|
In zijn berichtgeving over het Vlaams Belang pleegt de krant De Standaard schuldig verzuim. Dat is de stelling van Piet De Moor, die in zijn nieuwe boek ook uitlegt waarom het VB een totalitaire partij is.
Piet De Moor (1950) is een expert inzake totalitarisme. Een groot deel van zijn leven besteedde hij aan de bestudering van de Oost-Europese (communistische) dictaturen. Eind 2004 wist Gerolf Annemans de aandacht van De Moor te vangen. Op het oprichtingscongres van het Vlaams Belang had Annemans een "waarschuwing" gericht aan de rechters die de partij wegens racisme hadden veroordeeld. "Hun namen staan voorgoed in mijn geheugen gegrift: ze zijn gewaarschuwd," luidde het.
Alle kranten maakten er de dag nadien melding van en spraken er hun afschuw over uit. Behalve De Standaard, nochtans Vlaanderens grootste kwaliteitskrant. Hoofdredacteur Peter Vandermeersch presteerde het integendeel te schrijven dat het VB nu een normale politieke partij geworden was. Over het dreigement van Annemans: geen woord.
Het eerste doel van totalitaire partijen is het ondermijnen van de rechtsstaat. De Moor schreef daarover een opiniestuk. De Standaard weigerde het te publiceren (hier kan u het stuk wel nalezen). De Moor schreef daarop een scherpe open brief aan Peter Vandermeersch. Opnieuw zonder reactie. Daarop volgden nog vijf andere bitterbrieven, waarin onder meer de verantwoordelijkheid van de media inzake de opgang van het VB wordt aangeklaagd.
"In plaats van ervoor te zorgen dat ook de ogen van de nog weifelende VB-sympathisanten onder uw lezers voor de gevaren van het nakende totalitarisme opengaan, heeft uw krant besloten een fire wall op te trekken om de boodschappers en Cassandra's van het slechte nieuws buiten uw poorten en muren te houden, terwijl u het paard van Troje buigend binnenlaat," schrijft De Moor aan de hoofdredacteur van De Standaard.
Die zes brieven werden nu gebundeld in een boek, dat afsluit met een stevig essay over het totalitarisme en het Vlaams Belang. Blokwatch publiceert, met toestemming van de auteur, hieronder een fragment uit dit belangwekkend essay waarvan we de lectuur van harte kunnen aanbevelen. Ook aan De Standaard-journalisten.
Piet De Moor:
Vlaanderen (en België) verkeren in een van de gevaarlijkste fasen van hun naoorlogse geschiedenis. Nooit eerder heerste hier een dreigender pretotalitaire sfeer. Op de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen heeft het VB door enkele intimidaties dit pretotalitaire klimaat aangewakkerd en geïllustreerd.
De Vlaamse zangers die het initiatief namen om op zondag 1 oktober 2006 voor een verdraagzame samenleving te zingen, worden op verschillende manieren aangepakt en beklad met materiaal dat geleverd werd door de proleten uit de geheime diensten van het VB. Voorpost, een mantelorganisatie van het VB, dreigt ermee katholieke scholen te bezetten die asiel geven aan mensen zonder papieren. Het VB heeft aangekondigd dat het uit de gemeentekas gefinancierde privé-milities in de straten van Antwerpen zal laten marcheren zodra de partij in de metropool de macht veroverd heeft.
Daarvóór al werden Vlaamse rechters die het Vlaams Blok als een racistische partij veroordeeld hadden, door Gerolf Annemans op het VB-congres van 14 november 2004 bedreigd. Als we zo'n bedreiging horen formuleren, schrikken we natuurlijk op, omdat we het in een open en democratische samenleving niet gewoon zijn sommigen te horen zeggen dat het habeas corpus van de rechters niet vanzelfsprekend is. Bovendien belichamen de rechters de rechtsstaat, wat betekent dat Annemans, door hen te bedreigen, elke Vlaming heeft bedreigd die hun mening deelt. De rechtsstaat is onder schot, de opening van het jachtseizoen wordt aangekondigd en in de verte horen we al het gefladder van de vogelvrijen. (...)
Door iedereen die het niet met de partij eens is te bedreigen, schept het VB een verstikkende maatschappelijke atmosfeer die de Duitse journalist en publicist Sebastian Haffner perfect verwoordde toen hij de sfeer van terreur in het Duitsland van begin jaren dertig beschreef: ‘We bewogen ons onder hen [de nazi's] met de zorgeloosheid waarmee mensen in een moderne dierentuin zonder kooien rondlopen tussen de roofdieren, erop vertrouwend dat de grachten en hekken allemaal precies goed zijn berekend.'
Je kunt het VB inderdaad ook vergelijken met een Leviathan, een veelkoppige hydra die inmiddels verschillende speklagen heeft aangelegd. Eerst was er een hoofdkliek met allerlei satellieten er omheen, dan een harde schil militanten en vervolgens een laag van ‘onderblokkers' die eerst niet voor haar sympathieën durfde uit te komen maar die inmiddels samen met de ‘bovenblokkers', die zich voor hun VB-sympathieën al lang niet meer generen, luid proestend boven water is gekomen. De bolster van het VB is de partij, de kern van het VB bestaat uit een haast militair georganiseerde sekte die elke democraat als een linkse extremist verkettert.
In de voorfase van de macht hoeft het vraatzuchtig monster niets anders te doen dan zich vet te mesten: het spekt zich met de massa van zijn electoraat, dat bestaat uit een ondefinieerbaar segment van de publieke opinie (die volgens de filosoof Karl Popper een macht zonder verantwoordelijkheid is) en het gedijt in een desintegrerend maatschappelijk klimaat. Het is met de massa van lichtgelovigen dat de hydra zich voedt en slapend dik wordt van de macht. Het monster hoeft niets anders te doen dan zich moddervet te vreten in zijn kooi en met zijn toenemend gewicht door het plafond te zakken om zo het huis van de democratie te kelderen. (...)
Het aan de macht komen van een totalitaire partij heeft meteen zichtbare gevolgen voor iedereen en kondigt zich vooraf door een verruwing van het openbare leven aan: de normaliteit verdwijnt, de spanning stijgt, iedereen is nerveus en alles is voortdurend in beweging. De algemene sfeer wordt verstikkend en het geestelijke fluïdum condenseert tot een bruine gelei waarvan de Poolse Nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz in De geknechte geest (1953) de kleverigheid beschreven heeft: ‘Het collectieve fluïdum, dat ontstaat door het uitwisselen en samenvoegen van de afzonderlijke fluïda, is uitgesproken slecht. Het is een uitstraling van de naakte macht en ongeluk, van innerlijke verlamming en van uiterlijke beweeglijkheid.'
Op straat verschijnen dan de privé-milities waarvan het VB al aangekondigd heeft dat ze in Antwerpen op kosten van de belastingbetalers zullen marcheren. Schijnbaar patrouilleren die privé-milities om have en goed van de brave burger tegen criminele allochtonen te beschermen, maar snel beseft iedereen dat ze alleen marcheren om de eigen bevolking te intimideren en te terroriseren. Op dat moment bekruipt de burger voor de eerste keer het verlammende gevoel dat hij door het uitschot fysiek wordt bedreigd en dat in vergelijking daarmee alle andere vormen van angst (de criminele vreemdeling) waarmee het VB hem in de pretotalitaire fase de daver op het lijf heeft gejaagd niets anders waren dan ficties, bagatellen.
Maar de kans bestaat dat de burger dat inzicht dan al verdrongen heeft omdat hij er de voorkeur aan geeft om de kant van de ‘slagers' te kiezen, al was het maar om zelf niet geslagen te worden. Dat moment zelf is de eerste grote triomf van het totalitarisme, dat zich als een worm van buiten naar binnen vreet, door de wand van de buitenwereld in het weke universum van de hersens en vandaar in het onbewuste van het individu waar het zich in de donkerste hoek vastzuigt en nestelt om nooit meer los te laten.
Want het totalitarisme heeft geen geringere ambitie - het ligt in zijn natuur - dan altijd en overal totaal te heersen: op straat, thuis, in de cafés, in de bedden van de echtgenoten, tussen verliefden, tijdens de gesprekken tussen ouders en kinderen, in alle sociale relaties en ten slotte in de hoofden van alle mensen die bang geworden zijn om zelfs hun normaalste gedachten tot de drempel van hun bewustzijn toe te laten. Die ‘ideale' onderdrukking van alle individuele bewustzijnsvormen heeft de nazi-voorman Robert Ley ooit markant samengevat in de zin: ‘De enige persoon in Duitsland die nog een privé-individu is, is iemand die slaapt'.
Piet De Moor:
Brieven aan mijn postbode, Will Tura en Peter Vandermeersch. Een lofrede op vrijheid, schoonheid en verbeeldingskracht.
Soesterberg, Aspekt, 2006, 128 blz.
€ 10,95.
U kan het boek hier bestellen.
* * *
» Klik hier voor nog meer boeken over extreem rechts.
|