakkelijker strekkingen binnen het Vlaams Blok kunnen aangeduid worden dan toen. Dat is op zich niet abnormaal. Er zijn nu eenmaal geen twee identieke mensen op deze wereld; dat is een van de uitgangspunten van het nationalisme als levensbeschouwing. Voor een kleinere partij is het makkelijker uit één mond te spreken dan voor een grotere. Nu is de partij van een zekere omvang geworden en is het normaal dat er verschillende klanken te beluisteren vallen.
Persoonlijke tegenstellingen bleven ook beperkt, want niemand kon echt zijn ambities botvieren omdat er geen posten te verdelen waren. Wel was er van meet af aan een bijna ziekelijk wantrouwen tegenover mensen die van buitenaf kwamen. Dat heeft mij op dat ogenblik fel gestoord, maar ook niet meer dan dat. Ik stond toen niet in een voldoende krachtige positie om steeds met even veel kennis van zaken te kunnen oordelen, en zeker niet om bepaalde dingen tegen te houden. Psychologisch vind ik dat wantrouwen voor een stuk te verklaren. Een deel van de mensen die de VNP belichaamden, en nu moesten aanvaarden dat nieuwe mensen de partij kwamen vervoegen, hadden een groot stuk van de geschiedenis van de VU meegemaakt. Zij wensten dus ten alle prijze te voorkomen dat de nieuwe partij zou ontsporen.
Menselijk gesproken is het heel begrijpelijk dat men zich wil beschermen tegen nefaste invloeden, tegen mensen die er niet in thuis horen, maar op termijn is dat onzinnig. Vanaf het ogenblik dat twee of meer mensen samen een vereniging vormen, gaat die vereniging haar eigen leven leiden, of dat nu een politiek partij is of een andere vereniging. Je kan natuurlijk een aantal maatregelen treffen om te verhinderen dat die vereniging gelijk welke richting uitgaat, maar die maatregelen blijven altijd ergens beperkt. Wanneer je dan werkelijk op een weegschaal moet gaan afwegen of die en die wel voldoet aan de kwaliteiten om tot de partij te behoren...
Dat was de reden waarom Piet Bocken - de ondervoorzitter van de VVP, en een van de onderhandelaars met de VNP - bijna onmiddellijk uit het Vlaams Blok als partij verdwenen is. Piet Bocken is een advocaat, een man met een zeer zacht karakter, helemaal geen partijpoliticus, hij zat op dat moment eigenlijk in de partijpolitiek ondanks zijn karakter. Toen hij een dergelijk wantrouwen ontwaarde bij de mensen die hij nu tot zijn medestanders moest rekenen, heeft hij beslist niet meer mee te doen. Zo heeft men nog mensen afgeschrikt en afgestoten. Minstens één van de toenmalige onderhandelaars is zelfs teruggelopen naar de VU!"
U bent de oprichter van de Vlaams Blok-studiedienst. Wanneer is die precies ontstaan?
Truyens: "Ik weet niet meer precies wanneer die ontstaan is. In elk geval niet onmiddellijk. In de allereerste periode zat ik niet in het partijbestuur. Dat is zowat met horten en stoten samengesteld geraakt. In het begin waren de structuren niet echt vast omlijnd. Ik heb van meet af aan mijn medewerking gegeven in de partij, en ben nogal snel uitgenodigd op de vergaderingen van wat toen voor het partijbestuur moest doorgaan en dat later ook geworden is. Tamelijk spontaan is daar de idee gekomen een studiedienst op te richten onder mijn leiding. Wie die idee gelanceerd heeft, of dat ik dat zelf heb voorgesteld ... dat weet ik niet meer."
Hoe functioneerde die studiedienst?
Truyens: "Ik heb in die periode een aantal mensen rondom mij verzameld uit het NSV, die ondertussen afgestudeerd waren. In de mate van het mogelijke gingen zij hun bijdrage leveren. Dat was niet evident, want tenslotte stonden zij allemaal aan het begin van hun beroepsloopbaan. De meeste van hen zitten nu in het Vormingsinstituut Wies Moens: Dirk Van de Wal, Bruno Valkeniers, Marc Joris, ... Toen ik de partij verliet in 1983 hebben zij samen met mij afgehaakt, zeker als actief partijlid. De enige die achteraf terug ingepikt heeft, is Marc Joris.
Gedurende de vier jaar dat ik actief ben geweest in het Vlaams Blok was er slechts een embryo van een studiedienst. Het ging meer om een losse samenwerking dan om een gestructureerd geheel. Materieel kon het op dat ogenblik niet anders. Het Vlaams Blok was een beginnende partij die voor alles en nog wat mankracht te kort kwam. Ik moest mijn tijd te veel verdelen. Als ik mij uitsluitend had kunnen wijden aan de studiedienst van de partij, dan hadden we veel vlugger verder gestaan. Ik zat in het partijbestuur en in het arrondissementeel bestuur van Antwerpen, ik heb de afdeling Berchem opgericht waarvan ik dan voorzitter werd, ik heb de ledenadministratie mee helpen op poten zetten... Er bleef dan nog weinig tijd over voor studiewerk, laat staan voor de organisatie daarvan.
Onmiddellijk na mijn vertrek is het trouwens niet veel beter geweest. Ik neem aan dat het intussen - ik hoop het in elk geval voor de partij - wat meer te betekenen heeft dan destijds."
De taak van de 'studiedienst' bestond erin het programma van het Vlaams Blok verder te ontwikkelen?
Truyens: "De beginselverklaring, het fameuze Oranje Boekje, bestond reeds voordat ik in de partij gekomen ben. Dat is tussen 1979 en 1983 op een aantal punten wel eens herzien geweest, en daarin zal ik zeker mijn inbreng gehad hebben. Wel heb ik het programma van de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 opgesteld in samenwerking met een aantal gemeentelijke mandatarissen die van de VU waren overgekomen."
Hoe verliep eigenlijk de wisselwerking tussen partij en studiedienst? Vertolkten de teksten die werden voorgesteld op partijcongressen louter een individueel standpunt, of waren dat al partijstandpunten?
Truyens: "Het verschil is niet groot. Wat dat betreft is het in het Vlaams Blok niet beter of niet slechter dan in andere partijen. Op de Vlaams Blok-congressen werd over die teksten eigenlijk nooit veel gediscussieerd. Wat oorspronkelijk een persoonlijk standpunt was, werd bijna automatisch aanvaard in de partij. In andere partijen is dat niet anders."
4. UIT HET VLAAMS BLOK
« Liederlijk gedrag ondermijnde anti-abortus programma VB. »
U hebt het Vlaams Blok verlaten in 1983. Vond u dat het VB nog voldeed aan de voorwaarde uit de Were Di-Grondslagen over Vlaams-nationale partijpolitiek: "Belangrijk is dat men de essentiële beginselen van het nationalisme niet verloochent, dat men omwille van de middelen het doel niet prijs geeft"?
Truyens: "Neen, anders was ik er niet uitgegaan. Toen ik er ben uitgegaan in 1983, draaide dat hoofdzakelijk rond het feit dat de partij weliswaar een mooi ethisch programma had, zich opwierp als de gezinspartij, maar anderzijds tot in de partijtop mensen duldde die in hun persoonlijk leven diametraal het tegenovergestelde deden.
Het is allemaal goed en wel een radicaal programma tegen abortus te hebben, maar dan moet men er tenminste voor zorgen dat in de eigen partij geen mensen rondlopen die er de oorzaak zouden van zijn dat anderen zouden durven dénken aan abortus. Het is ook heel goed te zeggen voor het gezin te zijn, maar als er in de hoogste partijtop mensen zitten die er eigenlijk alleen maar op gericht zijn andere gezinnen kapot te maken... ja, zwijg dan over het gezin!
Ik sta duidelijk niet alleen met die mening, want bijna tot mijn verbazing... 't Is te zeggen: die man is zeker en vast wat dat betreft mijn mening toegedaan, ik wist alleen niet dat hij zo duidelijk dat probleem ziet in het Vlaams Blok... In Dietsland-Europa verscheen een paar nummers geleden een vraaggesprek met Bob Maes die daar ook naar verwijst. Op een bepaald ogenblik gaat het erover of hij zich in het Vlaams Blok zou kunnen thuisvoelen. Hij repliceert daarop: in die partij zitten mensen die in elk geval niet handelen in overeenstemming met het gezinsprogramma van die partij, en dat is onaanvaardbaar.
Ik heb in 1983 tegen Karel Dillen gezegd: het blijkt dat wij dat soort mensen in de partij meezeulen, ofwel smijten we dié eruit, ofwel ben ìk weg. En hij heeft daar doodeenvoudig niet op willen reageren, trouwens niemand in het partijbestuur toen. Een aantal mensen hebben wel hardnekkige pogingen ondernomen om mij erin te houden en om mij er nadien terug in te krijgen. Klaarblijkelijk is het na mijn vertrek niet verbeterd, want de eenzijdigheid van het gastarbeidersstandpunt is zeer sterk tot uiting gekomen na 1983."
Was het vreemdelingenprogramma nog een van de redenen waarom u het Vlaams Blok verlaten hebt?
Truyens: "Principieel ben ik het eens met dat programma, hoewel ik vermoed dat er in het '70 puntenprogramma' dingen staan waarmee ik me niet akkoord kan verklaren, maar ik zou het nog altijd eens moeten lezen. Met de grote lijnen van het vreemdelingenstandpunt kan ik mij dus akkoord verklaren. Ik heb het zelf verdedigd in de partij, dus ik moet niet de hypocriet uithangen en iets anders gaan beweren.
Die eenzijdige beklemtoning is echter ook een vorm van ontsporing. Toegegeven, het Vlaams Blok treft daar niet alleen schuld. Die eenzijdigheid is zeer zeker ook van buitenaf opgedrongen. Dat thema werd altijd maar beklemtoond door de andere partijen, door de media, enzovoort. Het VB is gedeeltelijk in een val gelopen en is zich eenzijdig gaan toespitsen op dat probleem. De verleiding daartoe is natuurlijk groot. Het wordt hoe langer hoe meer aangevoeld als een probleem, in de eerste plaats in de grote steden, waar het voor een opkomende partij altijd gemakkelijker is om electoraal aan de bak te komen. Men zag er dus het electoraal belang van in daar op te springen. Bovendien is het een probleem dat zich niet alleen in dit land stelt maar in gans West-Europa. Men voelde zich dus ook van die kant aangemoedigd daarmee door te gaan.
Die eenzijdigheid neemt echter niet weg dat de andere aspecten van het nationalistisch programma daardoor voor een stuk in de verdrukking zijn gekomen, niet in het minst omdat men mensen aantrekt die men beter niet zou aantrekken. Nationalisme is onverenigbaar met rassendiscriminatie. De manier waarop een aantal zaken op dit ogenblik geformuleerd worden... Ik herinner mij bijvoorbeeld, en dat is dan onverdacht want het is een van de parlementsleden zelf, dat Dewinter ergens een loods gevonden had die hij wou inrichten als moskee zodat al de andere moskeeën konden afgeschaft worden. Dat is in feite van een dusdanige brutaliteit, dat men daarmee wetens en willens enerzijds mensen beledigt, en anderzijds aast op goedkoop succes en mensen gaat aantrekken die men beter niet aantrekt. Dan zit men op een verkeerd spoor.
Ik geef toe dat de weg die ik wil bewandelen langer is, maar hij is eerlijker en houdt minder gevaar in voor gevaarlijke afwijkingen. Ik behoor niet tot de media en de politieke tegenstanders die het Vlaams Blok voortdurend associëren met fascisme, racisme, extreem-rechts, geweld, enz. Dat is in essentie niet het gevaar dat in het Vlaams Blok zit. Ook niet in de meeste formaties in de andere landen. Het gevaar bestaat wel dat sommige Vlaams Blokkers op de duur zichzelf met dit negatieve beeld gaan verbinden en vooral dat men figuren aantrekt die zich effectief te buiten gaan aan rassendiscriminatie, geweld, enz. Want iedere radicale politieke beweging loopt gevaar te ontaarden."
5. VREEMDELINGENTHEMA & TWEE GEZICHTEN
« Waarom zou het Vlaams Blok niet meer over 'rassen' mogen spreken? »
Kan een partij met zo'n populistisch vreemdelingenstandpunt nog wel beantwoorden aan de 'aristocratische idee' die zijzelf (in haar Grondbeginselen) zegt na te streven?
Truyens: "Het principiële vreemdelingenstandpunt sluit wel aan bij die aristocratische gedachte, maar de wijze waarop het tegenwoordig geformuleerd wordt, komt daar mee in tegenspraak. Ik heb het voorbeeld gegeven van die loods, want ik vind dat iets heel typisch voor Dewinter - ik ken Dewinter van in zijn studententijd - en dat zijn dingen die vloeken met een aristocratie. Dewinter is geen aristocraat. Integendeel, die weet ternauwernood, buiten het vreemdelingenstandpunt misschien, waarover hij het heeft."
Een aantal critici van het Vlaams Blok beweren dat die partij met twee gezichten spreekt: enerzijds het officiële nette niveau naar buiten uit, anderzijds het interne niveau waar men ongegeneerd kan zeggen wat men werkelijk denkt. U kent het Vlaams Blok van binnen, kan u die stelling beamen?
Truyens: "Zeker niet in de periode tot 1983, toen was er wat dat betreft geen verschil. Er werd toen altijd gezegd wat men dacht, zowel binnen als buiten. Het laatste congres dat ik zelf inhoudelijk in handen heb gehad, was dat fameuze congres waar de aristocratie zeer duidelijk aan bod is gekomen. De pers is daar toen ook op gesprongen. Dillen was er niet zo gelukkig mee dat ik constant over de aristocratie gesproken had. Hij heeft dat niet tegengesproken in de pers, maar hij vond het minder verstandig dat men dat thema tout court aangeraakt had.
Dat is nog geen aanduiding voor het feit dat men binnen de partij anders sprak dan er buiten. Dillen was meer van oordeel dat het minder wenselijk was die term politiek te vertalen. Men kan daarover inderdaad discussiëren, want ik heb in die toespraak min of meer behoorlijk uitgelegd wat ik daarmee bedoelde. Maar als je het nooit mag zeggen, hoe wil je dan op een of andere manier voor je overtuiging uitkomen? De enige bedoeling is toen geweest een gezonde kritiek uit te brengen op wat men soms democratische fenomenen noemt.
Ik weet niet in hoeverre er nu eventueel wel op verschillende niveau's zou gepraat worden. Men mag dat nooit helemaal uitsluiten. Hoe groter een partij wordt, hoe groter de kans dat niet iedereen uit één mond spreekt en dat men binnenskamers soms wel eens andere dingen durft zeggen dan buitenskamers. Maar ook dat is niet iets typisch voor het Vlaams Blok."
In haar brochure Tien vooroordelen over het Vlaams Blok beweert het Blok bijvoorbeeld dat het woord 'ras' niet gebruikt wordt in de partijteksten. Nochtans was dat wel het geval, o.a. in door u geschreven teksten.
Truyens: "Ja, en waarom zou dat woord niet gebruikt mogen worden? Tenslotte is dat een woord dat je in om het even welk woordenboek terugvindt. Het gaat trouwens ook niet op te ontkennen dat er verschillende rassen bestaan. Maar ik denk dat we hier meer te maken hebben met een algemeen menselijk fenomeen: de meeste mensen worden niet graag in het verdomhoekje geplaatst. Ze vrezen misschien scheef bekeken te worden als men hen associeert met bepaalde zaken, en men wil daar dus op een of andere manier afstand van nemen. Ikzelf heb daar nooit veel last van gehad."
Om nog even terug te komen op dat woordje 'ras'. Vandaag de dag zegt het Vlaams Blok dat woord niet (meer) te gebruiken. Maar willen ze eigenlijk niet hetzelfde zeggen op een andere manier, met een aangepast taalgebruik?
Truyens: "Ik veronderstel dat ze op dit ogenblik misschien wel een aantal zaken wat trachten te camoufleren, om te beletten dat de tegenstanders hen te grof zouden aanpakken. Tot op zekere hoogte wellicht om begrijpelijke redenen. De hetze tegen het Vlaams Blok nu is veel groter dan in 1983. We waren toen met veel minder, we werden ook wel als het uitschot van de maatschappij beschouwd, maar toen werd daar geen hinder van ondervonden. Terwijl nu een aantal mensen daar wel problemen mee krijgen. Dat is waarschijnlijk omdat de partij enerzijds nergens in bestuurslichamen vertegenwoordigd is, maar anderzijds een zekere groei heeft gekend die de andere partijen afschrikt. Dat probleem zal opgelost zijn vanaf de volgende gemeenteraadsverkiezingen in 1994.
De traditionele partijen zeggen wel dat ze nooit en nergens met het Vlaams Blok in zee zullen gaan, maar in de politiek worden veel eden gezworen en nog meer eden verbroken. Ik ben er bijna zeker van dat na de volgende gemeenteraadsverkiezingen in een aantal gemeentes toch bestuursakkoorden zullen afgesloten worden met het Vlaams Blok. Als gevolg daarvan zal die hetze misschien niet ophouden, maar toch verminderen. Dat kan dan misschien een aansporing zijn voor het Blok om geen schrik meer te hebben van haar eigen schaduw."
6. VLAAMS BLOK & BELEIDSVERANTWOORDELIJKHEID
« Vlaams Blok kan bestuursverantwoordelijkheid niet aan. »
Vindt u het een goede of een kwalijke zaak dat het Vlaams Blok - toch dé compromisloze partij bij uitstek - op gemeentelijk niveau beleidsverantwoordelijkheid zou opnemen?
Truyens: "Dat is een zeer moeilijke vraag. Ik sta zeer kritisch tegenover de partij. Anderzijds leunt ze - theoretisch althans - het meeste aan bij de levensbeschouwing die ik zelf verdedig. Het hangt er van af over wie het gaat. Van een aantal mensen binnen het Vlaams Blok zou ik zelfs zeggen, hoe sneller zij ergens in een gemeentebestuur komen hoe beter, want dat zal misschien goed zijn. Maar ik wil dat zeker en vast niet veralgemenen.
Wat ik in elk geval nefast vind, is dat bij de volgende verkiezingen de politieke aardverschuiving zo groot zou zijn dat de partij een bestuursverantwoordelijkheid moet gaan dragen die ze niet aankan. Ze hebben daarvoor het personeel niet. Op dit ogenblik bevat hun parlementaire vertegenwoordiging al een boel mensen die niet bekwaam zijn voor hun taak. Men had dat succes niet verwacht. Bovendien heeft men in de loop der jaren een aantal mensen afgestoten, zoals mezelf, Jaak Peeters, Eric de Lobel, Renaat Vanheusden, Jan Arnou en nog zoveel anderen. Had men die kunnen behouden, dan was een electoraal succes minder erg geweest.
Men heeft natuurlijk andere mensen aangetrokken en men trekt er nog aan. Daartussen zitten er valabele, maar men heeft zeker en vast niet voldoende potentieel om alle functies die openvallen te kunnen opvullen. Dat geldt zowel voor de politieke functies als voor de mandaten in diverse commissies, in de BRT, in intercommunales, enz."
Vreest u anderzijds niet dat zo'n beleidsverantwoordelijkheid impliceert dat het Vlaams Blok op een aantal punten zal moeten toegeven en compromissen zal moeten sluiten?
Truyens: "Vanaf het moment dat je bestuursverantwoordelijkheid opneemt, geef je toe. Een politiek akkoord sluiten, is niet per definitie slecht. Op voorwaarde dat je een deftige stap zet in de goede richting. Niet dat ik Hugo Schiltz nu wil napraten... Ik ben honderd ten honderd voor de ontbinding van de Belgische staat. Daaraan mag niet getwijfeld worden. Hoe sneller die staat ontbonden wordt, hoe liever. Maar dat wil niet zeggen dat ik mij op het standpunt plaats van Bert Van Boghout. Voor hem kan een nationalist maar aan één Belgische regering deelnemen, namelijk de laatste. Dat vind ik net iets te ver gaan. Want wat als die Belgische staat maar ontbonden kan worden door te participeren aan opeenvolgende regeringen?
Als men in vrede een boedelscheiding wil nastreven, is dat niet zo eenvoudig. Daar komt heel wat bij kijken, puur technisch alleen al. Het volstaat niet te zeggen morgen bestaat den Belgique niet meer. Men moet daar iets tegenover stellen. Men moet dat bewerkstelligen. En als het dan nodig is aan meerdere regeringen deel te nemen om dat te kunnen bewerkstelligen, dan ben ik de eerste die daartoe bereid is. Maar ik vind niet dat men kan deelnemen aan een regering wanneer men daarvoor toegevingen moet doen die de zaak vertragen."
En op gemeentelijk vlak?
Truyens: "Bert Van Boghout stelt zich ook op een zeer hard standpunt op gemeentelijk vlak. Als het van hem afhing, dan kan er zelfs geen enkele nationalist in een gemeentebestuur. Dan zeg ik: dat klopt helemààl niet meer. Hijzelf is al van voor de Tweede Wereldoorlog voor 'België barst'. We zijn nù 1993. Gans die tijd moest dit land worden bestuurd, niet alleen België, maar ook de gemeenten in Vlaanderen. Wanneer je er van uit gaat dat een nationalist het beste weet hoe dat moet gebeuren, dan zou het toch wel misdadig zijn te wachten tot den Belgique niet meer bestaat om het te doen. Dat kan toch niet!
Men kan net zo goed bestuursverantwoordelijkheid opnemen op gemeentelijk vlak, en juist het bewijs leveren dat men het beter kan dan de anderen. Des te geloofwaardiger zal men overkomen. Bovendien lijkt het me iets gemakkelijker een gemeente te besturen dan een staat. En men kan dan ineens de nodige ervaring opdoen."
7. WERE DI: INTELLECT VAN HET EXTREEMRECHTSE VLAAMS-NATIONALISME
« Vanaf je nationalistische grondslagen gaat verwoorden, komen steeds dezelfde principes terug. »
U bent een van de auteurs van de 'Nationalistische Grondslagen' van Were Di?
Truyens: "Ik heb niet meegewerkt aan de oorspronkelijke Were Di-Grondslagen van 1973 want dat was voor mijn tijd. Voor de tweede versie van 1985 is men vertrokken van die teksten. Iemand heeft dan een nieuwe versie op papier gezet. De anderen hebben er zich toe beperkt een aantal zaken die ze niet goed vonden, te herformuleren. Maar ikzelf heb zeker geen stukken geschreven."
Dus ook niet het economisch onderdeel?
Truyens: "Ik denk het niet... Ik zit al heel lang in Were Di maar ik heb er nooit mijn hoofdaandacht in gelegd. In mijn studententijd ging mijn hoofdaandacht naar het NSV. Daarna was dat de partijpolitiek. In 1983 is dat het Vormingsinstituut Wies Moens geworden. Wel ben ik steeds op een of andere manier bij Were Di betrokken gebleven."
Bert Van Boghout beweert dat het Vlaams Blok de Were Di-Grondslagen "als het ware partijpolitiek vertaalde in zijn basisprogramma". Bent u het met hem eens?
Truyens: "Grosso modo wel, maar wanneer je Bert Van Boghout moet geloven, is quasi de ganse nationalistische beweging ontstaan in en uit Were Di. Wanneer je nagaat wie er allemaal op een of andere manier betrokken is geweest bij Were Di, die achteraf elders nog zijn sporen verdiend heeft, kan je inderdaad een zekere invloed van Were Di vaststellen. Die is echter veel minder gestructureerd of gewild dan Bert Van Boghout soms laat uitschijnen. Hij accapareert nogal graag initiatieven.
Anderzijds is het natuurlijk zo dat er een zekere verwantschap te vinden is in de basisprogramma's van Were Di en het Vlaams Blok. Als je alleen al weet dat Karel Dillen voorzitter was van Were Di op het moment dat de eerste Were Di-Grondslagen geschreven zijn, en dat Karel Dillen zonder enige twijfel de hoofdauteur was van het Oranje Boekje van het Vlaams Blok, dan moet er wel een verwantschap zijn. Wanneer je dan voor de rest nagaat welke personen je telkens terugvindt in dezelfde kringen...
Trouwens, vanaf het moment dat je op een of andere manier nationalistische grondslagen gaat verwoorden, komen diezelfde principes altijd terug. Toen ik destijds de grondslagen van het NSV opgesteld heb, vond ik korte tijd nadien toevallig de grondslagen van een Duitse studentenbeweging of politieke jongerenorganisatie, welke weet ik niet meer. Het viel mij toen op hoeveel punten, de typische Nederlandse problematiek buiten beschouwing gelaten, op sociaal-economisch vlak er uiteindelijk gemeenschappelijk waren tussen onze grondslagen en die van die Duitse organisatie. Ik heb er nochtans maar kennis van genomen nadat wij onze eigen [NSV-] grondslagen opgesteld hadden. Omgekeerd konden zij die van ons ook niet kennen. Ze waren dus niet afgeschreven van mekaar, maar toch die gelijkenis."
In haar Grondslagen schrijft Were Di: "In feite was het onze bedoeling een grondslag te schetsen voor de Vlaams-nationale beweging als dusdanig." Zijn de Were Di-Grondslagen inderdaad die van "het" rechtsradicale Vlaams-nationalisme ?
Truyens: "Als ik ze zelf zou moeten formuleren, zou ik ze anders formuleren. Bij een vereniging is het steeds de grootste gemene deler van de mensen die daar samenzitten. Voor die mensen van Were Di is dit een aanvaardbare tekst geweest. Voor mij staat het vast dat ik een aantal dingen anders zou formuleren, en dat er een aantal standpunten zijn waarover ik van mening verschil."
Spelen Were Di en haar tijdschrift Dietsland-Europa anderzijds geen vormende rol ten aanzien van de andere rechtsradicale Vlaams-nationalistische groepen?
Truyens: "Ja, Were Di heeft dat altijd in eerste instantie als doelstelling vooropgesteld. In mijn studententijd heeft Lionel Vandenberghe eens gezegd dat de VMO de straatvechters waren van de Vlaamse Beweging en dat Were Di het intellect leverde. Hij bedoelde dat in beide gevallen wel tamelijk negatief. Voor een stuk klopt dat natuurlijk, hoewel men het intellect van Were Di niet moet overdrijven. Daarvoor is de groep altijd te beperkt geweest, zeker wat betreft het aantal intellectuelen dat er deel van uitgemaakt heeft. Dat is nog steeds zo."
Beschouwen de actiegroepen Were Di dan niet als hun intellect?
Truyens: "Men houdt in die actiegroepen eigenlijk zeer weinig rekening met Were Di. Er is wel een periode geweest dat Were Di toonaangevender was. Dat was de periode van eind jaren zestig tot midden jaren zeventig, daarna begint dat wat af te zwakken. In die periode had Were Di zijn eigen actiegroep. Were Di telde dan ook veel meer leden. Were Di lag toen echt aan de basis van een aantal initiatieven. Ik denk bv. aan de Vlaams-Nationale Raad [VNR] waarvan Were Di eigenlijk de motor was. De VNR overkoepelde een aantal organisaties die samen toch wel iets vertegenwoordigden.
Nadien is die rol van Were Di fel afgezwakt. De verantwoordelijken van de actiegroep werden uitgestoten omwille van toestanden die totaal onaanvaardbaar waren, gelijksoortige toestanden trouwens waarom ik in 1983 ben weggegaan bij het Vlaams Blok. Die splitsing had voor gevolg dat het aantal leden van Were Di ook onmiddellijk afnam en dat haar invloed begon te tanen. Theoretisch zou het desondanks nog altijd kunnen. Dietsland-Europa is een blad dat regelmatig lezenswaardige artikelen brengt, maar het wordt zo weinig gelezen. Wanneer je nagaat hoeveel abonnees Dietsland-Europa telt en je moet daarvan nog de abonnees aftrekken die het blad kopen uit sympathie, maar het eigenlijk niet lezen... Wie leest het dan nog wel?"
Nochtans waren de lofbetuigingen aan Dietsland-Europa in het themanummer (maart 1991) rond Bert Van Boghout (naar aanleiding van diens 75ste verjaardag) vrij algemeen. Zo titelde Ignace Lowie - de arrondissementele voorzitter van het Vlaams Blok-Antwerpen - zijn artikel "De denktank van de Vlaamse Beweging". Is deze omschrijving dan een overdrijving, of is dat het beeld dat van Boghout wel van Were Di heeft, maar de anderen niet ?
Truyens: "Wanneer men propagandistisch te werk gaat, moet men zich zelf altijd voor een stuk overroepen. Anderzijds moet men ook weer niet gaan doen alsof Dietsland-Europa bij machte is de politiek regelrecht te beïnvloeden. Dan maakt men zichzelf iets wijs. De rol is bescheiden, maar een bescheiden rol kan belangrijk zijn.
Neem de rol van het Vormingsinstituut Wies Moens. Getalsmatig zou je zeggen: dat is om mee te lachen. Buiten ons bestuur hebben we trouwens geen leden, we hebben alleen betalende abonnees op Kort Manifest. Ik moet toch ook niet gaan vertellen dat wij duizenden abonnees hebben... Het kleinste kind kan zien dat dat een blad met een beperkt aantal lezers is. Ook al is die rol bescheiden, die kan belangrijk zijn. Ik weet dat we invloed uitstralen met het Vormingsinstituut Wies Moens. Were Di straalt ook invloed uit, maar er is een groot verschil tussen invloed uitstralen en de denktank van de Vlaams-nationale beweging zijn. Als men die laatste pretentie wil hebben, dan zou iedereen aan je lippen moeten hangen en zitten uitkijken tot je blad verschijnt, omdat men dan eindelijk opnieuw een belangrijk standpunt kan innemen in de politiek. En dat is niet zo."
De meeste artikels in Dietsland-Europa die kritiek leveren op het Vlaams Blok worden geschreven door Bert Van Boghout. Is de kritische rol van Dietsland-Europa dan grotendeels van hem afhankelijk ?
Truyens: "Bert Van Boghout schrijft sedert jaar en dag de meeste artikels over binnenlandse politiek. Tussen de andere redacteuren zitten heel wat historici en die laten zich veel minder in met de dagelijkse politiek. Wat mezelf betreft: sedert ik het Vlaams Blok verlaten heb, vrees ik dat ik heel wat discussies zou hebben met Dietsland-Europa, indien ik in daarin zou willen schrijven, wat ik denk over het Vlaams Blok. Daarom schrijf ik mijn politieke en kritische beschouwingen over het Vlaams Blok in Kort Manifest. Daar ben ik vrij te schrijven wat ik wil.
Die artikels zijn veel kritischer dan wat Bert Van Boghout schrijft in Dietsland-Europa. Ik màg ook zeer kritisch schrijven, want ik heb vier jaar hard gewerkt in het Vlaams Blok. Ik kén dus voor een stuk de interne keuken. Men houdt er in het Vlaams Blok ook wel wat rekening mee. Af en toe is men zelfs bevreesd voor wat ik zou schrijven. Er zijn in het Vlaams Blok in elk geval een aantal mensen die het maar goed vinden ook dat ik in die richting schrijf."
8. HET VLAAMS BLOK EN DE BEVRIENDE GROEPEN
« Karel Dillen leek geweld soms te vergoelijken. »
Ik wil nog even terug komen op de 'band' tussen het Vlaams Blok en de verschillende nationalistische groeperingen. In een interview in Dietsland-Europa (juni 1979) vertelde toenmalig ondervoorzitter Piet Bocken dat het Vlaams Blok was opgesplitst in drie functies: een politieke, een ideologische en een actieve-propagandistische.
Truyens: "Dat propagandistische slaat op de groep die Xavier Buisseret rondom zich heeft gevormd, en die na verloop van tijd gestructureerd is geweest in Jongeren-Aktief. Maar die hele structuur was voor het overige toch maar zeer in embryo."
In hetzelfde interview sprak Karel Dillen over een ideologische adviesraad bestaande uit "een stel beproefde nationalisten zonder direct organisatorische taak, maar die er moeten op letten dat de partij niet afdwaalt van haar oorspronkelijke doelstelling."
Truyens: "Dat was ook wel een beetje flou. In die periode was alles nog flou, zelfs voor de mensen die in de top van de partij zaten. Ik weet niet of die ideologische adviesraad als dusdanig heeft vergaderd, of zelfs gestructureerd geweest is. Stel dat die ooit echt had moeten ingrijpen, dan hadden we wel beter geweten wat dat om het lijf had.
Karel Dillen hechtte - en hecht waarschijnlijk nog steeds - belang aan de raadgevingen van de ouderen. En eigenlijk slaat dat veel meer daar op. Hij wenste regelmatig de mensen te raadplegen die het klappen van de zweep kenden. Daartoe werden een aantal mensen gerekend die toen effectief ook deelnamen aan de partijraadsvergaderingen. Ik denk bv. aan Leo Wouters, oud-VU-senator en oud-VNV-er, en aan Jan Brans, oud-hoofdredacteur van de VNV-krant Volk en Staat. Daar waren waarschijnlijk nog wel een aantal andere mensen bij betrokken. Jan Brans heeft gedurende een bepaalde periode nog vrij actief deelgenomen aan de partijwerking. In die mate zelfs dat Leo Wouters daarover verstoord was. Ik heb het ooit meegemaakt dat hij zei: Jan, uw tijd is nu toch wel stilaan voorbij, laat het nu maar aan de jongeren over. Terwijl Leo Wouters de bezadigde wijze man was die zich inderdaad beperkte tot het geven van raad, maar zich niet wenste te mengen in de dagdagelijkse werking van de partij."
Het Vlaams Blok recruteert haar politiek personeel toch in de eerste plaats onder de diverse rechtsradicale Vlaams-nationale groepen. In datzelfde interview heeft Karel Dillen die groepen ook de functie van waakhond, van alarmbel toegekend om het Vlaams Blok ervan te behoeden van de rechte Vlaams-nationale lijn af te wijken.
Truyens: "Karel Dillen heeft altijd veel belang gehecht aan actiegroepen en dergelijke. Die zìjn ook wel belangrijk. Wanneer men spreekt over actiegroepen, spreekt men eigenlijk over de kleine man, over de burger in de straat. Als de steun van die mensen wegvalt, wil dat zeggen dat je het contact met de basis verloren hebt.
De steun van die groepen is belangrijk, maar men mag nooit toegevingen doen om die steun te bewaren. Daarmee bedoel ik geen toegevingen aan de tegenstander, integendeel, de militanten zijn er juist om dat tegen te gaan. Maar de levensstijl van de militanten is niet altijd het na te volgen voorbeeld. Voor Karel Dillen is de steun van de militant in feite een obsessie geworden, waardoor hij mensen gaat meesleuren die hij beter zou afstoten.
Ik geef een voorbeeld van buiten de partij, van vòòr het ontstaan van het Vlaams Blok. Er is ooit, ik denk in de jaren '70, brand gesticht in De Rode Mol, een linkse boekhandel in Mechelen. De typen die dat gedaan hebben zijn vrij vlug gepakt, en behoorden effectief tot een van die groeperingen - ik weet niet precies meer de welke, het kan de VMO (Vlaamse Militanten Orde) geweest zijn.
Kort daarna, ik denk op een viering van Were Di, heb ik Karel Dillen horen spreken over diegenen die dat gedaan hadden. Hij keurde dat af. Hij is daarin altijd consequent geweest: hij heeft altijd geweld afgekeurd. Tegelijkertijd legde hij echter de verantwoordelijkheid bij zichzelf en bij de anderen die de artikels schreven en de toespraken hielden. Waardoor hij dus liet verstaan: misschien zijn dat mensen die gaan uitvoeren waarover wij ideëel spreken. Tot op een zekere hoogte is dat heel chique van Dillen om dat zo te zeggen, maar de manier waarop hij dat zegt, komt dan bijna vergoeilijkend over. Indien ik van dat slag van die militanten was, zou ik de indruk hebben dat hij het wel niet goedkeurt maar het éigenlijk toch goed vindt.
Men kan niet scherp genoeg zijn in zijn veroordeling van geweld. Wie over het redenaarstalent beschikt, moet opletten wat hij zegt, om te vermijden dat een aantal mensen stommiteiten gaan doen. Men moet eventueel durven zeggen: misschien zijn we er onrechtstreeks toch de aanleiding van. Men moet dat echter op zo'n manier doen, dat men langs de andere kant niet kan gaan denken dat hij het dan toch nog vergoeilijkt. Maar dat is die obsessie van Karel Dillen die daar ergens een rol in speelt."
Vanwaar komt dan Dillens obsessie voor de militant ?
Truyens: "Men heeft mij gezegd, maar dat gaat heel ver terug in de geschiedenis, dat zijn liefde voor de militant zou te verklaren zijn doordat hij ooit eens door de VMO ontzet geweest is. Hij moet eens bedreigd geweest zijn, waarschijnlijk toen nog door de BSP (Belgische Socialistische Partij). In die tijd gebeurde het meer dan eens dat als er iets te doen was rond amnestie, Jos Van Eynde van Berchem met de militanten van de BSP ging tegenbetogen en trachten de boel plat te slagen. Karel Dillen moet toen ooit ontzet geweest zijn door de VMO.
Ik neem aan dat je emotioneel sympathie krijgt voor de VMO als je dat hebt meegemaakt. Maar hij is toch verstandig en nuchter genoeg om binnen redelijke grenzen te blijven. Dat ontbreekt bij Karel Dillen. Dat is trouwens ook mede de oorzaak geweest waarom hij in 1983 niet gereageerd heeft zoals ik het vroeg, en waarom uiteindelijk onze wegen uiteen zijn gegaan."
9. NATIONALISTISCHE AUTEURS & NOUVELLE DROITE
« Het NSV speelt de rol van vereniging die de nieuwe krachten levert. »
Even iets anders nu. Welke moderne auteurs zou u aanraden om kennis te maken met het nationalisme?
Truyens: "Ik denk dat het basiswerk over de nationalistische levensbeschouwing nog moet geschreven worden. Er zijn natuurlijk een aantal werken verschenen waarin zeer plausibele dingen staan. Ik denk bv. aan het boek van Jaak Peeters (De kultuur van het simplisme: over de identiteit van mens, land en volk), maar dat kan men niet een basiswerk noemen over nationalisme. Een echt groot basiswerk bestaat er volgens mij niet. Er zijn her en der belangrijke artikels en brochures verschenen, maar niets waarvan je kan zeggen dat het de bijbel van het nationalisme is.
Een boek waar ik persoonlijk zeer veel heb uitgehaald op sociaal-economisch vlak, want nationalisme moet zich ook dààrmee bezig houden, is Sociale Collaboratie van Edgard Delvo. Maar men kan dat moeilijk een moderne auteur noemen, want zijn ideeën zijn gegroeid voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft dat boek uitgegeven in de jaren zeventig als tijdsdocument. Hij was zelf verrast dat zijn ideeën op dat moment bij een aantal studenten zo goed aansloegen.
Ik vind dat nog altijd een belangrijk werk. Maar het veronderstelt dat de lezer zelf in staat is tot oorspronkelijk denken. Men kan wat daar geschreven staat vandaag niet meer onveranderd toepassen. De tijden zijn gewoon veranderd. De basisopvattingen van Delvo, over sociale zekerheid bv., zijn nog altijd bruikbaar maar men heeft intussen zoveel kennis opgedaan over de houding van de mensen t.o.v. de sociale zekerheid, dat men daaruit moet leren een aantal fouten niet te maken die er zouden inzitten als men blindelings zou toepassen wat Delvo voorstelt. Ook dat boek is dus geen paspartout voor de dag van vandaag."
Bent u op de hoogte van de denkbeelden van de Franse Nouvelle Droite? Dietsland-Europa bv. schrijft daarover regelmatig.
Truyens: "Ja, dat heb ik uiteraard gelezen. Ik heb ook Vu de droite van Alain de Benoist gelezen. Daar staan goede dingen in, maar ik ga ook niet met alles akkoord."
Het heidense bijvoorbeeld?
Truyens: "Ja, dat is om te beginnen al een probleem. Nationalisme hoeft niet noodzakelijk katholiek te zijn. Ik ben wat dat betreft Hegeliaans gevormd. Daarmee wil ik dan nog een boek citeren: Inleiding tot de fundamentele filosofie van Libert Vander Kerken. Dat is een boek dat mij zeer diepgaand beïnvloed heeft. De Hegeliaanse filosofie van Vander Kerken is gebaseerd op vier basisrelaties: de mens tegenover zichzelf, de mens tegenover de andere mens, de mens tegenover de wereld, en de mens tegenover het Absolute.
Die eerste drie relaties heb je hoe dan ook nodig in het nationalisme. Je kan daaraan het nationalisme volledig koppelen. Het laat je toe een volledig en coherent politiek programma uit te schrijven. Precies zoals men zich in de filosofie van Vander Kerken op een bepaald ogenblik de vraag kan stellen naar de verklaring van het bestaan van de mens, de gemeenschap, de wereld, het zoeken naar de oorsprong en de zin, kan men die vraag ook stellen in het nationalisme. Voor mij is het nationalisme maar af wanneer de vraag naar het Absolute beantwoord is. Alleen reeds vanuit mijn filosofie kom ik tot het godsbestaan. Aangezien ik toevallig ook katholiek ben, sluit dat perfect bij elkaar aan. Ik ben nationalist en ik ben katholiek en voor mij zijn beiden even belangrijk. En onvermijdelijk zal het ene het andere beïnvloeden.
Het nationalisme is perfect denkbaar zonder de relatie tot het Absolute, tot God. Bij de Benoist en la Nouvelle Droite wordt dat weglaten echter een anti-houding, en dan ga ik niet meer akkoord. Die stroming is bij ons ook aanwezig, la Nouvelle Droite van Frankrijk heeft hier de nodige aftakkingen: bij een aantal mensen die zich hier nationalist noemen, leeft die antikristelijke, antikatholieke houding ook."
U bedoelt de vzw Deltapers van Luc Pauwels ?
Truyens: "Inderdaad."
Welke standpunten of visies van la Nouvelle Droite vindt u dan wel bruikbaar voor het nationalisme in Vlaanderen ?
Truyens: "Het is nu wel al een hele tijd geleden dat ik Vu de droite gelezen heb, maar de Benoist heeft toch een aantal belangrijke teksten geschreven over het marxisme. Nu het marxisme voorbijgestreefd is, zijn die natuurlijk niet meer zo belangrijk. Daarnaast heeft hij ook een aantal belangrijke artikels geschreven over de ongelijkheid van de mensen. Vele filosofische artikels in dat boek lijken mij bruikbaar. Ik heb trouwens zelf in toespraken uit de Benoist geciteerd, o.m. waar hij het heeft over Gramsci en over de manier waarop die de verovering van de Westerse samenleving zag.
Wat anderzijds bij de Benoist ook niet duidelijk tot uiting komt, is zijn visie op de volksgemeenschappen. Hij is geen staatsnationalist zoals Le Pen, hij houdt zich meer op de vlakte, maar hij vindt de onafhankelijkheid van de Nederlanden toch ook niet belangrijk. Ik zie de Benoist ook niet direct zeggen dat Frans-Vlaanderen bij de Nederlanden hoort, of opkomen voor de onafhankelijkheid van Corsica of de Basken."
Filip Dewinter verwijst regelmatig naar de Benoist of la Nouvelle Droite. Dewinter is een ex-NSV-er. Een van de stellingen van de Leuvense professor Louis Vos is dat de NSV-generatie-Dewinter de invloed van la Nouvelle Droite binnen het Vlaams Blok heeft uitgedragen. Bent u het als oud-NSV-er en ex-Vlaams Blok-er eens met die stelling ?
Truyens: "Neen. Het NSV beïnvloedt op dit ogenblik onrechtstreeks heel wat. Als je nagaat wie er allemaal uit het NSV komt, niet alleen in het Vlaams Blok maar ook in andere organisaties, dan speelt het NSV momenteel zowat de rol die vroeger het KVHV speelde in de Vlaamse Beweging, nl. van de vereniging die de nieuwe krachten levert. Maar studenten zijn nog volop in hun geestelijke ontwikkeling. Wat in de studentenjaren min of meer een homogene groep lijkt, is het niet noodzakelijk meer nadien. Ik heb Dewinter gekend in zijn studententijd. Er begon zich toen al min of meer een generatieconflict af te tekenen tussen de oud-student Edwin Truyens en de student Filip Dewinter.
De invloed van la Nouvelle Droite is niet ontstaan binnen het NSV maar daarbuiten, door groepjes zoals die rond Luc Pauwels, maar ook andere. Een deel NSV-ers zijn daar inderdaad door beïnvloed geweest, maar het is een misvatting te stellen dat het ontstaan is in het NSV en vandaaruit het Vlaams-nationalisme is gaan benvloeden."
* * *
Lees ook:
Het beste uit 30 jaar NSV
Vlaams Blok Grondbeginselen
Antonio Gramsci, leermeester van het Vlaams Blok
Extreem rechts geweld: een lange traditie
Vlaams Belang nekt Dietsland Europa
|